Nieuws

Interviews, recensies en meer

Scheltema TV

We zijn bijna buren, Kluun een nieuw boek, tijd om hem op de koffie te vragen en wat boeken te signeren in de winkel. Daar was ie dan, op de fiets en wilde ook graag een paar vragen beantwoorden. Bekijk het filmpje en haast je naar de winkel want voor de gesigneerde boeken geldt op=op!

 

De Standaard

“Een boek dat op de wereld lijkt te zijn gezet om schuimbekkend van leesplezier, je reinste leedvermaak en diepe ontroering te worden verslonden.”

Humor in de letteren – leestips van Kluun

Kluun zat regelmatig te schrijven in de Bibliotheek LocHal, in het centrum van zijn geboortestad. Hij koos deze plek ook uit om het eerste exemplaar van Familieopstelling te presenteren aan het publiek, op zaterdag 29 augustus 2020. Lees meer…

Familieopstelling

Beste Willem,

Petrus (Peerke) Donders (1809-1887) was een Tilburgse weldoener. Hij werd in 1982 zalig verklaard door Paus Johannes Paulus II. Zijn standbeeld staat op de hoek van het Wilhelminapark. Als kind kwam ik er altijd langs als we naar oma gingen. Peerke werkte met leprapatiënten op de plantage Batavia in Suriname, bouwde huizen voor indianen in de binnenlanden, gaf eten aan arme en zieke mensen en genas in 1927, veertig jaar na zijn dood, in Tilburg en passant nog even een kind van botkanker.
Peerke kon dat allemaal, zo leerde ik op de Rooms-Katholieke Basisschool De Hasselt in Tilburg, omdat hij in God geloofde.
Dat vond mijn vader flauwekul. Van dat wonder met het kindje geloofde hij ‘ginne flikker’ en die hele zaligverklaring ‘door zo’n langjurk mee un gek petje’ kon hem gestolen worden. Peerke Donders was gewoon ‘unne goeie meens.’
Mijn moeder beaamde dat: Peerke deed die dingen gewoon omdat hij lief wilde zijn.
Lief zijn, gewoon dat.

Zo, Willem, opent mijn nieuwe roman, Familieopstelling. Hij komt ongeveer gelijktijdig uit met dit blad. Het is bijna twintig jaar na Komt een vrouw bij de dokter en Stijn is terug. Vijfenvijftig jaar, vader, een op de klippen gelopen huwelijk, een samenwoonpoging en tenslotte nog een mislukte relatie met een vrouw die hij al twintig jaar kende. Hij lijkt, kortom, best een beetje op ons, Willem.
Dat is geen toeval, althans zijn gelijkenis met mij. Het is mijn eerlijkste boek sinds mijn debuut, waarin ik mezelf in één machtige beweging positioneerde als de grootste vreemdganger die ons land sinds Prins Bernhard heeft gekend. Familieopstelling was in eerste instantie zelfs nóg eerlijker: het plan was om een autobiografische familiegeschiedenis te schrijven. Aan vaders kant waren nog twee van de oorspronkelijk acht kinderen geestelijk zo fief dat ze mij alle verhalen over de familie Van de Klundert tot in detail konden vertellen. In de appgroep die ik met ome Ruud en tante Annemarie aanmaakte werd ik bestookt met anekdotes, foto’s en zelfs minutieus gemaakte plattegronden van het Tilburgse arbeidershuisje waar ze met zijn tienen woonden.
Van de geschiedenis aan moeders kant wist ik zelf alles. Mijn moeder kwam uit een getroebleerd gezin, waar de pannen over tafel vlogen als er weer eens ruzie was. Opa was de Tweede Wereldoorlog uitgekomen als een gebroken man. Thuis ging de oorlog gewoon door, met twee partijen die zich in hun loopgraven verschansten, dagenlang geen woord tegen elkaar zeiden en wachtten tot de ander het hoofd boven het maaiveld uitstak, waarna de boel ontplofte. Twee jaar Arbeidseinsatz in Duitsland en twee jaar onderduiken hadden van opa geen makkelijk mens gemaakt. Oma was altijd al een secreet geweest. Mijn moeder en haar broer zaten ertussenin. Het leidde ertoe, Willem, dat mijn moeder haar hele leven bang was voor ruzie en mijn oom zijn hele leven angst had voor relaties. Hoe het afloopt met beiden staat in de roman.
Want dat is het uiteindelijk toch geworden, een roman. Ik liep tegen hetzelfde aan waar ik twintig jaar geleden met Komt een vrouw tegenaan liep: toen ging het verhaal niet zozeer over mezelf, als wel over wat er gebeurt in een relatie van twee jonge mensen waarvan de vrouw een terminale ziekte krijgt en de man maar niet wil inzien dat dit ook zijn leven dramatisch veranderde. Komt een vrouw had ook over een vrouw en een man kunnen gaan waarvan de een in een rolstoel terecht komt. Het verhaal voelt als een steentje in je schoen: je wilt de hoofdpersoon een enorme hufter vinden (wat-ie ook is, vertel mij wat), maar ergens knaagt het: wat zou ík doen als mij zoiets overkwam. Het verhaal morrelt aan je waarden en normen, waarvan nog maar moet blijken wat die waard zijn als de pleuris in jouw leven uitbreekt.
Bij het schrijven van Familieopstelling kwam ik er halverwege achter dat het wel heel navelstaarderig werd om de familiegeschiedenis van vaders en moeders kant uit te diepen als als oorzaak van het hoe en waarom Raymond van de Klundert is uitgegroeid tot de man die hij nu is. Als je op onze leeftijd bent, Willem, is het misschien tijd om niet je ouders de schuld van je karakter te geven, maar zelf de verantwoordelijkheid te nemen over je leven. Daar gaat mijn nieuwe roman over. De zoektocht die ons, vijftigers, allemaal bezighoudt: wie zijn we geworden en wie willen we zijn.
In mijn geval komt dat dicht bij wat Peerke Donders was en wat onze betreurde burgemeester Eberhard zei voor zo’n dood. Wees gewoon een beetje lief voor elkaar, Willem.
En daar moet je dan vijfenvijftig voor worden.

