Twitter laadt...

KLUUN
Sint in Fout Zuid

29 November 2012 - 08:09

Een oudje, uit 2005.

Deze week in HP/De Tijd een cover artikel over Oud Zuid, het Amsterdamse luxereservaat. Ook Kluun geeft zijn bek een douw in dat artikel. Welnu, in datzelfde Oud Zuid vond afgelopen zaterdag de intocht plaats van de Sint. Correctie: een Sint. Winkeliersvereniging Oud Zuid had er eentje gehuurd op www.Marktplaats.nl.
De man was anderhalf uur te laat. Een tijd die werd opgevuld door een Zwarte Piet die blijkbaar dermate voorzichtig was om ooginfecties op te lopen dat hij voor alle zekerheid op een halve centimeter van zijn ogen was gestopt met schminken, en een jeugdige DJ, die kennelijk had besloten dat Sinterklaasliedjes niet meer van deze tijd zijn, en in plaats daarvan Costa del Sol House op standje burengerucht de wijk in liet dreunen.
Eindelijk, na anderhalf uur (mijn jongste, Roos was reeds in slaap gekukeld, gelukkig maar, zo zou snel blijken), was de Sint in zicht. Niet op een paard, maar, zichtbaar voor alle kinderen, mijterloos in een blauwe Toyota Corolla. De man en zijn twee pieten stapte uit, schroefde, zichtbaar voor alle kinderen, zijn staf in elkaar en kwam richting het ruitplein op de Cornelis Schuyt, ex aequo met bde PC Hooft ‘s lands duurste winkelstraat, lopen. Daar ging een golf van afgrijzen door de, reeds flink uitgedunde, massa heen. Deze Sint had een fok waar de benaming aardappelneus een regelrechte belediging voor het edele aardappelras zou zijn.
Eenmaal plaatsgenomen op het podium sprak de man met een accent dat meer op een Rotterdamse havenarbeider leek dan op een gedistingeerd kindervriend. ‘Sint nog wat drinken,’ brulde iemand uit het inmiddels aardig uitgedunde publiek. ‘Die komt rechtstreeks uit Welling,’ gierde Naat.
Eva zag haar gezonde zevenjarige twijfel over het bestaan van de Sint gevoed door deze beun. Met een samenzweerderig ‘Ik denk dat dit een nepperd is’ keerde Kluun het tij nog net.
Als het de bedoeling was van Winkeliersvereniging Cornelis Schuyt om haar imago na het artikel in HP/De Tijd eens even lekker te downgraden, kan Kluun ze bij deze van [[popup:toon_copy.jpg:::center:1]]harte feliciteren: het was een aanfluiting.
Of, laat ik het positief stellen. Het was een ode. Aan deze Snieklaas.

facebook twitter

Stuur naar een vriend







doorsturen reageren
Remember to forget

26 November 2012 - 11:47

Een man stapt uit een lift. Hij loopt naar een deur van een appartement. De scene wordt herhaald, tientallen malen achtereen, snel gesneden. In elke scene draagt de man andere kleding.
De deur gaat open, een oude man komt in beeld. In de eveneens snel achter elkaar gemonteerde beelden zien we de man ouder en krommer worden. Telkens vraagt de oude heer de bezoeker wie hij is en wat hij komt doen. En wat dat voor apparaat is, dat die andere vreemde man daar op zijn schouder draagt.
De oude man is voormalig dichter Edwin Honig, Alzheimer-patiënt. De andere man is zijn neef, Alan Berliner, documentairemaker. Het ding is een camera.
Berliner volgde zijn oom vijf jaar lang, hij kreeg van hem toestemming deze documentaire te maken toen de eerste verschijnselen van Alzheimer zich begonnen af te tekenen. Het was een van de indrukwekkendste films die ik dit IDFA zag: een ontroerend portret van een intelligente, creatieve man die langzaam vergeet wie hij is, wat hij is geweest, die zich de betekenis van het woord liefde niet meer herinnert en het bijbehorende gevoel ook niet, die niet weet wie al die mensen zijn op de zwart wit foto’s die hem worden getoond. Het waren zijn, moeder, zijn overleden vrouw, zijn zus en zijn kinderen.
De dag voor ik First Cousin, Once Removed (de titel laat zich eenvoudiger vergeten dan de film) zag, hield ik een toespraak over mijn vader in de aula van het crematorium in Tilburg, gevuld met driehonderd mensen. Edwin Honig overleed langzaam, mijn vader ineens. Poef. Weg.
Bij de crematiedienst zag ik mensen uit het verleden van mijn vader voorbijkomen, ook uit een verleden dat ik niet kende. De dagen ervoor en erna kreeg ik via Twitter, Facebook, sms en post veel steunbetuigingen, ook van mensen die ik amper of niet kende. Mijn moeder ervoer hetzelfde. Er waren mensen bij met wie we de laatste jaren een minder goede band hadden gehad. Maar ze waren er, voor mijn vader, en voor ons.
In de documentaire vraagt Alan Berliner zijn oom wat de belangrijkste les in het leven is. ‘Remember to forget,’ antwoordt deze, in een van zijn schaarse heldere momenten. Onthoud dat je moet vergeten.
Het was een weekeinde vol mededogen en liefde.

