14 mei 2001

‘Zullen we onze trouwringen afdoen?’ vraag ik voorzichtig.

‘Ja…’ We houden elkaars hand vast en herhalen het ritueel van onze trouwdag. In tegenovergestelde richting. Ik doe de ringen in een zilveren sieradendoosje en berg dat op in de koffer met herinneringen voor Luna.

Carmen kijk naar de ring die om mijn andere ringvinger zit. ‘Mag ik hem nog een keer omdoen bij je?’, vraagt ze verlegen. Ik haal de ring die ik een half jaar geleden van Carmen kreeg van mijn vinger en geef hem aan Carmen. Ze probeert de tekst te lezen die ze aan de binnenkant van de ring heeft laten graveren. Het lukt haar niet.

‘Voor mijn grote liefde, xxx Carmen,’ lees ik voor.

‘O ja,’ zegt ze, tevreden naar de ring kijkend.

Ze probeert hem om mijn vinger te schuiven, maar komt kracht tekort. We doen het samen.

‘Hou je hem om?’

‘Altijd.’

————————-

Uit Komt een vrouw bij de dokter (2003). Judith van de Klundert overleed vandaag twintig jaar geleden.