#ajaJuv

1973.

In mijn nylon Ajax-pyjama van de SRV- man voor de televisie. Zien hoe Johnny Rep in de vijfde minuut 1-0 scoort tegen Juventus en Ajax daarna de wedstrijd op slot gooit. Cruijff en Neeskens gingen na dat seizoen naar Barcelona. Herman Kuiphof (of Koen Verhoef) zei tijdens deze ereronde, nadat Ajax drie Europacups achtereen had gewonnen: ‘dit is het eind van een tijdperk.’

2019.
Zes jongens van 22 en jonger.
Een budget ter grootte van het kleedgeld van de andere kwartfinalisten. Bayern eruit.
Benfica eruit.
Real Madrid eruit.
Een nieuw tijdperk zal het niet worden. Na dit seizoen zullen niet zoals in 1973 twee, maar zes of zeven jongens worden weggekocht.

Wij zijn Ajax. We zijn niet de beste, zoals we onszelf met Amsterdamse arrogantie noemen.
Maar anno 2019 zijn we wel weer de leukste.

Yoga

Beste Willem,

 

Meestal begin ik deze column met een vraag aan jou, maar in deze lijkt me dat overbodig: we gaan het over yoga hebben en ik hoef jou niet te vragen of je daar hebt iets mee hebt, dat ziet een blinde met één oog.

Welnu, Willem, dat schept een band: ik heb ook helemaal niks met yoga. Ik begrijp het niet, ik zie het niet, ik heb er het lijf niet voor. Als ik met gestrekte benen mijn tenen probeer aan te raken, kan ik pardoes op iedere willekeurige plek tussen mijn hoofd en mijn hamstring doormidden breken. Ik ben zo buigzaam als een vierbaans autosnelweg.

En dat is er in de loop der jaren niet beter op geworden.

Ik heb in mijn leven gevoetbald, getennist en (laten we dit in godsnaam onder ons houden, Willem – als dit uitlekt zou het wel eens de doodsteek voor mijn seksleven kunnen betekenen) zelfs nog een blauwe maandag gekorfbald.

Bij een balsport is het simpel: diegene die de bal zoveel mogelijk in (of over; een essentieel verschil tussen voetbal en tennis) het net van de tegenstander jast, wint.

Ik hou van winnen. Bij yoga telt dat niet.

Ik heb het één keer gedaan, Willem, yoga. Op Ibiza, met een camera van BNN 3opReis vol op mijn snufferd, in een yoga-centrum in de heuvels bij Benniras. Het concept van het programma was dat BNN Kluun ging laten zien dat er op Ibiza toch ook echt daglicht en dagleven bestond. De avond ervoor was ik met een paar vrienden en vriendinnen aan de boemel geweest. Mijn lijf was druk doende de afvalstoffen uit alle porieën naar buiten te duwen. Ik zweette als een Goudse kaas. Voor me stond een vrouw met een in strakke legging gestoken bilpartij. Haar handen en voeten had ze plat op de mat, zoals dat bij yoga de bedoeling schijnt te zijn. Haar kont stak als omhoog, op een kleine meter van mijn gezicht, hetgeen bij yoga dan weer niet als zeer uitnodigend bedoeld is.

Nu ben ik op een leeftijd waarop ik, na veel training, mijn lusten op gezette tijden in toom weet te houden, maar ik blijf het ingewikkeld vinden om een totale desinteresse te veinzen zodra er vlak voor mijn gezicht de welvingen van een paar prachtige billen of borsten opdoemen. Een tv-camera is meedogenloos, dus ik heb die ochtend een kwartier lang uit alle macht gepoogd niet (NIET, NIET!) naar haar kont proberen te kijken. Ik kan mijn hersens nog zo inprenten dat we hier aan het yoga-en zijn, maar ze luisteren gewoon niet, Willem. Ik vind het al razendknap dat ik andere lichaamsdelen onder controle kan houden.