facebook twitter

Stuur naar een vriend







doorsturen reageren
Je moet vieren wat je kunt vieren

16 November 2012 - 20:23

Deze week overleed Jan, één van de grootste Tilburgse filosofen aller tijden. Jan was een filosoof die zich erin had bekwaamd een mening te hebben over zaken waarvan wij, gewone stervelingen, niet eens wisten dat we er een mening over kónden hebben.
Voorbeeld. Stel, iets is blauw. Een lucht, een smurf, een fles wc-eend. De meeste mensen nemen de kleur van een dergelijk object dan als een gegeven aan en staan er verder niet bij stil. Zoniet Jan. Jan schepte er genoegen in om in gesprekken zijn toehoorders op een dwaalspoor te brengen. ‘En dè kunde hil gek vèènde, mar ik blèèf erbaai, wè ze d’r ôk van zegge, dè dè blauw is.’ (Voor iedereen die het Tilburgs niet machtig is: ‘En u kunt het heel gek vinden, maar ik blijf erbij: wat men ook zegt: dat voorwerp is blauw.’)
Veel mensen zeggen dan: dat is geouwehoer. Tja, dan blijf je dus dom. Het zegt iets over het niveauverschil: Jan was gewoon een maatje te groot voor de rest van de mensen in Midden Brabant. Ik moet erkennen dat ik de gedachtesprongen van Jan soms amper kon volgen. (Vooral als Riky, zijn vrouw, er dan ook nog eens doorheen begon te praten om de moeilijkheidsgraad te verhogen, haakten veel mensen af. Alleen Jan en Riky konden het gespreksonderwerp – en elkaar – dan nog volgen.)
Het tekent de hele groten dat ze zich niets, maar dan ook niets van onbegrijpende blikken aantrekken en onverstoorbaar doorgaan met hun filosofische uiteenzettingen. En dat zonder doping. Nou ja, hooguit een glaasje Schrobbelèr. Of twee. Of een fles.
Jan was geen cynicus, hij hield van het leven. Hij schonk Tilburg vele, vele wijsheden, uitspraken die in het collectief geheugen staan gegrift: ‘Denke moete aon un pèèrd overlaote, want die heej unne veul grôôtere kop as gij’, ‘Nie maauwe, daor krèègde dikke beene van’ en ‘Ge mot viere wè ge kunt viere.’
Je moet vieren wat je kunt vieren. Afgelopen zondag, op d’n elfde van d’n elfe, overleed één van de grootste Tilburgse filosofen aller tijden. Hij genoot van het leven, tot de allerlaatste minuut.
Tilburg gaat hem missen.
Pa, ge waart unne schôône. We hebbe van oe genoote.

