Nieuws

Interviews, recensies en meer

Beste Willem,

Mijn nieuwe column in JFK. Zoals iedere maand een open brief aan hoofdredacteur Willem Baars

—————————————————————————

Beste Willem,

Ben jij wel eens genaaid door een dame met wie je de liefde had bedreven? Dat je ineens een sms-je of telefoontje kreeg met de mededeling dat ze je had zien lopen daar en daar met je huidige vrouw en dat dat een klap in haar gezicht was omdat ze dacht dat het toch wat voorstelde tussen jullie en dat ze dat toch zeker niet verdiende en dat ze zich nu gebruikt voelde en dat ze daarom had besloten dat het wel een goed idee was dat ze eens contact op zou nemen met haar om uit de doeken te doen wat jullie allemaal voor smerigs hadden uitgevroten en dat die hoer niet moest denken dat ze je ooit voor zichzelf zou hebben en wat voor viezerik je eigenlijk bent, Willem?

Ik ook niet.

Het enige dat mij ooit overkwam is een dame die me keurig belde met de boodschap dat ze Chlamydia had (het was in de late jaren tachtig van de vorige eeuw, hoor) en dat ik me misschien ook maar even moest laten testen. Ze had al voor me uitgezocht dat dat kon op dinsdagochtend tussen negen en elf bij de GGD op de Nieuwe Achtergracht. Werd nog een gezellige ochtend, want er bleken nog vier vrienden en een ex van me in de wachtkamer te zitten. (Nee hoor, Willem, dit jok ik. Het overkwam een vriend van me, een tv-presentator over wie ik omwille van de privacy niet meer zal verklappen dan dat hij dezelfde voornaam heeft als een Amerikaanse bourbon) (ik was overigens wel een van die vier vrienden, maar dat terzijde). Maar ach, als je in de jaren tachtig geen enkele geslachtsziekte habt bemachtigde, dan was je er niet bij, zei Patricia Paay al. En zolang het geen AIDS was, viel het al lang mee.

Ik zal niet uit de school klappen over jouw liefdesleven, Willem, maar van mij mag het als bekend worden verondersteld dat ik in het verleden wel eens een scheve schaats kluunde. Nu niet meer, want ik heb dochters die dit blad ook wel eens doorbladeren. Maar ook in het verleden, toen ik al wel bekend was, ben ik nooit onheus bejegend door een ex met wie ik bed, bad of brood heb gedeeld. Men spaarde mij.

In dat kader vroeg ik me deze week iets af: hoe zou Mark Rutte, onze geliefde minister-president, dat nou eigenlijk doen? Mark is niet een type waar de geiligheid van afspat en ik heb ook niet de indruk dat hij woest aantrekkelijk is voor vrouwen, maar toch, ook hij zal er af en toe wel pap van lusten. Zonder seks word je namelijk nukkig en als Mark iets niet is, dan is het nukkig. Dat olijke hoofd van hem komt echt niet van de Kellogs Cornflakes.

Maar ik hoor nooit van iemand dat ze (of hij? Ik hou het bij een haar) onlangs nog Mark Rutte te grazen heeft genomen, jij wel?

Hoe zou zoiets gaan? Zou Mark haar, vlak voor hij haar binnendringt, diep in de ogen kijken en met dat Binnenhofhoofd van ‘m zeggen dat hij weet hoe kwetsbaar hij is door te doen wat hij op het punt staan te gaan doen, maar dat hij er op rekent dat ze niets aan de grote klok hangt en indien toch, dat hij dan het leger op haar afstuurt?

Of zou de Rijksvoorlichtingsdienst vlak voor de penetratie de slaapkamer binnenkomen, haar ter plekke een geheimhoudingsovereenkomst laten ondertekenen, het stel nog een fijne avond wensen en dan stilletjes weer het strijdtoneel verlaten?

Willem, kun jij hier niet eens achteraan gaan?

Jij bent tenslotte journalist.

Kluun

 

 

Zweven is leven

De hele grootstedelijke meute loopt elkaar iedere zomer als een kudde schapen achterna als de Parade weer in de stad komt, om zich er vol te gooien met rosé. Rotterdammers, Hagenezen en Utrechters pakken nog wel eens een voorstellinkje, maar de Parade in Amsterdam staat erom bekend dat het gemiddeld aantal voorstellingen per bezoekers nog onder Halbe Zijlstra-niveau ligt. Ik heb er zelf regelmatig opgetreden en meestal was ik blij dat mijn ouders en mijn buren er waren. Zo leek het nog iets. Amsterdammers vragen of het volume van de voorstellingen wat zachter kan, het stoort zo als Ellen ten Damme er bij het bestellen steeds doorheen zingt.

In Amsterdam strijkt de Parade ieder jaar neer in het Martin Luther King Park (een plek aan de rand van de stad, waarvan niemand met zekerheid weet te stellen of het de rest van het jaar wel bestaat). Ik ga er niet (of amper) heen voor de rosé, maar voor de zweefmolen. Daar werken sinds jaar en dag twee mannen. De ene is met zijn blonde krullen een kruising tussen de Gordon van 1985 (half schaap, half mens) en Doc uit Back to the future. Hij heeft een lijf dat je normaal alleen ziet op de Olympische Spelen bij het Grieks-Romeins worstelen. De andere heeft stekeltjeshaar en de blik van Vinnie Jones (de acteur en ex-voetballer die ooit ooit een video uitbracht waarop hij met zichtbaar genoegen de allersmerigste overtredingen maakt)

De twee mannen werken ze zich de hele zomer het zweet tussen de billen door om de paar seconden de zweefmolenstoeltjes een enorme zwiep te geven. Het gillen der inzittenden is tot op de Dam te horen. De mannen maken op verzoek ook foto’s. Niks iPhone, gewoon een ouderwetse Polaroid. Ik heb er nu twaalf. Op de eerste, van acht jaar geleden, staat ik met mijn oudste dochter, toen zes jaar oud. Op de Polaroid van deze week zie je een vader en zijn drie kinderen, allen met gezichten die pure kinderpret uitstralen. Ze hebben een ereplek in mijn huis.