Mijn agente Miranda Bruinzeel is, zoals ze zelf zegt, yoga-yehova. Ze weet alles van yoga, kent alle spelers en landskampioenen van de laatste decennia bij naam en gaat vaak naar internationale wedstrijden en eindtoernooien.

Miranda heeft al vijftien jaar het beste met me voor, geloof ik, en roept al jaren dat ik er nu maar eens aan moet.

‘Yoga is goed voor jou, Ray.’

‘Mier, kom op, ik ben de enige mens op aarde bij wie lijkstijfheid al bij leven zijn intrede heeft gedaan.’

‘Daarom.’

We gaan binnenkort samen, op een zaterdagochtend om half negen. Mier heeft critical alignment yoga uitgezocht. Ik heb de site bekeken. Zelfs voor de schooltandarts was ik niet zo bang.

Willem, mocht je niks van me horen voor het verstrijken van de deadline van het volgende nummer, dan zou het kunnen dat ik met een gebroken wervelkolom ergens in een revalidatiecentrum lig.

 

 

Beste Willem,

 

We zitten beiden in een handel waarin we de mazzel hebben dat er nog mensen zijn die, al is het heel af en toe, lezen. Dat bracht me op de vraag of jij zelf, als opperhoofd van dit magazine, eigenlijk kunt lezen, Willem? Of kijk je alleen plaatjes van auto’s, horloges, drones, surfplanken en Chantal Janzen?

En schrijven, doe je dat nog wel eens?  Ik heb het hier niet over een briefje met woorden als boterhammenworst, afbakbroodjes, chocopasta, kaassoufle’s, chipito’s, diepvrieskroketten en maagzuurremmers – hoe nuttig en zelfs nog enigszins poëtisch ook – maar over écht schrijven.

Ik hou van schrijven, Willem. Ik schrijf deze column, die jij waarschijnlijk nooit leest, elke maand met veel plezier. Ik hou zo van schrijven dat ik het fijn vind om kinderen aan de schrijverij te helpen. Dat helpen mag je ruim opvatten. Bij mij thuis gaat de knoet erover, leestechnisch. Ik vind dat lijfstraffen in de vorm van een kleine corrigerende tik of een electrotechnische schok geoorloofd zijn om kinderen een boek in plaats van iPad, iPhone of iWatdanook te laten pakken. Mijn kinderen lezen veel. Ze hebben er weliswaar net zo’n typhushekel aan als ik vroeger aan het zelf plakken van mijn fietsband, wat ik onder dwang van mijn vader heb geleerd (en daarna nooit meer gedaan), maar het zal me worst wezen, Willem. Zo lang ze thuis wonen geldt: wie aardappelen vaart, die aardappelen eet. En dus zullen mijn kinderen lezen, al zijn ze de laatsten der aarde die over deze gave beschikken.

Vorige week gaf ik dus college op de basisschool van Lola, in het luxereservaat. De kinderen moesten zelf een verhaal verzinnen, en omdat de aandachtspanne van de jongste generatie niet verder reikt dan de uitleg van weer een onbenullig spelletje op hun iPhone, daagde ik ze uit tot het verzinnen van een verhaal van slechts zes woorden, een  zogeheten SixWordStory. Hebben wij met Nightwriters ook vaak gedaan. (Saskia Noort, vlak na haar scheiding: ‘Met zijn auto keihard naar flitspalen’) (Tom  Lanoie: Hij gilde ‘HOER!’ en vilde voort).

De ene groep kinderen kwam met ‘Gatver!’ gilde Truusje. De hond grinnikte. De groep waarin Lola, mijn jongste dochter zat kwam met Help, heb mijn ouders nooit gemist! Lola keek er heel triomfantelijk bij. Ik heb er binnenkort een afspraak over met de kinderpsycholoog.

Vervolgens gingen we het schoolplein op, met de opdracht om het komende half uur alles wat ze zagen met de ogen van een schrijver te bekijken. ‘Overal zit een verhaal in, kinderen,’ doceerde ik. Ik liep met twee jochies van elf mee. Ze liepen over het stenen voetbalveld, dat een meter lager ligt dan de rest van het schoolplein. ‘Dit lijkt wel een romeinse arena,’ zei Pelle (11) verlegen. Ewoud (12), met een gezicht alsof hij zojuist het licht had uitgevonden, wees naar het iglo-vormige klimrek een paar meter verderop: ‘Ja, en omdat de poolkappen smelten, trekken dan alle eskimo’s naar Rome, maar bouwen daar wel open iglo’s, om minder heimwee te hebben!’

BAM.

