Interviews, recensies en meer

Scheltema TV
Leestijd: < 1 minuut

We zijn bijna buren, Kluun een nieuw boek, tijd om hem op de koffie te vragen en wat boeken te signeren in de winkel. Daar was ie dan, op de fiets en wilde ook graag een paar vragen beantwoorden. Bekijk het filmpje en haast je naar de winkel want voor de gesigneerde boeken geldt op=op!

 

De Standaard
Leestijd: < 1 minuut

“Een boek dat op de wereld lijkt te zijn gezet om schuimbekkend van leesplezier, je reinste leedvermaak en diepe ontroering te worden verslonden.”

Humor in de letteren – leestips van Kluun
Leestijd: < 1 minuut

Kluun zat regelmatig te schrijven in de Bibliotheek LocHal, in het centrum van zijn geboortestad. Hij koos deze plek ook uit om het eerste exemplaar van Familieopstelling te presenteren aan het publiek, op zaterdag 29 augustus 2020. Lees meer…

Familieopstelling
Leestijd: 3 minuten

Beste Willem,

Petrus (Peerke) Donders (1809-1887) was een Tilburgse weldoener. Hij werd in 1982 zalig verklaard door Paus Johannes Paulus II. Zijn standbeeld staat op de hoek van het Wilhelminapark. Als kind kwam ik er altijd langs als we naar oma gingen. Peerke werkte met leprapatiënten op de plantage Batavia in Suriname, bouwde huizen voor indianen in de binnenlanden, gaf eten aan arme en zieke mensen en genas in 1927, veertig jaar na zijn dood, in Tilburg en passant nog even een kind van botkanker.
Peerke kon dat allemaal, zo leerde ik op de Rooms-Katholieke Basisschool De Hasselt in Tilburg, omdat hij in God geloofde.
Dat vond mijn vader flauwekul. Van dat wonder met het kindje geloofde hij ‘ginne flikker’ en die hele zaligverklaring ‘door zo’n langjurk mee un gek petje’ kon hem gestolen worden. Peerke Donders was gewoon ‘unne goeie meens.’
Mijn moeder beaamde dat: Peerke deed die dingen gewoon omdat hij lief wilde zijn.
Lief zijn, gewoon dat.

Zo, Willem, opent mijn nieuwe roman, Familieopstelling. Hij komt ongeveer gelijktijdig uit met dit blad. Het is bijna twintig jaar na Komt een vrouw bij de dokter en Stijn is terug. Vijfenvijftig jaar, vader, een op de klippen gelopen huwelijk, een samenwoonpoging en tenslotte nog een mislukte relatie met een vrouw die hij al twintig jaar kende. Hij lijkt, kortom, best een beetje op ons, Willem.
Dat is geen toeval, althans zijn gelijkenis met mij. Het is mijn eerlijkste boek sinds mijn debuut, waarin ik mezelf in één machtige beweging positioneerde als de grootste vreemdganger die ons land sinds Prins Bernhard heeft gekend. Familieopstelling was in eerste instantie zelfs nóg eerlijker: het plan was om een autobiografische familiegeschiedenis te schrijven. Aan vaders kant waren nog twee van de oorspronkelijk acht kinderen geestelijk zo fief dat ze mij alle verhalen over de familie Van de Klundert tot in detail konden vertellen. In de appgroep die ik met ome Ruud en tante Annemarie aanmaakte werd ik bestookt met anekdotes, foto’s en zelfs minutieus gemaakte plattegronden van het Tilburgse arbeidershuisje waar ze met zijn tienen woonden.
Van de geschiedenis aan moeders kant wist ik zelf alles. Mijn moeder kwam uit een getroebleerd gezin, waar de pannen over tafel vlogen als er weer eens ruzie was. Opa was de Tweede Wereldoorlog uitgekomen als een gebroken man. Thuis ging de oorlog gewoon door, met twee partijen die zich in hun loopgraven verschansten, dagenlang geen woord tegen elkaar zeiden en wachtten tot de ander het hoofd boven het maaiveld uitstak, waarna de boel ontplofte. Twee jaar Arbeidseinsatz in Duitsland en twee jaar onderduiken hadden van opa geen makkelijk mens gemaakt. Oma was altijd al een secreet geweest. Mijn moeder en haar broer zaten ertussenin. Het leidde ertoe, Willem, dat mijn moeder haar hele leven bang was voor ruzie en mijn oom zijn hele leven angst had voor relaties. Hoe het afloopt met beiden staat in de roman.
Want dat is het uiteindelijk toch geworden, een roman. Ik liep tegen hetzelfde aan waar ik twintig jaar geleden met Komt een vrouw tegenaan liep: toen ging het verhaal niet zozeer over mezelf, als wel over wat er gebeurt in een relatie van twee jonge mensen waarvan de vrouw een terminale ziekte krijgt en de man maar niet wil inzien dat dit ook zijn leven dramatisch veranderde. Komt een vrouw had ook over een vrouw en een man kunnen gaan waarvan de een in een rolstoel terecht komt. Het verhaal voelt als een steentje in je schoen: je wilt de hoofdpersoon een enorme hufter vinden (wat-ie ook is, vertel mij wat), maar ergens knaagt het: wat zou ík doen als mij zoiets overkwam. Het verhaal morrelt aan je waarden en normen, waarvan nog maar moet blijken wat die waard zijn als de pleuris in jouw leven uitbreekt.
Bij het schrijven van Familieopstelling kwam ik er halverwege achter dat het wel heel navelstaarderig werd om de familiegeschiedenis van vaders en moeders kant uit te diepen als als oorzaak van het hoe en waarom Raymond van de Klundert is uitgegroeid tot de man die hij nu is. Als je op onze leeftijd bent, Willem, is het misschien tijd om niet je ouders de schuld van je karakter te geven, maar zelf de verantwoordelijkheid te nemen over je leven. Daar gaat mijn nieuwe roman over. De zoektocht die ons, vijftigers, allemaal bezighoudt: wie zijn we geworden en wie willen we zijn.
In mijn geval komt dat dicht bij wat Peerke Donders was en wat onze betreurde burgemeester Eberhard zei voor zo’n dood. Wees gewoon een beetje lief voor elkaar, Willem.
En daar moet je dan vijfenvijftig voor worden.

