Nieuws

Interviews, recensies en meer

Doe maar een colaatje.

Beste Willem,

 

Ik ben sinds een tijdje aan het trainen geslagen. Dat was nodig. Voor je het weet zie je eruit zoals jij en dat was toch wel een schrikbeeld. We zijn beiden van middelbare leeftijd, daar helpt geen hippe cap of designerjeans aan (echt niet, Willem). Maar onze leeftijd hoeft niet geschreven te staan op ons voorhoofd. Of op onze buikjes.

Afijn. Op een ochtend ontwaarde ik bij mezelf in de spiegel een zekere neiging tot corpulentie. Mijn dochters hadden me er al eens op gewezen, maar die slaan wel vaker onzin uit (zo beweerden mijn oudste dochter laatst met de grootste stelligheid dat die grijze borstharen in de douchebak van mij waren en niet van Roos, Lola of Nicole, zoals ik opperde), dus ik sloeg er geen acht op. Diezelfde week zat ik bij Fox Sports aan tafel bij een Champions League-wedstrijd. Vraag me niet waarom, Willem, ik heb net zoveel verstand van voetbal als een inboorling van raketafweersystemen, maar het schuift lekker en ik heb ook drie kinderen te voederen, dus als Fox je daarvoor vraagt, schuif je aan en geef je je bek af en toe een douw, zo simpel kan het leven zijn.

Ik zat die avond naast Frank de Boer. Frank is nog steeds zo strak als in de tijd dat hij de ballen over vijftig meter op de stropdas van Dennis Bergkamp legde. Geen grammetje. Mijn vriendin zei die avond toen ik thuis kwam, dat ik op tv misschien volgende keer niet meer ‘dat overhemd van vanavond’ aan moet trekken. Dan weet je genoeg, Willem.

Tijd om Arie te bellen. Je kent Arie wel, het is die grote man met een grote baard, hij doet in sportscholen. Beetje louche branche en daarom heeft Arie als dekmantel ook een carriere als televisiemaker en presenteert hij zichzelf in de media als gelovig Christen. Dan verdenkt niemand je meer van duistere zaakjes, dat hadden Michael Corleone, Tony Soprano en de paus in hun tijd al door.

‘Arie, ik heb dringend hulp nodig. Liefst word ik nog vandaag opgenomen. Heb je nog een plekje in een van jouw klinieken? En kan het anoniem?’

‘Tuurlijk, Kluun. Maar dan heb je wel een personal trainer nodig, anders wordt het niks.’ Arie kent zijn pappenheimers. ‘En laat ik nou iemand hebben van wie ik denk dat jij er wel een klik mee hebt.’

Arie’s sportschool is op de Wibautstraat, in een gebouw waar tot voor enkele jaren club Trouw gevestigd was, een plek waar ik ooit ieder weekend middels vele baco’s, wodka-redbull’s en biertjes zorgvuldig aan mijn uiterlijk gewerkt had. Bij de receptie stond een afgetraind meisje in een strakke glanzende legging en een zwarte tanktop. Daar zal je d’r hebben, dacht ik. Arie heeft mensenkennis.

‘Ben jij Kluun?’ klonk plotseling een zware mannenstem achter me, ‘ik ben je trainer.’ Enter Bjorn. Twee meter acht lang, één meter vijf breed, karikaturale spierbundels in nek, armen en schouders. Om bang van te worden. Ik zag het al, Bjorn was niet het type die je ‘s ochtends belt met de mededeling dat je je niet joho voelt en een dagje overslaat.

Of ik wat wilde drinken.

‘Doe maar een cola.’

‘Pardon?!?’ Bjorn keek alsof ik zojuist om een exemplaar van Mein Kampf had gevraagd.

‘Zei ik cola? Ik bedoelde uiteraard zo’n sapje daar,’ wees ik naar een bezwete man die net een glas met iets groenachtigs naar binnen stond te gieten.

Twee uur later lag ik thuis op bed. Uitgewrongen. Niet meer in staat te praten. Als dit soort trainingen in China zou worden gegeven, zou Amensty International er een campagne tegen beginnen.

We zijn een halfjaar verder. Bjorn en ik treffen elkaar twee keer per week in Arie’s martelkelder. Als we bezig zijn kijk ik af en toe op de klok. Nog twaalf minuten. Nog acht.

‘Goed getraind, Kluun,’ zegt Bjorn dan, en knijpt er liefkozend bij in mijn schouder. ‘Je was sterk.’ Met een hoofdknik bedank ik hem dan. Meer komt er niet uit. De fietstocht naar huis is lang en de Nieuwe Amstelbrug voelt als de Col de Madeleine.

Ik heb de vrijheid genomen hem jouw naam en adres te geven, Willem. Bjorn haalt je maandagochtend om zeven uur op. Maak voor de rest van de dag maar geen andere afspraken.

 

 

Culturele verzetsdaad

Hoewel ik nu meer dan de helft van mijn leven in Amsterdam woon, ben en blijf ik een rasechte Kruikezeiker. Mijn ex-vrouw komt van oorsprong uit Teteringen (als u niet weet waar dat ligt: vlak boven het Kielegat en iets ten oosten van Giegeldonck en Boemeldonck) en al zijn er zaken waar we van mening over verschillen; over één ding zijn we het roerend eens: het is belangrijk om onze kinderen de beginselen van deBrabantse cultuur bij te brengen. Dat ze in het luxereservaat Amsterdam Oud-Zuid opgroeien met een zwaar Kinderen voor Kinderen accent is nog tot daar aan toe, maar ze zullen godverdomme weten waar de roots van papa en mama liggen! Voor je het weet heb je een dochter die denkt dat carnaval iets is met zon, salsamuziek en veren op je kont, in plaats van in een kiel staan blauwbekken naar d’n opstoet bij -2 graden, onderwijl een halve liter Schrobbelèr tegen de kou naar binnen meppend.

Van school moeten we het in Nederland wat cultuurhistorisch besef niet hebben. Zolang mijn kinderen op school zitten (in 2003 ging de eerste naar de kleuterschool) houden we ze ieder jaar op maandag en dinsdag met carnaval thuis van school, met het ijzersterke argument dat het hier om een culturele verzetsdaad gaat. Ik bedoel, als ze toestaan dat kinderen het Loofhuttenfeest, Jom Kippoer, 1 mei, 5 mei, het Suikerfeest en God/Allahweetwatvoorfeesten mogen vieren, dan mogen wíj ze Carnaval laten meemaken. Uit gezond eigenbelang overigens, maar dat terzijde.