Op de terugweg naar de klas zei Ewoud dromerig: ‘er leek me niks aan, les in verhalen verzinnen, want ik dacht dat ik dat helemaal niet kon. Maar nu heb ik een verhaal en een Six Word Story verzonnen.’

Ewoud had niet het vuur uitgevonden, maar het wel gezien.

 

Veiling Haringparty Landmarkt

We zijn hier allen bijeen om om de dood van onze geschubte vriend, de haring te rouwen. Er is mooi werk door de afleggers verricht, de dieren liggen vredig en mooi opgebaard bijeen in een familiegraf.

Zoals we allemaal weten, behoort de haring als enige vis tot de edele diersoorten, tesamen met de leeuw, de antilope, de eenhoorn, de dolfijn en de gnoe. Niet alleen zong een van de grootste zangers in de geschiedenis van de vaderlandse lichte muziek reeds dat alles, ja alles een mens gelukkig kan maken, de zon die doorbreekt, een verse haring recht uit de zee; er  zijn zelfs kunstenaars die zich naar de haring hebben vernoemd.

De reputatie van de haring, gaat terug tot de tijd dat Mozes nog in korte broeken liep. Het aimabele dier wordt reeds in de Heilige Boeken beschreven, wie kent niet het ‘In de naam van de vader, de zoon en de heilige haring’ en het “Haring, ik ben niet waard dat gij tot me komt’. Helaas wordt zijn naam ook vaak misbruikt, op volle pleinen, in stadions en op luchthavens, in de vorm van een krachtig uitgesproken ‘Haring Akhbar!’.

En dat terwijl de haring bekend staat om zijn onbaatzuchtige ziltheid en onvoorwaardelijke opofferingsgezindheid. Zijn soortgenoten zijn op hun gelukkigst als ze hun leven kunnen geven ter onzer genot, ze worden daarom ook wel de Jezus Christus der open wateren genoemd, met dit verschil dat ze niet over water kunnen lopen, sterker, de haring kan helemaal niet lopen, veel verder dan wat hulpeloos gespartel op het dek van de boot die hem even daarvoor gevangen heeft, komt hij niet. Zwemmen kan hij wel als de beste, al moet dat ook met een korrel pekel genomen worden, want als hij zo goed had kunnen zwemmen, lag hij hier nu niet met zijn soortgenootjes opgebaard in een tonnetje.

De haring, ook wel de Messi van de oceaan genoemd, of wacht, die vergelijking is een beetje ongelukkig, ik bedoel de Zyjech van de zeewatere-, of nou goed, de Lukaku der levende dieren, geroemd om zijn zachte karakter en zilte inborst, is ver verheven boven tonijnen, tongen, zalmen, palingen, inkt-, zonne-, stok- en zwaardvissen, alsmede andere schepsels die de wateren der aarde bevolken (zoals daar zijn de mossel, de oester, de kreeft, de crab, de garnaal en de gegrilde scampi met knoflookboter): geen van zijn collega’s haalt het bij de haring.

De smaak van de haring, ook wel de diamant der dieren genoemd, is verheven boven alle andere dieren met vinnen.

Welnu, vanavond kunt u de gelukzalige bezitter worden van niet een, niet twee, maar een hele ton haringen, ook wel de smaragd der smakelijkheden genoemd, en u krijgt er nog een boterhammenzakje met uitjes bij en, de goedheid van Landmarkt kent geen grenzen, nog een fles Korenwijn ter waarde van 1500 euro op de koop toe. Tel uit uw winst. (Of nee, dat doen wij dan wel, nadat mijn vergoeding eraf is, gaat de gehele opbrengst naar Stichting Klavertje Twee. Misschien goeds om te weten is dat ik alleen reiskosten reken voor deze schnabbel, ik ben er echter wel even voor overgevlogen vanaf mijn huis op Ibiza.)

Degene die straks het hoogst biedt (we gaan voor de prijs van een nog niet ontdekte Rembrandt), zal zijn smaakpapillen van jolijt de polonaise voelen dansen, zijn (of haar, anders krijgen we dat gezeik weer) tong zal spinnen, zijn gehemelte zal Neptunus op zijn blote knieën danken.

We gaan van start met een bedrag van 10 euro, zeg maar de straatwaarde van één goede vette haring, ook wel de designerdrug der dode vissen, genoemd.

When we were fab

Beste Willem,

Terwijl de rest van de wereld, met uitzondering van een handvol Italianen en een paar Aziatische landen, zijn ogen deze zomer gericht heeft op zoiets onnozels als het wereldkampioenschap voetbal in Rusland, houden wij Nederlanders ons bezig met hetgeen het er daadwerkelijk toe doet in het leven: het EK van 1988, deze maand dertig jaar geleden.