Zweven is leven staat op het bord bij de zweefmolen. Een ritje kost 1,50 euro. We zouden in Nederland miljoenen kunnen besparen door alle therapeuten en maatschappelijk werkers te vervangen door zweefmolenzwiepers.

‘Hallo, ik ben Johan.’

Als je als Amsterdammer een BN-er ziet, hoor je te doen of je hem niet herkent. Er is een uitzondering. Johan Cruijff. Cruijff is de buitencategorie. Natte jongensdromen. As close to God as possible.

We schrijven donderdag 17 oktober 2000. Cruijff zou op bezoek komen bij Project X, het marketingbureau dat ik een paar jaar daarvoor samen met Don Kouwenhoven had opgericht. We hadden onze intrek genomen in het Olympisch Stadion. Het kantoor van de Cruijff Welfare Foundation in het Olympisch Stadion zat naast dat van ons. We hadden Hem al een paar keer buiten gespot (‘Hallo…’ ‘Hoi, mannen’) en hadden hem daarna met wat mailtjes over en weer naar ons kantoor gelokt. Vraag me niet meer waarvoor – we zullen wel met een smoes over een donatie aan Zijn stichting hebben gebruikt. Het doel heiligt de middelen.

Zijn komst bezorgde me in de ochtend al diverse stoelgangen. Om 16.13 kwam Hij binnen. Johan Cruijff, de Grootste Voetballer die ons land ooit heeft voortgebracht, met een wereldwijde naamsbekendheid waar Koningin Beatrix, Vincent van Gogh en Piet Hein groen en geel van jaloezie van zouden worden, deze Johan Cruijff stond in óns kantoor. In eigen persoon. Zijne Koninklijke Hoogheid was afgedaald naar ons.

Ons kantoor bestond uit een grote open ruimte, zonder hokjes, directiekamers en andere flauwekul. Alles en iedereen zat in dezelfde ruimte. Secretaresses, stagiares, creatieven, accounttypes, schetsers, computernerds en de directie van de firma, waaronder ik. Gasten, meestal gewichtige marketingmanagers, captains of industry en directiestropdassen, liepen in bijna alle gevallen rechtstreeks langs alle bureautafels richting meetingroom, met op z’n best  een lichte hoofdknik naar de meute ter begroeting.

Zoniet Johan. El Salvador kwam binnen, keek rond, en ging op z’n gemakkie langs alle tafels, schudde één voor één de hand van Boris (23), Marc (28), Johan (47), Don (41), Devy (24), Jony (24), Eric (27), Arjan (38) en Kluun (destijds 36). En sprak daarbij telkens één onvergetelijk zinnetje. ‘Hallo, ik ben Johan.’

‘Hallo. Ik ben Johan.’ Mochten er bij mij ooit kapsones van welke aard dan ook zijn te ontwaren, dan geef ik u hierbij toestemming me op mijn bek te timmeren en me te herinneren aan het bezoek van Zijne Koninklijke Hoogheid aan Project X, donderdag 17 oktober 2000, 16.13 uur. ‘Hallo. Ik ben Johan.’

———————-

 

Column augustus 2004.

Zo liggen de verhoudingen dus

Ik kom uit Tilburg, maar als kind was ik al Ajax supporter. De eerste wedstrijd die ik me kan herinneren is de Europacupfinale van 1972. Ajax-Inter, in de Kuip, 2-0. Ik bekeek hem voor de televisie, in mijn Ajax-pyjama van de SRV-man.

Rond die tijd ging ik voor het eerst ook mee naar een echte voetbalwedstrijd, met ome Ton en mijn neefje Marcel. Het was geen Ajax-Inter, maar Willem II-Fortuna SC. 0-1 voor Fortuna in de 89e minuut.

In de jaren daarna sloeg ik geen thuiswedstrijd van Willem II over. Mijn liefde voor Ajax beperkte zich tot de televisie, Ajax was als Brigitte Bardot: mooi, maar onbereikbaar ver weg. Willem II was als Beppie Donders, mijn eerste vriendinnetje: lelijk, maar bereikbaar. Ik kocht een seizoenkaart voor Willem II. De ploeg speelde jaar in jaar uit consequent in het tweede rijtje van de Eerste divisie uit. In het Gemeentelijk Sportpark in Tilburg zaten iedere twee weken zo’n anderhalfduizend jongens en mannen die allemaal wisten dat het niets was en niets werd, maar toch bleven gaan. In de psychologie staat dit bekend als chronisch masochisme, ook wel genoemd het Feyenoord-syndroom.

In 1979 werd ik beloond voor mijn trouw. Willem II promoveerde, met mannen als Martin van Geel, Bud Brocken. En John Feskens, bijgenaamd d’n beitel, een bijnaam die hij verworf vanwege zijn indrukwekkend vooruitstekende kin. Er zijn veel lelijke Tilburgers, maar John Feskens was van de buitencategorie.

De hele zomer leefde ik toe naar het eerste seizoen dat ik Willem II in de Eredivisie zou zien spelen. In de eerste wedstrijd kwam Ajax op bezoek in Tilburg. Dat bood perspectief. Ajax was geen schim meer van het grote Ajax waar ik als kind in mijn SRV-pyiama fan van was. Willem II zou ze eens een poepie laten ruiken!

We verloren kansloos. Bij 1-3 geloofde Ajax het wel. Henning Jensen (2x) en Kees Zwamborn scoorden. Ze juichten nauwelijks bij de doelpunten en dat deed nog het meeste pijn. Ik was vijftien, het was mijn realitymoment als Willem II-supporter.

