Familieopstelling recensies

Leestijd: < 1 minuut

Ook na twintig jaar schrijverschap blijft het heerlijk om recensies en reacties te ontvangen van mensen die van je boek hebben genoten. Creëren is nou eenmaal geen wiskunde: het gevoel dat iemand je werk goed vindt blijft hetzelfde als vroeger, als mama zei dat ze trots op je was omdat je vingerverf-tekening zo mooi was of als papa je van klei gemaakte asbak uitgebroed bewonderde.

Maar soms ben ik nog trotser. Als een collega-auteur me appt met een compliment of als iemand wiens werk ik dan weer bewonder, een mail of app stuurt.

Aad Kuijper vind ik een van ‘s lands beste reclamedieren. Ik noem Bommetje, Pietertje, de Jumbocommercials met Frank Lammers en Maike Meijer.. Ik noem Bommetje, Pietertje, de Jumbocommercials met Frank Lammers en Maike Meijer.

A compliment a day keeps the azijnpissers away. Zo. En nu weer door met schrijven aan Help, ik heb een puber!

PS: Een gesigneerd exemplaar van Familieopstelling is te koop in de webshop op www.kluun.nl
#wijvanwceendadviserenwceend

Wereldberoemd binnen de Ringbanen (en in de Reeshof)
Leestijd: 2 minuten

Het Brabants Dagblad interviewde Tilburgers die het afgelopen jaar in het nieuws kwamen. Daartoe koos men niet Kluun of zijn alter ego Stijn, maar de sympathiekere, goedlachse, nuchtere, hardwerkende zus van Kluun, Melanie van de Klundert Lees meer…

De mooiste recensie
Leestijd: 5 minuten
Ik ben bijna twintig jaar schrijver. In die jaren is er veel over me geschreven door recensenten en journalisten. De allereerste recensie ooit, in Het Parool, van een recensent wiens naam ik vergeten ben, had als titel ‘Kluuniaanse aanstellerij.
De recensie eindigde zo: ‘Verstandiger is om het boek gewoon helemáál niet te kopen. En van die Kluun wil ik nu verder niks meer horen.’ (De recensent is inmiddels ontslagen wegens onethisch gedrag)
Dat is mislukt.

Lees meer…

De Standaard
Leestijd: < 1 minuut

“Een boek dat op de wereld lijkt te zijn gezet om schuimbekkend van leesplezier, je reinste leedvermaak en diepe ontroering te worden verslonden.”

Kluun familieopstelling recensies uit tijdschriften en kranten, uit binnen- en buitenland.

De Bruce Bus
Leestijd: < 1 minuut

Lee’s hier het hele verhaal: https://bkb.nl/erik/de-bruce-bus/

Nr. 31 Oosterling
Nr. 31 Oosterling
Leestijd: 2 minuten

Nr. 31 Oosterling

Het Praathuis – dat van het Grote Dierenbos van De Fabeltjeskrant –ligt dus gewoon keihard in Amsterdam. Dezelfde biertonnen, dezelfde raamindeling, hetzelfde geneuzel van de stamgasten. Als slap ouwehoeren een kunst is, dan is café Oosterling het Stedelijk Museum. En een van de stamgasten was, jawel, Leen Valkenier, auteur van 1041 af leveringen van De Fabeltjeskrant. Dan ben je best vaak in Oosterling geweest.
We zullen er geen who was who in Oosterling van maken; de gebroeders Bever, Bor de Wolf, Zoef de Haas, Juffrouw Ooievaar – er is geen beginnen aan. Maar één ding staat vast: Adèle Bloemendaal haalde aan de bar van Oosterling ooit een borst uit haar blouse en liet die zien aan een student die iets te lang haar boezem had zitten bestuderen: ‘Wil je er soms eentje vasthouden?’ Hebben we Truus de Mier nooit zien doen. Maar geneuzeld en gemopperd wordt er voldoende in dit café. De Oosterling-mensch heeft het niet zo op verandering. Daar staat zelfs een verbod op. De magnetron werd alleen geaccepteerd omdat warme gehaktballetjes toch lekkerder zijn dan lauwe. Met pijn in hun buik denken de eigenaren terug aan het eindeloze gejammer, nadat ze het gewaagd hadden het toch niet echt sprankelende bordje drinken is gezellig, zuipen niet weg te halen. De gebroeders Oosterling, eigenaars van dit etablissement (dus niet geheel zonder inspraak, zou je zeggen), opperden eens het bruingerookte plafond te witten. Onbespreekbaar.
Tijdens een grondige renovatie in 1995 werd de potkachel midden in de zaak dan toch eindelijk vervangen door centrale verwarming. Door het lekkende ding had een koolmonoxidevergiftiging jarenlang op de loer gelegen. Marcel Oosterling: ‘Iedereen lag aan het gas, maar dat hadden we nooit in de gaten, omdat de kozijnen zo poreus waren dat er altijd frisse lucht binnenkwam.’
Tot op de dag van vandaag klagen de klanten van Oosterling over waarom die kachel nou zo nodig weg moest. Toch zit er met al dat gekanker wel een hechte club daar aan de bar. In 2008 werd een van de stamgasten ziek. Zijn nieren dreigden uit te vallen. Een andere stamgast zei spontaan: ‘Als het een match is, mag je die van mij wel hebben.’
Het was geen borrelpraat. De bloedgroepen bleken te kloppen en de nier is met succes getransplanteerd.
Een mooi verhaal, maar een nier uit Oosterling, wie doe je daar nou werkelijk een plezier mee?
Oscar Oosterling: ‘Laatst vroeg iemand hier: “Heb jij toevallig een long voor me?”’

