Nieuws

Interviews, recensies en meer

Racefiets

Beste Willem,

 

Heb jij eigenlijk een racefiets? Ik vermoed van wel. Je hebt alle kenmerken om er eentje te bezitten: man van middelbare leeftijd, buikje en tuk op hippe bezigheden. Ik zie je al helemaal staan in zo’n winkel waar ze alleen fietsen verkopen die beginnen bij de prijs van een middenklasse auto. Jij met een JFK exemplaar in je hand, wijzend op een kek matzwart fietsje en bijbehorend outfitje: ‘die wil ik hebben, meneer de fietsverkoper.’ Het zou me ook niks verbazen als jij intussen lid bent geworden van zo’n zondagochtendwielerclub met een afgrijselijke naamen als WC Remspoor of iets anders lolligs.

Ik zou er een moord voor doen om jou een keer op een zondagochtend met dat grote lijf van zo’n te duur fietsje te zien afstappen na een rondje De Ronde Hoep. Dat ik op een terras lekker aan een Latte Macchiato en  een stuk appeltaart zit en dat jij dan na een paar uur zwoegen in een verwoede poging toch eens een keer ondeer die honderd kilo te komen, van dat ultralightfybercarbon fietsje afklimt en dan, beentjes in de O-stand, hand op je pijnlijke rug, op van die wielrennerschoentjes naar het terras strompelt.

Wielrennen is best een stoere sport, als je het lichaam en de leeftijd van Marcel Kittel, John Degenkolb of Mark Cavendish hebt. Maar dat hebben wij niet, Willem. Er is geen enkele recreatiesport, zelfs voetbal en duurlopen niet, die beoefenaars aantrekt wiens lichaam perfect is voor outdooractiviteiten als barbequeen, vissen en terrassen, maar ten ene male niet geschikt om uren achtereen op een fiets te zitten. Ze zeggen wel eens dat mieren bewonderenswaardige wezens zijn vanwege hun eigenschap dat ze vijftig keer hun eigen lichaamsgewicht kunnen dragen, maar wat dacht je van racefietsen, Willem? Dan ben je als prostituee nog beter af. Ook dan lig je wel eens onder een zwetend lijf dat twee keer zo zwaar is als jijzelf, maar alles beter dan iedere zondagochtend een paar uur lang de vlezige kont van een vadzige veertiger op je zadel te hebben.

Ik doe niet mee aan de wielerclubjestrend. Ik moet er niet aan denken om mijn benen te scheren en ze op zondagochtend te gaan staan invetten terwijl mijn vriendin me vanachter haar krantje zit te bekijken. Ze is nog van de generatie die vindt dat mannen toch wel een minimale hoeveelheid lichaamshaar dienen te hebben om als heteroseksueel aangemerkt te kunnen worden. Als zij me zo zou zien staan, met glimmende geschoren beentjes in van die witte sokjes, dan wordt het in de weken erna geen wilde boel in bed, hoor.

En toch, ik durf het bijna niet te bekennen, Willem, ben ik sinds een paar weken in het bezit van een soort van racefiets. Niet een heuse, maar een soort van. Ik zag haar staan bij het Zwarte Fietsenplan op de Ceintuurbaan, toen ik net een kinderzitje voor op mijn andere fiets liet install… ach dat doet er ook eigenlijk niet toe, ik zag haar gewoon staan.

Mooi mat zwart, rode velgen, en ze heet VYDZ. Zo noemen ze hun merk daar bij VYDZ. VYDZ. Dat komt van Fiets, gok ik. Eigenlijk om je dood te schamen, zo’n door een naamgevingsbureau beachte ‘O-wat-zijn-we-hip-met-onze-Y-en-Z-in-de-naam’-naam. Maar what the fiets, het is een kek karretje.

Ik ga er niet op zondagochtend mee weg, maar gebruik haar voor stadse ritjes waarbij ik geen kinderen, boodschappen of lege flessen hoef te vervoeren. Dat komt zelden voor, maar ach, dan staat ze gewoon mooi te wezen in mijn werkkamer. Want ik kan haar natuurlijk niet buiten laten staan, dan is ze zo weg, met haar ranke voorkomen. Maakt zo’n foute naam als VYDZ ook niets meer uit. Leer mij mannen van middelbare leeftijd kennen, die hebben schijt aan een naam, als ze maar jong en slank is.

 

PS: Over foute namen gesproken: hoe is het eigenlijk met Sletlana, waar je me toen een keer aan voorstelde, Willem? Schrok ze enorm niet van die uitspraken van Zijlstra, dat hij weigerde borstvergrotingen van vluchtelingen te vergoeden?

 

Godverdoeme

Godverdoeme, vanavond overleed Luc de Vos, zanger van de Vlaamse band Gorki. 52 jaar. Belgie treurt.
Weinig Ollanders kennen hem. Wie Luc de Vos is? Meng Boudewijn de Groot met Huub van der Lubbe, gooi er wat Spinvis doorheen et voila: Luc de Vos.
Mia uit 1992 is een klassieker, door luisteraars van Studio Brussel jaren achtereen verkozen tot allerbeste song ooit. Studio Brussel zet de plaat dit jaar weer op nr. 1, als eerbetoon.

Lieve Kleine Piranha, Wees Eens Stil Jongens, Anja, Joeri, prachtige liedjes voor iedereen die De Dijk, Spinvis en de Kecks weet en wist te waarderen.

Hier een ode aan deze grote Vlaming.

En hier de mooiste plaat die ooit in Vlaanderen is gemaakt. https://www.youtube.com/watch?v=gIGvAk9y50E

Sterren komen
sterren gaan
Alleen Elvis blijft bestaan
Jij ook, Luc. Jij ook.

