Geplaatst op

Parool: ‘Schrijver Kluun steunt horeca’

‘Ik heb voor het eerst een raam gehuurd’

‘Kluun steunt Ruk & Pluk door dit raam te huren totdat ze weer open kunnen’, staat op de zwarte poster met witte letters die op het raam van het café prijkt. De schrijver voelt zich betrokken bij het Amsterdamse nachtleven en maakte er ook een documentaire over.

door Anna Livia de Kort

steun-horeca-amsterdam-schrijver-kluun

Kluun kwam op het idee toen hij door de stad fietste en de actie van Dirk zag, waarbij de supermarkt een horecazaak steunt met een poster. Voor een paar honderd euro regelde de schrijver binnen drie dagen een poster op de ruiten van vier café’s: Ruk & Pluk, de Smoeshaan, Weber en Lux en café Nol. Kluun: “Ik heb voor het eerst van mijn leven een raam gehuurd.”

Hij roept andere mensen op om hetzelfde te doen. “Met je hockeyteam of advocatenbureau kun je, net als ik, straks apetrots met je naam op het raam van je stamkroeg staan. Dat is toch cool.”

Lees verder over hoe Kluun de horeca steunt in het artikel op Parool.nl

Geplaatst op

De Amsterdamse horeca mist meer dan hun omzet.

horeca dicht amsterdam mist omzet avondklok

De Amsterdamse horeca mist haar leven.

Vrienden die ik vertelde met welk project ik bezig was de afgelopen weken, reageerden jaloers; ‘Dus je gaat gewoon op kroegentocht?!?’  ‘Ja!’ 

Nou ja, kroegentocht: verhalen voorlezen over het Amsterdams nachtleven, op klaarlichte dag, samen met een cameraman in volledig uitgestorven clubs en cafés.

Aan de Amsterdamse Nachten – de lockdown series. horeca dicht amsterdam mist omzet avondklok

We beginnen op de Zeedijk, ‘s nachts het afvoerputje van de stad. Nu, op dinsdag om 14u is het er leeg. ‘Hallo!’ roep ik als ik Casablanca betreed. Ik inhaleer gretig de geur van verschraald bier. Aan de muur van karaokebar Casablanca hangt een poster met de aankondiging van de bands die er in maart optreden. Maart 2020, wel te verstaan.

Naast de bar van theatercafé De Smoeshaan staat de vloer vol verfblikken. Her en der bouwmaterialen. Voor de ramen hangt de kerstversiering. 

Poptempel Paradiso is naakt, ontdaan van alle sfeer en energie. ‘Na de laatste strengere regels hebben we besloten maar helemaal dicht te gaan,’ vertelt programmeur Sanne Lohof. Weemoedig staart ze naar de bar, die wordt verbouwd. Ik zie de ingewanden van de biertap, de leidingen, het houten geraamte van de bar. Het voelt alsof ik een operatie zie die ik niet hoor te zien. Clubonterend.

De dansvloer van Amsterdams hipste nachtclub, Jimmy Woo, is niet gevuld met mooie strakke feestgangers maar met hometrainers. Die op hun beurt sinds de strengere lockdown ook niet meer in gebruik zijn. De bedrijfsleiding heeft de ruimte tijdens de lockdown verhuurd aan een sportschool. Jimmy Woo is als een saloon in een ghosttown.

Melkweg begint deze week met een visuele podcast. Als ik er op bezoek ben, staat op het podium een songwriter te vertellen over de achtergrond van zijn teksten.  Voor een lege, donkere, koude zaal. 

Palladium heeft haar restaurantgedeelte omgebouwd tot kantoor. Mac-beeldschermen staan op de plek waar anders Pinot Gris en Caesar Salade wordt geserveerd. Zoals zoveel horecazaken is Palladium maar aan het thuisbezorgen geslagen om zo weinig mogelijk mensen te moeten ontslaan. Mijn zalmpasta krijg ik mee in een tasje. Ik heb ze 12 euro omzet bezorgd vandaag.

Eigenaresse Annemarie van feestcafe Nol (altijd lol) wil de auteur tijdens het voorlezen best een biertje offreren, maar ‘dan moet je wel houwe van een warme 0.0 die over de datum is, schat.’  Wat mis je het meest? vraag ik overal.  ‘Alles,’ antwoordde Annemarie, ‘zelfs de zeikklanten.

Bij Ruk & Pluk op de Middenweg in Oost slagen we aan het eind van de opnamesessie maar niet in om het pand te verlaten. Eigenaresses Marijke en Jannie (‘ hartsvriendinnen sinds 1970’) houden ons, staand op hun vertrouwde positie achter de bar, net zo lang aan de praat tot ik haast sméék om naar huis te mogen omdat ik nu toch echt mijn kinderen kan gaan voederen.

La Bastille, Cooldown en de Surprise Bar: overal leven kasteleins, bedrijfsleiders, eigenaars op als we binnenkomen. Er is bezoek! Twee man. In de middag. Zonder consumptie. 

De Amsterdamse horeca mist meer dan haar omzet.  De Amsterdamse horeca mist haar leven.  

horeca dicht amsterdam avondklok-mist-omzet

Het boek ‘Aan de Amsterdamse Nachten’ van Kluun & Hans van der Beek is te koop in de webshop

#steunuwlokalehoreca

Aan de Amsterdamse Nachten wordt herdrukt in een exclusieve uitgave. Je kunt je hier inschrijven voor deze uitgave, gesigneerd door beide schrijvers.”