Zo lagen de verhoudingen dus.

 

Vanaf mijn zestiende ging ik vrijwel iedere week met de trein vanuit Tilburg naar Ajax. Verplichte combireizen bestonden nog niet, ik ging op de bonnefooi naar de Meer, het Olympisch, Monnikenhuizen, Spangen, de Galgenwaard, de Goffert en De Vliert. Uitverkocht was het toch nooit.

Eind jaren tachtig ging ik in Amsterdam wonen. Ik kocht een seizoenkaart in de Meer en werd nu sneller beloond dan als kindsupporter van Willem II: ik had mijn eerste seizoenkaart nog niet of Ajax’ tweede glorietijd brak aan. Eerst nog voorzichtig met de UEFA-cup, de 1-1 tegen Torino in het Olympisch Stadion. In de jaren erna speelden we sciencefiction voetbal en waren de beste van Amsterdam, Rotterdam, Eindhoven, Europa en de wereld.

Intussen beleefde Willem II onder Co Adriaanse zowaar ook een glorietijd. Het Ajax van het Zuiden werd een keer derde en speelde zelfs Champions League. Ik zag het vanuit Amsterdam vertederd aan, wetende dat het succes van een kleine club als Willem II nooit lang zou duren.

We zijn twintig jaar verder.

Bij Ajax is de fluwelen revolutie mislukt. Uitgeschakeld in de voorronde van de Champions League. De kopppositie kwijt in de Eredivisie. In de Europa League uitgeschakeld. De tribunes steeds leger. Het voetbal niet om aan te zien. Het chagrijn groeit. Heel soms leven we op en teren we maanden op een overwinning op het B-elftal van Barcelona.

Een club als Stoke City heeft meer geld en toekomst dan Ajax.

Spelers van Europese topclubs juichen amper als ze scoren tegen Ajax.

Langzaam begint de realiteit tot me door te dringen.

Zo liggen de verhoudingen dus.

 

Paasontbijt

Wat je ook doet in de week van het paasontbijt op de school van je kind: vermijd de volgende dingen:

1. Zakelijke afspraken plannen.

2. Andere plannen maken die niets te maken hebben met het paasontbijt.

3. Een eigen interpretatie geven aan de boodschappenlijst die je kind je voor het paasontbijt heeft verstrekt.

4. De blauwe bloemetjespyjama van je kind in de was doen.

5.De plastic zak met daarin het door het kind gekleide eierdopje, de zelfgeschilderde eierwarmer en het stickervel met paashazen, aanzien voor afval en hem bij het vuil zetten.

Vooral het laatste is geen aanrader. (‘ja maar schatje, waarom heb je die spullen dan ook in een plastic zak gestopt, dit weekend zat alles nog in de paasdoos…’ ‘Da…ha…haa…hat..vo…ho…ond… – snik, huil, snotter – ih…hik…ge… ge…makkelijker…’) Het is dat Bart Smit, Albert Heijn, de HEMA en mijn vriendin wel bij de les waren en met gezamenlijke inspanning de inhoud van de paasdoos in de herkansing veilig hebben gesteld, afgelopen dinsdagavond, vlak voor zes uur, nauwelijks twaalf uur voor het paasontbijt, anders was ik dood geweest. Nu kan ik me – zei het besmuikt gadegeslagen (verhalen gaan snel rond) – de komende maanden gewoon vertonen in de klas van mijn kind, bij de kinderen in de klas van mijn kind, bij de ouders van de kinderen in de klas van mijn kind en bij de juf van mijn kind. O ja, en bij mijn kind.

Mensen zonder kinderen hebben er geen weet van, maar het kerstdiner en het pasontbijt op school zijn grotere evenementen dan het WK voetbal en de Olympische Spelen. Neem het paasontbijt. Het duurt amper twee uur en vergt twee weken aan voorbereiding. Die hele kroning en inhuldiging op 30 april zijn een eitje vergeleken bij het paasontbijt op school.

Onderzoeken wijzen uit dat het paasontbijt gezinnen meer stress oplevert dan een verhuizing.

De eerste partij die werkgevers verplicht om ouders van kinderen ouderschapsverlof te verlenen in de weken voor pasen en kerst geef ik een goeie kans bij de komende verkiezingen.

Sexy Beesten

Beste Willem,

 

Als ik het goed interpreteer hou jij van hiphop, althans die indruk wek je als ik je weer eens op de foto naast een stoere donkere meneer met een petje zie staan glunderen?

Ik ben ook van de hiphop, Willem. Het is een uitstekend hiphopjaar met Kendrik Lamar, Dr. Dre, ASAP Rocky en Vince Staples. Maar ik word nog blijer van onze eigen jongens. Vroeger, toen Nederlands in liedjes helemaal niet mocht van de smaakpolitie was ik al tuk op Nederlandstalig.

Jij en ik zijn vijftigers, maar de meeste lezers van dit blad horen jonger te zijn, daarom even een geschiedenisles. In de vorige eeuw zongen alleen Anneke Grönloh, Corry Konings, Vader Abraham, zijn smurfen, Denny Christian en Marianne Weber in het Nederlands. Alle andere mensen in de wereld, behalve Fransen, zongen in het Engels. Het was een overzichtelijke wereld. Barry Hay van de Golden Earring kón niet eens Nederlands. De vader van Jim de Groot zong in eigen taal, maar bij hem begreep geen hond waar hij over zong.

Neem de beginregels van Meester Prikkebeen:

Hij staat in de sneeuw aan de poort van de stad

En prikt de dagen van december op zijn hoed.

Hij fluit zijn pluchen lapjeskat

Want hij heeft last van muizenissen

Die nesten maken in zijn baard.