Nr. 53 Rooie Nelis
Nr. 53 Rooie Nelis
Leestijd: 2 minuten

Ooit kwam een mooie vrouw café Rooie Nelis binnen. Ze zag de kastelein wel zitten. ‘Wat zeg je, een mooie vrouw!? Ze was gewoon zo geil als de pleuris!’ Aan het woord is Blonde Sien, drieëntachtig jaar. Naast haar op het vertrouwde hoekje van de bar zit de kastelein in kwestie: Zwarte Gerrit (ondertussen zo grijs als een dakduif), eenentachtig jaar, echtgenoot van Sien. Sien met een Beerenburg en een sinas tegen de dorst, Gerrit met een pilsje. Ja, of een whisky. ‘Ik lust alles.’
Wij krijgen ook snel wat van Sien te drinken, ‘want anders krijgen jullie dorst en dat moeten we niet hebben’.

Als hier de telefoon gaat, neemt Gerrit op met ‘Met de NSVH’ en als hij te lang over een andere vrouw praat, zegt Sien: ‘Maar ik heb toch ook geen bochel?’ Zulke gesprekken. Drie onderwerpen zijn hier taboe: politiek, geloof en liefde. Sien: ‘Van al die dingen krijg je oorlog. Die z’n wijf heeft ergens anders liggen potten, die d’r man is homofiel geworden. En dan mag jij het op een ander verhaal brengen, zodat het weer gezellig wordt.’
Dit is de Jordaan, buiten de toeristenroute. De zaak opende in 1937. De eerste eigenaar was Rooie Nelis, zoon van Zwarte Nelis en vader van Blonde Sien. De Jordaan heeft iets met bijnamen. Sien: ‘De vader van mijn moeder heeft één stoot op zijn porem gehad en die heette zijn hele leven Jan de Lip.’
Het muziekrepertoire bestaat voornamelijk uit André Hazes, al beweert Gerrit een Engelstalig nummer in huis te hebben (‘van Froger’). Het interieur voldoet aan de stijlwetten: muren zijn er niet voor behang, die zijn er voor lijstjes met foto’s. Op die foto’s staan portretjes van Nelis en Sien door de jaren heen en van Gerrit toen die nog echt Zwarte Gerrit was. Verder een eindeloze stoet BN’ers: André van Duin, Hazes zelf natuurlijk, Danny de Munk, Opera Pietje, Gordon (‘die is hier begonnen, we kregen hem aangeboden van de marktjongens’), Rudi Carrell, twee generaties Alberti. Maar de grootste trots aan de muur zijn foto’s van stamgaste Beatrix als twintiger, als dertiger, als veertiger en als zeventiger. Blonde Sien is zelfs geridderd, vertelt ze niet alleen aan iedereen die het horen wil. Alleen met Koninginnedag, het hoogtepunt van het jaar voor Rooie Nelis, zijn de muren leeg. De onderste rijen foto’s gaan dan in een doos, want die worden steevast gejat. Wim Sonneveld was al twee keer spoorloos, dus die hangt nu helemaal tegen het plafond. We kunnen rustig stellen dat Rooie Nelis tegenwoordig een politieke factor is. Oud-premier Balkenende hing hier in zijn studententijd regelmatig aan de bar en bij zijn laatste verkiezingen in 2009 kwam hij ten einde raad vanuit Rooie Nelis campagne voeren. En kort na diens aantreden stond burgemeester Eberhard van der Laan opeens voor Blonde Siens neus. ‘Godskolere, krijg nou wat,’ sprak ze, en gaf Van der Laan een zoen plat op de bek. De burgervader heeft later nog een portret van zichzelf laten bezorgen, voor aan de muur hier. Gerrit ontviel ons in 2019. Café Rooie Nelis sloot een paar maanden eerder.

Nr. 89 Dante
Nr. 89 Dante
Leestijd: 3 minuten

 

Tien jaar lang hield Herman Brood domicilie in Dante. Van 1992 tot aan de dag van zijn vlucht van het Hilton bewoonde hij er een atelier op de bovenverdieping, waar hij onder anderen Bono een keer ontving.
Beneden in het grand café gebruikte Herman zijn ontbijt van melk met crème de menthe (‘Hoef je je tanden tenminste niet te poetsen’).
We moeten eerlijk zijn: zonder Brood is Dante vlees noch vis, een grand café zoals zovele, een etablissement met een 8 op de schaal van Gaap. Maar met Herman was er altijd kans op rottigheid. Bart Chabot beschreef een ochtendje Herman bij Dante.

