Geplaatst op

Deze week in Helden!

Deze week in HELDEN, mijn gefotoshopte ode aan mij neef Martin Venix.
‘Als tienjarig mannetje ben ik plakboeken bij gaan houden van mijn neef, zoals ik hem altijd noemde. Want dat klinkt stoerder dan achterneef, wat Martin Venix feitelijk was. Er waren destijds veel goeie Nederlandse stayers, baanrenners ‘achter de grote motoren’ in Nederland. Martin was één van hen, met Noppie Koch als gangmaker. Zondagochtend naar Ahoy op zondag was het hoogtepunt in mijn jeugdjaren. Ik vertrok met ons pap vanuit Tilburg naar Zevenbergschen Hoek , waar Martin woonde. Van daarui vertrokken we met bussen vol wielerfans naar Rotterdam. قرعة يورو 2022 De nacht ervoor kon ik niet slapen van de opwinding en thuis speelde ik op mijn eigen ‘wielerbaan’ geïmproviseerd zesdaagsen na. ماكينة قمار In dat stayeren – met 80, 90 kilometer per uur – zit spektakel, dramatiek en romantiek. Een tegenstander passeren leek op Formule I, net als het geluid. Léék, want midden jaren 90 is die sport helaas een stille dood gestorven. Maar in 1979 zat ik in het Olympisch Stadion, met toen nog een betonnen wielerbaan, als 15-jarige naast ome Piet, zijn vader, en zag Martin wereldkampioen bij de profs worden. Bloedstollend spannend, ik was blóednerveus. In die tijd mocht ik met Martin mee naar het Sportpaleis van Gent of Antwerpen en zat ik daar ineens naast Martin en grootheden als René Pijnen en Patrick Sercu die gemasseerd werden. Gewéldig! Drie jaar later, in Leicester, werd Martin weer wereldkampioen. Mijn plakboeken interesseerden hem toen niet; logisch als je vaak in de kranten staat. Maar nadat hij was gestopt en kinderen had gekregen, veranderde dat. Abrupt einde trouwens; hij flikkerde van de trap en kon niks meer, wat wel weer goed is gekomen. كره اونلاين Een jaar of vijftien later en na mijn boek ‘Komt een vrouw bij de dokter’ was ik bekend en vroegen mensen Martin: ‘ben jij de neef van Kluun?’ Mooi moment om hem die plakboeken te geven waar hij toen ook heel blij mee was.’

Geplaatst op

Bedtime stories

Roos Schlikker en ik zijn allebei fan van @restaurantmerlet in Schoorl. Eigenaren
Martin en Carla van Bourgonje (#vinkeengoeienaamvooreenhoteleigenaar) behoren tot de meest creatieve horeca-ondernemers die ik ken.

Het idee kwam van Martin. Bedtime stories: schrijvers lezen voor aan uw bed. (ja ja, op veilige afstand en sowieso met minder dan 21 mensen in een ruimte).
Vorige week laafden Roos en ik ons eerst aan de heerlijke keuken van chef Jonathan Zandbergen, werden daarna allebei in pyjama gehesen en gingen een voor een de kamers af waar de gasten van Merlet in decente nachtoutfits in bed lagen te wachten op hun verhaaltje voor het slapen gaan. Drie stellen die getrouwd waren, één moeder en dochter en een stel dat liever niet had dat ik op socials hun relationale status of aanwezigheid bij Merlet vermeldde.

Wat voor verhaaltjes ik heb voorgelezen? Whatever happens in Merlets bedrooms, stays in Merlets bedrooms

Geplaatst op

Love Challenge

Kerstvakantie 2019, vijf uur in de ochtend. De wind beukte tegen het raam van onze hotelkamer, aan de voet van de Tafelberg. ‘Die tocht zal toch zeker niet doorgaan? ’ vroeg ik hoopvol aan je. Het ging wel door. Ik haat wind. Ik haat wandelen. Ik haat klimmen. Maar ik wilde me niet laten kennen. De meeste klimmers haakten af toen de gids zei dat het hoger op de berg nog veel harder zou stormen en niet ongevaarlijk was. Ik keek je even voorzichtig aan, maar jij gaf geen krimp. Daar gingen we, met twee andere klimmers, onze gids en windkracht Woei in het kwadraat, de Tafelberg op. Deze selfie heb ik om iets over half negen gemaakt, bijna bovenaan. Als ik er weer naar kijk, zie ik hoe gelukkig ik ben. Anne, jij inspireert me, haalt het beste in me naar boven, laat me mijn grenzen verkennen en verleggen. Dat voelde ik al op onze eerste date. Deze klim naar de top van Tafelberg staat daar symbool voor. @degeluksroute #lovechallenge