Massagesalons

Column in JFK van oktober

———————————-

 

Beste Willem,

 

Ik heb gehoor gegeven aan je oproep om een massagesalon in Bangkok te bezoeken en daar voor JFK een column over te schrijven. Na enig zoekwerk op het internet – je wilt wel kwaliteit natuurlijk in zo’n magazine – ben ik uitgekomen op massagesalon Amsterdam. What’s in a name, inderdaad. Het ligt op de hoek van Asoke Road en Rama IX road, je herkent het eenvoudig: boven de zwierige roze letters Amsterdam staat een grote neon windmolen. Amsterdam is de grootste en meest luxe massagesalon in Bangkok, zo werd me verzekerd door een site waar professionele bezoekers hun recensies op kwijt kunnen.

Ik heb wel mijn vriendin meegenomen, als je dat goed vindt.

Ten eerste houdt zij ook van massages en ten tweede kwam ik er anders niet mee weg. Ten derde, en dan ben ik heel eerlijk, word ik altijd bevangen door een onuitroeibare gêne in het commerciële segment van de erotiek. Of het nu een stripclub, een bordeel of de wat ludiekere variant met pingpongballen of bananen betreft: ik weet gewoon geen raad met mezelf als ik me in een situatie bevind waarin ik een dame moet aanwijzen die ik geschikt acht voor de job. Ik ga blozen, begin schaapachtig te lachen en hoor mezelf dingen zeggen als ‘moet je nog lang werken vandaag?’ en ‘woon je hier ver vandaan?’ Daar zit zo’n meisje uit Polen of Thailand echt op te wachten. En terwijl mijn vrienden, toen we in Las Vegas eens per ongeluk in Spearmint Rhino waren beland, al lang en breed werden gelapdanced, verborg ik mezelf achter een dubbele hamburger, omdat ‘ik zo’n honger had en echt eerst moest eten.’

Mijn vriendin is een stuk assertiever.  Zij waande zich in een snoepwinkel bij het zien van al dat moois en zat te kirren dat het een aard had, maar binnen luttele minuten was ze, met haar 1m80, gulle lach en platinablonde haar, zelf de topattractie van de club. Op dat soort momenten ben ik echter altijd heel duidelijk: ze is niet te koop, nee meneer, en ook niet te huur. Ook de dames in Amsterdam wilden wat graag contact met haar. Dat heb ik wél toegelaten. Mijn vriendin was binnen de kortste keren dikke maatjes met de twee dames die ons uiteindelijk hebben rondgeleid in de salon. Amsterdam is groot, man! Ze hebben er zeven verdiepingen met kamers, het deed me wat denken aan Grand Hotel Budapest, van die film, met dit verschil dat de dames hier gemiddeld een jaar of vijftig jonger waren, gelukkig. Niet té jong hoor, dat we daar geen gezeik over krijgen. Iedere kamer heeft, hoe verrassend, een bed, een tv en een jacuzzi. In de hal staat ook een pingpongtafel. Wat die voor functie heeft, weet ik niet.

De meisjes hebben zich kostelijk met mij en mijn vriendin vermaakt, ze vonden het hartstikke gezellig, zo met zijn vieren op een kamer. Vooral de borsten van mijn vrouw konden op bijval rekenen. We hebben ook nog wat culturele vaardigheden uitgewisseld, zo weet ik nu de naam voor plasser en spleetje in het Thais. Iets met Híííí en Kwai. Wat wat was, weet ik eerlijk gezegd niet meer, maar daar kom je zelf vast wel uit, Willem. Ook heb ik foto’s van de prijslijst gemaakt. Het is wat gênant om dat hier te behandelen, maar laat me volstaan met te zeggen dat je het voor het geld niet hoeft te laten. Foto’s van de dames, waar je me ook om verzocht, mocht ik niet nemen van de meneer die de leiding in het etablissement leek te hebben. Misschien zelf even op de website kijken?

Wees gegroet,

 

Kluun

 

PS: Een massage voor een couple is wel iets kostbaarder (ongeveer het dubbele, om precies te zijn) en het project is daardoor iets boven de begroting uitgekomen. Het bonnetje heb ik inmiddels ingeleverd bij jullie administratie. Ik geloof dat je er een nul moet afhalen en dan het aantal Bath door drie of vier moet delen.

 

 

Cadillac

Column JFK-juni

————–

Beste Willem,

Je weet dat ik in een Cadillac Escalade rijd.  Althans, dat had je kunnen weten, als je deze column af en toe eens zou lezen in plaats van te bedenken welke interessante foto van Singapore, New York, LA of een andere stad waar je fiscaal aftrekbaar heen bent gereisd, je nu weer eens zult posten op Facebook.

Veel mensen snappen niet dat ik in deze tijden nog een SUV durf te rijden. Jij natuurlijk wel, als opperhoofd van een blad dat barst van de advertenties van protserige merken. Ik rijd al twaalf jaar SUV. Of liever: ik heb al twaalf jaar een SUV. Meestal staat-ie gewoon voor de deur, ik ben van Groen Rechts: ik hou ervan om een grote auto te hebben om er naar te kijken als ik naar buiten kijk. Heb ik ook met mijn blauwe pak. Ik draag nooit blauwe pakken, maar ik wil wel graag een blauw pak in de kast hebben hangen, omdat ik het prettig vind om mijn kast op te doen en te denken, ‘Ha, mijn blauwe pak! Zal ik dat vandaag eens aantrekken?’ Om dan gewoon weer een zwart pak of jeans aan te doen.