facebook twitter

Stuur naar een vriend







doorsturen reageren
Rare jongens, die recensenten

10 November 2012 - 12:21

Toen mijn roman Haantjes vorig jaar uitkwam kreeg hij vier sterren van de recensent van de Volkskrant, Arjan Peters, ook wel De Kardinaal genoemd. De krant ruimde anderhalve pagina in om Haantjes te bejubelen, op de voorpagina werd al melding gemaakt van de lyrische recensie ervan verderop (de theatervo orstelling van Haantjes met o.a. Daniel Boissevain al gezien? Doen!)
Ik schrok ervan, een heuse grachtengordelrecensent die zijn goedkeuring gaf aan een boek van mij! Ik was zo trots als mijn jongste dochter, wiens tekeningen ik steevast minutenlang bewonder en daarbij vermijd om te benoemen wat ik zie – wat ik een hond vind lijken kan evengoed een kerktoren of een van haar ouders zijn.
Drie dagen later werd Haantjes neergesabeld in De Telegraaf en Het Parool. (Van de laatste recensent is sindsdien niets meer vernomen. Mocht u aanwijzigingen hebben die kunnen leiden tot zijn opsporing, wendt u zich dan tot de politie in uw woonplaats.)
Een aantal jaren geleden ben ik begonnen met het verzamelen van tegenstrijdige recensies. Het is een prachtige collectie aan het worden met beoordelingen van romans van Ronald Giphart, Joost Zwagerman, Nelleke Noordervliet, Jan Cremer, Kader Abdolah, noem maar op. Ervaren, bekwame recensenten die elkaar volstrekt tegenspreken. Mijn psychiater zegt dat het een vrij onschuldige afwijking is, ik hoef er volgens hem niet aan geholpen te worden. (Waarbij ik heb verzwegen dat ik wel eens de gouden tip zou kunnen hebben inzake de verdwijning van die recensent van Het Parool.)
De laatste weken las ik twee boeken. Eentje ervan is al een jaar uit, er werden er in Nederland al meer dan 100.000 van verkocht: De honderdjarige man die uit het raam klom en verdween van de Zweedse schrijver Jonas Jonasson. Ge-wel-dig boek, wezenloos gelachen. Alleen de titel al. De roman werd bewierookt in een tv-magazine, op een website en in een regionale krant. De landelijke kranten vonden het drie keer niks.
Het andere is Dit zijn de namen van collega Nightwriter Tommy Wieringa (de theatervoorstelling van Nightwriters, met o.a. Tommy Wieringa (en Kluun) al gezien? Doen!). De Volkskrant gaf hem vijf sterren. Volkomen terecht. ‘Monumentaal… marmeren zinnen… Nederland is te klein voor Wieringa’. Trouw en Het Parool kraakten de roman.
Dezelfde week kwam de nieuwe roman van Oek de Jong uit. Nu andersom: vijf sterren in Het Parool, afgemaakt in De Volkskrant.
Rare jongens, die recensenten.

facebook twitter

Stuur naar een vriend







doorsturen reageren
Movember

8 November 2012 - 10:00

The Trucker groeit gestaag. Hier het resultaat na een week. The trucker op 7 movember

Sponsnorren? Ga naar Kluunenzijnsnor op MoBro.

facebook twitter

Stuur naar een vriend







doorsturen reageren
Kluuntje in Afrika

7 November 2012 - 19:52

Ik was al verliefd, maar sinds enkele weken geleden ben ik het nog een keer: op Ethiopië.
Over het doel van mijn reis mag ik niets zeggen, schrijven of twitteren, dat ziet en leest u half december. Afrika is de diapositieve versie van het Oostblok: de mensen zijn er goedlachs en vriendelijk. Armoede is geen reden tot chagrijn, meent de Afrikaan.
Op mijn reis moest ik mensen interviewen, tien in drie dagen. Ik luisterde naar hun verhalen, ik dronk koffie, ik kreeg te eten, ik maakte foto’s en vrienden.
Vroeger, toen ik nog geen vader was, begon ik op reizen over Roed Goeliet en Marco van Basten, als ik het ijs wilde breken. De laatste jaren toon ik mijn kinderfoto’s. Kinderen zijn ijsbrekers, in continenten als Azië en Afrika breekt het ijs snel bij het tonen van foto’s van kinderen. Mijn drie dochters zijn blond en wit en ze lachen. Onweerstaanbaar voor een doorsnee Thai of Ethiopiër.
Onder mijn reisgenoten was het de running gag: overal waar Kluun komt, vlucht het halve dorp: ‘Rennen, daar komt Witte Man met Baard, die bedelt om zijn kinderfoto’s te mogen laten zien en laat pas los als je ze alle tweehonderd hebt bekeken.’
In Tulubolo, zestig kilometer ten zuidwesten van Addis Abeba, was het weekmarkt. Er werden granen verhandeld, bonen, bossen hout, kleding, schoenen en er was benzine te koop, die uit een grote ketel in literflessen werd overgegoten. En er waren kippen, veel kippen. Een kip doet op de Albert Kipmarkt in Tulubolo in tien Birr, een vijftig eurocent.
Ik maakte foto’s en liet de foto’s van mijn kinderen zien. Van het schaatsen met Eva op de gracht, afgelopen winter. Van Roos, op Koninginnedag, terwijl ze een ander wit kind oranje staat te schminken. Een filmpje van Lola, dansend in mijn keuken op De Jeugd van Tegenwoordig. Al snel stonden er op de weekmarkt van Tulubolo trossen kinderen om me heen te dringen om een glimp van de foto’s op te vangen. Ik moest moeite doen om zelf het scherm van mijn iPhone te zien.
Er kwam een foto voorbij waarop ik te zien was, in innige omhelzing met mijn vriendin. De Ethiopische kinderen giechelden. Eentje, ik schatte hem twaalf, wees naar het gezicht van mijn vriendin. Ik schatte hem twaalf. ‘She love you.’
Het herkennen van liefde is grenzeloos en leeftijdloos.