Woensdag, 28 december 1994

Herman drinkt zijn glas leeg en staat op. ‘Kom mee, naar buiten. Demonstratie.’
Vlak voor de draaideur steekt hij plotseling zonder om te kijken zijn hand achter zijn rug naar me uit. Er glinstert iets tussen zijn vingers. Ik kan niet zien wat. Tijd om na te denken is er niet, want Herman loopt door en de draaideur komt eraan. Ik pak het chroomkleurige ding van hem aan en hou een pistool in mijn hand. Een Reck, 9mm. Een kamer met zes patronen. Made in Germany.
De draaideur suist achter me langs. We staan op het terras. Er is geen stoel onbezet.
‘Jij gaat daar staan.’ Hij gebaart naar links, naar het stuk kale stoep voor het terras.
‘Jongen, moet je horen…’
‘Ga daar staan. En dan schiet je me neer.’
‘Herman, maar…’
‘Richten en schieten.’
Hij loopt het terras af, buigt naar rechts, loopt vijf meter door en draait zich om.
Ik sta voor het terras, in de volle zon.
‘Schiet.’
Het wordt doodstil om me heen. Ik hef het pistool.
‘Kom op, schiet.’
‘Het is een geintje,’ denk ik bij mezelf. ‘Een geintje. Inderdaad, een demonstratie. Het zijn losse flodders. Het bestaat niet dat…’
‘Schiet!’
Hoe heet dat in de taal van een spaghettiwestern? Mijn wijsvinger kromt zich om de trekker.
Geintje, denk ik. Maar wat als er geen losse flodders in zitten? Hij zal toch niet…? Godverdomme. Weet ik veel wat-ie voor kankerzooi heeft gebruikt, vandaag? En wat er in zijn kop is opgekomen? “Rock- ’n-roll, mythe, kranten, Kurt Cobain, Herman Brood levensgevaarlijk gewond na aanslag, Rob Scholte, Mark Chapman, het NOS-journaal. ‘Vanmiddag, even na twee uur, is de legendarische zanger en schilder Herman Brood in het centrum van Amsterdam voor de ogen van…’ Stel je voor dat ik de trekker overhaal en… Ik heb Herman Brood vermoord.
Er klinkt gegil, opzij van me.
Of probeert-ie me uit? Spuit het door mijn kop. Test hij onze vriendschap?
De ultieme proef. Wil-ie weten of ik een pistool op hem zou kunnen richten en de trekker overhalen. Ik heb Herman Brood vermoord. Of… Of wil-ie me laten zien wat ik met dit boek doe? Wat ik aanricht? Dat ik hem verkoop, zijn kleren verdobbel, een Judas ben?
Er staan mensen op, tussen de terrastafels. Mijn vinger spant zich om de trekker. Ik ben gewend om met vuurwapens om te gaan. Als dienstplichtige, bij de luchtmacht, heb ik vrijwel dagelijks met pistolen gewerkt.
‘Schiet!!’
Herman ziet er goed uit. Hij draagt een zwart pak. Wit smokinghemd. Puntschoenen met tijgervelmotief.
‘Schíét!!’
Ik weet precies wat ik moet doen.
Op het terras vallen een paar stoelen om. Ik zucht, haal diep adem en zet mijn adem vast, zoals ik in dienst heb geleerd.
Adem in, lucht vastzetten, stabiliteit. Het pistool komt omhoog. Zonlicht ketst af op de loop. Ik knijp één oog dicht, richt op een punt vlak boven Hermans hoofd en haal de trekker over, soepel.
Een oorverdovende klap. Uit de loop spuit een vuurstraal van zeker dertig centimeter.
Ik heb Herman Brood vermoord.
Het geluid kan niet weg: de klap kaatst tussen de huizen in de smalle Spuistraat heen en weer.
Hermans hoofd knakt op zijn borst. Hij wankelt, wil naar me toe komen, probeert dat ook, maar zijn voeten hebben in de weinige tijd die hun gegeven was geen overeenstemming weten te bereiken over de te volgen route en wijzen, onzeker geworden, ieder een andere kant uit; tot Hermans benen de last van zijn bovenlichaam niet langer kunnen schragen en hij op de stoep in elkaar zakt.
Op het terras springen mensen gillend overeind – ik zie hun monden opengaan, maar horen kan ik hen niet, verdoofd als ik ben door het schot.Ik heb Herman Brood vermoord.
De Spuistraat raakt verstopt. Portieren vliegen open. Ik zie de gezichten van enkele bestuurders boven de auto-daken verschijnen.
Ik laat het pistool zakken. Van het terras van café Luxembourg komen mensen onze kant oprennen.
Herman krabbelt overeind, loopt naar me toe en neemt het wapen van me over. ‘Goed, hè,’ zegt hij.
Godverdomme.
‘En dan had ik het zo gedacht…We gaan alle terrassen af, in Amsterdam. En dan met de pet rond.’

 Uit: Bart Chabot, Up on the Hilton Roof, De Bezige Bij, Amsterdam, 2011.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

,

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nr. 57 Bitterzoet
Nr. 57 Bitterzoet
Leestijd: 2 minuten

 

 

“En opeens was daar Bitterzoet. Koud open en onmiddellijk een begrip in de stad…”

We spreken over het barre jaar 2003. De stad ging gebukt onder een ernstig gemis

aan een dagelijks podium voor beginnend talent, bands en dj’s – een club tussen

Winston en Paradiso in. Tenminste, zo zagen de initiators van Bitterzoet dat, en geef

ze eens ongelijk. Ze namen een geflopte jazzclub over en even later was je oud, grijs

en passé als je niet in Bitterzoet kwam.

 

Vanaf dag 1 was Bitterzoet het clubhuis van De Jeugd van Tegenwoordig – ze gaven er ook hun eerste concert – en de scene die daarbij hoorde. Ontwerper Parra ontwikkelde overdag het design van nieuwe Nikes en had ’s avonds zijn eigen kruk in Bitterzoet. Gee van sneakerstore Patta schoof dan ook aan, net als de jongens van Appelsap en blogger Nalden. Voor de liefhebbers van hiphop en gympies was dat een aantrekkingskracht op zichzelf. Mudvol kan het er zijn. Op zo’n avond is het happen naar adem, zeker omdat de airco nog weleens dienst wil weigeren – een concept dat de Amerikanen kopieerden voor Guantánamo Bay. Niemand kan het iets schelen. Bitterzoet is een relaxte tent, met een lounge met pooltafel, plantjes en designbanken, én met een podium waar iedere avond iets anders fraais te beleven is. Van reggae en Braziliaans tot funk en hiphop of anders wel een dj. Zelfs de maandagavond – de Bermudadriehoek van het uitgaansleven – krijgen ze aardig gevuld door een bekende Nederlander achter de draaitafel te zetten. Henk Schiffmacher speelde dj en Theo van Gogh draaide er voor twintig man. ‘Zie je wel, ik heb geen vrienden,’ sprak hij en ging aan de bar zitten zuipen. In het gastenboek schreef hij: ‘Het leek of ik op mijn eigen begrafenis draaide.’ Twee maanden later werd hij vermoord. Jan Marijnissen, altijd een gewone jongen gebleven, draaide vooral rockmuziek en Wouter Bos wimpelde de uitnodiging aanvankelijk af, drukdrukdruk. Tot ook bij de PvdA doordrong dat Bitterzoet geen verkeerde plek was en opeens had hij toch een gaatje gevonden. Zijn playlist liet hij trouwens door een stagiaire samenstellen.
De club begon meteen een streng deurbeleid. Maar niet de sneakers en caps worden geweigerd – dat is ook wat bewerkelijk met die hiphopscene binnen – maar de overhemden en instappers kunnen het vergeten. ‘Corporalen komen als iets nieuw is, nemen het over, en gaan dan weer weg, dat wilden wij niet,’ zegt initiator Joris Bakker, een wijs man. Ook zonder ballen was de tent binnen een paar jaar volledig afgeragd.Elke avond een andere productie en steeds propvol, dan blijft er weinig design over van die banken. Maar de missie is allang geslaagd:

Amsterdam heeft zijn mini-Paradiso.

 

 

Livestream Vanuit Veldhoven
Livestream Vanuit Veldhoven
Leestijd: < 1 minuut

Vanwege de lockdown moesten álle theaters vorig jaar hun deuren sluiten. Allemaal? Nee. Eén moedig theatertje bleef moedig weerstand bieden aan de oprukkende culturele armoede…

Vanuit hun riante schouwburg te Veldhoven begon Theater de Schalm begon met het streamen van culturele evenementen. Vrijdagavond mocht ik weer éven vertoeven in de geborgenheid van hun theater. Voor een uitgestorven zaal en een paar camera’s werd ik geïnterviewd door voetballiefhebber Mark van der Linden. Tussen ons in bevond zich een voetbaltafel met een opstelling van Kluun-parafenalia, aan de hand waarvan mij alleen maar leuke vragen werden gesteld. Tot slot kreeg ik óók nog een súper cadeau mee naar huis waar ik ontzettend blij mee ben.

De livestream is hier terug te kijken.

*Asterix: ‘Waarschijnlijk was De Schalm niet het enige theater dat openbleef. Excuus aan uw theater dan. Maar het was zo mooi voor het verhaal.” #schrijversmogenjokken

Café Heuvel
Café Heuvel
Leestijd: 3 minuten

Nr 56 Café Heuvel

“Café Heuvel is zo’n plek waarvan je je afvraagt waarom Onze-Lieve-Heer eigenlijk niet stopte met de schepping toen-ie hiermee klaar was.”

ALS IK SNEUVEL DAN BIJ HEUVEL

De mooiste slogan van de Amsterdamse horeca staat op de luifel van het café. Als er binnen dan ook nog eens bordjes hangen met teksten als: TOSTI BRUIN, TOSTI ZWART EN GRATIS KLONTJES VOOR UW PAARD of CAFÉ HEUVEL, OOK ZWEMMEND TE BEREIKEN mogen ze ons wat ons betreft op onze kop schijten.

Heuvel is de achternaam van de broers Jan en wijlen Joop, die de kroeg tientallren jaren hebben uitgebaat. Maar goedbeschouwd is het een naam met een logica waarvan niet valt te tornen. Probeer na een uur volle chasse doordrinken bij Heuvel maar eens uit stand een van de twee bruggetjes bij het café, die over de Spiegelgracht of die over de Prinsengracht, op te fietsen. De Tourmalet is er niks bij.

Buurtbewoners, galeriehouders uit het Spiegelkwartier en de senior-culturele garde komt slempen in heuvel. Nelly Frijda woont er zowat, André van Duin komt er weleens en de oudere kunstenaarsgarde uit Dé Kring ( nr 14) is er regelmatig te vinden. ( hetgeen tot nadenken stemt; als je je al te oud voelt voor De Kring, dan is euthanasie niet heel ver meer weg). Het mooie van Heuvel, naast die idyllische ligging aan de voet van twee bruggetjes van de buitencategorie, is dat het verscholen ligt in de periferie van het Leidseplein. Toeristen komen er wel, maar in therapeutische hoeveelheden. Van eentje hebben ze zelfs twee singels in de toch niet al te rijk gevulde jukebox. David Bowie. Daar hoort natuurlijk een mooi verhaal bij. Eigenaar Joop kende nogal wat goocheltrucs. Na een weddenschap pver een truc moest Bowie, die vergeefs probeerde te raden wat het geheim van de truc was, de vloer vegen. Hij heeft het gedaan.

Toeristen die Heuvel weten te vinden zijn hier altijd aan het goede adres voor een inburgeringscursus Mokumse gein. Een Amerikaan vroeg broer Jan een keer om een gebakken ei. Jan, de ongekroonde uitvinder van de practical joke, riep door de luchtpijp naar de denkbeeldige keuken: ‘Uitsmijter ham-kaas, ham meebakken!’ De Amerikaan wachten. En wachten. Op het moment dat de man even naar de wc ging, toverde Jan ergens een bord etensresten vandaan en zette dat op zijn tafel. Toen de arme man terugkeerde, haastte Jan zich wederom naar zijn tafel en vroeg met een stalen gezicht: ‘has everything been allright?’