Kijk alles mag natuurlijk, we leven in een vrij land, maar je zou denken dat als je dan toch zonodig in het Nederlands gaat zingen, dat je dan wilt dat mensen begrijpen waar je het over hebt. Laten we er maar van uitgaan dat de dealers in de jaren zeventig waar voor je geld gaven. ‘Zelfde recept als gisteren, meneer De Groot?’ ‘Nee, doe maar een zegeltje LSd extra.’

Nee, dan ons aller André Hazes. Die begrijp je. Je moet hem alleen niet serieus nemen.

Elkaar nu een dienst bewijzen dat is alles wat ik vraag

Zet weg nu die angst ik wist het al het is mijn dag vandaag.

Geef mij nu je angst ik geef je er hoop voor terug.

Geef mij nu de nacht ik geef je de morgen terug.

Ik geef je de morgen terug. Zelfs Louis van Gaal heeft niet een zelfbeeld wat verder benevens de waarheid is. Dat je ’s ochtends na het bewijzen van een wederzijdse dienst als vrouw wakker wordt en het lijf van Hazes naast je ziet liggen. (Willem, heb jij ooit een wijf versierd met het aanbod ‘elkaar een dienst te bewijzen?’ Ik vind het knap.)

Ik weet het, Engelse songteksten slaan ook vaak als as a dick on a drumcouple, maar als Nederlander heb je het voordeel dat Engels toch net niet met dezelfde impact je auditieve schors penetreert en dat de ergernisbutton in je hersenen daarmee net iets minder intensief geactiveerd wordt.

‘Was men maar op Brabant zo trots als een Fries’ en ‘Moppie, moppie, moppie/Ik vind je helemaal toppie/Ik krijg je niet meer uit m’n koppie/Ohh moppie’: was het in het Engels gezongen, dan had de taalgestapo de makers ervan nooit in een dossier hoeven opnemen.

Sinds rappers hun moerstaal gingen gebruiken, is het niveau van het Nederlands in songteksten onherstelbaar verbeterd. Extince is van onze leeftijd, Willem. Hij was de eerste, twintig jaar geleden. De beginbaas. En hij betaalde respect aan de baas der bazen van de Nederlandse songteksten met zijn ‘Machtige, krachtige Drs P. achtige’ raps. Laatst draaide ik zijn hele oeuvre nog in de auto. Ik heb mijn dochters verplicht hun mond te houden. Het kostte geen moeite. Wat een vondsten. Wat een ambacht. Alle rappers van nu voelen zich schatplichtig aan Drs. P, en terecht. Drs. P. Is de Godvader van De Jeugd, Fresku, Typhoon en Extince.

Mijn kinderen en ik leren hun teksten uit ons hoofd en doen vervolgens wedstrijden wie het langst een van hun teksten foutloos kan na rappen.

Ze leren er meer van dan tijdens een uur Nederlands op school.

Alleen Sexy Beesten blijft wel een dingetje, uit de mond van mijn zevenjarige dochter.

 

Warmte in de kou

Onlangs overleed de vader van een van mijn beste vrienden, op tachtigjarige leeftijd. Zijn vrouw bleef alleen achter, na zestig jaar samen te zijn geweest.
Met onze vriendenclub wilden we ons medeleven betuigen met een mooi bloemstuk of krans voor op de kist. Met een groep vrienden kom je dan al snel aan een aardig bedrag voor een groot bloemstuk.

De bloemiste had een beter idee. ‘Waarom laten jullie in de weken na de begrafenis niet iedere week een mooie bos bezorgen bij zijn vrouw?’
Vanochtend stuurde onze vriend een appje naar de vriendenclub, met een foto van een blije moeder. Nadat ze in de moeilijke tijd na het verlies van haar man al enkele malen was verblijd met een prachtige verse  bos, stond de bloemist vanochtend aan de deur met een mooi kerststuk.
Haar man is er niet meer, maar de bloemen zorgden er voor dat ze de afgelopen tijd telkens weer even voelde dat er in ieder geval een beetje met haar meegeleefd wordt.
Het is misschien een rare tip, zo op Facebook, maar wij hebben ervaren dat hij zorgt voor veel warmte in koude tijden.

Met veel dank aan een meedenkende en meelevende bloemist.

Mijn VYDZ

Beste Willem,

 

Heb jij eigenlijk een racefiets? Ik vermoed van wel. Je hebt alle kenmerken om er eentje te bezitten: man van middelbare leeftijd, buikje en tuk op hippe bezigheden. Ik zie je al helemaal staan in zo’n winkel waar ze alleen fietsen verkopen die beginnen bij de prijs van een middenklasse auto. Jij met een JFK exemplaar in je hand, wijzend op een kek matzwart fietsje en bijbehorend outfitje: ‘die wil ik hebben, meneer de fietsverkoper.’ Het zou me ook niks verbazen als jij intussen lid bent geworden van zo’n zondagochtendwielerclub met een afgrijselijke naamen als WC Remspoor of iets anders lolligs.

Ik zou er een moord voor doen om jou een keer op een zondagochtend met dat grote lijf van zo’n te duur fietsje te zien afstappen na een rondje De Ronde Hoep. Dat ik op een terras lekker aan een Latte Macchiato en  een stuk appeltaart zit en dat jij dan na een paar uur zwoegen in een verwoede poging toch eens een keer ondeer die honderd kilo te komen, van dat ultralightfybercarbon fietsje afklimt en dan, beentjes in de O-stand, hand op je pijnlijke rug, op van die wielrennerschoentjes naar het terras strompelt.