Ook meedoen? https://mailchi.mp/fa5516644c13/love-challenge

Geplaatst op

Het Olympisch Stadion

Frenk houdt van mooi en ik van Ajax. Daarom is ons kantoor – schuin onder vak 127, waar de F-Side altijd stond als Ajax in het Olympisch speelde – een compromis geworden. Ik heb bedongen dat er over de volle breedte van de zijmuur een foto van zeven bij anderhalve meter hangt. Hierop zie je de spelers het veld betreden voor de laatste Champions League-wedstrijd in het Stadion, omring door een zee van fakkels en rode rook. Het kantoor van Merk in Uitvoering lijkt op de slaapkamer die ik had toen ik vijftien was, maar dan tien keer zo groot. En ontelbaar keer zo hip. dat is de invloed van Frenk en de ontwerper, een Engelse nicht met een te hippe bril. De ontwerper vond mijn voetbalfetisj niet passen in het geheel. Ik zei dat hij pech had en zijn creatieve gang mocht gaan als hij maar van die foto afbleef. Als het om voetbal gaat ben ik heel principieel. Hij ging mokkend akkoord. Maar dan wilde hij wel carte blacnhe voor de rest van het kantoor. ‘Mij best,’ zei ik. Dat heb ik geweten. Hij had bedacht dat in de open ruimte van ons kantoor drie gekleurde plexiglas schermen van twee meter breed bij anderhalve meter hoog moesten komen. Een rode, een gele en een blauwe. Verder besloot hij om roze tl-licht achter de kasten te laten schijnen, om een wand van vijf meter hoog appel;groen te laten schilderen en een andere wand met paarse vilten kussens te laten bedekken. Al met al een kleurig geheel. En budgettair volledig onverantwoord. Frenk zei dat ik daarover niet moest zeiken, ik had toch mijn zin gekregen met mijn Ajax-foto?
Achteraf blijken de nicht en Frenk toch niet helemaal van de ratten besnuffeld te zijn. In de paar weken dat we hier nu zitten, wist Frenk mijn gnuivend de komst te melden van Het Parool, drie internationale bladen, alle marketing- en reclamevakbladen, een blad over monumenten, twee excursies van groepen architecten (waaronder een groep uit Denemarken met een dusdanig lekker wijf erbij dat ik besloten heb om vanaf nu niet meer over de budgetoverschrijdsing te blijven zaniken, gebeurd is gebeurd) én een nieuwe klant. Het is allemaal zom moeilijk niet, een eigen marketingbureau.

Geplaatst op

Elegance

‘Waar begint ze aan’, grapten de vrienden van Raymond ‘Kluun’ van de Klundert toen hij vertelde smoorverliefd te zijn op Anne de Jong. En háár vriendinnen zeiden: ‘Weet híj wel waar hij aan begint?’ Ja, dat wisten ze heel goed, op 4 september zijn Ray en Anne zelfs getrouwd. ‘Het werkt, als je maar durft te springen.’javascript:void(0)

Scène 1
September 2016. Linnaeushof in de Amsterdamse wijk Watergraafsmeer.

Raymond wil een opleiding tot coach volgen en komt via een vriend bij NONONS van Anne de Jong en Nadia van der Vlies terecht.

R: ‘Ik had een paar goede gesprekken met een coach gehad, en dacht: wat een leuk vak is dit eigenlijk. Een vriend van mij had de coach-opleiding bij Anne gevolgd en hij adviseerde mij om naar haar te gaan: Want zij is de beste.’
A: ‘Die vriend appte: Raymond, een vriend van mij, wil de opleiding volgen. Eigenlijk is het Kluun, wil je hem wel in de klas? Ik heb Ray toen gebeld voor een intake en we hadden meteen een heel leuk gesprek. Hij zei: Ik wil coach worden, want ik kan heel goed adviseren. Waarop ik zei: Dat is dus totaal géén coaching.’
R: ‘Dat ging ze me wel even als eerste afleren. Ik was meteen erg onder de indruk van Anne, als persoon en als teacher. Ze gaf mij tijdens de lessen ook de meeste kritiek.’
A: ‘Ik zag meteen dat Ray heel assertief is en dat ik hem moest prikkelen om hem bij de les te houden. Ik vond hem grappig en charmant, maar hij had een vriendin, en ik een vriend, dus qua romantiek speelde er nog niets.’
R: ‘Skoeter, de hond van Anne die daar altijd rondloopt, had het wel al door. Die kwam elke keer meteen bij mij zitten.’