Misschien moeten we het even uitleggen aan de jonge lezertjes, Willem. Het is moeilijk voor te stellen voor mensen beneden de veertig, maar er was een tijd dat Nederland nog regelmatig meedeed aan Europese en wereldkampioenschappen. Sterker, in 1988 won Nederland haar eerste en enige internationale prijs ooit. Eindelijk waren we eindelijk eens een keer de allerbeste. Van Europa dan.

Europees kampioen. Dat kan niet iedereen zeggen. Alleen Duitsland, Italie, Duitsland en Frankrijk, de echte toplanden, zijn ook ooit Europees kampioen geweest. En de Sovjet Unie. En Tsjecho-Slowakije. En Denemarken. En Griekenland. Maar verder niemand. Het is dus echt iets om bij stil te staan, al is het dertig jaar later.

Vrees niet, Willem, we gaan hier niet weer liggen jeremiëren over dat doelpunt van Van Basten, ik wil het hebben over iets dat de meeste lezers van dit blad meer boeit dan voetbal.

Vrouwen.

Of meer specifiek, één vrouw, een (dat mocht je in 1988 nog gewoon zeggen) enorm lekker wijf in een oranje badpak. Nimmer tevoor en erna heb ik ooit in een voetbalstadion naast een vrouw in een badpak gestaan. Leonie heette ze, geloof ik, al weet ik dat niet zeker meer. Dat oranje badpak wel. Ze stond naast me op de tribune in het Parkstadion in Gelsenkirchen, tijdens Ierland-Nederland. Ik vond Leonie verdomd leuk. Of laat ik eerlijk zijn: ik vond Leonie’s (dat mocht je in 1988 nog gewoon zeggen) forse tieten in dat oranje badpak verdomd leuk. Het wond me als vierentwintigjarige jongen behoorlijk op, Willem. Nog steeds trouwens. Zelf droeg ik een Ruud Gullit-rastapruik die dag, en ik had (dat mocht je in 1988 nog gewoon doen) mijn witte huidje van een Gullit-teint voorzien. Leonie had er geen problemen mee.

Toen Kieft met die malle kopbal in de 82e minuut voorkwam dat Oranje eruit werd gekegeld, nam ik mijn kans waar, dook op Leonie en haar badpak en stak mijn tong in haar mond, om hem er pas weer uit te halen toen de spelers al lang en breed in de kleedkamer in bad zaten.

Die avond nam ik mijn intrek in het hotel van Leonie, liet mijn vrienden de terugtocht naar Breda aanvaarden zonder mij en heb Leonie de hele nacht haar bedje door liggen prakken. Daarna heb ik me de hele zomer van 1988 en groot deel van de eerste helft van de jaren negentig op Leonie en haar oranje badpak afgetrokken.

Was het maar waar Willem.

Er klopt niks van dit verhaal.

De enige zin die waar is aan de voorgaande alinea is die van dat aftrekken. Tot op de dag van vandaag heb ik er spijt van dat ik na de Kieftkopbal te laf was om Leonie te tongen. Dat Europees kampioenschap kon me verder gestolen worden.

De gemiste kans is me mijn hele carrière blijven achtervolgen. Ik ben nooit meer op het niveau van toen teruggekomen.

Ik wens je een fijne voetballoze zomer toe, Willem.

 

PS: Willem, enkele regels van deze tekst komen uit Het Eeuwige Gezeik (waarom we nooit wereldkampioen werden, maar in 2022 wel ) van Kluun & Giphart, een onweerstaanbaar lekker boek voor op het strand van Scheveningen, Ibiza of Curaçao, deze zomer overal te koop voor 12,50 euro. Want schrijvers moeten ook eten.

 

Geen seks, geen drugs en geen rock ‘n’ roll

Deze week excelleerde het hernieuwde JOHAN twee keer in een uitverkocht Paradiso, negen jaar na hun afscheid in dezelfde zaal. Voor Revu schreef ik een reportage over hun afscheidstournee in 2009.

In iTunes staat een kolom waarop je kunt zien hoe vaak je een liedje hebt afgespeeld. Nu gaat mijn externe muzikale geheugen slechts terug tot begin februari 2007 – de rest is na een terroristische zelfmoordactie van mijn toenmalige tweedehands pc opgegaan in de oncontroleerbare vaagheid van mijn eigen herinnering – maar volgens mijn iTunes-telmachientje heb ik sindsdien in totaal 2392 keer een van de 46 liedjes van JOHAN afgespeeld. Dat is, tot mijn eigen verbazing, meer dan het aantal keer dat ik iets heb gedraaid van Springsteen, van wie ik toch zelfverklaard über-fan ben. Zelfs Brown Mice, dat door zanger Jacco de Greeuw zelf als Officieel Kutnummer is erkend, slipte er nog altijd 33 keer doorheen.

2392 maal, dat komt neer op 140 uur JOHAN in dik twee jaar. En dan ben ik al trots als mensen zeggen dat ze Komt een vrouw bij de dokter twee maal hebben gelezen. JOHAN zit onder mijn huid.