Wielrennen is best een stoere sport, als je het lichaam en de leeftijd van Marcel Kittel, John Degenkolb of Mark Cavendish hebt. Maar dat hebben wij niet, Willem. Er is geen enkele recreatiesport, zelfs voetbal en duurlopen niet, die beoefenaars aantrekt wiens lichaam perfect is voor outdooractiviteiten als barbequeen, vissen en terrassen, maar ten ene male niet geschikt om uren achtereen op een fiets te zitten. Ze zeggen wel eens dat mieren bewonderenswaardige wezens zijn vanwege hun eigenschap dat ze vijftig keer hun eigen lichaamsgewicht kunnen dragen, maar wat dacht je van racefietsen, Willem? Dan ben je als prostituee nog beter af. Ook dan lig je wel eens onder een zwetend lijf dat twee keer zo zwaar is als jijzelf, maar alles beter dan iedere zondagochtend een paar uur lang de vlezige kont van een vadzige veertiger op je zadel te hebben.

Ik doe niet mee aan de wielerclubjestrend. Ik moet er niet aan denken om mijn benen te scheren en ze op zondagochtend te gaan staan invetten terwijl mijn vriendin me vanachter haar krantje zit te bekijken. Ze is nog van de generatie die vindt dat mannen toch wel een minimale hoeveelheid lichaamshaar dienen te hebben om als heteroseksueel aangemerkt te kunnen worden. Als zij me zo zou zien staan, met glimmende geschoren beentjes in van die witte sokjes, dan wordt het in de weken erna geen wilde boel in bed, hoor.

En toch, ik durf het bijna niet te bekennen, Willem, ben ik sinds een paar weken in het bezit van een soort van racefiets. Niet een heuse, maar een soort van. Ik zag haar staan bij het Zwarte Fietsenplan op de Ceintuurbaan, toen ik net een kinderzitje voor op mijn andere fiets liet install… ach dat doet er ook eigenlijk niet toe, ik zag haar gewoon staan.

Mooi mat zwart, rode velgen, en ze heet VYDZ. Zo noemen ze hun merk daar bij VYDZ. VYDZ. Dat komt van Fiets, gok ik. Eigenlijk om je dood te schamen, zo’n door een naamgevingsbureau beachte ‘O-wat-zijn-we-hip-met-onze-Y-en-Z-in-de-naam’-naam. Maar what the fiets, het is een kek karretje.

Ik ga er niet op zondagochtend mee weg, maar gebruik haar voor stadse ritjes waarbij ik geen kinderen, boodschappen of lege flessen hoef te vervoeren. Dat komt zelden voor, maar ach, dan staat ze gewoon mooi te wezen in mijn werkkamer. Want ik kan haar natuurlijk niet buiten laten staan, dan is ze zo weg, met haar ranke voorkomen. Maakt zo’n foute naam als VYDZ ook niets meer uit. Leer mij mannen van middelbare leeftijd kennen, die hebben schijt aan een naam, als ze maar jong en slank is.

 

PS: Over foute namen gesproken: hoe is het eigenlijk met Sletlana, waar je me toen een keer aan voorstelde, Willem? Schrok ze enorm niet van die uitspraken van Zijlstra, dat hij weigerde borstvergrotingen van vluchtelingen te vergoeden?

 

Sir Paul

Beste Willem,

 

Soms zie ik op Facebook foto’s langskomen van jou met een klein meisje en dan zie ik je altijd heel trots kijken, dus neem ik aan dat dit een eigengemaakt kind betreft. Een vrouw zie ik er zelden bij staan, het kan zijn dat die liever niet  met jou op de foto wil of dit heeft een andere reden, daar blijf ik buiten. Ook jij hebt recht op je privacy. Niet alles hoeft in de krant.

Mijn dochters heten Eva, Roos en Lola. Eva was bij het ter perse gaan van dit nummer zeventien jaar oud, Roos is elf en Lola zeven. Ze hebben alle drie een muzieksmaak die deels hoort bij hun leeftijd en deels door mij gevoed en dus verantwoord is.

Daar wil ik het eens met je over hebben, Willem, als vaders onder elkaar. Ik ben de mening toegedaan dat het met seks, drugs en drank allemaal wel losloopt met die kinderen van tegenwoordig. Verstand en intuïtie zijn beter ontwikkeld dan bij mij vroeger.

Muziek is een ander verhaal. De boze buitenwereld wil ze van alles door hun strot duwen en de gevolgen daarvan kunnen desastreus zijn voor de ontwikkeling van kinderen.

Daarom ben ik muzikaal de baas in huis. Ik ben een verlicht despoot. Mijn dochters mogen alle EDM-bagger en singersongwriter-slijk in hun Spotify-playlistjes zetten. Ze mogen het alleen niet draaien.

In plaats daarvan mogen ze zich onbeperkt en kosteloos optrekken aan mijn onbetwist goede smaak.

En nee, dat is niet alleen muziek uit de tijd dat Mozes nog een korte broek droeg. ’s Ochtends draai ik vaak jazz en klassiek, maar in de middag schrijf ik op hiphop, house of techno.

Ik neem mijn taak als opvoeder serieus. Er is zoiets als de Schijf van Vijf: noodzakelijke bouwstenen die ieder kind nodig heeft om te groeien tot een muzikaal gezond mens. Ik heb een tijd geleden uit educatief oogpunt alle muziekfilms aangeschaft die je maar kunt bedenken. Amadeus, Rock The Boat, The Doors, Saturdaynight Fever, Studio54, 8 Mile, 24 Hour Party People: we hebben ze allemaal samen gezien. Af en toe krijgen mijn kinderen  via Spotify en YouTube hoorcolleges in modules als klassiek, symfonische rock, hiphop, ska, britpop, nederhop, rock, disco, house en techno. Géén EDM, trance en hardstyle, dat heeft een mens niet nodig, zo blijkt uit alle onderzoeken.

Wel heb ik mijn twee oudste dochters verplicht meegenomen naar Bloed, Zweet en Tranen. Je kunt jezelf niet met recht een Amsterdammer noemen zonder te weten wie André Hazes was.