Toch moeten wij, ouders,ons ieder jaar weer verantwoorden hier in het westen. Ieder jaar zie ik ze weer aankomen, vragen als ‘Carnaval, wat is daar nou leuk aan?’ Alsof je toe hebt gegeven dat je elke avond een stapel kinderporno leest. De ergste types zijn degenen die dan heel jolig een polonaise na gaan doen. Mensen, grow up, de laatste polonaise die ik met carnaval zag heb gezien dateert van de tijd van ‘Glaasje Op, Laat je rijden’, zo’n vijftig jaar geleden. Polonaises zie ik op tv nog wel eens op de tribunes bij Davis Cup wedstrijden en vroeger, als het Nederlands Elftal nog wel eens op een EK of WK speelde. In het Zuiden zijn polonaises al lang bij wet verboden.

Een van de meest opvallende dingen aan carnaval is dat het emoties los maakt van mensen die er nog nooit  zijn geweest. Elk jaar is er wel weer een tv-programma waar de clichébeelden van carnaval weer voorbij komen. Verklede mensen die een flink glas ophebben en o, wat vreemd, er dan lullig, dom en belachelijk overkomen. Tv-makers; heeft u uzelf wel eens op een foto gezien na een gezellige stapavond? Ik begrijp het wel: dit zijn de beelden die carnavalshaters graag willen zien. Zo wordt het beeld in stand gehouden van een feest van dronkelappen met een zacht G, mensen die 361 dagen van jaar niet durven wat ze met carnaval wel durven.

Wij, de honderduizenden Brabanders, Limburgers en Hollanders die het wél snappen zullen dit weekend weer afzakken naar Oeteldonk, het Kielegat, het Lampegat, Kruikenzeikersstad, Mestreech, Rurmonj, Kirchraoj om daar vier dagen te genieten van een volksfeest  voor jong en oud, een explosie van humor, aggressieloze, non-pretentieuze lol en, natuurlijk, ook veul bier en een bietje kroelen hoort bij carnaval als een gek petje bij de paus.

Beste carnavalshaters, gij, die nimmer carnaval heeft meegemaakt zoals het écht gevierd wordt: blijft u in de waan dat carnaval zielig, ranzig en triest is en blijft u vooral thuis, of zoals een Bredaas carnavalslied luidt:

Carnaval, dè zit nie in oew pakske

Nie in een gek huutje of in oewen boerenkiel

Carnaval, daor kènde oew nie mee bekleeje

Carnaval, dè zit in oewe ziel.

Maar mijn kinderen zijn dit jaar op maandag en dinsdag met carnaval weer waart ze horen te zijn: op straat bij de optocht, in plaats van in de schoolbanken.

Ik teken de petitie www.carnavalvrij.nl

 

De geest van Cruijff

Er zijn maar twee bekende Nederlanders wiens dood mij emotioneel raakte alsof er een geliefde was overleden: Eberhard van der Laan en Johan Cruijff. Ik kan Zomergasten niet terugkijken zonder dat de tranen over mijn wangen lopen en als ik oude voetbalbeelden van Cruijff zie, worden mijn ogen nog altijd vochtig.

Zo. Dit was een volstrekt overbodige openingsalinea, maar hij is als disclaimer bedoeld. Voor je het weet krijg je hele hordes idioten achter je aan die vinden dat Het Woord van JC heilig is, Zijn Visie nimmer mag betwist mag worden en Zijn Naam niet ijdel zult gebruiken. Ik heb van insiders binnen de Ajax-organisatie begrepen dat je hier niet te licht over moet denken.

Nu heeft er volgens mij nog nooit iemand van AFCA in naam van Cruijff een zelfmoordaanslag gepleegd op het Centraal Station van Eindhoven en evenmin zijn mij berichten bekend van F-siders die op de Coolsingel met een vrachtwagen zijn ingereden op mensen op die niet in Cruijff geloven, dus ik waag het er toch maar op, biddend tot de Heilige Johan zelf dat hij mijn ledematen en de levens van mijn kinderen moge beschermen.

De Geest van Johan Cruijff maakt Ajax kapot.

Dat ligt niet zozeer aan Johan zelf, maar aan ons, gewone stervelingen. Net zomin dat je Mohammed kunt aanklagen omdat er mafkezen zijn die alles wat hij heeft gezegd letterlijk nemen en daarom mensen opblazen.

Ik ben het strontbeu dat onze club wordt opgeblazen door mensen die zich erop beroepen in de geest van Johan te handelen. Je zou er een hashtag aan willen wijden. #nietmijnJohan.

De enige man bij Ajax bij wie ik vorig jaar de geest van Cruijff echt kon ontwaren was ex-Feyenoorder Peter Bosz. Die Ajax verliet vanwege het geld. Wat goedbeschouwd ook volledig in de geest van Cruijff was.

De Geest van Cruijff.  What the fuck is dat?

Is die geest het aanstellen van onervaren, onbekwame bestuurders die als enige wapenfeit van hun carrière kunnen bogen op een succesvol verleden als Ajax-speler?

Is die geest het wegpesten van andere jeugdtrainers?

Is die geest het niet informeren van een RvC?

Is die geest het verkopen van je beste spelers en die niet vervangen?

Edwin van der Sar, Dennis Bergkamp en Marc Overmars zijn aardige mensen, waren geweldige Ajacieden (weer een overbodig stuk tekst als disclaimer), maar totaal onbekwaam voor de functie waar ze nu in zitten. De geest van Cruijff is een nieuw soort Vijfde Colonne, verpakt als spirituele waarheid. Een wazig geloof, waarvan iedereen zijn eigen versie belijdt.

En het ergste van alles is dat je Mohammed moeilijk kunt verwijten dat er anderhalfduizend jaar later mensen zijn die aanslagen plegen en zich op hem beroepen, maar dat Johan zelf nota bene verantwoordelijk was voor het aanstellen van deze mensen.