De Escalade is eenzelfde model is als Geer en Goor destijds reden, maar die vonden hem wat te opzichtig. Tony Soprano had er ook eentje, hij vervoerde er ledematen in.

Bij mij in de buurt, in het gedeelte van de Pijp dat tegen de Diamantbuurt aan ligt, wordt mijn auto op waarde geschat. Het stikt er van de Mocro’s en die houden van blinkend chroom en meer meer meer. In het cultureel correcte luxereservaat Oud Zuid, waar mijn kinderen op school zitten, is hij niet populair. Hij wekt agressie op. Mensen kijken boos naar ons, als we langsrijden. Waarom, vraag je je dan af? Goed, een Escalade is wat fors uitgevallen, drinkt meer dan anderen, maar als dat steekhoudende argumenten zouden zijn om een hekel aan iemand te hebben, dan zou de helft van alle moeders op de school van mijn dochters ook als stront worden behandeld, en dat gebeurt ook niet. Althans niet op het schoolplein. Hoe het er thuis aan toe gaat weet je natuurlijk nooit, maar dat hoef ik jou niet te vertellen, Willem.

Mensen zijn uiterst voorzichtig met oversteken, als ze ons zien. Ik zou denken: wat goed dat die auto zo’n brullend geluid maakt, je hoort hem van verre aankomen, dus de kans dat je er per ongeluk door wordt aangereden is klein.

Ik schep er genoegen in om keurig te stoppen voor al wat beweegt, vooral als er geen reden toe is.

Deze week, Willem, zag ik een oudere man staan, wachtend tot hij de Stadionweg kon oversteken. Hij droeg twee grote boodschaptassen van Marqt. Tijdens het oversteken keek hij me aan alsof ik in mijn eentje verantwoordelijk ben voor het broeikaseffect, het conflict in de Krim en de schuldencrisis., Terwijl hij donders goed weet dat alleen het eerste probleem daadwerkelijk en in zijn geheel op mijn conto kan worden geschreven.

Nadat de man was overgestoken en me aan bleef loeren, heb ik het raampje open gedaan en heb hem hard uitgelachen en hem toegeschreeuwd dat ik weet waar zijn huis woont en dat ik wel eens een jongen bij mij in de buurt zal langsturen.

Zal hem leren, met zijn vooroordelen tegen proletenbakken.

 

Meerderheid kinderen voor geweld tegen witte pieten

Een Speldje uit eigen keuken

Volgens een enquête van onderzoeksbureau Motivaction ziet 90% van de Nederlandse kinderen Zwarte Pieten als helden. 72% staat achter de intocht van Sinterklaas. Slechts een kleine minderheid (22%) van de kinderen keurt geweld tegen kinderen die niet meer in Sinterklaas geloven goed, maar 67% kan ‘in bepaalde situaties’ wel begrip opbrengen voor geweld van racistische strijders tegen witte Pieten.

PVV-leider Geert Wilders is verheugd over de resultaten het onderzoek. ‘Wat mij betreft rotten alle witte pieten nu zo snel mogelijk op naar hun eigen land.’

Minister Asscher noemt de resultaten verontrustend en heeft vanmiddag vier crèches in Amsterdam bezocht om met kinderen in dialoog te treden. Asscher: ‘Dit moeten we met zijn allen niet willen in dit land. Het neerzetten van Sinterklaas als een dommige, wereldvreemde en hulpeloze leider die het ook allemaal niet meer weet is stigmatiserend en wordt door blanke managers, columnisten en gezagsdragers als uiterst kwetsend ervaren. Alsof oudere blanke mannen alleen in het arbeidsproces kunnen blijven als ze bereid zij goed pepernoten in te pakken en loodgieterswerkzaamheden te verrichten. Op deze manier is het wachten op aanslagen op blanke bejaarden.’

Ronduit schokkend noemt Asscher het bericht dat een ruime meerderheid van de kinderen (88%) de kerstman verantwoordelijk houdt voor de crisis rond het Sinterklaasfeest. 80% van de kinderen zegt niet te willen wonen in een straat waar ouders kerstmis vieren. In Amsterdam sneuvelden gisteren sneuvelden de ruiten van een juwelierszaak die reeds kerstversiering in zijn etalage had hangen. ‘Ze stonden met drie bolderkarren vol kleuters voor de deur en gooiden met knutsels. Het was beangstigend. Mijn vrouw durft al een dag niet meer de deur uit,’ aldus de winkelier.

Minister Asscher wijt de resultaten van de enquete aan een eenzijdige berichtgeving in het door kinderen en PVV-ers goedbekeken Sinterklaasjournaal, dat Zwarte Piet consequent weigert als knecht van Sinterklaas te presenteren. Asscher onderzoekt momenteel de mogelijkheden om Dieuwertje Blok voor de rechter te dagen wegens haatzaaien. Blok was niet bereikbaar voor commentaar. Naar verluidt staat zij sinds gisterenavond onder politiebewaking.

 

Boekenweek 2029

Op verzoek van De Nieuws BV op Radio 1 schreven auteurs een verhaal over de Boekenweek van 2029. Voila.

Het zat er al een paar jaar aan te komen. De maatschappelijke weerstand tegen grootschalige gratis verspreiding van telefoonboeken en Gouden Gidsen dateerde al van het begin van de 21e eeuw.

De Telegraaf van 28 mei 2026 was de laatste krant die op voorbedrukt papier verscheen. De Volkskrant en NRC waren daarvoor al overgegaan op een volledig digitale versie, AD en Trouw waren reeds enkele jaren failliet en Het Parool was in 2018 van een dagblad een weekblad geworden.