Scène 2
1 april 2019. De woonboot van Raymond in Amsterdam.

Anne brengt haar eerste publieks boek uit en ze heeft Ray gevraagd om te brainstormen over een titel.

A: ‘Eigenlijk was het een idee van mijn businesspartner Nadia. Je moet vragen of Kluun meedenkt over de titel, zei ze. Ik had zoiets van: ik ga hem niet voor zoiets appen? Toen heeft Nadia mijn telefoon gepakt: Hallo Ray, hoe is het? Wil je meedenken over mijn boek? En meteen ploing… een berichtje terug.’
R: ‘Ik trapte er vol in.’
A: ‘Hij stuurde: Oké dat lijkt me hartstikke leuk, zullen we dan ook een wijntje drinken? En toen ben ik naar hem gegaan. Ik weet nog hoe het ging: ik zat aan de kop van de tafel, hij gaf me wijn en direct was er die klik. Voor mijn gevoel ging het binnen twee, drie minuten over de liefde, over binden, over hechten, van alles. Ray vertelde dat het net uit was met Saskia (Noort, red.), maar ik had nog een relatie en dacht al snel: ik moet zeggen dat ik een vriend heb, want dit gaat nu al te ver.’
R: ‘Het knetterde echt tussen ons en onze gesprekken waren meteen zo inspirerend. Ik wist al dat ik haar indrukwekkend vond, maar nu voelde ik ook dat ik haar op een andere manier leuk vond. Maar opeens floepte Anne er als een soort Gilles de la Tourette uit: Ik heb een vriend. Toen moest ik even alle zeilen bijzetten om niet teleurgesteld te klinken.’
A: ‘Vanaf dat moment hield ik bewust een soort afstand.’
R: ‘Ik dacht: jammer, maar het is zoals het is.’

Scène 3
Begin mei 2019. Restaurant PepeNero in Amsterdam.

Anne moet een uitgeverij kiezen en vraagt opnieuw advies aan Raymond. Hij stelt voor om er een etentje van te maken.