facebook twitter

Stuur naar een vriend







doorsturen reageren
Movember

7 November 2012 - 15:08

Ik heb een snor. Hij valt niet op, omdat ik er ook een baard bij heb. Mensen zeggen dan: je hebt een baard. De snor is gedegradeerd tot een integraal onderdeel van de baard.
De laatste en enige keer dat ik een echte snor had was in mijn late pubertijd. Hij leek op een pasgeboren kuiken, maar dan zonder snavel.
Er waren tijden dat een beetje man een snor bezat. Charlie Chaplin, Albert Einstein, Salvador Dali, Graucho Marx, Clark Gable, een hele nare Duitser uit de jaren veertig, Charles Bronson, Tom Selleck (Magnum), Freddy Mercury, Ted de Braak; allemaal waren ze aan de snor. Daarna ging het mis. In de jaren tachtig hadden alleen politieagenten en voetballers van Feyenoord een snor. Alleen Johan Cruijff weigerde er eentje te nemen.
De snor is terug, zij het periodiek.
In 2004 begon een aantal mannen in Australie in november hun moustache te laten groeien. Vandaar de naam. MOustache, MOvember, begrijpt u wel. Ik heb het ook niet verzonnen. Via hun snor wilden de mannen aandacht vragen en geld wilden inzamelen voor onderzoek en tegengaan van prostaatkanker. Tegenwoordig is in november in heel Australië geen man zonder snor meer te vinden. Geen vrouw ook, trouwens.
Overal ter wereld groeit Movember, ook in Nederland. Dit jaar zijn bekende snorren stand up comedian Horace Cohen, voetballer Miralem Sulejmani en DJ/producer Junkie XL.
Ik doe ook mee. Op 1 november gaat mijn baard eraf, en daarmee ook mijn snor. Ik zie er met angst en beven naar uit. Daarna laat ik hem groeien, die snor.
Ik ga voor de porno-versie, onder connaisseurs ook wel the Trucker genoemd. Dit exemplaar begint onder de neus (dat doen snorren nu eenmaal) en eindigt aan beide zijden van de kin. Een soort n zonder dat doorlopende streepje linksboven. Via Twitter en via http://nl.movember.com laat ik zien hoe de snor zich ontwikkelt. U kunt me opsnorren via mijn Movember-naam Kluunenzijnsnor. Na enkele weken hoop ik zo’n snor te hebben waar je uren nadat hebt gegeten nog van de soep geniet.
U kunt meedoen. Spring in het diepe en wordt zelf Mo Bro. Of sponsor mijn snor op http://nl.movember.com.
Het geld gaat naar het Nederlands Kanker Instituut – Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis (NKI-AVL).
Oktober is voor Pink Ribbon, de wereldwijde succesactie tegen borstkanker.
Wij, mannen, confisqueren Movember. Laat staan, die snor, Mo Bro!