#ajaJuv
Leestijd: < 1 minuut

1973.

In mijn nylon Ajax-pyjama van de SRV- man voor de televisie. Zien hoe Johnny Rep in de vijfde minuut 1-0 scoort tegen Juventus en Ajax daarna de wedstrijd op slot gooit. Cruijff en Neeskens gingen na dat seizoen naar Barcelona. Herman Kuiphof (of Koen Verhoef) zei tijdens deze ereronde, nadat Ajax drie Europacups achtereen had gewonnen: ‘dit is het eind van een tijdperk.’

2019.
Zes jongens van 22 en jonger.
Een budget ter grootte van het kleedgeld van de andere kwartfinalisten. Bayern eruit.
Benfica eruit.
Real Madrid eruit.
Een nieuw tijdperk zal het niet worden. Na dit seizoen zullen niet zoals in 1973 twee, maar zes of zeven jongens worden weggekocht.

Wij zijn Ajax. We zijn niet de beste, zoals we onszelf met Amsterdamse arrogantie noemen.
Maar anno 2019 zijn we wel weer de leukste.

Yoga
Leestijd: 2 minuten

Beste Willem,

 

Meestal begin ik deze column met een vraag aan jou, maar in deze lijkt me dat overbodig: we gaan het over yoga hebben en ik hoef jou niet te vragen of je daar hebt iets mee hebt, dat ziet een blinde met één oog.

Welnu, Willem, dat schept een band: ik heb ook helemaal niks met yoga. Ik begrijp het niet, ik zie het niet, ik heb er het lijf niet voor. Als ik met gestrekte benen mijn tenen probeer aan te raken, kan ik pardoes op iedere willekeurige plek tussen mijn hoofd en mijn hamstring doormidden breken. Ik ben zo buigzaam als een vierbaans autosnelweg.

En dat is er in de loop der jaren niet beter op geworden.

Ik heb in mijn leven gevoetbald, getennist en (laten we dit in godsnaam onder ons houden, Willem – als dit uitlekt zou het wel eens de doodsteek voor mijn seksleven kunnen betekenen) zelfs nog een blauwe maandag gekorfbald.

Bij een balsport is het simpel: diegene die de bal zoveel mogelijk in (of over; een essentieel verschil tussen voetbal en tennis) het net van de tegenstander jast, wint.

Ik hou van winnen. Bij yoga telt dat niet.

Ik heb het één keer gedaan, Willem, yoga. Op Ibiza, met een camera van BNN 3opReis vol op mijn snufferd, in een yoga-centrum in de heuvels bij Benniras. Het concept van het programma was dat BNN Kluun ging laten zien dat er op Ibiza toch ook echt daglicht en dagleven bestond. De avond ervoor was ik met een paar vrienden en vriendinnen aan de boemel geweest. Mijn lijf was druk doende de afvalstoffen uit alle porieën naar buiten te duwen. Ik zweette als een Goudse kaas. Voor me stond een vrouw met een in strakke legging gestoken bilpartij. Haar handen en voeten had ze plat op de mat, zoals dat bij yoga de bedoeling schijnt te zijn. Haar kont stak als omhoog, op een kleine meter van mijn gezicht, hetgeen bij yoga dan weer niet als zeer uitnodigend bedoeld is.