Zou een band daar wel eens bij stilstaan, dat er mensen zijn die opstaan en naar bed gaan – en alles wat ertussen zit – met elk nieuw album dat ze maken? Mensen die niet af en toe een nummer of album draaien, nee, fans die de muziek van de band zo huiveringwekkend mooi vinden dat ze dagelijks een portie moeten innemen omdat ze anders de dag niet doorkomen? Enkele tienduizenden mensen die in de afgelopen jaren langer de stem van Jacco de Greeuw dan die van hun partner hebben gehoord. Of althans er naar geluisterd.

JOHAN, de Nederlandse Beatles, hadden tienduizenden fans, waaronder opvallend veel recensenten en popkenners. Sinds de Beatles ooit voet op Nederlandse bodem zetten, diep in de vorige eeuw, is er geen mooiere popmuziek gemaakt dan door JOHAN. Eigenlijk zou ik iedereen, desnoods met geweld, willen dwingen minimaal één album van de band in de platenkast te hebben.

De beste band van Nederland stopt ermee. Het nieuws werd op zijn JOHANs gebracht: niet met een persconferentie of met een interview bij RTL BOUlevard of in een grote landelijke krant, maar in een persbericht, gepland op de dag dat zanger Jacco voor een paar weken naar het buitenland vertrok. Onbereikbaar voor de media. O ironie: de band haalde er voor het eerst in haar bestaan de voorpagina van de Volkskrant mee.

Ik volgde JOHAN tijdens hun afscheidstournee langs het Nederlandse clubcircuit. Dit is het verhaal van de Band Zonder Verhaal.

9 oktober 2009, Paradiso, Amsterdam

De band heeft Thais besteld. In de kelder van Paradiso wordt gegeten uit plastic bakken. ‘Die met die garnalen is lekker,’ zegt toetsenist Matthijs van Duijvenbode.

De stemming is bedeesd. Er wordt wat gelachen om bassist Diets Dijkstra, die vandaag een nieuw aangeschafte skinny jeans draagt. Nadat iedereen uitgegeten is, wordt er gezamenlijk opgeruimd. De borden worden op de balie bij de koffiejuffrouw teruggezet, etensresten worden geïnspecteerd. ‘Zullen we wat bewaren, tot na het optreden?’ Er gaan drie bakken met afsluitbare deksels mee terug de kleedkamer in, voor straks.

Waarom stop je er mee, Jacco?

Ik voelde dat het eigenlijk wel mooi was geweest, na dertien jaar.

 

Vond je dat de band op een creatief dood spoor zit?

Dat weet ik niet, maar ik ben zelf wel even klaar met het maken van liedjesliedjes.

 

Wat ga je doen? Jij staat erom bekend dat je een schop onder je kont moet hebben van anderen voor je begint te schrijven.

 

Klopt, toen ik het mijn vriendin vertelde zei zij meteen: als je maar niet eerst maandenlang gaat zitten gamen. (de tekst in You Know. ‘this day won’t last forever/Get on with life, she says’ is een letterlijke weergave van wat van De Greeuws vriendin ooit tegen hem zei toen hij in een van zijn vermaarde depressies zat – KLUUN). Maar ik ben al wat aan het pielen. Ik wil binnen een jaar met iets komen, nu JOHAN nog bekend is. Ik heb geen zin om straks weer van voor af aan te moeten beginnen. En ik wil de komende tijd ook wel voor anderen schrijven, als ze me dat vragen. Ik zou best een nummer voor Kane willen schrijven. Of gewoon in een andere band meespelen, een tour of zo. Niet zelf een band hoeven dragen.

 

Waar luister je zelf thuis naar?

Beatles, The Byrds. Maar ook de negentiende eeuwse Russische componisten en veel Bach. Als ik daarnaar heb geluisterd komen er een week later ineens klassieke melodieen.

 

Nog iets van de laatste dertig jaar?

Ehm… Mijn smaak is toch meer retro. Ik heb niet snel meer zoiets van wow! als ik iets nieuws hoor. O ja, de Last Shadow Puppets, dat vond ik wel goed.

 

Je wordt geroemd om de kwetsbaarheid die je in je teksten legt. Waarom laat je ze nooit afdrukken in de hoesjes?

Beetje schaamte… Alleen jammer dat ze daardoor alleen via internetsites zijn terug te vinden. Daar klopt vaak niks van.

Weten de jongens in de band wel wat je precies zingt?

Ik heb het ze nog nooit voorgelegd.

 

Je praat samen niet over de teksten van je liedjes?

Nee, dat vind ik zo genant.

 

De band kleedt zich om. Er wordt wodka gedronken. Diets strijkt zijn overhemd, op de strijkplank in de kleedkamer van Paradiso. Jeroen twijfelt of hij een bruine of zwarte blouse aandoet.

Maarten: ‘Doe die bruine maar, ik heb ook al een zwarte aan vanavond, en anders zijn we zo Moke.’