facebook twitter

Stuur naar een vriend







doorsturen reageren
Boekenkast

30 October 2012 - 12:48

‘Hé, je hebt je boekenkast op kleur ingedeeld,’ riep ik naar de keuken.
De tweede druk van Komt een vrouw bij de dokter stond met haar paarse rug tussen de lila omslag van Kikker is verliefd van Max Veldhuijs en Masala, een Indiaas kookboek dat beloofde ‘de geuren en kleuren (blijkbaar paars) van India op je bord te brengen.’ Ik was tevreden. Kikker vind ik een tof dier en Indiaas eten gaat er altijd in. Bovendien, normaal gesproken sta ik tussen Kloos, Koch, Komrij en Kees van Kooten in en soms wil je eens wat anders dan grijzende mannen om je heen.
Ze kwam terug met een dienblad met twee grote glazen met struiken erin. ‘Ja, anders wordt het zo onrustig in je kamer. Op deze manier krijg een mooie vlakverdeling. Hou je van muntthee?’
Ik knikte en zocht naar Klunen, mijn verhalenbundel met zijn fel gele omslag. Die stond tussen een jaarboek seizoen ‘94/’95 van NAC (ze kwam uit Breda, ik kende haar van vroeger) en een oude Gouden Gids.
‘De meeste boeken koop ik op rommelmarkten en op Koninginnedag. Vorig jaar heb ik de Noordermarkt afgestruind naar boeken die goed als overgang tussen mijn rode en zwarte vak konden dienen. Dat is een moeilijke kleur. Paars is schaars. Daarom ben ik ook zo blij met Komt een vrouw bij de dokter.’
Ik speurde tussen de titels in het witte vak. ‘Heb je de witte versie van Haantjes niet?’ vroeg ik. ‘Ik had je ze op mijn boekpresentatie toch allebei gegeven, die roze en die witte?’ Ze knikte. ‘Het witte vak was al vol. Dus die witte heb ik aan mijn moeder gegeven.’
Ze kwam bij me staan en nipte voorzichtig van haar muntthee.
‘Kijk. Haantjes, die felroze, die staat er wel in. Hij valt wel op hè? Ik heb nog staan dubben of ik ‘m bij die paarse Komt een vrouw moest zetten of dat-ie toch beter als overgang van het witte naar het rode vak geschikt is. Wat vind jij?’
Ik nam het exemplaar uit de kast en bekeek de persoonlijke boodschap die ik voor haar had geschreven. Ik zette de roze Haantjes terug, deed een stap terug en draaide mijn hoofd een beetje.
‘Het is toch meer roze dan lila… Nee, ik denk dat je hem wel goed gecategoriseerd hebt. Vond je d’r trouwens van?’
‘Ik heb hem nog niet gelezen. Wil jij eigenlijk suiker in je thee?’