Een laatste dan, en daarna gaat u er zelf maar heen. Een student stapte binnen. Of er werk was in het café. ‘Kun je tappen?’ vroeg Jan. De student knikte. ‘Laat eens zien,’ zei Jan. Hij maakte plaats achter de tapkraan en zag de student een niet onverdienstelijk biertje tappen.
‘Mooi,’ zei Jan, ‘je bent aangenomen. Succes, ik ben vanavond om een uur of twaalf weer terug,’ de student achterlatend in een bomvol café.
Om half een keerde Jan, die zelf geen drupel dronk, zogenaamd dronken terug. Zwalkend liep hij zijn eigen café binnen en vroeg om een bier. De student tapte een boiertje, waarop Jan, plots geheel nuchter, zei: ‘Je bent ontslagen. Dronken mensen mogen geen bier hebben.’
De student mocht overigens niet vertrekken voor Jan zelf met de pet rondgegaan was en hem een vette buit had bezorgd.

Mooie mensen, daar in Heuvel. 

Smaakt dit naar meer? De super de luxe uitgave van deze klassieker is nú hier te bestellen!

PS ( Tegenwoordig wordt Heuvel met evenveel enthousiasme uitgebaat door Robert Jan ten Brink)

 

De Geluksroute
De Geluksroute
Leestijd: 2 minuten

Twee jaar geleden stapte Anne de Jong mijn woonark in om te praten over een goeie titel voor haar boek. Anne was mijn juf geweest het jaar ervoor, ik volgde mijn opleiding tot coach bij haar opleidingsinstituut @nononscoach.nl .

Het ging al snel niet meer over het boek, maar over het leven en de liefde.
De avond knetterde, we raakten niet uitgepraat en uitgelachen. Rond middernacht ging ze naar huis en liet me totaal van de kaart achter.

In die tijd overleed mijn moeder. Het duurde enkele weken voor we elkaar weer zagen. We dineerden die avond bij PepeNero, een Italiaans restaurant in de buurt van mijn woonark. Daar gingen we dieper in op haar boek. We dronken voldoende om ook steeds opener te zijn over het leven. Tussen alle drankjes en gesprekken in, stond ik op om naar de wc te gaan. Ik zei dat ik, als ik terugkwam, een vraag voor haar had.
‘En?’ vroeg ze me, ‘wat was je vraag?’
Ik durfde niet zo goed, had eigenlijk gehoopt dat ze mijn opmerking al weer vergeten was na alle prosecco, Soave en Scroppino.
‘Is dit contact voor jou nog steeds zakelijk?’ vroeg ik, verlegen als een schooljongen.
Die avond werd ik smoorverliefd op haar.

We zijn twee jaar verder. Nog elke dag ben ik onder de indruk van de intelligentie, humor, schoonheid en liefde van haar. Elke dag ben ik dankbaar dat zo’n geweldige vrouw van mij houdt.

Gisteren hadden we een diner met al onze kinderen. Bij het toetje ben ik voor Anne op mijn knieën gegaan, met @eva.vdk98 , @eise.kratz , @roos.vdk , @mare.hk en @lola.vdklundert als getuigen van mijn liefdesverklaring.
Ze zei ja. Mijn juf wordt mijn vrouw.

PS: de titel van Annes boek werd uiteindelijk @degeluksroute . Die kwam niet van mij.

Horeca en zorg zijn geen rivaliserende voetbalclubs
Horeca en zorg zijn geen rivaliserende voetbalclubs
Leestijd: 3 minuten

Ajax-Feyenoord, AC Milan-Inter, Celtic-Rangers, Man City-Man United, Barcelona-Real MAdrid en NAC-Willem II zijn klassieke kruitvaten op het hoogste niveau in de voetballerij. De afgelopen weken leek het soms of ‘FC De Zorg’ en ‘Horeca United ook rivalen waren in  een strijd om het morele gelijk. Horeca vs Zorg als de El Classico van de Coronadivisie.

Johan de Vos is vice voorzitter van het Koninklijk Horeca Verbond Nederland. Hij roept al weken dat de horeca niet het probleem, maar onderdeel van de oplossing is. Deze week, op Koningsdag, waar burgemeesters in het hele land niet anders konden dan straten, pleinen parken maar weer af te sluiten, toonde zijn gelijk weer aan: laat het regulieren van stromen mensen die gewoon een biertje willen pakken in de zon over aan de horeca in plaats van aan dappere boa’s en goedwillende politie agenten.

Veel beleidsmakers in ziekenhuizen waren het de afgelopen weken met hem eens. Maurice van den Bosch, CEO van het OLVG in Amsterdam: ‘We denken dat versoepeling contrair staat op lockdown regels (…) Eens met de burgemeesters dat beheerste openstelling van buitenruimte juist kan helpen om besmettingen te voorkomen, omdat zo ongeregelde samenkomsten tegen worden gegaan. Vertrouw er vervolgens op dat horeca-ondernemers correct handhaven en maak ze mede-eigenaar van de oplossing.

Mijn zus, @onsmelaan, werkt al bijna twintig jaar in de zorg, in het TweeSteden Ziekenhuis in Tilburg, een van de ziekenhuizen die het laatste jaar regelmatig in het nieuws was. Sinds het begin van de Corona-crisis is ons Melaan, net als veel van haar collega’s, van afdeling naar afdeling gesleept. De eerste drie maanden werd ze op de voor haar nieuwe afdeling chirurgie in haar eigen TweeSteden aan de Rueckertbaan in Tilburg geplaatst. Die afdeling werd bij het begin van de tweede golf (schrijf je dat eigenlijk met hoofdletters tegenwoordig?) van de ene op de andere dag opgeheven. Ze werd ingekwartierd bij neurologie, traumalogie, MDL (MaagDarmLever, ik moest het even vragen aan haar) op de locatie Elisabeth Ziekenhuis, aan de andere kant van de stad. ‘Er zijn collega’s die in een jaar twaalf afdelingen hebben aangetikt,’ appte mijn zus.