De opvoeding werkt, Willem.

Geen van mijn kinderen heeft ooit een nummer van K3 gedraaid. Kan ook komen omdat ik heb gezegd dat dit niet op Spotify staat, maar het doel heiligt de middelen. Mijn jongste is nu fan van Typhoon en De Jeugd van Tegenwoordig.  Valt heel goed mee te leven, al blijft het raar om een kind van zeven de tekst van Sexy Beesten uit haar hoofd te horen zingen.

Roos heeft een brede smaak. Ze vraagt geïnteresseerd ‘wat dat voor muziek is’ als Bohemian Rhapsody of iets van The Beatles langskomt. Dat doet me deugd.  Daarom gedoog ik haar pre-puberale voorliefde voor Pitbull en Miley Cirus. Ik zelfs met haar mee geweest naar Katy Perry in Ziggo Dome. Het was het beste concert dat ik ooit qua entertainment zag.

Met Eva ging ik in één week twee keer naar de Ziggo Dome: De Jeugd van Tegenwoordig en Paul McCartney. Het eerste was leuk. We zijn thuis allemaal fan van De Jeugd. Het laatste was verplichte kost. Mijn oudste dochter sloeg zich zonder morren door het Sir Paul-concert van bijna drie uur lang. Ze was de volgende ochtend wel iets te laat op school.

De conciërge van haar school vroeg haar naar de reden. ‘Ik ben gisteren met papa naar een concert van Paul McCartney geweest.’

Op het briefje dat ze van de concierge kreeg, stond gekrabbeld: ‘Te laat. Geldige reden.’

Gouden Kalf

Art Rooijakkers host dagelijks een talkshow tijdens het Nederlands Filmfestival in Utrecht. Hij vroeg mij een speech te schrijven voor een van de genomineerden voor een Gouden Kalf. Ik koos Martijn Fischer. Hij was erbij vanavond.

—————————————————–

Martijn,

 

Meteen bij de allereerste keer dat je je mond opendoet in de film, helemaal aan het begin, help me even, welke zangregel is het ook al weer? Juist.

Na die eerste regel besef je als kijker direct maar wat een ongelofelijk mooie stem Andre Hazes toch had.

Ik was al fan van Andre Hazes toen dat nog helemaal niet mocht, begin jaren tachtig. Ik kan je verzekeren dat je je er als wanna-be dj op eindexamenfeestjes niet populairder opmaakt als je midden tussen platen van Grandmaster Flash, Human League, Donna Summer, The Jam en The Police ineens Ik zit hier nu al uren, door het raam staar ik op straat er in knalt.

Pas dit jaar, in 2015, ontdekte ik bij mezelf dat mijn liefde voor Hazes en zijn muziek al die jaren werd gekenmerkt door een zelfopgelegde ironie. Ik hield van Hazes, maar wel op een koketteerde manier, zodat ik eigenlijk zei: ‘Kijk mij eens, ik durf openlijk van Hazes te houden’ met een salonfahige ondertoon van ‘maar ik neem hem als mens, als songwriter en als artiest natuurlijk niet serieus he.’

Ik was een nepfan. Geen haar beter dan al die dronken corpsballen die hem in zijn gezicht meneer noemden en achter zijn rug uitlachten. De artiest als clown.

Tot ik jou dit jaar Hazes zag spelen.

Voor het eerst besefte ik dat ik de mens Hazes en de songwriter Hazes vijfendertig jaar lang had gekarikaturiseerd. Ik zag altijd een simpele man met simplistische teksten die nou het eenmaal goed doen in de traditie van de smartlap. De mishandelingen door zij vader, de onzekerheid, de drankzucht, de nooit aflatende podiumangst: ik had er allemaal wel over gelezen, maar ik had het nooit echt tot me laten doordringen. Niemand ziet dat ik me eenzaam voel. Nee, dat zag ik inderdaad niet.

Wat Hazes zelf me bij leven niet duidelijk kon maken, lukte een acteur me na zijn dood wel. Het was alsof ik pas na tientallen jaren tot de ontdekking komt dat ik het verdriet en de eenzaamheid van een goede vriend nooit serieus had genomen, dat ik zijn pijn niet wilde zien, als een pose zag. In de laatste scene van de film laat jij Hazes op de vlonder van zijn bungalow eenzaam en alleen een potje doodzitten gaan. Toen kwam zijn pijn eindelijk, na vijfendertig jaar, als een sloopkogel bij me binnen. Ik heb in Tuschinski zitten janken bij die laatste. Niet janken als in het wegpinken van een traan, nee, janken als in tranen die minutenlang biggelden over mijn wangen. Alleen daarom al verdien jij dat Gouden Kalf.

Een zijstap. Dertig jaar geleden gaf Herman Brood een concert van hem met zijn Wild Romance in het oude Noorderligt in Tilburg. Aan het eind van het concert bedankte Herman, zoals gebruikelijk is, zijn band, van Danny Lademacher tot de Bombita’s. ‘En ik wil tot slot nog één man in het bijzonder bedanken, één man zonder wie dit concert niet mogelijk was geweest: Herman Brood.’ Martijn, jij kunt veel leren van Herman Brood. Het wordt tijd dat je jezelf eens een beetje gaat promoten. Ik doe dat al jaren en ik kan je zeggen dat het best wat geld oplevert. En jij gaat daar morgen mee beginnen morgen ter meerdere eer en glorie van jezelf die gouden Loekie even gaat halen.