Nu ben ik op een leeftijd waarop ik, na veel training, mijn lusten op gezette tijden in toom weet te houden, maar ik blijf het ingewikkeld vinden om een totale desinteresse te veinzen zodra er vlak voor mijn gezicht de welvingen van een paar prachtige billen of borsten opdoemen. Een tv-camera is meedogenloos, dus ik heb die ochtend een kwartier lang uit alle macht gepoogd niet (NIET, NIET!) naar haar kont proberen te kijken. Ik kan mijn hersens nog zo inprenten dat we hier aan het yoga-en zijn, maar ze luisteren gewoon niet, Willem. Ik vind het al razendknap dat ik andere lichaamsdelen onder controle kan houden.

Mijn agente Miranda Bruinzeel is, zoals ze zelf zegt, yoga-yehova. Ze weet alles van yoga, kent alle spelers en landskampioenen van de laatste decennia bij naam en gaat vaak naar internationale wedstrijden en eindtoernooien.

Miranda heeft al vijftien jaar het beste met me voor, geloof ik, en roept al jaren dat ik er nu maar eens aan moet.

‘Yoga is goed voor jou, Ray.’

‘Mier, kom op, ik ben de enige mens op aarde bij wie lijkstijfheid al bij leven zijn intrede heeft gedaan.’

‘Daarom.’

We gaan binnenkort samen, op een zaterdagochtend om half negen. Mier heeft critical alignment yoga uitgezocht. Ik heb de site bekeken. Zelfs voor de schooltandarts was ik niet zo bang.

Willem, mocht je niks van me horen voor het verstrijken van de deadline van het volgende nummer, dan zou het kunnen dat ik met een gebroken wervelkolom ergens in een revalidatiecentrum lig.

 

 

Beste Willem,
Leestijd: 2 minuten

 

We zitten beiden in een handel waarin we de mazzel hebben dat er nog mensen zijn die, al is het heel af en toe, lezen. Dat bracht me op de vraag of jij zelf, als opperhoofd van dit magazine, eigenlijk kunt lezen, Willem? Of kijk je alleen plaatjes van auto’s, horloges, drones, surfplanken en Chantal Janzen?

En schrijven, doe je dat nog wel eens?  Ik heb het hier niet over een briefje met woorden als boterhammenworst, afbakbroodjes, chocopasta, kaassoufle’s, chipito’s, diepvrieskroketten en maagzuurremmers – hoe nuttig en zelfs nog enigszins poëtisch ook – maar over écht schrijven.

Ik hou van schrijven, Willem. Ik schrijf deze column, die jij waarschijnlijk nooit leest, elke maand met veel plezier. Ik hou zo van schrijven dat ik het fijn vind om kinderen aan de schrijverij te helpen. Dat helpen mag je ruim opvatten. Bij mij thuis gaat de knoet erover, leestechnisch. Ik vind dat lijfstraffen in de vorm van een kleine corrigerende tik of een electrotechnische schok geoorloofd zijn om kinderen een boek in plaats van iPad, iPhone of iWatdanook te laten pakken. Mijn kinderen lezen veel. Ze hebben er weliswaar net zo’n typhushekel aan als ik vroeger aan het zelf plakken van mijn fietsband, wat ik onder dwang van mijn vader heb geleerd (en daarna nooit meer gedaan), maar het zal me worst wezen, Willem. Zo lang ze thuis wonen geldt: wie aardappelen vaart, die aardappelen eet. En dus zullen mijn kinderen lezen, al zijn ze de laatsten der aarde die over deze gave beschikken.

Vorige week gaf ik dus college op de basisschool van Lola, in het luxereservaat. De kinderen moesten zelf een verhaal verzinnen, en omdat de aandachtspanne van de jongste generatie niet verder reikt dan de uitleg van weer een onbenullig spelletje op hun iPhone, daagde ik ze uit tot het verzinnen van een verhaal van slechts zes woorden, een  zogeheten SixWordStory. Hebben wij met Nightwriters ook vaak gedaan. (Saskia Noort, vlak na haar scheiding: ‘Met zijn auto keihard naar flitspalen’) (Tom  Lanoie: Hij gilde ‘HOER!’ en vilde voort).

De ene groep kinderen kwam met ‘Gatver!’ gilde Truusje. De hond grinnikte. De groep waarin Lola, mijn jongste dochter zat kwam met Help, heb mijn ouders nooit gemist! Lola keek er heel triomfantelijk bij. Ik heb er binnenkort een afspraak over met de kinderpsycholoog.