facebook twitter

Stuur naar een vriend







doorsturen reageren
Beste Willem,

28 October 2012 - 12:45

Ik zit eigenlijk al heel lang met iets waarvan ik niet weet of ik er nu voor naar een therapeut moet, het gewoon van me af moet twitteren of het – tegen beter weten in – toch maar weer bij jou moet neerleggen: ik word geplaagd door het Syndroom van Sorry.
Ik ken niemand anders die het heeft, en de naam heb ik zelf moeten uitvinden. Ben je behept met een aandoening, moet je er nog zelf een naam voor bedenken ook. Alsof ik niks beters te doen heb. Simpel gezegd is het Syndroom van Sorry de diapositieve versie van hetgeen Phileine, dat vileine meisje uit de roman van Ronald Giphart, had: die had een sorry-fobie, bij mij is er juist sprake van een Sorry de La Tourette: ik heb de neiging om me te pas en te onpas te verexcuseren, terwijl ik weet dat ik helemaal niks fout doe, heb gedaan of ga doen. Misplaatst prematuur excuusgedrag.
Laat ik een paar voorbeelden geven, Willem.
Je weet dat je in een club bij binnenkomst wordt gefouilleerd. Jij bent zo iemand met wie je, als je op stap gaat, overal nèt niet binnen komt, maar jou kennende huur je af en toe een dame, al was het alleen maar om haar aan je arm te dragen om ook eens Club NL, Jimmy Woo of de nachtsauna binnen te komen.
Nu ben ik om religieuze redenen tegen drugs, en wapens draag ik ook al niet: met mijn aangeboren onhandigheid leidt een mes of schietgeweer in mijn handen in mijn handen eerder tot zelfmoord dan zelfverdediging. En toch, Willem, voel ik me meteen schuldig als zo’n man me begint te fouilleren, of als ik door zo’n detectiepoortje moet. Festivals, luchthavens: idem. Ik begin te zweten en hakkelen op een wijze die doet vermoeden dat ik de halve jaarproductie van een Midden-Amerikaans land bij me draag. Ook als ik enkel een doosje Smint bij me draag.
Hetzelfde laken een pak bij alcoholcontroles. Nu drink ik gelukkig niet zoveel als jij op premières en recepties en andere plekken waar de drank gratis is, maar stijgt mijn hartslag tot Bonnie St. Claire-niveau zodra ik zo’n fuik in rijdt. (levensgevaarlijk trouwens, hè Willem, die alcoholcontroles van tegenwoordig: je ziet ze veel te laat, zeker als je wat gedronken hebt. Maar daar hoef ik jou niets over te vertellen. Het gaat trouwens redelijk met die agent, hij mag over een week van intensive care af, hij ligt op kamer 106, mocht je een bloemetje sturen of een klein excuuskaartje willen sturen).
Ander voorbeeld. Ik fiets met mijn kinderen door het luxereservaat. Het stoplicht staat op rood, maar wij en onze bakfiets moeten rechtsaf, dus er dreigt geen enkel gevaar. En toch roep ik dan iedere keer weer, zo luid dat niet alleen mijn kinderen, maar ook alle medeweggebruikers binnen de ring A10 het horen: ‘jullie weten het, hè, liefjes, alleen als je rechtsaf moet op de fiets, mag je door rood.’
Willem, je weet dat ik jou hoog heb zitten, dus alsjeblieft, leg me uit waarom ik me verantwoord voor dingen die ik niet fout doe? Douane, portiers, stoplichten, politie-agenten: ze maken me tot een bang konijn dat angstig in de lichten van een naderende auto denkt te kijken terwijl die auto gewoon stil staat.
Ik heb het eens geanalyseerd. Mijn Syndroom van Sorry speelt vooral op als ik te maken heb met officiële instanties en ordebewakers: politieagenten, douanebeambten, beveiligingsmensen. Kan jij jouw psychiater anders niet eens vragen of hij verstand van mijn aandoening en of ik ook een keer langs kan komen?

Wees gegroet,

Kluun

PS: Of anders rij ik volgende week wel gewoon een keer met je mee. Zie je hem nog steeds iedere dinsdag- en donderdagmiddag?

Iedere maand schrijft Kluun een open brief aan Willem Baars, hoofdredacteur van JFK.

facebook twitter

Stuur naar een vriend







doorsturen reageren
Kijkspel

26 October 2012 - 11:58

Een oudje, uit Klunen, n.a.v. video Duitsland verliest tweede wereldoorlog op rij:

‘Heb jij Rusland Georgië nog een beetje gevolgd?’
‘Alleen de samenvattingen.’
‘Ik ook amper. Het kon me als kijkspel toch niet echt boeien.’
‘Blijft toch een nationale competitie; het raakt je niet als neutrale toeschouwer.’
‘Het valt meestal überhaupt tegen, die oorlogen.’
‘Ja, je verwacht er veel van, maar meestal draait het uit op oeverloos tactisch geschuif.’
‘Er is gewoon te veel geld in het spel. De belangen zijn te groot geworden, met al die televisie en zo.’
‘Toch kijk er elke keer wel weer naar uit, vooral naar die Wereldoorlogen. Al maar dan krijg je als kijker meestalvaak toch het deksel op je neus. Neem nou die eerste wereldoorlog.’
‘Is dat die met Tom Hanks?’
‘Nee, dat was de tweede. Ik bedoeld de eerste. Met Duitsland, Engeland, Frankijk.’
‘O ja, die. Toen begon het al met dat verdedigende spel. Iedereen groef zich in en dan maar wachten op een fout van de tegenstander.’
‘Pas diep in de tweede helft kwam het een beetje op gang,’
‘Dan worden ze moe en laten ze alle tactiek varen. ’
‘Nee, dan kan je van die Duitsers zeggen wat je wilt, maar die knallen er wel meteen in hoor.’
‘Zo’n Hitler, die meteen in de eerste minuut Polen aanvalt.’
‘En daarna Nederland.’
‘Ja hallo, maar die vroegen er ook om. Dat leek nergens op, die verdediging, pfff… Geitenkaas.’
‘Ik ben op WK’s en EK’s altijd voor de Duitsers.’
‘Ik ook. Prachtige ploegen. Steeds weer.’
‘Vooral die in ’40-’45.’
‘Nou. Ik ken ze haast allemaal nog. Himmler, Goebbels, Eichmann, Schweinsteiger. En of ze nu thuis of uit spelen: ze gaan er altijd voor, die Duitsers.’
‘Ja. Niks afwachten tot de laatste minuut.’
‘Weet je nog, uit tegen Engeland, in ’40? Vol op de aanval.’
‘Rotterdam, tegen Nederland uit. Die aanvallen door de lucht……’.
‘Maar Engeland won toen nog wel uit in, waar was het, Dresden toch?’
‘Dat wel, maar ik blijf erbij dat als die Tweede wWereldoorlog tien minuten langer had geduurd, Duitsland hem gewoon had gewonnen hoor.’
‘Klopt.’