R: ‘Ik nam Anne mee naar PepeNero bij mij aan de overkant van het water. Ik wilde dat ze lang bleef, dus ik gebruikte de beproefde methode van het bijgieten.’ (Lachend) ‘Dat viel Anne ook wel op. We zaten volop over haar boek te praten, inspiratie over en weer. En toen ging ik naar de wc en zei ik tegen haar: Als ik zo terugkom, moet ik twee dingen vragen. Het eerste was iets over haar boek, maar van het tweede had ik meteen al spijt. Misschien moest ik dat maar vergeten. Maar dat werkt natuurlijk niet bij een psycholoog/coach, want een half uur later – we hadden inmiddels flink wat op – zei Anne: Wat was nu het tweede wat je wilde vragen? Toen heb ik als een verlegen schooljongen gezegd: Zitten we hier nou nog steeds zakelijk?’
A: ‘Ray zei dat het voor hem niet helemaal zakelijk meer was, en daarvan raakte ik behoorlijk van de kaart. Ik had nog steeds een vriend en Rays imago werkte ook niet bepaald mee. Ik zei: Nou, voor mij is het zakelijk, maar je bent heel inspirerend en ik wil deze gesprekken graag voortzetten. Heel lummelig en totaal ongeloofwaardig. Ik voelde al wel méér, maar wilde het niet voelen. Ik had al eerder tegen een vriendin gezegd: Ik ben blij dat hij niet meer appt, dan ben ik tenminste niet meer zo in de war.’
R: ‘Ik hield eerder bewust afstand omdat ik niet het idee wilde wekken dat ze zomaar een snelle flirt was – het laatste wat ik wilde was mijn eigen imago bevestigen. Maar ik vond haar zó leuk! Toen we terugkwamen van PepeNero gaven we elkaar drie zoenen en ging ze weg. Ik heb haar vanuit het halletje nog staan nakijken, zo onder de indruk was ik. Maar ja, mijn vrienden hadden me gezegd: Jij moet echt eens een tijd alleen zijn, en ik had net besloten dat dat wel goed zou zijn.’
A: ‘Diezelfde nacht heeft hij mij een magische app gestuurd. Ray vroeg eerst of ik goed was thuisgekomen en daarna zei hij: Ik heb net iets geschreven, maar als ik die app nu stuur, verandert het alles. Wil je ’m hebben?’
R: ‘Ik durfde ‘m eigenlijk niet te sturen.’
A: ‘Ik zei: Kom maar door. En toen appte hij een hele liefdesbekentenis: Ik zou morgen voor je gaan, ik zou alles kunnen geven, wij passen bij elkaar… Terwijl we nog helemaal niet hadden gezoend of iets. Ja, op dat moment was ik ook verliefd. Mijn relatie was goed, maar echt verliefd was ik nooit geweest op mijn vriend. Ik dacht: ik ga zondag nog één keer met Ray afspreken en dan stop ik ermee. Want ik wilde bij mijn huidige vriend blijven, ik wilde niet dat het ingewikkeld werd. Alleen kon ik mijn gevoel toen al niet meer tegenhouden. Ik zei Ray: Ik moet nog één ding vragen… Wilde hij monogaam zijn in een relatie? Voor mij was dat belangrijk, ik wil monogamie. Toen hij zei dat hij niet in vrije liefde gelooft en, hoewel dat vroeger misschien anders was, monogaam wil en kan zijn, kon ik niet anders dan springen. Het was zo’n groot gevoel – iets groters had ik al heel lang niet gevoeld – ik moest dit proberen. Ik dacht: als ik nu niet spring, dan laat ik iets lopen wat supermooi had kunnen zijn.’
R: ‘Ik dacht: zij zit in een relatie, dus zij bepaalt het tempo. Ik zei dat ik zou wachten en dat ik even geen contact zou opnemen: Don’t get me wrong, dat is niet uit desinteresse, maar jij bepaalt. Anne ging ’s morgens vroeg weg en om elf uur kreeg ik een appje: Smoorverliefd! Nee, dit helpt echt, schreef ik terug. Toen zei ze dat ze naar haar vriend was gegaan en het had verteld. Ik was onder de indruk: wow, ze had het gewoon uitgemaakt voor mij. Ze steeg nog meer in mijn achting, want in plaats van te gaan rommelen had ze die sprong durven maken.’
A: ‘Ik wilde mijn vriend niet bedriegen, dus ik ben meteen naar hem toegegaan. Ik zei: Ik ben zo verliefd geworden, ik kan niet anders dan dit onderzoeken. Dat was natuurlijk pijnlijk, maar we hebben het samen met onze kinderen wel mooi afgerond, met een soort ritueel afscheid. Uiteindelijk denk ik dat hij ook niet echt verliefd was. Hij kreeg binnen een maand iets met een vriendin van mij, en zij zijn nu ook heel gelukkig samen.’

Geplaatst op

De Geluksroute

de geluksroute

Twee jaar geleden stapte Anne de Jong mijn woonark in om te praten over een goeie titel voor haar boek. Anne was mijn juf geweest het jaar ervoor, ik volgde mijn opleiding tot coach bij haar opleidingsinstituut NONONS.

Het ging al snel niet meer over het boek, maar over het leven en de liefde.
De avond knetterde, we raakten niet uitgepraat en uitgelachen. Rond middernacht ging ze naar huis en liet me totaal van de kaart achter.

In die tijd overleed mijn moeder. Het duurde enkele weken voor we elkaar weer zagen. We dineerden die avond bij PepeNero, een Italiaans restaurant in de buurt van mijn woonark. Daar gingen we dieper in op haar boek. We dronken voldoende om ook steeds opener te zijn over het leven. Tussen alle drankjes en gesprekken in, stond ik op om naar de wc te gaan. Ik zei dat ik, als ik terugkwam, een vraag voor haar had.
‘En?’ vroeg ze me, ‘wat was je vraag?’
Ik durfde niet zo goed, had eigenlijk gehoopt dat ze mijn opmerking al weer vergeten was na alle prosecco, Soave en Scroppino.
‘Is dit contact voor jou nog steeds zakelijk?’ vroeg ik, verlegen als een schooljongen.
Die avond werd ik smoorverliefd op haar.

