Leestijd: 3 minuten

Vandaag verschijnt Klunen2. Een van de korte verhalen in het boek is Memoires van een marketingsoldaat. Stijn van Diepen, u welbekend uit KEVBDD, De Weduwnaar en Haantjes, blikt in 2034 terug op zijn carriere, vanuit zijn villa op de Kaaiman-eilanden.

Hieronder een fragment:

In de zomer van 1986, koud enkele weken na mijn beëdiging in de Orde van de Commerciële Economie, sloot ik me als sales trainee aan bij de Gouden Greep.

Ik kreeg een Ford Sierra, een orderblok, een provisieregeling, een Samsonite-koffer en de opdracht iedere dag minimaal één advertentie te verkopen. Dat laatste was niet tegen dovemansoren gezegd.

Mijn werkterrein werd Eindhoven.

Dag na dag struinde ik, mijn veel te grote Samsonite koffer in de hand, gepakt en gestropdast door de straten van Eindhoven. Nu, vijftig jaar later, kunt u me nog blind in een willekeurige buurt van de stad neerzetten en ik weet alle Chinese restaurants, loodgieters, glaszetters, dakdekkers, autosloperijen en dierenartsen op te noemen die er in 1986 gevestigd waren. Inclusief de namen en rugnummers.

Niet gehinderd door enig mededogen met de man of vrouw die tegenover me aan tafel zat, slaagde ik erin om de ene na de andere slager, stomerij, bordeelhouder, noten- en hakkenbar hun halve jaarinkomsten te laten spenderen aan de Gouden Greep.

‘Waar adverteert u nu zoal, meneer Ogün?’

‘Op reclamebord langs foetbalfeld hier in buurt.’

‘Juist. En wat voor mensen komen er eigenlijk in een hakkenbar, meneer Ogün?’

‘Mensen die sjkoenen kapot zain.’

‘Juist. Zou u, als uw hakken kapot zijn, op een voetbalveld gaan zoeken naar een hakkenbar?’

‘Eh… eh…’

‘Dat bedoel ik. En daarom hebben we in de Gouden Greep een rubriek Hakkenbar, meneer Ogün.’

‘O.’

‘En kijk nou eens wat voor rubrieken we nog meer in de Gouden Greep hebben…’

‘Eh… Hee…ren… sjk….herensjkoenen?’

‘Inderdaad! Dáár hoort u toch ook te staan met uw prachtige zaak?’

‘Ja?’

‘Ja. En onder Damesschoenen natuurlijk, want de hakjes van de Nederlandse vrouwtjes verdienen toch ook wel een goede beurt van meneer Ogün, of niet?’

‘Denk wel. Maar is doer…’

‘Duur? Mwa. Even rekenen… Wat een prachtig logo heeft u trouwens, meneer Ogün!’

 ‘Ja, ies mooi, hè? Heeft neef kemaakt. Hakan. Hai op koenstacademie.’

‘Prachtig. Prachtig. Daar moeten we eigenlijk iets mee doen, vindt u zelf niet?’

‘Eh… Wat doen dan?’

‘Een halve pagina. In iedere rubriek. Met logo.’

‘Hoefeel kost?’

‘Even kijken. Deze advertentie, onder de rubrieken Hakkenbar, Damesschoenen en Herenschoenen, over een halve pagina, inclusief steunkleur, met het logo dat uw neefje gemaakt heeft, zou dan in totaal op zo’n… achttienduizend gulden komen. Exclusief btw.’

‘Oe. Iek maar een klaine zaak…’

‘Kleine zaak?! U heeft een prachtzaak, meneer Ogün!’

‘Maar aktiendauzend kulden is heel feel keld…’

‘Nee, dat moet u anders zien.’

‘Anders?’

‘Ja! Deze investering in uw zaak kost u, omgerekend, nog geen vijftig gulden per dag!’

‘Maar…’

‘Vijf extra klanten van een tientje per dag en u hebt het er al uit!’

‘Maar…’

‘En de Gouden Greep wordt in meer dan honderdduizend huishoudens in de regio Groot Eindhoven verspreid!’

‘Honderd… eh… dauzend?’

‘Ja. En dat maal vier gezinsleden, maakt vierhonderdduizend mensen. Als er nu dagelijks vijf mensen uw advertentie bekijken – die er dus maar liefst drie keer in komt te staan, met steunkleur, over een halve pagina, met dat prachtige logo dat uw neef Hamar hee…’

‘Hakan…’

‘Dat zeg ik… Hakan heeft gemaakt, dan bent u al spekkoper, meneer Ogün!’

‘Wat ies spek eh… open, meneer…’

‘Van Diepen. Meneer Ogün, echt, als ik u was, zou ik het meteen doen! Dit is een investering die uw zaak verdient. En u. En uw neef Hassan.’

‘Iek… eh… fanafond met frouw overlekk…’

‘O sorry, meneer Ogün, ik wist niet dat uw vrouw de beslissingen neemt in de zaak, ik had begrepen dat u de baas was…’

‘Is zo! Iek ben baas van Ogün Hakkenbar!’

‘Zullen we het dan maar doen, meneer Ogün?’

‘Iek weet niet… Mak iek nok even nadenk…’

‘Hier, pakt u mijn pen maar.’

Zo eenvoudig als bij meneer Ogün ging het natuurlijk niet altijd.

Na een half jaar verdiende ik nog steeds geen ton.

Tijd om een andere baan te zoeken.