In oktober 2014 verscheen het eerste zogenaamde hybride boek. Voor 16 euro kocht je een papieren boek en kreeg je het eBook erbij. In de jaren erna werd dit de gewoonte voor alle boeken die je kocht. Het illegaal downloaden werd hierdoor in de jaren erna praktisch een halt toegeroepen.

Toch was dit, achteraf bezien, een laatste stuiptrekking van de uitgeefwereld.

Met de introductie van de Apple iPrint in 2020 was de kwaliteit van thuisgeprinte kranten, magazines en boeken niet meer van het origineel te onderscheiden.

Daarna ging het hard.

Groen Links bracht in 2021 i.s.m. de Partij voor de Bomen een wetsvoorstel in de tweede kamer waarin het verspreiden van papier in bulk werd verboden. ‘Uit onderzoek blijkt dat nog slechts vijf procent van alle Nederlanders wel eens een krant, tijdschrift of boek van papier koopt,’ betoogde fractievoorzitter Alexander Klopping, ‘Vooral mensen van boven de veertig, die vroeger op school nog les kregen met papieren studieboeken.’

Met de komst van de iPrint en het verbod op het drukken en verspreiden van papier in bulk veranderde het landschap in het boekenvak volledig. De ene na de andere uitgeverij ging failliet. Schrijvers ontvingen voortaan automatisch van ieder gedownload en geprint boek een keurige vergoeding. Tegen 2020 was nog slechts de helft van de boekwinkels over, gespecialiseerde boekhandels met personeel dat vol passie en vakkennis advies gaven aan lezers overleefden.

Toch bleek onlangs uit een enquête dat ook in 2029 nog steeds meer dan 50% van alle lezers van kranten en boeken, zowel jongeren als ouderen, nog steeds liever van papier dan van beeldscherm te lezen.

Lola van de Klundert, een studente  literatuurwetenschappen van 19 jaar: ‘Ik heb mijn iPrint ingesteld om iedere ochtend om zeven uur alle artikelen uit de Volkskrant te printen op het formaat van de krant die ik mijn vader vroeger altijd zag lezen. Mijn zus, Roos van de Klundert, heeft vorige week gedebuteerd met een verhalenbundel: Komt een man in het verzorgingstehuis – verhalen over mijn vader, en die lees ik overdag in de trein op mijn iPad, op het toilet op mijn iPhone en ‘s avonds ligt het gebonden hoofdstuk waar ik was gebleven netjes gedrukt en gebonden bij mijn iPrint. Dat lees ik dan in bed.

Tot mijn verrassing lag er vanochtend het Boekenweekgeschenk van 2029 geprint bij. Fijn, want ik ben dol op de romans van Tamara Wieringa. Mijn vader was een grote fan van haar vader, hoe heet hij ook al weer, o ja, Tommy Wieringa. Geef mij de boeken van zijn dochter maar. Ik ben vooral gek op haar tekeningen.

Fuck You-money

Deze column stond een jaar geleden in AJAX1900, maar had er net zo goede deze maand in kunnen staan

Afgelopen zomer heb ik het mezelf een aantal keren afgevraagd.

Stel, ik zit vanavond het NOS Journaal te kijken en hoor dat er zich die middag bij de Arena een man heeft gemeld van wie slechts bekend is dat hij iets in olie, staal of wapens doet en daar verrekte veel geld mee heeft verdiend. En die man had één simpele mededeling had: ik kom jullie kopen.

Wat zou ik daar van vinden?

Barcelona, Real, Man United, Arsenal en Milan hebben schulden van 200 tot 800 miljoen. Alleen Chelsea en Manchester City hebben officieel geen schuld. Da’s logisch, ik heb zelden een suikeroom de nieuwe fiets (of, realistischer, drie nieuwe fietsen) zien terugvragen die hij je het jaar ervoor gegeven had.

Uit een artikel in De Volkskrant bleek onlangs dat meer dan de helft van de Eredivisieclubs externe geldschieters heeft.

Ik hoor natuurlijk te zeggen dat ik er niet aan moet denken. Dat een suikeroom de continuïteit van de club in gevaar zal brengen. Dat het DNA van de club verkwanseld zal worden. Dat het de geloofwaardigheid van de hele vereniging om zeep zal helpen.

Ik weet het, ik weet het, ik moet het niet willen. Het stadion van Vitesse is half leeg, in Arnhem snappen ze ook wel dat een eventueel kampioenschap hetzelfde zou zijn als trots vertellen tegen je vrienden dat je me gisteren toch een partijtje lekker van bil bent gegaan, zonder erbij te zeggen dat het je wel half maandinkomen heeft gekost bij Huize Ria op de Overtoom.

Misschien hebben we, als u dit leest, wel gewonnen van Milan. En dan vliegen we er in maart uit. Of zijn we derde geworden en mogen we tegen de nummer vier van Portugal of de nummer negen van Spanje gaan strijden voor een plaats in de kwartfinale van de Europa League.

Maar ik ben het zo verschrikkelijk beu.

De blunders van Denswil, Veltman, Van Rhijn: ik neem het de jongens niet kwalijk. Ik snap dat jonge spelers fouten maken. En ik snap dat tegen de tijd dat ze dat soort fouten niet meer maken, dat ze dan de reservebank willen gaan versterken van de nummer vier van Portugal of de nummer negen van Spanje. Dat soort kansen kan je niet laten lopen.

Maar als supporter ben ik het spuugzat. Wij hebben geen oliesjeik, geen bank die zijn schuld nooit opeist, wij hebben niet eens schuld. Wij zijn het braafste jongetje van de klas, trouw aan onze filosofie. En soms verrichten onze Godenkleinzonen een wonder, zoals op 27 november. En dan ben ik trots, zo trots op deze club.