We zijn twee jaar verder. Nog elke dag ben ik onder de indruk van de intelligentie, humor, schoonheid en liefde van haar. Elke dag ben ik dankbaar dat zo’n geweldige vrouw van mij houdt.

Gisteren hadden we een diner met al onze kinderen. Bij het toetje ben ik voor Anne op mijn knieën gegaan, met @eva.vdk98 , @eise.kratz , @roos.vdk , @mare.hk en @lola.vdklundert als getuigen van mijn liefdesverklaring.
Ze zei ja. Mijn juf wordt mijn vrouw.

PS: de titel van Annes boek werd uiteindelijk degeluksroute . Die kwam niet van mij.

Geplaatst op

Horeca en zorg zijn geen rivaliserende voetbalclubs

Ajax-Feyenoord, AC Milan-Inter, Celtic-Rangers, Man City-Man United, Barcelona-Real MAdrid en NAC-Willem II zijn klassieke kruitvaten op het hoogste niveau in de voetballerij. De afgelopen weken leek het soms of ‘FC De Zorg’ en ‘Horeca United ook rivalen waren in  een strijd om het morele gelijk. Horeca vs Zorg als de El Classico van de Coronadivisie.

Johan de Vos is vice voorzitter van het Koninklijk Horeca Verbond Nederland. Hij roept al weken dat de horeca niet het probleem, maar onderdeel van de oplossing is. Deze week, op Koningsdag, waar burgemeesters in het hele land niet anders konden dan straten, pleinen parken maar weer af te sluiten, toonde zijn gelijk weer aan: laat het regulieren van stromen mensen die gewoon een biertje willen pakken in de zon over aan de horeca in plaats van aan dappere boa’s en goedwillende politie agenten.

Veel beleidsmakers in ziekenhuizen waren het de afgelopen weken met hem eens. Maurice van den Bosch, CEO van het OLVG in Amsterdam: ‘We denken dat versoepeling contrair staat op lockdown regels (…) Eens met de burgemeesters dat beheerste openstelling van buitenruimte juist kan helpen om besmettingen te voorkomen, omdat zo ongeregelde samenkomsten tegen worden gegaan. Vertrouw er vervolgens op dat horeca-ondernemers correct handhaven en maak ze mede-eigenaar van de oplossing.

Mijn zus, @onsmelaan, werkt al bijna twintig jaar in de zorg, in het TweeSteden Ziekenhuis in Tilburg, een van de ziekenhuizen die het laatste jaar regelmatig in het nieuws was. Sinds het begin van de Corona-crisis is ons Melaan, net als veel van haar collega’s, van afdeling naar afdeling gesleept. De eerste drie maanden werd ze op de voor haar nieuwe afdeling chirurgie in haar eigen TweeSteden aan de Rueckertbaan in Tilburg geplaatst. Die afdeling werd bij het begin van de tweede golf (schrijf je dat eigenlijk met hoofdletters tegenwoordig?) van de ene op de andere dag opgeheven. Ze werd ingekwartierd bij neurologie, traumalogie, MDL (MaagDarmLever, ik moest het even vragen aan haar) op de locatie Elisabeth Ziekenhuis, aan de andere kant van de stad. ‘Er zijn collega’s die in een jaar twaalf afdelingen hebben aangetikt,’ appte mijn zus.

Gisteren, om twee minuten over twaalf in de middag, twee minuten na de opening van de terrassen, postte @onsmelaan een foto van haarzelf en haar man, Corné (@onsknee, jawel, we zijn in Tilburg), met hoofden als blije appelbollen vanaf een terras op het Hilvarenbeekse Vrijthof. Onsknee zette een foto van twee glazen mooie rosé op social media.

Het zijn allemaal mensen met dezelfde wensen, zou meneer de Uil van de Fabeltjeskrant (jawel, we zijn vijftigers) zeggen. Het zijn allemaal mensen die van onzekerheid in onzekerheid zijn gevallen het afgelopen jaar. De een vreesde zijn levenswerk teniet te worden gedaan omdat hij niet mocht werken, de ander moest zo hard werken dat haar prive-leven haast teniet werd gedaan. Eindelijk mogen @onsmelaan, @onsknee en wij allemaal ons weer, al is het maar van twaalf tot zes, laven aan wat de horeca een stuk beter kan dan een plein, park of groenstrook: reguleren, registreren, organiseren en serveren.