Geplaatst op Geef een reactie

Familieopstelling

Beste Willem,

Petrus (Peerke) Donders (1809-1887) was een Tilburgse weldoener. Hij werd in 1982 zalig verklaard door Paus Johannes Paulus II. Zijn standbeeld staat op de hoek van het Wilhelminapark. Als kind kwam ik er altijd langs als we naar oma gingen. Peerke werkte met leprapatiënten op de plantage Batavia in Suriname, bouwde huizen voor indianen in de binnenlanden, gaf eten aan arme en zieke mensen en genas in 1927, veertig jaar na zijn dood, in Tilburg en passant nog even een kind van botkanker.
Peerke kon dat allemaal, zo leerde ik op de Rooms-Katholieke Basisschool De Hasselt in Tilburg, omdat hij in God geloofde.
Dat vond mijn vader flauwekul. Van dat wonder met het kindje geloofde hij ‘ginne flikker’ en die hele zaligverklaring ‘door zo’n langjurk mee un gek petje’ kon hem gestolen worden. Peerke Donders was gewoon ‘unne goeie meens.’
Mijn moeder beaamde dat: Peerke deed die dingen gewoon omdat hij lief wilde zijn.
Lief zijn, gewoon dat.

Zo, Willem, opent mijn nieuwe roman, Familieopstelling. Hij komt ongeveer gelijktijdig uit met dit blad. Het is bijna twintig jaar na Komt een vrouw bij de dokter en Stijn is terug. Vijfenvijftig jaar, vader, een op de klippen gelopen huwelijk, een samenwoonpoging en tenslotte nog een mislukte relatie met een vrouw die hij al twintig jaar kende. Hij lijkt, kortom, best een beetje op ons, Willem.
Dat is geen toeval, althans zijn gelijkenis met mij. Het is mijn eerlijkste boek sinds mijn debuut, waarin ik mezelf in één machtige beweging positioneerde als de grootste vreemdganger die ons land sinds Prins Bernhard heeft gekend. Familieopstelling was in eerste instantie zelfs nóg eerlijker: het plan was om een autobiografische familiegeschiedenis te schrijven. Aan vaders kant waren nog twee van de oorspronkelijk acht kinderen geestelijk zo fief dat ze mij alle verhalen over de familie Van de Klundert tot in detail konden vertellen. In de appgroep die ik met ome Ruud en tante Annemarie aanmaakte werd ik bestookt met anekdotes, foto’s en zelfs minutieus gemaakte plattegronden van het Tilburgse arbeidershuisje waar ze met zijn tienen woonden.
Van de geschiedenis aan moeders kant wist ik zelf alles. Mijn moeder kwam uit een getroebleerd gezin, waar de pannen over tafel vlogen als er weer eens ruzie was. Opa was de Tweede Wereldoorlog uitgekomen als een gebroken man. Thuis ging de oorlog gewoon door, met twee partijen die zich in hun loopgraven verschansten, dagenlang geen woord tegen elkaar zeiden en wachtten tot de ander het hoofd boven het maaiveld uitstak, waarna de boel ontplofte. Twee jaar Arbeidseinsatz in Duitsland en twee jaar onderduiken hadden van opa geen makkelijk mens gemaakt. Oma was altijd al een secreet geweest. Mijn moeder en haar broer zaten ertussenin. Het leidde ertoe, Willem, dat mijn moeder haar hele leven bang was voor ruzie en mijn oom zijn hele leven angst had voor relaties. Hoe het afloopt met beiden staat in de roman.
Want dat is het uiteindelijk toch geworden, een roman. Ik liep tegen hetzelfde aan waar ik twintig jaar geleden met Komt een vrouw tegenaan liep: toen ging het verhaal niet zozeer over mezelf, als wel over wat er gebeurt in een relatie van twee jonge mensen waarvan de vrouw een terminale ziekte krijgt en de man maar niet wil inzien dat dit ook zijn leven dramatisch veranderde. Komt een vrouw had ook over een vrouw en een man kunnen gaan waarvan de een in een rolstoel terecht komt. Het verhaal voelt als een steentje in je schoen: je wilt de hoofdpersoon een enorme hufter vinden (wat-ie ook is, vertel mij wat), maar ergens knaagt het: wat zou ík doen als mij zoiets overkwam. Het verhaal morrelt aan je waarden en normen, waarvan nog maar moet blijken wat die waard zijn als de pleuris in jouw leven uitbreekt.
Bij het schrijven van Familieopstelling kwam ik er halverwege achter dat het wel heel navelstaarderig werd om de familiegeschiedenis van vaders en moeders kant uit te diepen als als oorzaak van het hoe en waarom Raymond van de Klundert is uitgegroeid tot de man die hij nu is. Als je op onze leeftijd bent, Willem, is het misschien tijd om niet je ouders de schuld van je karakter te geven, maar zelf de verantwoordelijkheid te nemen over je leven. Daar gaat mijn nieuwe roman over. De zoektocht die ons, vijftigers, allemaal bezighoudt: wie zijn we geworden en wie willen we zijn.
In mijn geval komt dat dicht bij wat Peerke Donders was en wat onze betreurde burgemeester Eberhard zei voor zo’n dood. Wees gewoon een beetje lief voor elkaar, Willem.
En daar moet je dan vijfenvijftig voor worden.