En toch hoop ik stilletjes op een telefoontje uit Georgië of Quatar.

Ik droom van een buitenlandse geldschieter met een naam die meer medeklinkers dan klinkers heeft, de camera inkijkt met een blik zoals ik die ken van Tony Soprano en dan zegt: ‘De eerste de beste die vanaf nu nog komt informeren hoeveel Veltman, Denswil, Fischer of Klaassen kost, trap ik persoonlijk van het parkeerdeck in de Arena af. ‘

Zo’n man wil ik. Een man met een zak vol Fuck You-money, geld dat hij niet gebruikt  om de spits van de nummer vier van Portugal of de nummer negen van Spanje voor veertig miljoen naar Amsterdam te halen.

Ik wil dat zo’n man zijn geld inzet om van onze eigen jongens Amsterdamse Totti’s te maken. En dat we dan in 2025 afscheid nemen van Daley Blind, Joel Veltman, Davy Klaassen en Ricardo van Rhijn, die na ruim zeshonderd wedstrijden in het eerste van Ajax lekker een paar jaar mogen gaan golven, voor ze in 2030 als trainerstrio Ajax gaan leiden, als opvolgers van Frank ‘Alex’ de Boer, die dan ruim twintig jaar trainer van Ajax is geweest.

En dat ze dan in een volle Arena een ereronde lopen, waarbij die Rus, Georgiër of Arabier van mij meer dan welkom is zelfgenoegzaam op de tribune mee te klappen.

 

 

 

De lat moet hoger, Elly

Www.ellyschoice.nl, een gloednieuw abonnementsysteem voor eBooks is gestart. Uitgeversgroep VBK (Saskia Noort, Herman Koch, Susan Smit, Simone van der Vlugt, Marion Pauw) en Dutch Media (toptitels als Stoner, De Cirkel en auteurs als Grunberg en James Worthy) hebben samen de dienst opgezet.

Laten we beginnen met het goeie nieuws: eindelijk een groep uitgevers die vooruit denkt ipv achteruit. Het is er, het is nieuw, er ligt een gedachte aan ten grondslag, er wordt met enkele grote partijen samengewerkt (Samsung en Cheaptickets.nl gaan Elly abonnementen weggeven), en er zijn enkele goede strategische keuzes gemaakt (niet streamen maar downloaden; een boek is dus overal te lezen).  Dat is in de boekenmarkt van de laatste jaren al heel wat. Hulde.

Het slechte nieuws is dat het met de naam Elly en het gering aantal maandelijkse titels, door de uitgevers zelf geselecteerd, vooralsnog eerder een jaren tachtig-sfeer van Esso Tijgertrends, Margriet en Boek en Plaat uitademt dan van digitale vernieuwing.

Tien boeken, dat staat gelijk aan de keuze op twee pagina’s van de Boek en Plaat-gids uit 1986. En geen kwaad woord over Marion Pauw, Susan Smit en Saskia Noort, maar dit had de selectie kunnen zijn van de redactie van Telegraaf Vrouw (ja, ja, ik weet het, Herman Kochs Zomerhuis met zwembad (uit jan 2011) staat er ook tussen). Waarom niet een titel als Stoner, waarom niet De Cirkel van Eggers, een Ammaniti, een Grunberg bij de introductie? Een tikkie meer Jeroen Pauw had er wel in gemogen, Elly, maar misschien past dat niet bij je. Elly bepaalt welke tien boeken iets voor ons, lezers, zijn en dat is vooral vrouwelijk en spannend.

Wat mij verbaast en tegenvalt: een fan van een bestsellerauteur moet vijf maanden geduld hebben voor het boek beschikbaar is als eBook via Elly’s choice. Vooral dat is zo in strijd met alles wat internet is, met alles wat digitaal is. Vijf maanden wachten? Dat is leesmap, ECI, Boek en Plaat, Story bij de kapper. Maar Kluun, Netflix doet toch hetzelfde? Daar zijn films en series toch ook pas te zien maanden of zelfs jaren nadat ze in de bioscoop of op tv waren? Klopt. Maar Netflix heeft House Of Cards. Ik vermoed dat Elly in haar eerste jaar ook met exclusieve titels gaat komen, maar zoiets werkt alleen als het een erkende topauteur is. Dus de nieuwe Noort of Koch, exclusief bij Elly. En dan geen tussendoortje, maar de Nieuwe Grote Roman.

Daarnaast: anders dan bij boeken is het bij een nieuwe  film  een geaccepteerd fenomeen dat je ervoor naar de bioscoop moet, ondanks het feit dat we dertig jaar geleden, toen de VHS-video populaird werd, al dachten dat de bioscoop op sterven na dood was. Waarom vijf maanden wachten op een eBook bij Elly’s Choice? De keuze lijkt gebaseerd op angst voor de reguliere boekhandel. Maar het lokt uit wat de dienst wil voorkomen: illegale downloads.

Een behoudende start, maar het is in ieder geval een start en dat dient beloond. Ik hoop dat de initatiefnemers van Elly’s choice niet gestraft worden voor hun voorzichtige opzet en het daarmee gecreëerde Boek en Plaat 2.0- imago. De wet van de remmende voorsprong kan snel omslaan inde wet van de geëlimineerde voorsprong. Dus alsjeblieft, Elly, zet de pas erin, haal andere uitgevers erbij, kom met meer en vooral (minimaal 90% van de Bestsellertop60) titels.

eBooks kunnen, mogen en horen geen 12 of 15 euro te kosten. Dat valt aan geen lezer uit te leggen. Elly is met haar 35 euro voor een jaarabonnement plus 3 euro per maand voor de tien Elly-titels niet duur. Dat is een opluchting.  Maar Elly mist een killer app.