 

Het optreden begint met een strak gespeelde versie van Tonight. De stemmen van Jacco en Maarten Kooijman lijken voor elkaar gemaakt. Het publiek applaudisseert, Jacco draait zich om en neemt een slok van zijn flesje water bij het drumstel van Jeroen. De band zet Comes A Time in. Na het nummer wordt het publiek met een beleefd ‘dank je wel’ voor het applaus bedankt, door gitarist Maarten Kooijman.

 

Haarlem, Patronaat, zaterdagavond 31 oktober

Ik zie jullie van te voren nooit overleggen. Wie bepaalt de setlist?

Jeroen: Jacco.

Matthijs: Al maakt het hem ook weinig uit. Het interesseert me geen reet in welke volgorde de liedjes staan, zo lang we ze maar spelen, zegt hij.

 

Er staat wel meer dan vroeger een band.

Jacco: we zijn ook meer een band geworden in de loop der jaren. Pergola was eigenlijk een prive-project van mij en de drummer.

Jeroen: We hebben de podiumopstelling veranderd. We staan bij deze tour dicht op elkaar, op een kluitje, als een pupillenelftal. En niet symetrisch. Bij andere bands staat de frontman vaak vooraan, in het midden. Bij ons staat Jacco op een lijn met Maarten en als het kan ook met Matthijs (toetsenist). En ze staan dichter bij Diets en mij. We zijn een band die meer contact met elkaar heeft dan met het publiek. We zijn eigenlijk meer bezig met goed en mooi spelen dan met het publiek.’

 

Het is een understatement. Frontman Jacco De Greeuw is de diapositieve versie van Ricky Wilson van Kaiser Chiefs en Maarten Kooijman is tegenwoordig met vetkuif en bakkenbaarden getooid, maar de roadies van Moke en Kane zien er nog altijd flitsender uit. Het spelplezier van JOHAN is er niet minder om. Ook vanavond in Haarlem geniet de band zichtbaar van de eigen muziek. De rest is ondergeschikt.

 

Leiden, zaterdag 12 december. LVC.

Het LVC in Leiden is vanavond niet uitverkocht. De soundcheck is ‘s middags al geweest, het is saai, stil en koud in de artiestenruimte van het LVC. Er zijn geen drugs en geen groupies. Nog ruim twee uur tot het optreden. Diets en Jeroen spelen een spelletje Lost Cities. Jacco ligt op een bank, op zijn hoofd een capuchon. Hij slaapt wat, sms’t en zet wat berichten op Facebook.

 

Ben je eigenlijk nog steeds nerveus voor optredens?

Altijd. Ik ben nog steeds bang om te choken, dat ik ineens de tekst niet meer weet.

Het is niet uitverkocht. Gebeurt dat vaak?

In sommige dorpen spelen we nog steeds in buurthuizen voor vijftig man. Maar dat hebben wij niet alleen, in dorpen komt het publiek om te zuipen en te ouwehoeren, de band is het alibi.

Als je nou zo populair was geworden als Moke nu is, was je dan doorgegaan?

Misschien wel. Maar we hebben er ons al lang bij neergelegd dat we nooit een mainstream-publiek zouden hebben bereikt.

Steekt dat?

Nou, nadat we 4 net hadden gemaakt en toen niet voor Lowlands werden gevraagd omdat men ons niet nieuw genoeg meer vond, gaf dat wel een knauw, ja.

Als jij nou meer een echte rockstar was geweest…

‘Ik heb het wel eens gedacht; moet ik niet de rockstar gaan spelen. Maar ik kan het gewoon niet. Ik ben jaloers op hoe Moke het heeft aangepakt, zo van ‘hier zijn we’. Die grote bek, die bluf, alles eromheen…

Terwijl jullie al vier albums lang goeie recensies krijgen van de pers.

Misschien is dat is ook wel het probleem. Het lijkt wel eens dat hoe beter de pers iets vindt, hoe kanslozer het is bij een groot publiek. En andersom. Goed spelen is gewoon niet genoeg. Een band heeft een verhaal nodig om naar het grote publiek door te breken. Een imago is maakbaar, dat weet ik ook wel, maar wij zouden zelf de eersten zijn om er doorheen te prikken. We kunnen het gewoon niet.

Nooit een hit proberen te maken?

Niet met het doel om er een te maken, nee. Maar ik had wel hits gewild, hoor.

Hebben jullie internationaal ooit succes gehad?

We hebben in Duitsland getourd. En ten tijde van Pergola (2001) was er interesse van een platenmaatschappij uit Amerika, maar dat werd uiteindelijk toch niks.

Een band als Snow Patrol is ook niet mediageniek. Zij zijn wel internationaal doorgebroken. Hoe goed zijn jullie, in vergelijking tot hen?

Jeroen: ik denk wel heel goed eigenlijk.

Diets: dat is wel onze league, ja.

