Leestijd: 2 minuten

 

 

“En opeens was daar Bitterzoet. Koud open en onmiddellijk een begrip in de stad…”

We spreken over het barre jaar 2003. De stad ging gebukt onder een ernstig gemis

aan een dagelijks podium voor beginnend talent, bands en dj’s – een club tussen

Winston en Paradiso in. Tenminste, zo zagen de initiators van Bitterzoet dat, en geef

ze eens ongelijk. Ze namen een geflopte jazzclub over en even later was je oud, grijs

en passé als je niet in Bitterzoet kwam.

 

Vanaf dag 1 was Bitterzoet het clubhuis van De Jeugd van Tegenwoordig – ze gaven er ook hun eerste concert – en de scene die daarbij hoorde. Ontwerper Parra ontwikkelde overdag het design van nieuwe Nikes en had ’s avonds zijn eigen kruk in Bitterzoet. Gee van sneakerstore Patta schoof dan ook aan, net als de jongens van Appelsap en blogger Nalden. Voor de liefhebbers van hiphop en gympies was dat een aantrekkingskracht op zichzelf. Mudvol kan het er zijn. Op zo’n avond is het happen naar adem, zeker omdat de airco nog weleens dienst wil weigeren – een concept dat de Amerikanen kopieerden voor Guantánamo Bay. Niemand kan het iets schelen. Bitterzoet is een relaxte tent, met een lounge met pooltafel, plantjes en designbanken, én met een podium waar iedere avond iets anders fraais te beleven is. Van reggae en Braziliaans tot funk en hiphop of anders wel een dj. Zelfs de maandagavond – de Bermudadriehoek van het uitgaansleven – krijgen ze aardig gevuld door een bekende Nederlander achter de draaitafel te zetten. Henk Schiffmacher speelde dj en Theo van Gogh draaide er voor twintig man. ‘Zie je wel, ik heb geen vrienden,’ sprak hij en ging aan de bar zitten zuipen. In het gastenboek schreef hij: ‘Het leek of ik op mijn eigen begrafenis draaide.’ Twee maanden later werd hij vermoord. Jan Marijnissen, altijd een gewone jongen gebleven, draaide vooral rockmuziek en Wouter Bos wimpelde de uitnodiging aanvankelijk af, drukdrukdruk. Tot ook bij de PvdA doordrong dat Bitterzoet geen verkeerde plek was en opeens had hij toch een gaatje gevonden. Zijn playlist liet hij trouwens door een stagiaire samenstellen.
De club begon meteen een streng deurbeleid. Maar niet de sneakers en caps worden geweigerd – dat is ook wat bewerkelijk met die hiphopscene binnen – maar de overhemden en instappers kunnen het vergeten. ‘Corporalen komen als iets nieuw is, nemen het over, en gaan dan weer weg, dat wilden wij niet,’ zegt initiator Joris Bakker, een wijs man. Ook zonder ballen was de tent binnen een paar jaar volledig afgeragd.Elke avond een andere productie en steeds propvol, dan blijft er weinig design over van die banken. Maar de missie is allang geslaagd:

Amsterdam heeft zijn mini-Paradiso.