Johan Cruijff was als voetballer en coach een visionair.

Johan Cruijff was als organisatiedeskundige onkundig en ouderwets.

We zijn fundamentalisten die Zijn Woord tot heilig hebben verklaard, zonder te kijken hoe de echte wereld zich intussen ontwikkelt.

Het wordt tijd om wakker te worden.

—–

 

 

 

World’s most sensual woman

Mijn jongste dochter, een nine year millenium bitch, zei onlangs dat ze het zo cool vond dat ik geboren was in een jaartal dat begon met 19, omdat – quote – ‘het dan net is of je in de middeleeuwen bent geboren of zo.’

Ja, als ik op een website mijn persoonlijke gegevens moet invullen, moet ik steeds verder naar onderen scrollen vooraleer ik bij mijn geboortejaar ben. De meeste vrouwen begrijpen als geen ander dat ik het exacte jaartal graag geheim houd. Ik ken vrouwen die hun leeftijd op Tinder en op hun modellensite ieder jaar aanpassen.

Toch maakt dit mij de ideale spreker voor deze gelegenheid. Ik begon immers reeds in de jaren zeventig een interesse voor vrouwen te ontwikkelen die volledig binnen de context van dit magazine valt en kan mezelf daarmee zonder enige valse bescheidenheid presenteren als een expert als het gaat om een historisch overzicht van vrouwen die er toe doen.

Voor we naar muziek, het thema van deze issue van Oh magazine! gaan, wil ik u even een kort beeld van mijn liefdesgeschiedenis schetsen.

Mijn eerste liefde kwam uit Zweden. Ze was getrouwd, maar dat deerde me niet, ik ben geen jaloers type. Onze relatie duurde een jaar of vier. Haar man, een enorme eikel die – hoe cliché kan je zijn, naar de naam Björn luisterde, wist niets van onze relatie. De vrouw waarover ik het heb, Agneta Faltskogg, overigens ook niet.

Mijn tweede liefde werd geboren in Nice, Zuid Frankrijk op 1 januari 1939 en was daarmee weliswaar nog geen twee jaar jonger dan mijn moeder, maar we hebben het hier over een van de meest sensuele vrouwen die ooit op televisie zijn verschenen. Haar naam: Michelle Mercier. Nee? Juist. Angelique. Angelique, uitgezonden door de TROS in het midden van de jaren zeventig. Ik heb ze allemaal gezien. Angelique,  Marquise des Anges, Merveilleuse Angelique, Angelique et le roi, Indomptable Angelique (vooral dat woord indomptable, als een tijgerin in een circus die uiteindelijk en terecht, alle mannen om zich heen met huid en haar verslindt) en tot slot Angelique et le sultan, met die ene scene die geiler was dan de Chick, Candy, Tuk en andere voorgangers van Oh! Magazine.

Mijn liefde voor Michelle Mercier, 1m63 groot, was minder hoofs dan die voor Agneta, moet ik toegeven. Dat lag niet aan Agneta of Michelle, maar aan de interesse die ik begon te ontwikkelen voor masturbatie. Het is link om te zeggen in deze tijden, maar ik sluit niet uit dat ik mijn allereerste orgasme op mijn zolderkamer in Tilburg, heb gehad op Michelle.

Daarna kwam Farah Fawcett Majors. Zij was de eerste vrouw die de eer had de deur van mijn jongenskamer te mogen sieren. Ik heb alle afleveringen van de beroemde pornoserie Charlies Angels op VHS. Mocht iemand thuis nog een VHS speler hebben, ik kom graag een avondje langs met al mijn banden.

Daarna kwam Wilma Jacobs. Wilma was een regelrecht sexsymbool, bij ons op het schoolplein van de Rooms Katholieke basisschool De Hasselt in Tilburg. Ik had een tattoo van Wilma op mijn bovenarm, althans, tot ik zaterdag in bad moest van mijn  moeder. Ook Wilma en ik hebben het nooit gedaan, zelfs niet toen ik haar jaren later nog een keer tegenkwam met carnaval. Ze bleek verkering te hebben met Bernd Stratinga, die achter mij in de klas zat. Sindsdien komt de naam Barend Stratinga regelmatig voor in mijn columns en verhalen, als ik een naam moet hebben voor een enorme hufter. Maar de grootste liefde van mijn puberale leven vond ik in een vrouw, die bovendien – en zo komen we eindelijk bij het thema van deze editie van Oh magazine – zangeres was.

En heel eerlijk gezegd werd ik pas deze week, toen ik ging zoeken naar de meest succesvolle song met explicit lyrics, bevestigt in mijn vermoeden van destijds, dat zij het allergeilste wezen was van ons en de ons bekende melkwegstelsels.

Ze blijkt de grootste hit aller tijden te hebben gemaakt met een song over seks. Het is zelfs het best verkopende nummer van de jaren tachtig geweest. Ze staat nog boven Marvin Gaye met zijn Sexual healing, nog boven Barry de Wit, de koning van de openhaardsex, boven Snoop Dogg met zijn Sexual Eruption, nog boven 2 Live Crew met I want some pussy en andere doordenkertjes. Ze staat boven Rod Stewart (“Tonight’s the night/ Spread your wings and let me come inside”), George Michael en Mick Jagger die, wanhopig zingen dat ze zo sexy zijn, je sex willen maar ondanks alles toch maar geen bevrediging kunnen krijgen. Ze staat boven mannen als Kendrick Lamar (The blacker the berry, the sweeter the juice); Kanye West, 50cent, Li’ Kleine en andere vermaarde vertolkers van de edele kunst van de lust.

Maar vrouwen zijn, en dat weet Sandy Wenderhold als geen ander, nog explicieter en minder indirect dan mannen.

Mijn kinderen zingen tegenwoordig achterin de auto keihard mee op teksten als I can smell your smell so sweet

On my pillow, on my sheets
Baby, you’ll be hard to beat
Yeah, I never wanted so bad
Best that I ever had

No one’s ever touched me like I touch myself

Only you, ah

Was geteklend, Zara Larsson, 20 jaar, onlangs nog goed voor een met kinderen tot de nok gevulde Ziggo.