Je  kent de term ‘zelfgecreeerd monster’? Jij hebt een ‘zelfgereincarneerd monster’ neergezet. Wim Sonneveld, Johnny Jordaan, Tante Leen, Manke Nelis, Willy Alberti: ze zijn allemaal zoals het hoort dood, begraven en vrijwel vergeten. Hazes niet. Hazes leeft gewoon voort alsof er niets aan de hand is. En aan wie heeft hij dat allemaal te danken? Juist. En heeft hij jou er ooit wel eens voor bedankt? Daarom, Martijn, heb ik voor jou een toespraak geschreven die ervoor moet zorgen dat het publiek straks weet dat het Gouden Kalf  niet een gereincarneerde zanger toekomt, maar een verdomd goeie acteur.

Ik kan er zelf niet bij zijn, maar ik stuur mijn agente Miranda Bruinzeel. Ze kan eventueel meteen voor je onderhandelen als er nieuwe producenten of bijvoorbeeld een biermerk naar je toe komen. Daar gaan we. pak pen, schrijf op.

 

Speech Martijn Fischer

—————————-

Allereerst bedank ik natuurlijk Kluun, voor het schrijven van deze toespraak. (kijk zo doe je dat, Martijn) (Je kan er eventueel nog in schrappen, hoor)

Ik bedank Annemarie, mijn vriendin (je ex er ook bij zetten? Doet het wel goed hoor, bij mensen). Schat, je ziet het: het heeft echt nut gehad, al dat drinken. En ik ga echt wel weer afvallen.

Ik bedank mijn kinderen voor hun geduld en voor het feit dat ze niet naar de kinderbescherming zijn gelopen. Ik beloof dat papa jullie vanaf nu niet meer zal slaan. (Dat weet u niet, maar voor de mensen om je heen is het een hele opgave hoor, dat method acting)

Ik heb erover nagedacht, maar Diederik Koopal, na mij weer eens het bewijs hoeveel onvoorstelbare talenten afkomstig zijn uit de reclamewereld, gaan we niet bedanken. Dat leidt alleen maar af voor jouw prestatie.

Scriptschrijver Frank Ketelaar? Niet doen.

Fedja en Marcel Hensema? Doodzwijgen. En Raymond Thiry? Die al helemaal niet. Die wordt de laatste tijd veel te vaak neergezet  als een groot acteur en dat gaan we niet benadrukken. Het gaat om jou, Martijn.

Hadewich zou ik dan wel weer bedanken, want zij is geen concurrent voor rollen waar jij voor in de race bent. Dus: Hadewich Minis: bedankt. Heb je nog een koosnaam voor haar? Hade? Noem haar zo op het podium. Dat werkt.

Hoewel ik weet dat het niet mag, bedank je ook Heineken. (Gewoon doen. Mark Rutte deed het ook, daar kom je wel mee weg bij het commissariaat van de media en Miranda heeft al een paar lijntjes voor je uitgegooid daar).

En dan pauzeer je even. Je kijkt de zaal in, slikt een keer, kijkt in de camera en zegt dan, heel langzaam, met overslaande stem: ‘En tot slot wil ik één man bedanken, één man zonder wie ik deze prijs nooit had kunnen winnen. Martijn Fischer.’

 

Weet je het zeker, Johan

Column voor Ajax 1900, van enkele maanden geleden.

——————————————

Beste Johan,

We spreken elkaar zelden tot nooit (nooit eigenlijk) (maar dat geldt voor meer mensen in de Arena) en daarom wil ik Je vanaf deze plaats een vraag stellen die me de laatste tijd steeds meer bezighoudt:
Weet Je het wel zeker, Johan?
Laat ik beginnen met te stellen, dat ik het ook niet meer weet. Anders dan Jij heb ik het spelletje niet door en dus zal ik het ook nooit zien. Daar heb ik mee leren leven.  Zelfs na a ruim veertig jaar voetbal kijken zie ik nog steeds niet waarom de wedstrijd verliep zoals hij verliep. Jij wel, lees ik iedere week in Je column in De Telegraaf. Soms probeer ik je al lezend te volgen, maar dat is natuurlijk gekkenwerk met ons niveauverschil.
Maar toch, Johan: ik begin een beetje nerveus te worden van alles wat we bij Ajax allemaal aan het doen zijn. Of, nou ja, ‘we’: misschien zit daar het probleem wel een beetje, als ik zo vrij mag zijn. Nadat de fluwelen revolutie hebben we met z’n allen – of wie daarvan over waren – ons lot in Jouw Handen gelegd. We hebben geen idee wat Je precies doet, wanneer Je dat doet en waarom Je het doet, we zien ook niet wat Je doet, maar we geloven in Je. Alsof je ten einde raad tegen die ene chirurg zegt: ‘Ik heb geen idee wat je allemaal zegt, laat staan hoe je het gaat doen, maar opereer me maar. Ik geef me aan je over.’
Dat is wat we hebben gedaan, Johan, van F-Side tot eretribune, van sponsor tot jeugdspeler, van aandeelhouder tot erelid: we hebben de toekomst van onze club in Jouw Handen gelegd, met een blind vertrouwen in Jou, omdat Jij de beste voetballer bent die we ooit hebben gehad en de beste trainer. Of in ieder geval een van de drie beste trainers. En daarnaast heb je natuurlijk jarenlang de club op bestuurlijk niveau gelei-… O nee. Dat dan weer niet, maar wat doet het ertoe als je een visie hebt die alleen Jij kan hebben.
Als ik het goed begrepen heb, komt die visie in grote lijnen hierop neer:
1.     Alle posities in de club moeten door ex-voetballers bekleed worden, met uitzondering van de toiletjuffrouw.
2.     Het maakt daarbij niet uit of die ex-voetballers de ervaring, persoonlijkheid en kennis hebben om te doen wat hun functie vraagt.
3.     Voetbal mag dan wel een teamsport zijn, maar dat doet er niet toe, jeugdspelers moeten vooral individueel getraind worden.
4.     Alles wat bedacht is door wetenschappers, ervaringsdeskundigen of Louis klopt niet.
5.     Jij weet wel hoe het werkt en als we dat nou gewoon doen, komt alles goed