De lat moet hoger, wil Elly slagen. Maar dat weten ze bij VBK en Lebowski zelf ook wel. Een beetje meer Blendle, een beetje minder Boek en Plaat alsjeblieft.

 

Hafid

Column in het Mysteryland magazine van vandaag.

Hafid

Je zou het niet zeggen, maar ik ben wat ouder dan de gemiddelde festivalbezoeker. De meesten van jullie hadden mijn kinderen kunnen zijn en van een stuk of drie, vier zou het me niet eens verbazen als het daadwerkelijk ook zo is.

Ik was erbij op Woodstock, Ik heb Mozart nog op Mysteryland zien draaien, back to back met Wibi Soerijabi, op het hoofdpodium. Dak eraf (sindsdien is Mysteryland een openluchtfestival). Omdat ik een Bekende Nederlander ben en altijd meneer zeg tegen Duncan Stutterheim word ik regelmatig in de dj-booth uitgenodigd. Tegenwoordig is het daar met Hardwell, Martin Garrix en Avicii, jochies die hun ballen niet hoeven te scheren, net zo opwindend als in de backstage van het Junior Songfestival, maar vroeger, man oh man, toen ging het daar los. Ik heb er met eigen ogen gezien hoe Berdien Stenberg werd aangeduwd door Verdii, terwijl ze het dirigentenstokje van Jaap van Zweden in haar mond had. Check Instagram.

Hoe dan ook, als ervaren festivalganger weet ik dat je je vlak voor het einde richting de uitgang moet begeven, als je tenminste nog in hetzelfde kalenderjaar thuis wilt zijn. Op die gele posters op NS-perrons vind je de gekste dorpen en steden, plaatsen waarvan ik betwijfel of ze wel echt bestaan, laat staan waarom iemand er met de trein heen zou willen, maar de organisatoren van festivals als Lowlands, Pinkpop, Werchter, Dance Valley en Mysteryland hebben net zo lang gezocht tot ze ergens een weide hebben gevonden waar in een straal van tien kilometer geen treinrails is te vinden. Mocht ik ooit mijn massavernietigingswapens willen verbergen, dan wend ik me tot festivalorganisatoren, die weten locaties te vinden waar behalve op de dag dat zij er hun festival houden, het hele jaar geen hond komt.

Hoe er te komen, is dus de vraag.

Ik moest optreden die dag, met Nightwriters vriendjes Saskia Noort en Renske de Greef. Ik had mijn vrouw gevraagd of ze me bij het terrein wilde afzetten. ‘En dan zie ik wel hoe ik thuis kom.’

Het optreden was uiteraard legendarisch, vooral het vuurwerk aan het eind staat degenen die erbij waren nog op het netvlies gegrift.

Een kwartier voor het einde van het festival kuste ik mijn vrienden gedag en begaf me naar de uitgang. Om mijn voorsprong op de meute niet verliezen, had ik er goed de pas in. ‘Er rijden pendelpussen naar het festivalterrein,’ schrijft de organisatie heel servicegericht op de website. Pendelbussen. Alleen het woord is al zo Commodore 64, zo Atari, zo gitaarmuziek.

De pendelbus voor me zat zo vol dat, als er in plaats van mensen kippen of varkens in hadden gezeten, de Dierenbescherming ogenblikkelijk de alarmklok had geluid.

Ik besloot de snelste weg te kiezen naar het dichtstbijzijnde station.

Een illegale brommertaxi. Nu ben ik niet zo goed in afdingen, dus betaalde ik een bedrag waarvoor ik ook met het vliegtuig naar Ibiza had gekund, maar ik wilde nu eenmaal op tijd thuis zijn, voor mijn vrouw zou vermoeden dat ik vreemd was gegaan. Waar ze dat soort waanbeelden vandaan haalde, is mij ook een raadsel.

Soms zie je jezelf ineens als in een film. Dat je in een flits naar jezelf kijkt en denkt: wat een mafkees. Zo’n moment, zeg maar, waarop je jezelf ziet zoals de rest van de wereld je eigenlijk continu ziet.

Zat ik dan. In de veertig, doorweekt T-shirt, achterop de brommer bij een jongen die zich had voorgesteld als Hafid en blijkbaar dacht dat die borden met 50 een vanaf-snelheid waren.

Ik was binnen tien minuten op het station.

Mijn vrouw was verrast dat ik zo vroeg thuis was.

Ik heb haar niet verteld over Hafid.

 

Spacegras

Column voor Mysteryland van een paar jaar geleden. Morgen lees ik er weer voor, in The Crooning Jazz Club, 16u sharp. Tien minuten, en dan mag je weer gaan beuken. Of blijven en luisteren naar Joost van Bellen (als schrijver, deze keer) of Mano Bouzamour.

Stel, je bent koe.