Gisteren, om twee minuten over twaalf in de middag, twee minuten na de opening van de terrassen, postte @onsmelaan een foto van haarzelf en haar man, Corné (@onsknee, jawel, we zijn in Tilburg), met hoofden als blije appelbollen vanaf een terras op het Hilvarenbeekse Vrijthof. Onsknee zette een foto van twee glazen mooie rosé op social media.

Het zijn allemaal mensen met dezelfde wensen, zou meneer de Uil van de Fabeltjeskrant (jawel, we zijn vijftigers) zeggen. Het zijn allemaal mensen die van onzekerheid in onzekerheid zijn gevallen het afgelopen jaar. De een vreesde zijn levenswerk teniet te worden gedaan omdat hij niet mocht werken, de ander moest zo hard werken dat haar prive-leven haast teniet werd gedaan. Eindelijk mogen @onsmelaan, @onsknee en wij allemaal ons weer, al is het maar van twaalf tot zes, laven aan wat de horeca een stuk beter kan dan een plein, park of groenstrook: reguleren, registreren, organiseren en serveren.

Een van mijn favoriete lyrics van Bruce Springsteen komt uit Badlands (1978). ‘For the ones who have a  notion, A notion deep inside, that it ain’t no sin to be glad your alive.’

Ik ben trots op mijn zus, die met al haar passie in de zorg mensen het leven helpt leven in zware tijden, maar tevens nooit vergeet dat je je nooit, nooit hoeft te schamen om te genieten van het leven, ook in Corona-tijd. Ik hoop dat de mensen in de horeca de komende maanden hun passie weer mogen uitoefenen. Dat is beter voor ons allemaal.

Te hip voor papa
Te hip voor papa
Leestijd: 4 minuten

Ooit, halverwege de jaren zeventig, was ik misdienaar. Het niet doorgaan van het beloofde jaarlijkse misdienaarsreisje was de eerste belofte die de kerk verbrak. Daarnaast werd nagenoeg geen enkele van mijn avondgebeden verhoord: Willem II wilde maar niet promoveren naar de Eredivisie, mijn ingroeiende teennagel ging niet vanzelf over, maar moest na maanden dralen met matige plaatselijke verdoving verwijderd worden door de dorpsarts, Wilma Jacobs werd niet verliefd op mij maar op Barend Stratinga en mijn puisten bleven eruitzien als kernkoppen die zichzelf elk moment dreigden op te blazen. Onze Lieve Heer en het katholieke geloof konden mijn rug op.

Het denken over de zin van het leven en het hardnekkig geloven dat er toch verdomme wel Iets moet zijn heeft me nooit helemaal losgelaten. Het leven kon toch zeker geen toeval zijn? Toen mijn eerste vrouw net was overleden, ruim twintig jaar na het einde van mijn carrière als misdienaar, las ik, op doorreis door Australië met mijn dochter Eva (3), hele meters zweefmolenliteratuur. Neal Donald Walsch, Eckhart Tolle, het Tibetaans Boek van Leven en Sterven, Deepak Chopra, Karen Armstrong, Scott Peck, Richard Bach, Paulo Coelho, alle ietsisten die de wereldbol rijk is, nam ik tot me.

Nu, weer twintig jaar later, ben ik geen steek wijzer.

Wat ik me de laatste jaren wel eigen heb gemaakt, is mijn eigen variant op het avond- en ochtendgebed dat ik op de Rooms Katholieke Basisschool De Hasselt in Tilburg leerde. Ik bid niet meer om genezende teennagels, winnende voetbalclubs en uitblijvende lichamelijke ongemakken. Het interesseert me niet zo veel meer wat goeroes beweren. Het interesseert me sowieso niet veel meer wat mensen beweren, vinden, zeggen.

Mijn variant op bidden, mediteren en wat dies meer zij is deze. Elke ochtend, tijdens mijn hardlooprondje, op de fiets of onder de douche, noem ik drie dingen waar ik trots op ben en drie dingen waar ik dankbaar voor ben. De eerste drie dingen die in me opkomen. Grote Zaken, banale gebeurtenissen, vanzelfsprekende dingen. Ik dank er niemand in het bijzonder voor en er hoeft ook niemand te luisteren. Dat ik dankbaar met het leven dat ik mag leiden, dat ik gezond ben, dat ik geen financiële problemen heb, dat ik een gelukkige jeugd heb gehad, dat ik vrienden heb op wie ik kan rekenen, dat ik het werk kan doen dat ik wil, dat ik inspirerende mensen ontmoet, dat ik een goeie band heb met de moeder van mijn kinderen, dat mijn zus en ik alleen maar meer van elkaar zijn gaan houden in de loop van ons leven, dat ik op het juiste moment in mijn leven de vrouw heb ontmoet die me zielsgelukkig maakt.

Waar ik trots op ben verschilt met de dag. Dat ik gewoon weer om acht uur ben gaan sporten die dag. Dat ik weiger om cynisch te worden. Dat ik best aardig scoor op mentale weerbaarheid. Dat ik, als ik een keer cynisch ben in een social media post, dat een dag later ook besef. Dat ik naar kritisch én met mededogen kan kijken naar wie ik ben en wat ik in mijn leven fout heb gedaan. Dat ik een zoon van mijn vader en moeder ben en veel van hun waarden en normen heb geadopteerd.

Een beetje lief zijn voor elkaar. Genieten van het leven. Je niks aantrekken van wat anderen vinden.

Waar ik misschien wel het meest trots op ben, zoals iedere ouder, is op mijn kinderen. Ik geloof in mijn kinderen. In de weg die ze bewandelen, alle drie op hun eigen manier. Ik geloof in hun kracht, hun persoonlijkheid, hun levensinstelling, hun ontwikkeling.

