We praten de zomer van 2003. Komt Een Vrouw Bij De Dokter was nog niet verschenen, maar door sommige journalisten die het manuscript hadden gelezen al ‘het Turks Fruit van de 21e eeuw’ genoemd/Dat was op zich ook niet zo gek (niet doorvertellen) want dat hadden mijn onvoorstelbaar erudiete uitgever Joost Nijsen en ik zelf verzonnen, in de najaarscatalogus van uitgeverij Podium vermeld en vervolgens tegen iedereen geroepen die het wilde horen. En tegen de rest ook.) ‘Het zou wel te gek zijn als we een quote van Jan Wolkers op de cover konden hebben, dat Hij dat ook vindt, hè, dat dit de nieuwe Turks Fruit is…’ dagdroomde Kluun tegen Joost Nijsen.

Een paar dagen later het bewijs dat God toch bestond: de Eminence Grise der Nederlandsche Kutlulpijpbefneuktietenliteratuur, Jan Wolkers Himself, bleek die zondag van zins af te dalen van Zijn woonoord Texel naar het Vondelpark in Amsterdam. De Man zou een lezing geven in het Openluchttheater aldaar. Kluuntje zag zijn kans schoon en toog die zondag vastberaden, de 320 bladzijden manuscript en de Podium-catalogus met de bewuste quote onder de arm, richting Openluchttheater. Naat ging mee, ter morele ondersteuning. Nou wordt een mens in Amsterdam Zuid aardig blasé van alle BN-ers die er rond lopen, maar er zijn uitzonderingen die een jongenshart sneller doen kloppen. Johan Cruyff en Jan Wolkers behoren tot die buitencategorie.

De lezing was afgelopen en Kluun draalde wat in de buurt van het Podium. ‘Moet je er niet heen?’ vroeg Naat. ‘Eh… ja, zo meteen. Hij is bezig.’ ‘Ga nou.’ Kluun haalde diep adem en sloot aan in het rijtje mensen dat zich verzameld had bij de zijkant van het podium, waar Hij audiëntie hield, gezeten op een stoel, een meter verheven boven ons, de meute. Nog twee handtekeningenslijmers voor me en dan was ik aan de beurt. Nog ééntje. Zou ik weggaan? Ik keek opzij en zag Naat naar me kijken. Vluchten kon niet meer. De laatste vrouw voor me ging met rode koontjes en een Handtekening weg en toen stond ik tegenover Hem.

Ik stak mijn hand uit. ‘Dag,’ zei Hij, met zijn karakteristieke hese stem. Als ik geen lul had zou ik er bloedgeil van worden. ‘Dag Meneer Wolkers, ik wil u iets vragen.’ ‘Ja?’ ‘Mijn debuutroman komt dit najaar uit en daarvan wordt door sommige mensen gezegd dat het de Turks fruit van nu is.’ ‘Oh?’ ‘Mag ik u vragen om het manuscript eens te lezen en er uw mening over te-…’. Hij schudde al nee. ‘Nee, daar begin ik niet aan,’ onderbrak de hese stem mijn verzoek. ‘Ik lees nooit manuscripten van anderen, want dan moet ik er ook weer iets van gaan vinden en dat levert alleen maar ellende op.’ De Man klonk te vastberaden om een rebound te proberen. ‘En jij moet ook niet de mening vragen van collega’s,’ ging Hij verder. ‘Daar heb je niks an. Wat collega’s van je werk vinden is niet interessant, het gaat erom wat jij en je lezers ervan vinden.’ Kluuntje knikte gedwee. ‘Nooit meer doen.’ Knik. En toen kreeg ik een Hand. Met rood hoofd zwoof ik terug naar Naat. ‘En?’ vroeg Naat. ‘Hij zei Collega tegen me,’ lispelde Kluun gelukzalig.