Maar we hebben het hier niet over Zara Larsson en evenmin over Madonna, Deborah Harry, Patti Voulez Vous Labelle, Jane Birkin, Apollonia six (welke man heeft nooit nagemeten of hij voldeed aan de I need 7 inches or more norm), Latoya Jackson, Lady Gaga, Britney Spears, Beyonce, Kate Perry, Taylor Swift, Nicki Minaj, Jessy J, Willeke Alberti. Zelfs Birgit Schuurman valt in het niet bij de sensualiteit van de allergeilste vrouw in de geschiedenis van de popmuziek.

Hier is ze. (Clip Hopelesly Devoted instarten)

Die lingerie.

Die blik, die pure geilheid uitstraalt.

Die borsten.

Die wellustige dijen.

Wacht, misschien begrijpt nog niet iedereen het.

Sinds deze clip val ik blind voor blonde vrouwen met topjes, rode lippenstift, strakke leren broeken en vooral, vrouwen die roken.

Dit soort type maakt me net zo bronstig als destijds, toen ik dertien was. Ik zou het ermee doen al stond mijn vriendin erbij te janken.

Maar het was nog niets vergeleken met waar Olivia in 1982 mee kwam.

Een tekst uit Rolling Stone,

While the well-known video features Olivia Newton-John working out at a gym, the song “Physical” touts the benefits of a different kind of workout. The 1982 hit was so suggestive that it was banned by many radio stations across the globe — as well as the entire country of South Africa. But the not-so-innocent Australian girl-next-door scored the biggest hit of the ’80s and proved, once and for all, that sex sells … mountains of records, that is.
Sexiest lyric: “I took you to an intimate restaurant, then to a suggestive movie/ There’s nothing left to talk about unless it’s horizontally”

Olivia Newton John is de Kim Holland van de pop.

De Xaviera Hollander van het gezongen woord.

De enige popster voor wie ik vergeefs dertig jaar lang abonnee ben geweest op Playboy.

Olivia Newton John.

 

Antonio

Beste Willem,

 

Antonio Isasi Isasmendi overleed op dezelfde dag als Hugh Hefner. Beiden heren bereikten een gezegende leeftijd. Hefner werd eenennegentig jaar oud, Isasi Isasmendi stierf op negentigjarige leeftijd.

De hele wereld kent Hugh Hefner. Oprichter van Playboy. Uitvinder van de bunny. Eigenaar van de Playboy Mansion. Hugh werd oud op een wijze waarop iedere man wel oud zou willen worden: liggend in je badjas aan je zwembad bediend worden door een batterij vrouwen met konijnenoren en een pluizig bolletje op hun kont. Veel mannen zouden genoegen nemen met minder, persoonlijk kunnen mij die oortjes, bolletjes en badjas gestolen worden.

Antonio Isasi Isasmendi is minder bekend, maar we hebben het hier over de Paul Verhoeven van Spanje. In de jaren zestig schreef, produceerde en regisseerde hij al films. Hij filmde in Afghanistan, Siberie en in de woestijn van Nevada, in 1999 ontving de cineast voor zijn oeuvre de Goya, de hoogste koninlijke onderscheiding die Spanje kent. Quinten Tarantino noemt het veel door hem gebruikte splitscreen een uitvinding van Isasi Isasmendi.

Ik ken Antonio vooral als eigenaar van het huis op Ibiza dat mijn vriendin al tien jaar huurt, vlakbij de Salinas, de zoutvelden van Ibiza. Hij bouwde het huis in de jaren zeventig op een toen nog ongerepte heuvel in een natuurgebied. De laatste jaren leefde hij sober, in de kleinere woning naast het huis waarin hij twee echtgenotes aan borstkanker verloor. Ik gaf hem Una mujer va al medico, de Spaanse vertaling van Komt een vrouw bij de dokter, over de dood van mijn vrouw. Sindsdien hadden we een band.

We deelden nog iets. De liefde voor mijn vriendin. Antonio hield van haar. Elke keer als we op het eiland aankwamen, lag er een roos voor Nicole, guapa. Op het Ibicenco filmfestival van 2016 was Isasi Isasmendi eregast, al zijn elf films werden vertoond. Hij vroeg mijn vriendin om hem te vergezellen op de openingsavond. Trots als een pauw paradeerde hij over de rode loper met zijn gelegenheidsvriendin, veertig jaar jonger, hooggehakt en dressed to kill.

Als we met hem gingen eten mocht ik nooit betalen. Probeerde ik het toch, stiekem kreeg ik van de ober te horen dat de rekening reeds was voldaan. Antonio was de baas, Antonio betaalde de rekeningen, Antonio gaf de cadeautjes.

Bij een diner in een restaurant in de haven van Botafogo streelde ik Nicole onbewust over haar rug. Antonio, tegenover me gezeten, zag het, pakte mijn arm en keek me indringend aan. ‘Please, don’t make me suffer…’

Even later betrad een groep vrouwen van in de vijftig het restaurant. De filmregisseur werd direct herkend, de reactie van de vrouwen op onze achtentachtigjarige vriend deed me denken aan hoe mijn jongste dochter naar Shawn Mendes kijkt. Minutenlang werd onze Spaanse vriend omhelsd, gekust, gecomplimenteerd en gefêteerd. Zijn blik naar mij, toen de vrouwen zich met moeite van hem hadden losgemaakt, sprak boekdelen. Ik knikte hem toe, ten teken dat ik het gezien had. Mannen onder elkaar. Er waren geen woorden nodig.

Hugh Hefner was een gerenommeerd playboy.

Antonio Isasi Isasmendi een gerenommeerd gentleman.

‘Nou man!’
Ik loop, net als zovelen, al een hele dag met een onbestemd blij gevoel en een grijns op m’n kanis. Heb al drie keer de beelden teruggekeken van de laatste tien minuten in Gelsenkirchen gisteren. Natuurlijk hadden ze er zo uit kunnen liggen. Natuurlijk was het slecht. Maar dit team, met die jochies, met dat geweldige voetbal van vorige week en die Return of the Living Dead gisteren, maakt me zo trots.
De eerste wedstrijd die ik me als jochie herinner was Ajax-Internazionale in 1972. Cruijffie maakte er twee en Ajax won de Cup.
 Ik herinner me de wederopstanding na dertien jaar tweederangs voetbal, totaal tegen de algeheel heersende opinie in.