Een van mijn favoriete lyrics van Bruce Springsteen komt uit Badlands (1978). ‘For the ones who have a  notion, A notion deep inside, that it ain’t no sin to be glad your alive.’

Ik ben trots op mijn zus, die met al haar passie in de zorg mensen het leven helpt leven in zware tijden, maar tevens nooit vergeet dat je je nooit, nooit hoeft te schamen om te genieten van het leven, ook in Corona-tijd. Ik hoop dat de mensen in de horeca de komende maanden hun passie weer mogen uitoefenen. Dat is beter voor ons allemaal.

Geplaatst op

Te hip voor papa

Ooit, halverwege de jaren zeventig, was ik misdienaar. Het niet doorgaan van het beloofde jaarlijkse misdienaarsreisje was de eerste belofte die de kerk verbrak. Daarnaast werd nagenoeg geen enkele van mijn avondgebeden verhoord: Willem II wilde maar niet promoveren naar de Eredivisie, mijn ingroeiende teennagel ging niet vanzelf over, maar moest na maanden dralen met matige plaatselijke verdoving verwijderd worden door de dorpsarts, Wilma Jacobs werd niet verliefd op mij maar op Barend Stratinga en mijn puisten bleven eruitzien als kernkoppen die zichzelf elk moment dreigden op te blazen. Onze Lieve Heer en het katholieke geloof konden mijn rug op.

Het denken over de zin van het leven en het hardnekkig geloven dat er toch verdomme wel Iets moet zijn heeft me nooit helemaal losgelaten. Het leven kon toch zeker geen toeval zijn? Toen mijn eerste vrouw net was overleden, ruim twintig jaar na het einde van mijn carrière als misdienaar, las ik, op doorreis door Australië met mijn dochter Eva (3), hele meters zweefmolenliteratuur. Neal Donald Walsch, Eckhart Tolle, het Tibetaans Boek van Leven en Sterven, Deepak Chopra, Karen Armstrong, Scott Peck, Richard Bach, Paulo Coelho, alle ietsisten die de wereldbol rijk is, nam ik tot me.

Nu, weer twintig jaar later, ben ik geen steek wijzer.

Wat ik me de laatste jaren wel eigen heb gemaakt, is mijn eigen variant op het avond- en ochtendgebed dat ik op de Rooms Katholieke Basisschool De Hasselt in Tilburg leerde. Ik bid niet meer om genezende teennagels, winnende voetbalclubs en uitblijvende lichamelijke ongemakken. Het interesseert me niet zo veel meer wat goeroes beweren. Het interesseert me sowieso niet veel meer wat mensen beweren, vinden, zeggen.

Mijn variant op bidden, mediteren en wat dies meer zij is deze. Elke ochtend, tijdens mijn hardlooprondje, op de fiets of onder de douche, noem ik drie dingen waar ik trots op ben en drie dingen waar ik dankbaar voor ben. De eerste drie dingen die in me opkomen. Grote Zaken, banale gebeurtenissen, vanzelfsprekende dingen. Ik dank er niemand in het bijzonder voor en er hoeft ook niemand te luisteren. Dat ik dankbaar met het leven dat ik mag leiden, dat ik gezond ben, dat ik geen financiële problemen heb, dat ik een gelukkige jeugd heb gehad, dat ik vrienden heb op wie ik kan rekenen, dat ik het werk kan doen dat ik wil, dat ik inspirerende mensen ontmoet, dat ik een goeie band heb met de moeder van mijn kinderen, dat mijn zus en ik alleen maar meer van elkaar zijn gaan houden in de loop van ons leven, dat ik op het juiste moment in mijn leven de vrouw heb ontmoet die me zielsgelukkig maakt.

Waar ik trots op ben verschilt met de dag. Dat ik gewoon weer om acht uur ben gaan sporten die dag. Dat ik weiger om cynisch te worden. Dat ik best aardig scoor op mentale weerbaarheid. Dat ik, als ik een keer cynisch ben in een social media post, dat een dag later ook besef. Dat ik naar kritisch én met mededogen kan kijken naar wie ik ben en wat ik in mijn leven fout heb gedaan. Dat ik een zoon van mijn vader en moeder ben en veel van hun waarden en normen heb geadopteerd.

