Leestijd: 2 minuten

Ooit zag ik een Italiaanse film die opende met een man die de dood vond doordat hij een varken op zijn hoofd kreeg. Jawel. Het varken werd gehouden op een balkon, dat balkon stortte in en de man stierf. De hele film ging over de schande die zijn kinderen ten deel viel: hoe ga je verder door het leven als je tegen iedereen moet vertellen dat je vader overleed omdat hij een varken op zijn kop kreeg?

Het deed me denken aan een trip die ik enkele jaren geleden door de jungle van Thailand maakte. Een tocht die bijna dramatisch was afgelopen. Niet door een neervallende kokosnoot of een overdaad aan paddo’s tijdens een Full Moon Party in Ko Phangan en de daaropvolgende ietwat overmoedige skinny-dip (‘hey, sjullen we naar Ko Samui zjwemmen?’), nee, door een jaloerse baby-olifant.

Dat zat zo. Ik was onderdeel van een colonne toeristen, op de rug van een olifant. Jungletochten op olifanten zijn de Thaise variant op waterfietsen door de grachten van Amsterdam. Om het geheel nog genanter te maken liepen de Thaise olifantenhoeders gewoon de hele tocht naast ons mee, op blote voeten. Mijn olifant was een olifantmoeder. Haar olifantenkind liep de hele reis mee. Na drie uur wijdbeens zitten op de rug van een olifant begint er zich langzaam maar zeker een serieus geval van blauwe ballen tussen je benen te ontwikkelen. De lunch, die werd genoten bij een pittoresk watervalletje, kwam als geroepen. Nu zijn kinderen speels, en zo ook olifantenkinderen. Het kindolifantje, een blokje Dombo van een kubieke meter, begon tegen mij aan te duwen. Vertederd aaide ik Dombo, waarop Dombo harder begon te duwen. Lacherig deed ik een pas achteruit, en nog een, en nog een. Dan kun je als westerse toerist een afritsbare broek met van die zakken aan de zijkant dragen wat je wilt, als je in het dagelijks leven slechts met dieren als vliegen, mussen, katten, honden en een sporadische muis te maken hebt, voel je je toch licht ongemakkelijk als de ruimte tussen dat rotsblok achter je en die babyolifant voor je steeds kleiner dreigt te worden, terwijl de rest van het gezelschap schaterend hun lunch zit te verorberen. Wat doe je dan als volwassen man? Kijk, daar lees je niks over in de hoofdstukken How to get there and away-gedeelte in Lonely Planet.

Plotseling kwam er een Thai langsvliegen die de baby-olifant een karatetrap gaf waar Bruce Lee een puntje aan kon zuigen. ‘Hie wos bizzi poesing joe to death. Bébé-elefunt djelus bikoz joe wur sitting on his modhuh.’

Ik vermoed dat ik posthuum tot Belachelijkste Nederlander Aller Tijden was uitgeroepen en dat zich dialogen als deze hadden ontsponnen in mijn thuisland.

‘Waar is Kluun?’

‘Dood.’

‘P-p-pardon?’

‘Hij is doodgedrukt.’

‘Dóódgedrukt?!?’

‘JA. Door een baby-olifant.’

‘Huh? …WHAHAhahaha-ha…ha…ho..oh, wat erg… Mprfr.’