Ajax-voorzitter Ton Harmsen had halverwege jaren tachtig in een interview gezegd dat het onmogelijk was dat Ajax nog ooit een Europese prijs zou pakken in de wereld van het grote Europese geld.
Vooral die onverwachte, tegen-de-stroom-in-Cups in 1987 en 1991, die gaven me het geloof dat Het Dus Wel Kan Godverdomme.

Cruijff als trainer, die tegen Malmö een piepjonge Dennis Bergkamp opstelde, waarover we in de rust grappen maakten dat Van Gaal even met zijn moeder had gebeld of Dennis nog ietsie langer mocht opblijven om de tweede helft mee te kunnen spelen. Met Frank Verlaat (17) in de basis in de finale, Marco van Basten die in een halfleeg stadion in Athene scoort en Ajax de rationeel weinigbetekende maar emotioneel allesbetekende Europacup II bezorgde.
Ik herinner me de Europese veldtocht van Louis van Gaal in 1992 tegen AA Gent, Genua en Torino, met de bal op de lat boven Menzo, in de laatste minuut, vlak voor onze neuzen in het Olympisch Stadion.

En ja, natuurlijk herinner ik me ook de gloriejaren van de godenzonen, waarin we Real Madrid, Bayern Munchen en AC Milan wegspeelden. When We Were Fab 2.0.

Misschien verliezen we zondag van PSV. Misschien laat Olympique Lyon ons alle hoeken van het veld zien.
En misschien, of als ik het diepe gevoel van veel Ajacieden verwoordt, wordt Feyenoord verdiend kampioen.
Op het pontje terug van de ADAM toren, waar ik de wedstrijd had gekeken en nu met twee maten dronken van geluk terug ging naar CS, kwam een jonge Marokkaan met Ajax shawltje op een scooter me tegemoet. Hij zag dat ik zijn shawl zag. In mijn ‘lekker, hè’ en zijn ‘nou, man!’ zat alles wat Ajax Ajax maakt en mij al sinds ik in een Ajax-pyjama van de SRV-man naar Cruijffie’s twee goals tegen Internazionale in 1972 keek.
Zo trots op die jonge gassies, op Ajax en waar Ajax voor staat. De bluf, het bravoure, de eigenzinnigheid, de jeugd, de afgedwongen mazzel.
Het Kan Dus Wel Godverdomme.
Festivals

Beste Willem,

Ben jij een festivaltype? Heb je ooit in de modder liggen rollen om vervolgens te beseffen dat het festival nog twee dagen duurde? Heb je ooit bierdouches verstrekt en ontvangen? Gecrowdsurfd, gestagedived, weggeregend, doorgesnoven, lamgezopen, strakgeslikt, heesgeschreeuwd en tot het besef gekomen dat orale seks op festivals alleen aan te raden is op de eerste dag?

Ik wel, Willem. Ik ben een doorgezomerde festivalganger. Ik was erbij in 1983, toen Henny Vrienten een appel tegen zijn kanis kreeg gegooid op Pinkpop in Geleen. Ik was erbij in 1992, toen Eddie Vedder van de camera afsprong op Pinkpop in Geleen. Ik was op Burning Man, Glastonbury, Torhout, Werchter, Paaspop, Bospop, Pukkelpop, Duinpop, Zeepop, Landpop, Bergpop, Dalpop en alle andere poppen die ooit gehouden zijn tussen Ameland en Ardennen.

Een jaar of tien geleden begonnen mensen ineens u tegen me te zeggen op festivals. De eerste keer sloeg ik het joch in kwestie natuurlijk meteen op z’n muil, maar op een bepaald moment werd de u-zeggerij structureel, er viel niet meer tegenop te slaan.

Op DGTL, een technofestival op het NDSM-terrein in Amsterdam Noord, was het mijn beurt was om drank te halen. Ik wurmde me door de meute en voelde ik de ogen op me gericht. Ik werd bekeken met een blik die in het midden hield tussen vertedering en verbazing. Willem, er kwam geen eind aan de tocht naar de bar. Een jong stelletje sprak me onderweg aan. ‘Wat leuk dat u dit soort dingen nog steeds doet,’ zei het meisje enthousiast. ‘Mag ik met u op de foto?’ Haar vriend vertelde me dat hij respect voor me had en vurig hoopte dat hij ook nog steeds zo actief zou zijn als hij zo oud was als ik.

De laatste tien jaar ben ik van strategie veranderd. Ik ga als artiest. We hebben met Nightwriters opgetreden op Mysteryland. We hebben opgetreden in de Magneetbar en Titty Twister op Lowlands, met Joost Zwagerman, Ronald Giphart, Tommy Wieringa, Saskia Noort, Herman Brusselmans en Herman Koch, maar het mocht allemaal niet baten: waar bands en dj’s in tenten om ons heen voor duizend, tienduizend, twintigduizend man stonden te spelen, trokken wij negenendertig man, inclusief onze crew, familie, kennissen en gelegenheidsvriendinnen.

Maar het kon ons, literair gezegd, aan onze reet roesten. We zaten er niet in voor het geld, we stonden er niet om het gepeupel te verheffen met onze literaire geschriften, we waren er voor de artist- and backstagebandjes. Niet dat zo’n artistbandje je jonger maakt of zelfs maar doet lijken, maar een uur optreden is een alibi voor een heel weekend fuiven. Jongelui die me vroegen of ik wel wist dat de Stones en de Beatles dat weekend niet zouden optreden, vertelde ik dat ik zojuist had opgetreden en nog héél even bleef hangen voor ik weer huiswaarts ging. Om vervolgens als laatste op maandagochtend in de file vanuit Biddinghuizen richting bewoonde wereld aan te sluiten.

Dit jaar trad ik voor het eerst in jaren op geen enkel zomerfestival op. Via via kreeg ik toch voor de zondag een artistbandje.  Enkele andere veertigplusvrienden, allen met keurig betaalde bezoekersbandjes, waren al twee dagen bezig. Na zonsondergang namen ze me mee naar de Hacienda, want daar gebeurde het allemaal. Ik heb me zelden zo ongelukkig gevoeld. Mijn vrienden zijn net zo oud als ik, maar hebben het voordeel van een onbekend hoofd. Ik werd bekeken alsof ik de laatste mammoet op aarde was. Ik zag twintigers naar me wijzen, hun vrienden halen om te komen kijken naar Kluun, een decorstuk uit de collectie antiek & curiosa. Het lukte me niet om me eroverheen te zetten. Het artistbandje voelde als een gejatte fiets.

