Ik was op Terschelling. Dat was een idee van mijn vrouw. Mijn vrouw houdt van natuur en van rust en dat is nog tot daar aan toe, maar ze blijft maar beweren dat ik er ook wel bij vaar. ‘En voor de kinderen is het ook goed, dat die af en toe eens de stad uitkomen.’ ‘Welja, haal de kinderen er maar weer bij,’ mopperde ik.

Nou heeft ze wel een punt. Die van mij denken nog steeds dat de wereld plat is en dat je eraf valt zodra je buiten de ring van Amsterdam komt. Ooit ondernamen we de tocht naar vrienden die een huis hebben in Schellingwoude. Schellingwoude klinkt Fries, maar dat is woordbedrog. Het is gewoon Amsterdam Noord, maar gevoelstemperatuur toch dorp, de wijk is omgeven door weiland.

Onderweg passeerden we er eentje, zo’n weiland. Dat soort dingen gebeuren, zodra je de bebouwde kom verlaat, maar voor mijn kinderen, wiens habitat zich uitstrekt tot een straal van een kilometer of drie rond het veilige luxereservaat Amsterdam Oud Zuid, is een weiland een hele gebeurtenis.

‘Wat zijn dát voor beesten?’ sprak mijn jongste dochter van bijna drie, wijzend naar het weiland.

‘Dat zijn schapen,’ sprak mijn oudste van twaalf, die op de middelbareschool heeft geleerd wat schapen zijn. Dat onderwijs van tegenwoordig is helemaal zo slecht nog niet.

‘Hahaha, wat een gekke schapen,’ lachte mijn jongste.

Nee, Terschelling helemaal niet zo’n geen gek idee. Het sterft daar van de beesten, ze moeten ze zelfs afschieten, heb ik me laten vertellen. Je kinderen moeten toch een keer leren dat dieren er anders uitzien als in de boekjes van Dick Bruna. Dat een konijn geen kruisje als mond heeft, niet kan praten en al helemaal geen vliegtuig kan besturen.

We hadden amper voet aan wal op Terschelling gezet, of ik zag een bord bij het VVV-kantoor. Zeehondentochten.

‘Wist jij dat zeehonden tochten?’ vroeg ik mijn oudste dochter.

‘Haha,’ zuchte die. Altijd lachen met papa.

‘Zonder dollen,’ zei ik tegen mijn vrouw, ‘dat is precies wat we nodig hebben.’

Mijn vrouw twijfelde. ‘Moet je zeehonden niet met rust laten?’

Ik haalde mijn schouders op ‘Ik begrijp ook niet dat de Dierenbescherming dat allemaal maar goed vindt, maar het zijn mijn zeehonden niet, en misschien vinden die beesten het ook wel gewoon hartstikke leuk, dus vort met de zeehond, erop af, voor ze op zijn.’

Of de prijs wel inclusief foto’s was, vroeg ik meteen bij binnenkomst. Meteen even laten merken dat er niet met je te spotten valt. Ik ken dat, kom je van de grote stad, willen ze meteen aan je verdienen als je niet uitkijkt. Leer mij die eilanders kennen.

‘Natuurlijk, u mag zoveel foto’s maken als u wilt,’ lachte de VVV-mevrouw.

‘Dat moeten we zelf doen?’ vroeg ik verbaasd. ‘Maar dan staan wíj er toch niet op?’

De mevrouw keek me niet begrijpend aan.

‘Laat maar. Heeft u wel een witte voor mijn kinderen?’

Nurkse mensen, die Terschellingers. Stug blijven doen of ze me niet begreep, ook niet toen ik tot drie keer toe uitlegde dat mijn jongste dochter gewoon liever een witte zeehond heeft, zo zijn kinderen. Dat ze niet in het roze geleverd worden, okay, maar een witte, dat was toch niet teveel gevraagd? Ik had er zelf wel eens gezien, op foto’s van Canada. Goed, dan zat er wel wat bloed op, maar ze bestonden, dat wist ik zeker, al kwam ik uit de stad.

Geen sjoege. En dan zijn de rapen gaar. Kinderen janken. Je hebt ze tenslotte toch wat beloofd.

Uiteindelijk heb ik er zelf maar een paar gevangen, toen het eb was. Op mijn bureau staat nu een foto van het hele gezin. Mijn dochters op hun witte, mijn vrouw en ik samen op een grote bruine zeehond. We kijken wel wat angstig, valt me op. Maar ik kan het iedereen aanraden. Je voelt je de koning als je, bij ondergaande zon, op zo’n beest over de boulevard rijdt. Daar kan geen schaap tegenop.