Jarenlang sta je op een weiland. Links van je nog een weiland, rechts ook, voor je een snelweg en achter je, welja, nog maar eens een weiland, waarop in de verte de boerderij van de boer, de man die je iedere dag aan je uiers komt trekken. Alle dagen zijn eender, ze lijken op elkaar als boeken van Nicci French. ‘s Ochtends ontbijt je met gras, ‘s middags, tijdens de lunch, eet je gras en als diner eet je gras. En tussendoor ook. Je graast wat af als koe, wat moet je anders. Nooit gebeurt er eens wat, er is niks op tv (sterker, er is helemaal geen tv).  Van verveling ben je op de momenten dat je niet met je kop in het gras zit maar begonnen met herkauwen van het gras dat je daarvoor hebt gegeten. Verder flap je er nog eens een flinke multivlaai uit, je kijkt een beetje rundachtig naar het voorbijrazende verkeer, je laat eens een boe, je haalt wat ouwe koeien uit de sloot met je medeweilandbewoners Clara 164 en Betsie 34, en ach, kijk ‘ns aan, daar is de boer alweer met zijn grijpgrage melkmachine. Geil. En dan doen we een plas, eten maar weer eens een pluk gras en morgen wordt een dag zoals er gisteren ook al eentje was.

Totdat.

Opeens, op de laatste zaterdag van augustus (al heb je als koe geen flauw benul wat augustus is) (ook niet wat zaterdagen zijn, trouwens) (je hebt eigenlijk helemaal geen benul, om precies te zijn), gebeurt het. Die ochtend waren ze vroeg in de weer geweest, die mannen met die koddige fluorescerende hesjes en dat roodwit lint waarmee ze jouw weiland doormidden deelden. Het is dat je geen prater bent, anders had je er zeker wat van gezegd. ‘Hé, wat moet dat in mijn weiland?’

En net nu je wat aan het uitbuiken bent van je grasontbijt, komen er auto’s je buurweiland oprijden. Er komt geluid uit de auto’s. Boemboemboemboemboemboemboemboemboemboemboemboemboemboemboemboemboemboemboemboemboemboemboemboemboemboemboemboemboemboemboemboemboemboemboemboemboemboemboemboemboemboemboemboemboemboemboemboemboemboemboemboemboemboemboemboemboemboemboemboemboem (koeien hebben geen idee wat 140 bpm is) boemboemboemboemboem boemboemboemboemboemboemboem. De melkmachine van de boer is er niks bij. De auto’s worden op aanwijzingen van de mannen in de fluorescerende hesjes keurig op een rijtje geparkeerd. Het portier gaat open. Er komen twee korte witte laarsjes uit. Felroze, harige beenwarmers erboven. Om de billen een rokje met koeienprint (hé dat herken ik, denk je). Een bloot buikje met een glinsterend dingetje in de navel en een getattoeeerde tja, wat is het, zon of ster eromheen. Een wit hesje (met kwastjes) om de uitbouwtieten. Een zonnebril die het hele gezicht bedekt. En een grote witte kojbojhoed. Op jouw weiland. ’s Ochtends, nog voor twaalf uur.

Wat zat er in godsnaam in dat gras vanochtend, vraag je je af.

 

 

Tsjie

Het Bai Dinh Hotel is  onderdeel van het Bai Dinh temple spitirual en cultural complex. Het kwam af in 2012, en was speciaal gebouwd voor het 11e Vesak congres, een soort Gay Pride,  met boeddhisten in plaats van homo’s. Er kwamen tienduizenden boeddhisten op af. In het Dai Binh hotel sliepen enkele honderden politieke en religieuze Zuid Oost Aziatische leiders. Nog stees komen dagelijks enkele duizenden boeddhisten uit heel Zuid Oost Azie naar de pagodes kijken, maar het prachtige Bai Dinh hotel laten ze daarbij links liggen: voor het donker wordt zijn de duizenden pelgrims al weer per bus vertokken naar hun eigen hotels.

Wij verbleven er een nacht. Naast de twee kamers die we boekten, was nog één andere kamer van het hotel, dat enkele honderden mensen kan herbergen, bezet. We werden onthaald door vier mensen achter de receptie die, zo we later begrepen, ook de enige personeelsleden waren van die dag. En nacht.

Bij het inchecken kregen we een A-4tje in onze handen gedrukt met daarop de mogelijkheden in het Vietnamees, en ernaast in het Engels. Of we, gezien de geringe drukte, het ontbijt voor de ochtend erna, nu alvast wilden bestellen. We kruisten we twee koffie, twee thee, drie vruchtensap, twee fried eggs, drie yoghurt, twee fruitsalade en drie cheese sandwich aan.

De congresruimte deed dienst als restaurant/ontbijtruimte. Er waren 72 tafels, de onze was als enige bezet. Een vriendelijke serveerster bracht drie bordjes met de fruitsalade (een stuk watermeloen), daarna drie borden met sneetjes witbrood en nog twee schaaltjes met boter. Boter is ‘bô’ in het Vietnamees, legde onze serveerster uit. Na ons enkele maken gecorrigeerd te hebben (‘boh? Boo?’ ‘No, bàh!’ ”Báááh?’ No, bàh!’ ‘Ah, bàh!’ ‘Yes, velly good!’) konden we overgaan op de vertaling van brood. Nadat we die begrepen en weer vergeten hadden, informeerde ik voorzichtig of er al zicht op de cheese was. De serveerster keek ons niet begrijpend aan.

‘Cheese,’ herhaalde ik. ‘We also ordered three cheese sandwich?’

‘Tsjie?’ Vroeg ze verbaasd.

‘Cheese,’ hielp mijn oudste dochter haar een beetje op weg.

Onze serveerster/lerares Vietnamees gaf geen blijk van herkenning, maar gebaarde wel dat we de yoghurt op het brood moesten smeren, dat dat heel lekker was en bleef bij die tafel staan om te controleren of mijn kinderen wel de daad bij haar woord voegden. ‘Delicious,’ voegde ze eraan toe. Dat woord kende ze wel.

Nu huldig ik het principe van ’s lands wijs, ’s lands eer, maar ik had moeite met het idee om bloedserieus yoghurt op brood te eten.