 

PS: festivalorganisatoren: in februari komt mijn langverwachte roman DJ uit en in juni komen Ronald Giphart en ik met Het Eeuwige Gezeik – een feelgood boek in barre voetbaltijden. We zijn te boeken via Miranda Bruinzeel van Bureau Bruinzeel voor vijftig muntjes en een artistbandje.

 

Zeurallergie

Vroeger had ik er een bloedhekel aan wanneer mijn ouders zeurden dat ik iets moest doen of juist niet mocht. ‘Drink vanavond nou niet wéér zoveel, de vloerbedekking is net schoon!’ ‘Moet jij niet studeren?’ ‘Je houdt toch niet die broek aan, hè?’ Als ik ook maar een poging tot zeuren meende te ontdekken, werd ik al chagrijnig. Op slecht weer kun je je kleden, op gezeur aan je kop niet.

We kunnen rustig spreken van een allergie voor alles wat ook maar in de buurt komt van zeuren, zaniken of zeiken.

‘Kluun, moet jij wat drinken?’

‘Ik moet helemaal niks!’

Als ik in een vrouw ook maar een latent zeurrisico meende te ontdekken, was dat voor mij al het begin van het einde. Vragen als ‘Zullen we zo ’s naar huis gaan, het is morgen weer vroeg dag?’, ‘Maar we hebben toch helemaal geen geld om op wintersport te gaan?’, ‘Zullen we eerst even de vaatwasser inruimen?’ en ‘Hoe laat denk je dat je ongeveer thuis bent?’ brachten de relatie al in gevaar.

Het werden korte relaties.

Ik weet wel waardoor het komt, mijn allergie voor gezeik. Door mijn oma. Die had het tot kunst verheven. Niets of niemand deugde. Wij niet, het leven niet, het weer niet, wijlen mijn opa niet, het bejaardenhuis niet, het eten niet, de verpleegsters niet en de huisarts niet.

Die huisarts gaf haar jarenlang, met medeweten van mijn moeder, placebopoedertjes om van haar gezanik af te zijn, en de verpleegsters in het bejaardenhuis werden gek van het mens.

Altijd ziek of onderweg en het werd met het jaar erger. Op de dag dat mijn oma echt een aanval van benauwdheid kreeg en in blinde paniek op de alarmbel drukte, ging het verplegend personeel vrolijk verder met koffiedrinken.

Even later was mijn oma dood.

Gestorven aan chronisch zeuren.

Furtjuh

 

Al sinds 2003 ben ik vaste gast op het schoolplein van de Tweede Daltonschool in het luxereservaat Oud Zuid in Amsterdam. De school ligt naast het Hiltonhotel. Veel moeders gaan daar gezellig nog even samen een cappuccino van 6,50 euro drinken, nadat ze kun kinderen naar school hebben afgezet en voor ze naar de sportschool.

Ik kwam ook regelmatig in het Hilton, met een andere moeder van school, vlak voor we onze kinderen gingen ophalen. De moeder van Sanne en ik namen meestal een kamer op de achtste verdieping. Dat was handig, zo konden we zien of onze kinderen al op het schoolplein stonden en we ons dus langzaam een beetje moesten gaan aankleden en terug naar onze gezinnen moesten.

Ik heb drie dochters. Mijn oudste doet nu eindexamen Gymnasium, de andere twee zitten nog op de Tweede Dalton. Als alles volgens planning verloopt (en daar ga ik wel vanuit: mijn kinderen blijven nooit zitten, ze slaan hooguit af en toe een klas over) ben ik over drie jaar dan eindelijk schoolpleinouder af. Dan heb ik dus zeventien jaar achtereen op het schoolplein doorgebracht.

Er lopen meer BN’ers rond op het schoolplein van de Tweede Dalton dan in het Mediapark in Hilversum. De ouders van de kinderen hebben beroepen als acteur, schrijver, televisiepresentator, regisseur, dj, radiomaker of kunstenaar. Ik noem geen namen, maar laat ik het zo zeggen: zonder de ouders van de kinderen van de Tweede Daltonschool was De Wereld Draait Door dagelijks de helft korter. (Ook de moeder van Sanne kent u van televisie trouwens. En ja, ze zijn nep.)

Vorige week moest mijn twaalfjarige dochter Roos haar spreekbeurt houden. Ze had als onderwerp Furtjuh uitgekozen.

Wat zeg je, Willem?

Je hebt geen idee wie Furtjjuh is?

Ik wist het ook niet, moet ik eerlijk zeggen. Ik dacht even dat het misschien een 2.0 versie was van Furby – dat harige, pratende huisdier op batterijen dat in de jaren negentig ineens opdook en vervolgens alras uitstierf, maar dat is niet zo, Furby en Furjuh hebben niets met elkaar te maken. Hooguit hun oogopslag maakt ze enigszins verwant.

Onze dochters kennen Furjuh wel, Willem. Ieder kind tussen de twaalf en zeventien kent Furtjuh.

Mijn dochter van twaalf hield haar spreekbeurt over Furtjuh. Ze weet alles van Furtjuh. Dat hij 27 is, in het echt Rutger Vink heet, dat hij van glitters houdt, dat hij met woorden als furbulous, furverschrikkelijk en furbruari een eigen taaltje heeft geconstrueerd, waarom hij begonnen is met Youtuben en dat hij vorig jaar uit de kast gekomen is. Bekijk de video waarin hij dat vertelt, Willem, die jongen deugt. Erg ontroerend.

Mijn dochter had bedacht dat ze ook een Furblulous t-shirt van Furtjuh wilde, om haar spreekbeurt extra cachet bij te zetten. Ik dacht, laat ik eens kijken of Twitter ook geschikt is om iets gedaan te krijgen in plaats van alleen bagger over je uitgestort te krijgen en jawel hoor: Furtjuh reageerde meteen en was graag bereid een t-shirt op te sturen. En hij had nog een idee: als hij nu zelf eens bij de spreekbeurt zou zijn, want het was verrassingsweek en in die week ging hij zoveel mogelijk kinderen verrassen.