‘Vroeger was het ook vaak niet om aan te zien, hoor.’
‘Niet?’
‘Ik heb wel eens een video gezien over de Tachtigjarige oOorlog.’
‘O ja. Joh, ik weet niet eens meer wie er aan meededen. Nederland, toch? Tegen?’
‘Spanje. Kwam geen eind aan man. Het leek wel cricket.’
‘En maar praten, overleggen en weer praten.’
‘Weet je wat wel een gave match was?’
‘Engeland – Spanje.’
‘Met die boten?’
‘Zo. Niet te flauw.’
‘Argentinië – Engeland.’
‘Mwah. Alleen het begin even. Maar toen kakte het in.’
‘Ik herinner me ook helemaal niemand meer van die Argentijnse ploeg.’
‘Jawel joh, Videla!’
‘O ja.’
‘Nelson Videla…’
‘Weet je van welke ploeg ook altijd wel dreiging uitgaat? De Russen.’
‘Ja! Altijd vol op de aanval. Weet je nog, Afghanistan uit, in ’80.’
‘O ja. Lastige ploeg hoor, Afghanistan. Dat zie je nu ook weer, tegen Nederland.’
‘Wij hebben gewoon geen geld. Te kleine competitie.’
‘Weet je waar je trouwens haast nooit meer wat van hoort?’
‘Nee?’
‘Italië.’
‘In ’40-’45 deden ze toch ook mee?’
‘Roemloos ten onder. Kan jij je iets van hen herinneren in dat toernooi?’
‘Nee.’
‘Dan vroeger. Man, toen hadden ze half Europa in de tang.’
‘Mooi ploeg. Mooie pakken ook.’
‘Mooie jongens sowieso.’
‘Hoe heet die aanvoerder ook al weer? ’
‘Die gozer met dat lekkere wijf? Hoe heet ze, die Egyptische.’
‘Dat was nog eens wat anders dan Eva Braun, hahaha.’
‘Ja, die Italiaanse spelersvrouwen van die Italianen zien er altijd goed uit.’
‘Ik vind Japanners altijd wel lachen. Die kunnen ook zo lekker geniepig zijn.’
‘Nou. O, toen in ‘41, tegen de VS?’
‘Ja, dat zagen die Amerikanen mooi niet aankomen.’
‘Pas tegen het eind herstelden ze zich, met die onterechte treffer in Hirosjhima. ‘Zuiver buitenspel.’
‘Maar wel een spectaculaire ploeg meestal, de US. Winnaarsmentaliteit. En voor de duvel niet bang.’
‘Ja, hallo, maar die budgetten van die gasten zijn niet te vergelijken met de onze.…’
‘Je moet slim zijn tegen ze. Niet meegaan in hun tempo.’
‘Zoals Vietnam deed toen?’
‘Ja.’
‘Werden die toen niet door Hiddink getraind?’
‘Nee, dat was Zuid- Korea.’
‘O. Weet je wat vaak de leukste zijn?
Die toernooien buiten Europa.’
‘In Afrika! Zo, die zijn hard. Meedogenloos.’
‘Somalië.’
‘Soedan.’
‘Nou! Ruanda.’
‘Spectaculair hoor.’
‘En man tegen man.’
‘Niks geen systemen.’
‘En altijd blijven lachen hè, die negers, hoe vaak ze ook worden neergesabeld.’
‘Al worden ze boven hun knieën afgezaagd.’
‘En de spelvreugde druipt er van af.’
‘Ja, en niks voorbereiden, gewoon zo het veld in en los gaan.’
‘En als je dan die materialen ziet waarmee ze moeten werken, ten hemel schreiend…’
‘Ouwe autobanden…’
‘Weet je wie ook te gek waren, vroeger? Die Noren. Die gooiden alles op de aanval.’