Maarten: Ja, daar kunnen we mee meekomen.

Jacco: Snow Patrol? Ja, zo goed zijn wij ook, zonder bescheidenheid. ’

De band speelt hard, melodieus en gedreven, het optreden in Leiden staat als een huis. Het lijkt allemaal zo vanzelfsprekend, alsof het de normaalste zaak van de wereld is.

 

Paradiso, 22 december, het laatste optreden.

 

Er ligt een naakte vrouw op de tafel in de kleedkamer. Weliswaar op papier, op de Foxy. Vrachtwagenporno. Jacco leest voor. Het is uit tussen Linda en haar vriend omdat hij niet geil genoeg was. Linda vraagt de lezer of hij zin heeft om haar voortaan een meermaal daags te komen nemen in haar nauwe kutje en andere daartoe geschikte openingen.

 

Het laatste optreden is magistraal, alsof er een engeltje in je oor pist. De band klinkt beter dan ooit, alles klopt. Hier en daar in de zaal wordt een traan weggepinkt na weer een melancholiek poppareltje. Het concert eindigt na ruim twee uur, niet met, zoals verwacht Day is Done, maar een prachtige, ontroerende versie van Here. Paradiso steekt massaal door de platenmaatschappij uitgereikte A4-tjes met THX JHN omhoog.

 

Na afloop reikt schrijver en fan Joost Zwagerman de band postuum hun eerste gouden plaat uit. Er zijn 25.000 exemplaren verkocht van het mooiste album dat de laatste twintig jaar binnen onze landsgrenzen is gemaakt, Pergola, uit 2001. De beste band van Nederland is niet meer.

Matthijs na afloop: ‘Wat een avond. Ik stond voor een uitverkocht Paradiso te spelen met de band waar ik fan van ben.’

 

 

Menno Pot, journalist/recensent bij o.a de Volkskrant

 

Hoe goed was JOHAN eigenlijk?

Heel erg goed. Niet op een dEUS-manier (nieuw! anders! excentriek!), maar meer op een ambachtelijke Lennon/McCartney-manier: klassieke liedjes met hooks, refreinen, koortjes en soms ook teksten die altijd bij je blijven. Als liedjesband konden ze met de allerbesten mee.

Waarom is de band nooit doorgebroken naar een groot publiek?

Tja. JOHAN had in elke grote Europese stad een geziene gast in de plaatselijke Melkweg moeten zijn. Maar laten we niet doen alsof JOHAN een miskende band was. Voor een Engelstalige ‘fijnproeversband’, die wars was van grote gebaren en weigerde zich uit te venten, was JOHAN tamelijk groot.

 

Eric Corton, DJ 3FM, recensent NRC tv

 

Hoe goed was JOHAN eigenlijk ?

Heel goed. Zo goed dat er misschien wat té weinig op af te dingen viel. Goeie liedjes, goeie productie, goeie sound….

 

Waarom is de band nooit doorgebroken naar het grote publiek?

Ik denk dat dat iets met de totale gewoonheid van de band te maken heeft. Diets, Het zijn zulke gewone jongens dat het soms bijna pijn deed om naar te kijken. Zulke goeie songs en dan zo weinig podiumcharisma maakt dat de kloof tussen goed en de doorbraak naar meer en groter wel erg onoverbrugbaar wordt. Aan de songs heeft het niet gelegen…

 

Leo Blokhuis, popprofessor

Hoe goed was JOHAN eigenlijk?

We hadden niet veel beter. Helemaal niet beter. Prachtige liedjes met melancholieke ondertoon, mooi gezongen, fijne koortjes en met overgave gespeeld.

 

Waarom niet doorgebroken?

‘Ik zag ze een keer in de buitenlucht spelen. Het dreigde te gaan regenen. Jacco keek naar boven, zag de eerste druppels vallen en verzuchtte “dat hebben wij weer…”

Ik denk dat Moke de mouwen opgestroopt had, een vuist richting de hemel geschud had en de versterkers een streepje harder hadden gezet om het wolkendek uiteen te spelen. Maar ik begrijp nog steeds niet waarom Coldplay zo groot is en JOHAN niet.’

 

De dag na het optreden meldt zanger Jacco op Facebook: ‘Vannacht de kleedkamer in paradiso ondergekotst…Jezus wat genant (en smerig bovendien).’

 

Werd JOHAN toch nog rock ‘n’ roll op hun laatste avond.

 

 

 

De Standaard

“Een boek dat op de wereld lijkt te zijn gezet om schuimbekkend van leesplezier, je reinste leedvermaak en diepe ontroering te worden verslonden.”

Humor in de letteren – leestips van Kluun

Kluun zat regelmatig te schrijven in de Bibliotheek LocHal, in het centrum van zijn geboortestad. Hij koos deze plek ook uit om het eerste exemplaar van Familieopstelling te presenteren aan het publiek, op zaterdag 29 augustus 2020. Lees meer…