De blik van mijn dochter toen Furtjuh tijdens haar spreekbeurt de klas betrad, was onbetaalbaar. Zo heeft ze nog nooit naar mij gekeken. Ook de kinderen in haar klas slaakten gilletjes en kregen rode koontjes. Zelfs de juf betrapte ik op bakvisgedrag.

Het nieuws dat er een ster rondliep in school, ging als een lopend vuurtje. Na de spreekbeurt stonden het schoolplein vol met kinderen die smeekten om een selfie met Furtjuh.

De aanwezige acteur, schrijver, televisiepresentator, regisseur, dj, radiomaker en kunstenaar stonden aan de rand van het schoolplein. Ze hadden geen idee wie die jongen was waar hun kinderen omheen dromden.

De kinderen wel. Furtjuh is de eindbaas van het schoolplein.

 

Het pitbandje

Screen Shot 2015-09-29 at 16.05.51

In juni 2012 was ik in Manchester, voor mijn negenentwintigste Bruce Springsteen-concert. Ja, ik hou het bij, ik ben pas 51, dan doe je dat soort dingen nog.

Ik was er met enkele bloedfanatieke Brabantse fans en die wilden in de pit staan. Ik had nog nooit in de pit gestaan, ik wist niet eens wat de pit was. Mijn vrienden legden het me uit. ‘De pit, Kluun, dè is het voorste gedeelte van het veld, waar met een concert zo’n duuzend man in kunne. Of vijfhonderd, dè witte nooit van te voren.’

‘Oke. En hoe kom je in die pit?’

‘Nou, daar delen ze ’s ochtends (of ’s middags, dè witte je nooit van te voren) bij het stadion bandjes voor uit.’

‘En hoe krijg je zo’n bandje?’

‘Nou, dan moet je ’s ochtends om een uur of tien, of acht, dè witte nooit van te voren, een volgnummer op je hand te laten zetten. Hoe lager het volgnummer, hoe groter de kans dè je ’s avonds in de pit komt.’

‘Ah. En tussendoor kun je lekker de pub in?’

‘Neee! Dan zou iedereen dat doen! Daar zijn row calls voor.’

‘Wat zijn row calls?’

‘Dan worden alle nummers éen voor één worden opgelezen en dan moet jij je naam roepen.’

‘Ah. En hoe laat zijn die row calls?’

‘Ja, dat weet je nooit van te voren, he.’

Het was een dag waarop het in Manchester zo onredelijk hard regende dat rivieren buiten hun oevers traden, straten overstroomden en kelders volliepen. Toen ik in de taxi vanaf het vligveld naar het Etihad Stadium of Manchester City reed, zeek het van de regen en de volle zes en een half uur dat ik daar heb staan wachten op mijn pitbandje, kwam er een hoeveelheid water uit de lucht vallen van Zuidoostaziatische proporties met noordwesteuropese temperaturen.

Waren er dan geen plekken om te schuilen rond het Stadion? Zeker wel, maar die waren geconfisqueerd door mensen met volgnummers als #3, #8 en #19 hun hand, mensen die vermoedelijk al bij het Manchester City stadion hadden postgevat ten tijde dat Bruce nog in zijn eerste huwelijk zat.

Voorzichtig informeerde ik of we die pit niet konden laten voor wat hij was en gewoon lekker met z’n allen de pub in konden gaan, ik had er net nog eentje gezien, hier vlakbij, onderweg van het vliegveld, volgens mij hadden ze er ook een open haard en ik zou het eerste rondje wel betalen en…

Mijn Brabantse vrienden waren onvermurwbaar. ‘Een bietje regen houdt een echte fan nie tegen. Ja, da’s wel iets anders dan op de gastenlijst bij Jimmy Woo, he Kluun?’

Na zes en een half uur regen werd ik voor mijn doorzettingsvermogen beloond in de vorm van mijn allereerste eigen, felblauw gekleurde, in prachtige sierletters vormgegeven pitbandje. Ik was er blijer mee dan met de NS Publieksprijs in 2006.

>>>foto Kluun tonen>>>

In mijn hotel heb ik die avond, voorafgaand aan het concert, voor het allereerst in mijn leven de föhn uit de badkamer gebruikt. Na drie kwartier föhnen waren mijn laarzen niet meer doorweekt, maar een beetje zompig en dat is niet zo erg, want een concert van Bruce duurt gelukkig nooit zo heel lang.

Die avond stond in mijn zompige laarzen op drie meter van mijn held en was doorweekt gelukkig.

Weer gaf Bruce een concert dat in mijn top 3 beste concerten aller tijden terechtkwam, net zoals de andere 28 Springsteen-concerten waar ik bij was. Ik hoef u niet te overtuigen, maar toch, voor de goede orde: Bruce Springsteen & The E Street Band is de beste live act ter wereld. Dat is geen kwestie van smaak, daar hoef je geen fan voor te zijn, net zoals je geen heteroseksuele man hoeft te zijn om te beamen dat Scarlett Johansson een dusdanig lekker wijf is dat je het met haar zou doen al stond je vrouw ernaast te janken.

Daarover gesproken: mijn imago dat veel van mijn relaties eindigden vanwege buitenechtelijke activiteiten, berust op een misverstand. Mijn relaties stoppen meestal omdat vrouwen het mentaal niet kunnen handlen dat ik na een concert wekenlang de hele godsganse dag Bruce Springsteen blijf draaien. Heb je drie en een half uur Bruce in concert overleefd, krijg je er thuis als toegift nog drie weken bij.

Dan moet je wel heel veel van iemand houden.

Het zij zo. Je moet het licht natuurlijk wel wíllen zien. Ik gedoog mensen die niet in Springsteen geloven, ik hak ze niet hun hoofd af als ze hem bespotten (dat zou bruce ook niet willen), maar ik hoef er niet mee samen te wonen.

Springsteen raakt me in het hart. Als ik Little Steven en Bruce  samen in één microfoon zie zingen dat ze elkander ooit zworen dat ze bloedbroeders waren en dat ze elkaar nooit zouden verraden, dan geloof ik dat, omdat ik met eigen ogen zie dat er van die songtekst van dertig jaar geleden geen woord gelogen was.