Een beetje lief zijn voor elkaar. Genieten van het leven. Je niks aantrekken van wat anderen vinden.

Waar ik misschien wel het meest trots op ben, zoals iedere ouder, is op mijn kinderen. Ik geloof in mijn kinderen. In de weg die ze bewandelen, alle drie op hun eigen manier. Ik geloof in hun kracht, hun persoonlijkheid, hun levensinstelling, hun ontwikkeling.

Deze week verrasten ze me met een diner bij mij thuis op de boot. Ik mocht die middag niet in de keuken komen en werd om zes uur verordonneerd ‘iets feestelijks’ aan te trekken. Bij de tafel stonden ze me, alle drie helemaal in de ankers qua make up en kledij, op te wachten.

Het diner had een thema.

U moet weten, of weet dat waarschijnlijk door mij te volgen op social media, dat enige missionaire drang mij niet vreemd is. Als ik enthousiast ben over een artiest, een album, een schrijver, een voetballer, een comedian, dan moet de hele wereld dat weten. Mijn kinderen en die van mijn vriendin huiveren als ik weer eens met mijn iPhone aan kom lopen omdat ze deze YouTube MOETEN zien, dit nummer MOETEN horen en deze post MOETEN lezen.

Mijn kinderen hadden me deze week tijdens het driegangendiner, onderworpen aan een kwis.

Het overall-thema: ik word vriendelijk verzocht vanaf nu muziek te draaien die bij mijn leeftijd past en ze niet meer te indoctrineren met mijn muziekfetishes op straffe van melding bij de kinder inspectie. Ik wens u veel plezier met het Spotifylijstje ‘Overplayed’ en ‘Te Hip voor papa.’

Aan het eind van de avond kreeg ik een oorkonde. ‘Geslaagd voor het analyseren, herkennen en benoemen van zijn eigen nummers’ en de belofte om ‘zijn dochters vanaf nu alleen nog lastig te vallen met oerdegelijke nummers die passen bij de typische vijftiger.’

Dat ik me eraan ga houden lijkt me sterk, maar u mag raden waar ik de ochtend erna tijdens het hardlopen aan dacht toen ik mezelf de dagelijkse vraag stelde waar ik dankbaar voor ben en waar ik trots op ben.

Ik gun u dezelfde dankbaarheid voor en trots op uw kinderen.

Kluun

PS: missionaris als ik ben: met trots deel ik hierbij ook het opvoedkundig zeer verantwoorde Spotify-lijstje ‘Inspired by papa.‘ Dat MOET u luisteren.

 

 

Geplaatst op

Terug naar Tilburg

kluun terug naar toen

De Hasseltse braderie, 1975. Vlnr ons pap (41), Kluuntje (11), ons mam (37) en ons Melaan (7)

Ik werd geïnterviewd door Tilburg.com. Het ging over (joh) Tilburg, over ons pap en ons mam, of ik ooit nog wil gaan wonen in Tilburg en over vruuger, begin jaren tachtig.

“Het was een mooie tijd waarin ik altijd ging stappen bij Bruin Kafee en Extase, waarschijnlijk bekend voor mede-Tilburgers van mijn leeftijd,” begint Kluun. “Die tijd heeft ervoor gezorgd dat ik nu nog veel ‘o ja’-momenten heb wanneer ik weer in de stad rondloop. Het bankje waarop ik voor het eerst een meisje zoende, stond zelfs tot voor kort nog op de Katterug. Overal waar ik loop, kom ik dingen tegen die me doen denken aan mijn puberteit.”

En over het nut van parate kennis van de Tilbörgs taol:

“Ik ben diep in het Tilburgse dialect gedoken. In het boek heb ik het wel wat simpeler gehouden, anders is het voor anderen echt niet te volgen. Toen mijn moeder nog leefde, praatte ik altijd plat Tilburgs met haar. Dit was ook vanwege haar Alzheimer. Op die manier bracht het voor haar meer herkenning – en dus herinneringen – naar boven,”

Het hele interview is hier te lezen. Op de site zijn ook drie gesigneerde exemplaren van Familieopstelling te winnen.