Deze week verrasten ze me met een diner bij mij thuis op de boot. Ik mocht die middag niet in de keuken komen en werd om zes uur verordonneerd ‘iets feestelijks’ aan te trekken. Bij de tafel stonden ze me, alle drie helemaal in de ankers qua make up en kledij, op te wachten.

Het diner had een thema.

U moet weten, of weet dat waarschijnlijk door mij te volgen op social media, dat enige missionaire drang mij niet vreemd is. Als ik enthousiast ben over een artiest, een album, een schrijver, een voetballer, een comedian, dan moet de hele wereld dat weten. Mijn kinderen en die van mijn vriendin huiveren als ik weer eens met mijn iPhone aan kom lopen omdat ze deze YouTube MOETEN zien, dit nummer MOETEN horen en deze post MOETEN lezen.

Mijn kinderen hadden me deze week tijdens het driegangendiner, onderworpen aan een kwis.

Het overall-thema: ik word vriendelijk verzocht vanaf nu muziek te draaien die bij mijn leeftijd past en ze niet meer te indoctrineren met mijn muziekfetishes op straffe van melding bij de kinder inspectie. Ik wens u veel plezier met het Spotifylijstje ‘Overplayed’ en ‘Te Hip voor papa.’

Aan het eind van de avond kreeg ik een oorkonde. ‘Geslaagd voor het analyseren, herkennen en benoemen van zijn eigen nummers’ en de belofte om ‘zijn dochters vanaf nu alleen nog lastig te vallen met oerdegelijke nummers die passen bij de typische vijftiger.’

Dat ik me eraan ga houden lijkt me sterk, maar u mag raden waar ik de ochtend erna tijdens het hardlopen aan dacht toen ik mezelf de dagelijkse vraag stelde waar ik dankbaar voor ben en waar ik trots op ben.

Ik gun u dezelfde dankbaarheid voor en trots op uw kinderen.

Kluun

PS: missionaris als ik ben: met trots deel ik hierbij ook het opvoedkundig zeer verantwoorde Spotify-lijstje ‘Inspired by papa.‘ Dat MOET u luisteren.

 

 

Terug naar Tilburg
Terug naar Tilburg
Leestijd: < 1 minuut

De Hasseltse braderie, 1975. Vlnr ons pap (41), Kluuntje (11), ons mam (37) en ons Melaan (7)

Ik werd geïnterviewd door Tilburg.com. Het ging over (joh) Tilburg, over ons pap en ons mam, of ik ooit nog wil gaan wonen in Tilburg en over vruuger, begin jaren tachtig.

“Het was een mooie tijd waarin ik altijd ging stappen bij Bruin Kafee en Extase, waarschijnlijk bekend voor mede-Tilburgers van mijn leeftijd,” begint Kluun. “Die tijd heeft ervoor gezorgd dat ik nu nog veel ‘o ja’-momenten heb wanneer ik weer in de stad rondloop. Het bankje waarop ik voor het eerst een meisje zoende, stond zelfs tot voor kort nog op de Katterug. Overal waar ik loop, kom ik dingen tegen die me doen denken aan mijn puberteit.”

En over het nut van parate kennis van de Tilbörgs taol:

“Ik ben diep in het Tilburgse dialect gedoken. In het boek heb ik het wel wat simpeler gehouden, anders is het voor anderen echt niet te volgen. Toen mijn moeder nog leefde, praatte ik altijd plat Tilburgs met haar. Dit was ook vanwege haar Alzheimer. Op die manier bracht het voor haar meer herkenning – en dus herinneringen – naar boven,”

Het hele interview is hier te lezen. Op de site zijn ook drie gesigneerde exemplaren van Familieopstelling te winnen.

 

 

 

Bas de Eindbaas
Leestijd: 3 minuten

Schrijver/columnist/journalist Leon Verdonschot, tv-maker/radiomaker/columnist Art Rooijakkers en ik, de zelfverklaarde Bruce Brothers, werden over onze held geïnterviewd voor een binnenkort te beluisteren podcast van Bas Louissen. Ik zal heel eerlijk zijn: ik kende Bas niet. Na afloop van de sessie, waarbij we gedrieën de interviewer urenlang onderdompelden in het Evangelie van De Baas, vroeg ik mijn zeventienjarige dochter om even een staatsieportret te maken. ‘Kende je Leon en Art eigenlijk al?’ vroeg ik. De bekende schrijver/columnist/journalist en de bekende tv-maker/radiomaker/columnist kregen nog net een beleefde hoofdknik, terwijl ze het woord enthousiast tot onze interviewer richtte: ‘He, jij bent Bas van de Man Man Man-podcast! Mijn vriendinnen en ik luisteren allemaal!’

Ik kreeg een flashback naar het schoolplein van de Tweede Daltonschool in het luxereservaat Amsterdam Zuid, zes jaar geleden.

Furtjuh

Al sinds 2003 ben ik vaste gast op het schoolplein van de Tweede Daltonschool in het luxereservaat Oud Zuid in Amsterdam. De school ligt naast het Hiltonhotel. Veel moeders gaan daar gezellig nog even samen een cappuccino van 6,50 euro drinken, nadat ze kun kinderen naar school hebben afgezet en voor ze naar de sportschool.

Ik kwam ook regelmatig in het Hilton, met een andere moeder van school, vlak voor we onze kinderen gingen ophalen. De moeder van Sanne en ik namen meestal een kamer op de achtste verdieping. Dat was handig, zo konden we zien of onze kinderen al op het schoolplein stonden en we ons dus langzaam een beetje moesten gaan aankleden en terug naar onze gezinnen moesten.