Ik geloof in de vriendschap en de hoop die Springsteen en zijn band prediken en praktiseren.

Het is kerk zonder god. Het is een kerk waar ik graag bij hoor.

Ook als hij onoverdekt is.

5120615 manchester pitbandje regenjas kluun

 

De foto helemaal bovenaan (van het optreden in Paradiso) is van Mirandaleest.

Bewaren

Bewaren

Het is een homo

Hij is een homo.

 

Eind jaren tachtig ontstond in voetbalstadions de folklore om iedere langharige speler van de tegenpartij toe te zingen dat hij een transsexueel was die in een bordeel werkte en van negen tot vijf een omgebouwd wijf was (persoonlijk ken ik geen bordeel met dergelijke openingstijden, maar ik ben er al eventjes uit). Spelers van NAC kregen wekelijks te horen dat ze homo waren, ja ja, een homo uit Breda. Dat bekte namelijk lekker. In All Stars (1997) komen Danny de Munk en zijn medespelers er achter dat een van hun teamgenoten homo is. Dat was me wat, een homo onder de douche na het voetbal. Niet bukken, jongens! Alsof een nicht bij het aanzicht van de twee harige hetero hangbillen van een dikke, bezwete teamgenoot zou denken; mmmm, mjammie!

 

Volgens medische studies voelt rond de tien procent van alle mensen zich aangetrokken tot hetzelfde geslacht. Afhankelijk van land en cultuur komt vijf tot tien procent daarvoor uit.

In het betaald voetbal is geen van de bijna duizend actieve voetballers homo.

Vorig jaar ontstond de discussie hoe dat kwam. René van der Gijp wist dat jonge gays nou eenmaal liever kapper dan voetballer worden. Frank de Boer, doorgaans de nuchterheid en beschaafdheid zelve, deed een duit in het zakje door iets over mindere motoriek van homo’s te roepen. En zichzelf daarna te corrigeren, gelukkig.

Hou toch op. Laten we elkaar geen mietje noemen, of eigenlijk juist wel: als u of ik in onze puberteit zouden ontdekken dat we meer op jongens dan op meisjes zouden vallen, zouden wij onze coming out dan de voetbalkleedkamer in hebben durven toeteren? In de wetenschap dat we wekelijks de hoon van al onze maten over ons heen zouden krijgen? Ik zou wel link uitkijken. Hoeveel ik ook van voetbal zou houden, ik zou ‘m gesmeerd zijn naar een sport waar ik wel mezelf zou kunnen zijn. Desnoods zou ik kapper zijn geworden.

Onder homo’s is het songfestival populairder dan de Champions League. Maar in mijn vriendenkring zitten nichten die net als ik geen minuut van het Nederlands elftal op het WK hebben gemist. Seksuele geaardheid beïnvloedt interesses, maar ze bepaalt ze niet. Zouden Frans Derks, Ignace van Swieten en John Blankenstein zich iedere week weer hebben blootgesteld aan de hoon van het publiek, als ze niet helemaal leip van voetbal zouden zijn geweest?

Het opperhoofd van Apple, Tim Cook, zei als eerste CEO van een Fortune 500 bedrijf: ja, ik ben homo. Ik hoop dat in 2016 de eerste Nederlandse speler openlijk uit de kast komt. Hij wordt de Tim Cook van het Nederlands voetbal.

Ja, hij zal het moeilijk krijgen. Hij zal week na week worden uitgejouwd, weggehoond, toegezongen, uitgescholden.

Maar hij wordt wel instant en voor eeuwig een held.

Een standbeeld voor de speler die dit durft.

 

Wat zou het ons sieren als wij in de ArenA in Amsterdam, de stad van de iT, de RoXY, de Gay Parade, Ramses Shaffy, Ien Dales, Erwin Olaf, Johnny Jordaan, Johannes van Dam, Joop Braakhekke die speler dan niet gaan toezingen dat hij een omgebouwd wijf is. Dat we niet gaan joelen, geen hoge geluidjes gaan maken, maar met zijn allen, van F-side tot eretribune, van Vak 410 tot de spelers op de bank, op zouden staan en deze held na zijn publiekelijke coming out een applaus zouden geven waar hij zijn hele leven op kan blijven teren. Waar hij, iedere keer dat hij in de provincie wordt uitgefloten, aan terug kan denken.

Wat zou ik trots zijn op Ajax, op onze stad, op ons.

 

——————–

Deze column verscheen eerder in Ajax1900 magazine

 

 

 

 

 

 

Kinderen en zomergasten

Gisteren Zomergasten gekeken. Het blijft een mooi, maar raar concept. Een ereschavot waarop de gast zich vrijwillig en definitief laat beoordelen door het denkend deel van ons land. Ik heb de uitzending uitgekeken, het meeste dat Arjen Lubach zei en liet zien, boeide me.
Maar er viel me weer iets op. Opiniemakers die zelf geen kinderen hebben of zeggen te willen (Grunberg, Lubach)hoor ik vaak als reden opgeven dat dit geen wereld is waar ze die kinderen op willen zetten.
Het mooie van kinderen op de wereld zetten, vind ik, is dat je iets kunt meegeven van wat je zelf mooi, waardevol en belangrijk in het leven vindt. Ze mogen zelf bepalen of dat zin of onzin is.

Als ik de vriendinnen van mijn kinderen (18, 12, 8) zie, als ik de kinderenzie  die de rondleidingen doen op middelbare scholen waar ik met mijn 12-jairge kwam, als ik de geweldige wekelijkse portretten van kinderen in de Volkskrant zie, als ik kinderen op televisie zie en hoor, dan heb ik juist meer vertrouwen in hen dan in onze generatie.
Ik vertrouw de wereld meer toe aan hen dan aan de generatie waartoe mijn ouders behoorden en waartoe ik behoor.
Ik vertrouw op onze kinderen en ik ben blij dat ik er drie op deze wereld heb mogen helpen zetten.

Screen Shot 2016-08-08 at 11.12.48

(foto is van Guy Offerman. Onderdeel van serie National Geographic. De vraag was: waar geloof je in?)