Laatst hoorde ik iemand zeggen dat Ajax de enige beursgenoteerde onderneming ter wereld is die geleid wordt een topman die er nooit is en geen enkele ervaring heeft en dat vind ik zo flauw, Johan.
Van God hoor of zie je ook nooit wat, maar aan zijn kunnen twijfelt toch ook niemand?
Gods en Jouw wegen zijn ondoorgrondelijk en daar moeten wij, stervelingen, ons gewoon bij neerleggen.
Zolang Jij maar weet wat je doet.
Dan kunnen we straks vast onze kinderen vertellen dat de derde gouden tijd van Ajax begon toen de club zich met haar hele hebben en houwen aan Jou overgaf.
Ik vraag me, in al mijn onvolmaakte menselijkheid, alleen wel eens af:
Weet Je het zeker, Johan?

Beste Willem,

Sjonge, wat heb ik gelachen om je op het JFK-gala. Helaas heeft het incident de media niet gehaald, maar voor mij blijf je een held: de laatste keer dat ik meemaakte dat de organisator van het feest er zelf uit werd gezet was in 1981, op de zilveren bruiloft van Ome Twan en Tante Tonnie, in de achterzaal van café Bet Kolen in Tilburg. Op een goed feest moet gevochten worden, dank dus voor een onvergetelijke avond, Willem.

Hoe ga je eigenlijk met de drank? Dat je een stevige innemer bent is algemeen bekend, je zou wat dat betreft (alleen wat dat betreft) schrijver kunnen zijn.

Krijg jij ook zo vaak flessen kado? Op mijn dienstreizen naar dorpen die nog net binnen onze landsgrenzen liggen (al doet het plaatselijke dialect anders vermoeden) krijg ik meestal een spuuglelijk boeket of een boekje met wandelroutes door de regio aangeboden. De bloemen geef ik buiten aan de eerste de beste voorbijganger, het boekje werp ik discreet in een afvalbak bij een tankstation halverwege de reis naar huis.

Heel soms krijg je een fles. Meestal een lokaal kruidenbitter in een kruik. Gelukkig is daar dan Ome Twan, voor wie ik het hele jaar dit soort meuk opspaar. Er is maar één ding erger dan kruidenbitter kado krijgen. Wijn. In de Achterhoek en in Zuid Limburg maken ze een drank die ze daar wijn noemen. Zelfs Ome Twan waagt zich daar niet aan.

Ik heb er een oplossing voor gevonden.

Als ik tegenwoordig geboekt word door een businessclub, winkeliersvereniging of jubilerend bedrijf en ze vragen mijn agente Miranda Bruinzeel ‘waar Kluun van houdt’, antwoordt Miranda volgens een door mij geschreven script.

Dat luidt als volgt:

“Kluuns huis is minimalistisch ingericht. Pentekeningen en foto’s van dorpen en kerken detoneren er. Kluun heeft hooikoorts en kan niet tegen bloemen. Met drank maak je hem wel blij, maar dan alleen met die ene whisky die een naam heeft die klinkt als het geluid dat een blaffende hond maakt als hij verkouden is. Sterker nog, de whisky van dat merk smaakt naar hond. Mensen die er verstand van hebben, ruiken het ook. ‘Hier, ruik maar,’ zeggen ze dan, ‘Hond.’”

Meestal is het dan stil aan de andere kant van de lijn. Dan vervolgt Miranda.

“De mensen die in de destilleerderij werken, zijn niet te benijden volgens Kluun. Om de beste smaak te verkrijgen, moeten de honden er levend in. Dat geluid dat een hond maakt als hij door de blender wordt geduwd, gaat door merg en been.

Het is niet alleen emotioneel zwaar werk, maar het kost ook jaren voor je het vak onder de knie hebt. Alleen ervaren blenders ruiken dat er nog een snufje bouvier of Jack Russell bij moet. Die moet je dus altijd op voorraad hebben liggen.

Kluun lust alleen single dog whisky’s. Blended dog whisky’s van dat merk zijn goedkoper, daar is nogal eens mee gerommel. Worden er bijvoorbeeld een paar poedels bijgegooid die men toevallig nog heeft liggen, en dat levert nooit een constante kwaliteit op. Het blijft uiteraard een kwestie van smaak: er zijn liefhebbers die zweren bij poedel of juist pitbull. Anderen vinden juist de combinatie van verschillende rassen het lekkerst.

Kluun is kieskeurig. Hij drinkt alleen Black label single dog whisky, want dan ben je ervan verzekerd dat er alleen maar labradors in gaan. Het predikaat garandeert bovendien dat de labradors bij leven voldoende bewegingsvrijheid hebben genoten. Probleem is dat er een tekort aan labradors is de laatste jaren, omdat mensen ze als huisdieren zijn gaan houden. Daarom zijn ze niet goedkoop – reken op rond de tweehonderd euro voor een goeie Labrador of honderdvijftig voor een Ierse setter, maar die laatste lust Kluun niet.”

Dan pauzeert Miranda even. De toehoorder is doorgaans zo overbluft, dat het hem vervolgens geboden alternatief (‘Maar een mooie Barolo uit 2007 kan Kluun ook wel waarderen, hoor’) ineens helemaal niet zo duur lijkt.

Maar Willem, als je je gewaardeerde columnist een passend kerstgeschenk wilt geven: doe dit jaar maar geen Labrador black label. Mijn kinderen zagen laatst een documentaire over hoe er met die dieren wordt omgegaan in distelleerderijen en ze vinden dat dat in deze tijd niet meer kan.

Een fles Barolo uit 2007 gaat er echter altijd in. Je hebt mijn adres.

 

 

Wees  gegroet,

 

 

Kluun

 

PS: column stond in JFK van december