Vervolgens gingen we het schoolplein op, met de opdracht om het komende half uur alles wat ze zagen met de ogen van een schrijver te bekijken. ‘Overal zit een verhaal in, kinderen,’ doceerde ik. Ik liep met twee jochies van elf mee. Ze liepen over het stenen voetbalveld, dat een meter lager ligt dan de rest van het schoolplein. ‘Dit lijkt wel een romeinse arena,’ zei Pelle (11) verlegen. Ewoud (12), met een gezicht alsof hij zojuist het licht had uitgevonden, wees naar het iglo-vormige klimrek een paar meter verderop: ‘Ja, en omdat de poolkappen smelten, trekken dan alle eskimo’s naar Rome, maar bouwen daar wel open iglo’s, om minder heimwee te hebben!’

BAM.

Op de terugweg naar de klas zei Ewoud dromerig: ‘er leek me niks aan, les in verhalen verzinnen, want ik dacht dat ik dat helemaal niet kon. Maar nu heb ik een verhaal en een Six Word Story verzonnen.’

Ewoud had niet het vuur uitgevonden, maar het wel gezien.

 

Veiling Haringparty Landmarkt
Leestijd: 2 minuten

We zijn hier allen bijeen om om de dood van onze geschubte vriend, de haring te rouwen. Er is mooi werk door de afleggers verricht, de dieren liggen vredig en mooi opgebaard bijeen in een familiegraf.

Zoals we allemaal weten, behoort de haring als enige vis tot de edele diersoorten, tesamen met de leeuw, de antilope, de eenhoorn, de dolfijn en de gnoe. Niet alleen zong een van de grootste zangers in de geschiedenis van de vaderlandse lichte muziek reeds dat alles, ja alles een mens gelukkig kan maken, de zon die doorbreekt, een verse haring recht uit de zee; er  zijn zelfs kunstenaars die zich naar de haring hebben vernoemd.

De reputatie van de haring, gaat terug tot de tijd dat Mozes nog in korte broeken liep. Het aimabele dier wordt reeds in de Heilige Boeken beschreven, wie kent niet het ‘In de naam van de vader, de zoon en de heilige haring’ en het “Haring, ik ben niet waard dat gij tot me komt’. Helaas wordt zijn naam ook vaak misbruikt, op volle pleinen, in stadions en op luchthavens, in de vorm van een krachtig uitgesproken ‘Haring Akhbar!’.

En dat terwijl de haring bekend staat om zijn onbaatzuchtige ziltheid en onvoorwaardelijke opofferingsgezindheid. Zijn soortgenoten zijn op hun gelukkigst als ze hun leven kunnen geven ter onzer genot, ze worden daarom ook wel de Jezus Christus der open wateren genoemd, met dit verschil dat ze niet over water kunnen lopen, sterker, de haring kan helemaal niet lopen, veel verder dan wat hulpeloos gespartel op het dek van de boot die hem even daarvoor gevangen heeft, komt hij niet. Zwemmen kan hij wel als de beste, al moet dat ook met een korrel pekel genomen worden, want als hij zo goed had kunnen zwemmen, lag hij hier nu niet met zijn soortgenootjes opgebaard in een tonnetje.

De haring, ook wel de Messi van de oceaan genoemd, of wacht, die vergelijking is een beetje ongelukkig, ik bedoel de Zyjech van de zeewatere-, of nou goed, de Lukaku der levende dieren, geroemd om zijn zachte karakter en zilte inborst, is ver verheven boven tonijnen, tongen, zalmen, palingen, inkt-, zonne-, stok- en zwaardvissen, alsmede andere schepsels die de wateren der aarde bevolken (zoals daar zijn de mossel, de oester, de kreeft, de crab, de garnaal en de gegrilde scampi met knoflookboter): geen van zijn collega’s haalt het bij de haring.

De smaak van de haring, ook wel de diamant der dieren genoemd, is verheven boven alle andere dieren met vinnen.

Welnu, vanavond kunt u de gelukzalige bezitter worden van niet een, niet twee, maar een hele ton haringen, ook wel de smaragd der smakelijkheden genoemd, en u krijgt er nog een boterhammenzakje met uitjes bij en, de goedheid van Landmarkt kent geen grenzen, nog een fles Korenwijn ter waarde van 1500 euro op de koop toe. Tel uit uw winst. (Of nee, dat doen wij dan wel, nadat mijn vergoeding eraf is, gaat de gehele opbrengst naar Stichting Klavertje Twee. Misschien goeds om te weten is dat ik alleen reiskosten reken voor deze schnabbel, ik ben er echter wel even voor overgevlogen vanaf mijn huis op Ibiza.)

Degene die straks het hoogst biedt (we gaan voor de prijs van een nog niet ontdekte Rembrandt), zal zijn smaakpapillen van jolijt de polonaise voelen dansen, zijn (of haar, anders krijgen we dat gezeik weer) tong zal spinnen, zijn gehemelte zal Neptunus op zijn blote knieën danken.

We gaan van start met een bedrag van 10 euro, zeg maar de straatwaarde van één goede vette haring, ook wel de designerdrug der dode vissen, genoemd.