Ik heb drie dochters. Mijn oudste doet nu eindexamen Gymnasium, de andere twee zitten nog op de Tweede Dalton. Als alles volgens planning verloopt (en daar ga ik wel vanuit: mijn kinderen blijven nooit zitten, ze slaan hooguit af en toe een klas over) ben ik over drie jaar dan eindelijk schoolpleinouder af. Dan heb ik dus zeventien jaar achtereen op het schoolplein doorgebracht.

Er lopen meer BN’ers rond op het schoolplein van de Tweede Dalton dan in het Mediapark in Hilversum. De ouders van de kinderen hebben beroepen als acteur, schrijver, televisiepresentator, regisseur, dj, radiomaker of kunstenaar. Ik noem geen namen, maar laat ik het zo zeggen: zonder de ouders van de kinderen van de Tweede Daltonschool was De Wereld Draait Door dagelijks de helft korter. (Ook de moeder van Sanne kent u van televisie trouwens. En ja, ze zijn nep.)

Vorige week moest mijn twaalfjarige dochter Roos haar spreekbeurt houden. Ze had als onderwerp Furtjuh uitgekozen. Wat zegt u? U heeft geen idee wie Furtjuh is?

Ik wist het ook niet, moet ik eerlijk zeggen. Ik dacht even dat het misschien een 2.0 versie was van Furby – dat harige, pratende huisdier op batterijen dat in de jaren negentig ineens opdook en vervolgens alras uitstierf, maar dat is niet zo, Furby en Furjuh hebben niets met elkaar te maken. Hooguit hun oogopslag maakt ze enigszins verwant.

Onze dochters kennen Furtjuh wel. Ieder kind tussen de twaalf en zeventien kent Furtjuh.

Mijn dochter van twaalf hield haar spreekbeurt over Furtjuh. Ze weet alles van Furtjuh. Dat hij 27 is, in het echt Rutger Vink heet, dat hij van glitters houdt, dat hij met woorden als furbulous, furverschrikkelijk en furbruari een eigen taaltje heeft geconstrueerd, waarom hij begonnen is met Youtuben en dat hij vorig jaar uit de kast gekomen is. Bekijk de video waarin hij dat vertelt, Willem, die jongen deugt. Erg ontroerend.

Mijn dochter had bedacht dat ze ook een Furblulous t-shirt van Furtjuh wilde, om haar spreekbeurt extra cachet bij te zetten. Ik dacht, laat ik eens kijken of Twitter ook geschikt is om iets gedaan te krijgen in plaats van alleen bagger over je uitgestort te krijgen en jawel hoor: Furtjuh reageerde meteen en was graag bereid een t-shirt op te sturen. En hij had nog een idee: als hij nu zelf eens bij de spreekbeurt zou zijn, want het was verrassingsweek en in die week ging hij zoveel mogelijk kinderen verrassen.

De blik van mijn dochter toen Furtjuh tijdens haar spreekbeurt de klas betrad, was onbetaalbaar. Zo heeft ze nog nooit naar mij gekeken. Ook de kinderen in haar klas slaakten gilletjes en kregen rode koontjes. Zelfs de juf betrapte ik op bakvisgedrag.

Het nieuws dat er een ster rondliep in school, ging als een lopend vuurtje. Na de spreekbeurt stonden het schoolplein vol met kinderen die smeekten om een selfie met Furtjuh.

De aanwezige acteur, schrijver, televisiepresentator, regisseur, dj, radiomaker en kunstenaar stonden aan de rand van het schoolplein. Ze hadden geen idee wie die jongen was waar hun kinderen omheen dromden.

De kinderen wel. Furtjuh is de eindbaas van het schoolplein.

Dit verhaal (en vele andere vingeraflikkers) staat in KLUNEN2. Gesigneerd en wel te koop in de webshop.

 

 

 

 

EXCLUSIEVE HERDRUK

BESTEL NU!

MEEST RECENTE ARTIKELEN

  • De Bruce Bus - Leestijd: < 1 minuut Lee’s hier het hele verhaal: https://bkb.nl/erik/de-bruce-bus/ Ander interessant artikel: Nr. 57 Bitterzoet Leestijd: 2 minuten Nr. 89 Dante Leestijd: 3 minuten   Tien jaar lang hield Herman Brood domicilie in Dante. Van 1992 tot aan de dag van zijn vlucht van het Hilton bewoonde hij er een atelier op de bovenverdieping, waar hij onder anderen […]
  • Nr. 31 Oosterling - Leestijd: 2 minuten Nr. 31 Oosterling Het Praathuis – dat van het Grote Dierenbos van De Fabeltjeskrant –ligt dus gewoon keihard in Amsterdam. Dezelfde biertonnen, dezelfde raamindeling, hetzelfde geneuzel van de stamgasten. Als slap ouwehoeren een kunst is, dan is café Oosterling het Stedelijk Museum. En een van de stamgasten was, jawel, Leen Valkenier, auteur van 1041 af […]
  • Nr. 53 Rooie Nelis - Leestijd: 2 minuten Ooit kwam een mooie vrouw café Rooie Nelis binnen. Ze zag de kastelein wel zitten. ‘Wat zeg je, een mooie vrouw!? Ze was gewoon zo geil als de pleuris!’ Aan het woord is Blonde Sien, drieëntachtig jaar. Naast haar op het vertrouwde hoekje van de bar zit de kastelein in kwestie: Zwarte Gerrit (ondertussen zo […]

GERELATEERDE PRODUCTEN

MOTIVATIONAL SPEAKER

Datum/Tijd Evenement
26 september 2021
Lezing Kluun & Melanie - Literair Café De Reeshof, Tilburg