In plaats daarvan begon ik, in afwachting van de cheese, maar vast een aantal sneetjes met Bò in te smeren.

Lang kon het immers niet duren, we waren, net als gisterenavond, de enigen in de congreszaal annex restaurant.

Onze serveerster maakte geen aanstalten naar de keuken te gaan om te kijken of de kok er al in geslaagd was ergens kaas op de kop te tikken.

‘Maybe you ask in kitchen for the cheese sandwich?’ Moedigde ik haar aan.

Ze ging kijken.

En kwam terug met nog een schaaltje, dit keer met koude boter. Ze keek er opgelucht bij en zette het trots neer.

Mijn middelste dochter schraapte met haar mes een stukje er vanaf en proefde het.

‘Nog meer Bò!’ concludeerde ze.

De serveerster knikte weer.

‘And the cheese?’ Vroeg ik.

‘No tsjie.’

‘But yesterday we ordered. On The menu. You have menu?’

Ze verdween en kwam opgetogen terug met het A4-tje waarop wij gisterenavond voor het woord cheesesandwich het cijfer 3 hadden genoteerd.

Ik wees het haar aan. ‘Three. Three cheesesandwich, you see.’ Je zou bijna aan jezelf gaan twijfelen.

‘Tsjie?’ Ze hield het papier dicht bij haar gezicht, bestudeerde het aandachtig, bekeek vervolgens de Vietnamese woord ernaast en ging toen de manager erbij halen.

Ook hij bekeek het voorgeprate papier met onze bestelling en schudde toen zijn hoofd.

‘No cheese,’ zei hij. ‘Hotel has no cheese.’

‘But is in on the menu!’

‘No, is not. No tsjie. Only bàààh.’

Ik wees nog een keer op het Engelse Cheesesandwich.

Hij schudde weer zijn hoofd.

‘Translation is wlong.’

140730 copy

 

Hollandse school

Stel dat Vincent van Gogh zich ooit iets van kritiek had aangetrokken. Wat nou impressionisme. Die zonnebloemen leken niet eens.

Stel dat Mondriaan had geleefd in de tijd van VI Oranje, Telegraaf en Twitter. Had-ie dag na dag te horen gekregen dat dat natuurlijk nergens op sloeg, met die gekleurde vierkantjes. Abstract, me reet, dit kon een kind.

Rembrandt, Vermeer, dat was de Hollandse school.

Het Nederlands elftal van 2014 wordt verweten dat het heeft gebroken met de heilige Hollandse School.

Hugo, het pleit voor jou dat je eerlijk toegeeft dat je in een midfootballcrisis zit, maar je jonge collega’s van het AD hebben gelijk: wij, mannen van in de vijftig hebben in de zomer van 1974 een totaalvoetbaltrauma opgelopen. En zoals met ieder trauma het geval is: de historische realiteitszin gaat erdoor verloren.

Oranje heeft in de afgelopen 40 jaar in totaal drie weken achtereen likkebaardend lekker voetbal gespeeld. In 1974. Ik was tien, ook ik herinner me nog waar ik was when we were fab.

Maar ik herinner me ook het WK van 1978. Het is dat Rep, Haan en Ernie Brandts er af en toe eentje van vijfendertig meter in peerden, anders had Rensenbrink ‘m helemaal nooit op de paal kunnen schieten in de finale. Het voetbal was niet om aan te zien.

De hele jaren tachtig kunnen we overslaan, op 1988 na, het enige jaar waarin we iets wonnen. Met anderhalve spits en een tactiek die samen valt te vatten als ‘Alle ballen op Marco’. Een wedstrijd speelden we Hollands. De eerste, tegen Rusland. We verloren hem.

Het Holland van 1990 hebben we vorige week kunnen zien bij Andere tijden Sport en van 1994 herinner ik me niet veel meer dan het institute of funny walks van Jan Wouters op de doellijn tegen Belgie. O ja, en een kwartiertje tegen Brazilie.

En in 1998, onder Hiddink dan? Nee hoor. Youtube het maar eens. Een prachtige overwinning tegen Zuid Korea. Voor de rest: gelijke spelen en ontsnappingen in de laatste minuten.

In 2002 waren we er niet, in 2006 hadden we er beter niet kunnen zijn en in 2010, tja, daarvan vindt alleen Bert van Marwijk dat we toen toch echt het spel probeerden te maken.

De mooiste doelpunten uit de historie van het Nederlands elftal ontstonden uit counters. Bergkamp in ’98? Een pass over vijftig meter uit een counter. Cruijff tegen Brazilie ’74. Van Basten ’88. O ja, en Van Persie en Robben de afgelopen weken.

De Hollandse school bestaat op het trainingsveld, en voor de rest is het misplaatste romantiek een mythe, geschiedvervalsing.

Wij en de rest van de wereld zijn gaan geloven in het imago van Oranje: voetbal zoals Rembrandt en Vermeer schilderden.

Dat is 1) niet waar, met uitzondering van een paar wedstrijden in 1974, en verder af en toe een half uur als het er om ging. O ja, en 50 minuten tegen Spanje, een half uur tegen Mexico en tien minuten tegen Chili. Helemaal geen slechte score, tot nu toe.

En 2) kan ook helemaal niet meer. In 1974 kon je nog een Braziliaan onbestraft doormidden schoppen. Alleen Johan Cruijff denkt nog dat je best anderhalf uur lekker kunt aanvallen en dan wint van ploegen als het Chili en Mexico van nu. Bij 38 graden.

Cruijff was Rembrandt.

Van Basten was Van Gogh.

Van Persie, Robben, Van Gaal: jullie zijn Mondriaan. Hollandse School 3.0