fbpx

Ooit, halverwege de jaren zeventig, was ik misdienaar. Het niet doorgaan van het beloofde jaarlijkse misdienaarsreisje was de eerste belofte die de kerk verbrak. Daarnaast werd nagenoeg geen enkele van mijn avondgebeden verhoord: Willem II wilde maar niet promoveren naar de Eredivisie, mijn ingroeiende teennagel ging niet vanzelf over, maar moest na maanden dralen met matige plaatselijke verdoving verwijderd worden door de dorpsarts, Wilma Jacobs werd niet verliefd op mij maar op Barend Stratinga en mijn puisten bleven eruitzien als kernkoppen die zichzelf elk moment dreigden op te blazen. Onze Lieve Heer en het katholieke geloof konden mijn rug op.

Het denken over de zin van het leven en het hardnekkig geloven dat er toch verdomme wel Iets moet zijn heeft me nooit helemaal losgelaten. Het leven kon toch zeker geen toeval zijn? Toen mijn eerste vrouw net was overleden, ruim twintig jaar na het einde van mijn carrière als misdienaar, las ik, op doorreis door Australië met mijn dochter Eva (3), hele meters zweefmolenliteratuur. Neal Donald Walsch, Eckhart Tolle, het Tibetaans Boek van Leven en Sterven, Deepak Chopra, Karen Armstrong, Scott Peck, Richard Bach, Paulo Coelho, alle ietsisten die de wereldbol rijk is, nam ik tot me.

Nu, weer twintig jaar later, ben ik geen steek wijzer.

Wat ik me de laatste jaren wel eigen heb gemaakt, is mijn eigen variant op het avond- en ochtendgebed dat ik op de Rooms Katholieke Basisschool De Hasselt in Tilburg leerde. Ik bid niet meer om genezende teennagels, winnende voetbalclubs en uitblijvende lichamelijke ongemakken. Het interesseert me niet zo veel meer wat goeroes beweren. Het interesseert me sowieso niet veel meer wat mensen beweren, vinden, zeggen.

Mijn variant op bidden, mediteren en wat dies meer zij is deze. Elke ochtend, tijdens mijn hardlooprondje, op de fiets of onder de douche, noem ik drie dingen waar ik trots op ben en drie dingen waar ik dankbaar voor ben. De eerste drie dingen die in me opkomen. Grote Zaken, banale gebeurtenissen, vanzelfsprekende dingen. Ik dank er niemand in het bijzonder voor en er hoeft ook niemand te luisteren. Dat ik dankbaar met het leven dat ik mag leiden, dat ik gezond ben, dat ik geen financiële problemen heb, dat ik een gelukkige jeugd heb gehad, dat ik vrienden heb op wie ik kan rekenen, dat ik het werk kan doen dat ik wil, dat ik inspirerende mensen ontmoet, dat ik een goeie band heb met de moeder van mijn kinderen, dat mijn zus en ik alleen maar meer van elkaar zijn gaan houden in de loop van ons leven, dat ik op het juiste moment in mijn leven de vrouw heb ontmoet die me zielsgelukkig maakt.

Waar ik trots op ben verschilt met de dag. Dat ik gewoon weer om acht uur ben gaan sporten die dag. Dat ik weiger om cynisch te worden. Dat ik best aardig scoor op mentale weerbaarheid. Dat ik, als ik een keer cynisch ben in een social media post, dat een dag later ook besef. Dat ik naar kritisch én met mededogen kan kijken naar wie ik ben en wat ik in mijn leven fout heb gedaan. Dat ik een zoon van mijn vader en moeder ben en veel van hun waarden en normen heb geadopteerd.

Een beetje lief zijn voor elkaar. Genieten van het leven. Je niks aantrekken van wat anderen vinden.

Waar ik misschien wel het meest trots op ben, zoals iedere ouder, is op mijn kinderen. Ik geloof in mijn kinderen. In de weg die ze bewandelen, alle drie op hun eigen manier. Ik geloof in hun kracht, hun persoonlijkheid, hun levensinstelling, hun ontwikkeling.

Deze week verrasten ze me met een diner bij mij thuis op de boot. Ik mocht die middag niet in de keuken komen en werd om zes uur verordonneerd ‘iets feestelijks’ aan te trekken. Bij de tafel stonden ze me, alle drie helemaal in de ankers qua make up en kledij, op te wachten.

Het diner had een thema.

U moet weten, of weet dat waarschijnlijk door mij te volgen op social media, dat enige missionaire drang mij niet vreemd is. Als ik enthousiast ben over een artiest, een album, een schrijver, een voetballer, een comedian, dan moet de hele wereld dat weten. Mijn kinderen en die van mijn vriendin huiveren als ik weer eens met mijn iPhone aan kom lopen omdat ze deze YouTube MOETEN zien, dit nummer MOETEN horen en deze post MOETEN lezen.

Mijn kinderen hadden me deze week tijdens het driegangendiner, onderworpen aan een kwis.

Het overall-thema: ik word vriendelijk verzocht vanaf nu muziek te draaien die bij mijn leeftijd past en ze niet meer te indoctrineren met mijn muziekfetishes op straffe van melding bij de kinder inspectie. Ik wens u veel plezier met het Spotifylijstje ‘Overplayed’ en ‘Te Hip voor papa.’

Aan het eind van de avond kreeg ik een oorkonde. ‘Geslaagd voor het analyseren, herkennen en benoemen van zijn eigen nummers’ en de belofte om ‘zijn dochters vanaf nu alleen nog lastig te vallen met oerdegelijke nummers die passen bij de typische vijftiger.’

Dat ik me eraan ga houden lijkt me sterk, maar u mag raden waar ik de ochtend erna tijdens het hardlopen aan dacht toen ik mezelf de dagelijkse vraag stelde waar ik dankbaar voor ben en waar ik trots op ben.

Ik gun u dezelfde dankbaarheid voor en trots op uw kinderen.

Kluun

PS: missionaris als ik ben: met trots deel ik hierbij ook het opvoedkundig zeer verantwoorde Spotify-lijstje ‘Inspired by papa.‘ Dat MOET u luisteren.