‘Dat soort veldslagen zie je tegenwoordig niet meer met al die camera’s en die herhalingen.’
‘Nou, ho ho…. De Balkan-oorlog…’
‘Toch kon me dat niet zo boeien.’
‘Terwijl Nederland wel meedeed.’
‘Niet noemenswaardig.’
‘En ik vind het overgewaardeerd. Dat gedoe met die Karadzic, nu weer.’
‘Ja. Zo bijzonder was hij nou ook weer niet.’
‘De minste van de drie. Milosevic was veel beter en vooral die Mladic, man, die is echt ongrijpbaar.’
‘Maar met zijn drieëeen legden ze er anders wel een paar duizend per seizoen in, hoor.’
‘Nee, dan was Irak- Iran, in ’80, veel spannender. Zo. Dat ging erop hoor!’
‘Ja, en hard… dDaar gebeurde alles wat God verboden heeft, in die wedstrijd.’
‘Met dat gif……’
‘Maar na de wedstrijd: zand erover, niet zeiken, en weer dikke vrienden.
Zo hoort het.’
‘Irak is sowieso wel een van mijn favoriete landen, eigenlijk.’
‘Ja. Ik heb genoten toen tegen Israel, man.’
‘In ’91? ik ook. Ja, daar zette ik ‘s nachts de tv voor aan.’
‘Met die Hussein, die leefde toen nog.’
‘Weet je waar ik het helemaal mee heb gehad? Israel.’
‘Ja! Altijd maar dreigen, en nooit echt vol op de aanval.’
‘Alleen maar verdedigen.’
‘Nou, en tegen Egypte en Libanon dan?’
‘Ja, maar op grote toernooien staan ze er nooit. Waar waren ze nou helemaal in ’40-’45?’
‘Ja, hallo, in ’40 was hun halve ploeg ziek, in dat trainingskamp in Duitsland.’
‘Da’s waar. Toch wordt het wel weer eens tijd voor een groot toernooi.’
‘Dat iedereen meedoet, dat het echt ergens om gaat.’
‘Ja. Dat ook de Russen meedoen, en Amerika.’
‘En China, daar verwacht ik ook veel van in dde komende jaren.’
‘En die nieuwe landen, die zijn ook in opkomst. Syrië, Iran… Die moslimjongens zijn brutaal hoor.’
‘Maar het zijn wel counterploegen. Een aanval per wedstrijd en dan kruipen ze weer in hun schulp. Overal was het hetzelfde Madrid, New York, Londen.’
‘Toch, hè, als die moslims samen een ploeg zouden vormen dan zou het wel wat kunnen worden.’
‘Hm. Het kan wel hoor. Die trainer van Iran, hoe heet die ook alweer?’
‘Ja, met die baard, Ahmadinejad, die wil wel. En als die het voor elkaar krijgt, dank kan het wel wat woorden hoor. stel dat ie Afghanistan erbij haalt.’
‘En een paar spelers van El Quaida.’
‘In Nederland lopen ook nog wat jonge gevaarlijke Marokkanen rond.’
‘Nou.’
‘Dan heb je wel een aantrekkelijke, aanvallende ploeg hoor.’
‘Dan heb je echt een toernooi waar de vonken van af vliegen.’
‘En dan doet heel Europa mee. En China! En de Russen, die blijven dan niet aan de zijlijn.’
‘Dan wordt het leuk.’
‘Iik hoop alleen een ding, als dat doorgaat.’
‘Nou?’
‘Dat Hiddink dan bij ons tekent.’

facebook twitter

Stuur naar een vriend







doorsturen reageren
Archief
Zoeken

 
website statistieken
free counter