We zitten beiden in een handel waarin we de mazzel hebben dat er nog mensen zijn die, al is het heel af en toe, lezen. Dat bracht me op de vraag of jij zelf, als opperhoofd van dit magazine, eigenlijk kunt lezen, Willem? Of kijk je alleen plaatjes van auto’s, horloges, drones, surfplanken en Chantal Janzen?

En schrijven, doe je dat nog wel eens?  Ik heb het hier niet over een briefje met woorden als boterhammenworst, afbakbroodjes, chocopasta, kaassoufle’s, chipito’s, diepvrieskroketten en maagzuurremmers – hoe nuttig en zelfs nog enigszins poëtisch ook – maar over écht schrijven.

Ik hou van schrijven, Willem. Ik schrijf deze column, die jij waarschijnlijk nooit leest, elke maand met veel plezier. Ik hou zo van schrijven dat ik het fijn vind om kinderen aan de schrijverij te helpen. Dat helpen mag je ruim opvatten. Bij mij thuis gaat de knoet erover, leestechnisch. Ik vind dat lijfstraffen in de vorm van een kleine corrigerende tik of een electrotechnische schok geoorloofd zijn om kinderen een boek in plaats van iPad, iPhone of iWatdanook te laten pakken. Mijn kinderen lezen veel. Ze hebben er weliswaar net zo’n typhushekel aan als ik vroeger aan het zelf plakken van mijn fietsband, wat ik onder dwang van mijn vader heb geleerd (en daarna nooit meer gedaan), maar het zal me worst wezen, Willem. Zo lang ze thuis wonen geldt: wie aardappelen vaart, die aardappelen eet. En dus zullen mijn kinderen lezen, al zijn ze de laatsten der aarde die over deze gave beschikken.

Vorige week gaf ik dus college op de basisschool van Lola, in het luxereservaat. De kinderen moesten zelf een verhaal verzinnen, en omdat de aandachtspanne van de jongste generatie niet verder reikt dan de uitleg van weer een onbenullig spelletje op hun iPhone, daagde ik ze uit tot het verzinnen van een verhaal van slechts zes woorden, een  zogeheten SixWordStory. Hebben wij met Nightwriters ook vaak gedaan. (Saskia Noort, vlak na haar scheiding: ‘Met zijn auto keihard naar flitspalen’) (Tom  Lanoie: Hij gilde ‘HOER!’ en vilde voort).

De ene groep kinderen kwam met ‘Gatver!’ gilde Truusje. De hond grinnikte. De groep waarin Lola, mijn jongste dochter zat kwam met Help, heb mijn ouders nooit gemist! Lola keek er heel triomfantelijk bij. Ik heb er binnenkort een afspraak over met de kinderpsycholoog.

Vervolgens gingen we het schoolplein op, met de opdracht om het komende half uur alles wat ze zagen met de ogen van een schrijver te bekijken. ‘Overal zit een verhaal in, kinderen,’ doceerde ik. Ik liep met twee jochies van elf mee. Ze liepen over het stenen voetbalveld, dat een meter lager ligt dan de rest van het schoolplein. ‘Dit lijkt wel een romeinse arena,’ zei Pelle (11) verlegen. Ewoud (12), met een gezicht alsof hij zojuist het licht had uitgevonden, wees naar het iglo-vormige klimrek een paar meter verderop: ‘Ja, en omdat de poolkappen smelten, trekken dan alle eskimo’s naar Rome, maar bouwen daar wel open iglo’s, om minder heimwee te hebben!’

BAM.

Op de terugweg naar de klas zei Ewoud dromerig: ‘er leek me niks aan, les in verhalen verzinnen, want ik dacht dat ik dat helemaal niet kon. Maar nu heb ik een verhaal en een Six Word Story verzonnen.’

Ewoud had niet het vuur uitgevonden, maar het wel gezien.