fbpx

Nr. 31 Oosterling

Het Praathuis – dat van het Grote Dierenbos van De Fabeltjeskrant –ligt dus gewoon keihard in Amsterdam. Dezelfde biertonnen, dezelfde raamindeling, hetzelfde geneuzel van de stamgasten. Als slap ouwehoeren een kunst is, dan is café Oosterling het Stedelijk Museum. En een van de stamgasten was, jawel, Leen Valkenier, auteur van 1041 af leveringen van De Fabeltjeskrant. Dan ben je best vaak in Oosterling geweest.
We zullen er geen who was who in Oosterling van maken; de gebroeders Bever, Bor de Wolf, Zoef de Haas, Juffrouw Ooievaar – er is geen beginnen aan. Maar één ding staat vast: Adèle Bloemendaal haalde aan de bar van Oosterling ooit een borst uit haar blouse en liet die zien aan een student die iets te lang haar boezem had zitten bestuderen: ‘Wil je er soms eentje vasthouden?’ Hebben we Truus de Mier nooit zien doen. Maar geneuzeld en gemopperd wordt er voldoende in dit café. De Oosterling-mensch heeft het niet zo op verandering. Daar staat zelfs een verbod op. De magnetron werd alleen geaccepteerd omdat warme gehaktballetjes toch lekkerder zijn dan lauwe. Met pijn in hun buik denken de eigenaren terug aan het eindeloze gejammer, nadat ze het gewaagd hadden het toch niet echt sprankelende bordje drinken is gezellig, zuipen niet weg te halen. De gebroeders Oosterling, eigenaars van dit etablissement (dus niet geheel zonder inspraak, zou je zeggen), opperden eens het bruingerookte plafond te witten. Onbespreekbaar.
Tijdens een grondige renovatie in 1995 werd de potkachel midden in de zaak dan toch eindelijk vervangen door centrale verwarming. Door het lekkende ding had een koolmonoxidevergiftiging jarenlang op de loer gelegen. Marcel Oosterling: ‘Iedereen lag aan het gas, maar dat hadden we nooit in de gaten, omdat de kozijnen zo poreus waren dat er altijd frisse lucht binnenkwam.’
Tot op de dag van vandaag klagen de klanten van Oosterling over waarom die kachel nou zo nodig weg moest. Toch zit er met al dat gekanker wel een hechte club daar aan de bar. In 2008 werd een van de stamgasten ziek. Zijn nieren dreigden uit te vallen. Een andere stamgast zei spontaan: ‘Als het een match is, mag je die van mij wel hebben.’
Het was geen borrelpraat. De bloedgroepen bleken te kloppen en de nier is met succes getransplanteerd.
Een mooi verhaal, maar een nier uit Oosterling, wie doe je daar nou werkelijk een plezier mee?
Oscar Oosterling: ‘Laatst vroeg iemand hier: “Heb jij toevallig een long voor me?”’