/ Hafid

Column in het Mysteryland magazine van vandaag.

Hafid

Je zou het niet zeggen, maar ik ben wat ouder dan de gemiddelde festivalbezoeker. De meesten van jullie hadden mijn kinderen kunnen zijn en van een stuk of drie, vier zou het me niet eens verbazen als het daadwerkelijk ook zo is.

Ik was erbij op Woodstock, Ik heb Mozart nog op Mysteryland zien draaien, back to back met Wibi Soerijabi, op het hoofdpodium. Dak eraf (sindsdien is Mysteryland een openluchtfestival). Omdat ik een Bekende Nederlander ben en altijd meneer zeg tegen Duncan Stutterheim word ik regelmatig in de dj-booth uitgenodigd. Tegenwoordig is het daar met Hardwell, Martin Garrix en Avicii, jochies die hun ballen niet hoeven te scheren, net zo opwindend als in de backstage van het Junior Songfestival, maar vroeger, man oh man, toen ging het daar los. Ik heb er met eigen ogen gezien hoe Berdien Stenberg werd aangeduwd door Verdii, terwijl ze het dirigentenstokje van Jaap van Zweden in haar mond had. Check Instagram.

Hoe dan ook, als ervaren festivalganger weet ik dat je je vlak voor het einde richting de uitgang moet begeven, als je tenminste nog in hetzelfde kalenderjaar thuis wilt zijn. Op die gele posters op NS-perrons vind je de gekste dorpen en steden, plaatsen waarvan ik betwijfel of ze wel echt bestaan, laat staan waarom iemand er met de trein heen zou willen, maar de organisatoren van festivals als Lowlands, Pinkpop, Werchter, Dance Valley en Mysteryland hebben net zo lang gezocht tot ze ergens een weide hebben gevonden waar in een straal van tien kilometer geen treinrails is te vinden. Mocht ik ooit mijn massavernietigingswapens willen verbergen, dan wend ik me tot festivalorganisatoren, die weten locaties te vinden waar behalve op de dag dat zij er hun festival houden, het hele jaar geen hond komt.

Hoe er te komen, is dus de vraag.

Ik moest optreden die dag, met Nightwriters vriendjes Saskia Noort en Renske de Greef. Ik had mijn vrouw gevraagd of ze me bij het terrein wilde afzetten. ‘En dan zie ik wel hoe ik thuis kom.’

Het optreden was uiteraard legendarisch, vooral het vuurwerk aan het eind staat degenen die erbij waren nog op het netvlies gegrift.

Een kwartier voor het einde van het festival kuste ik mijn vrienden gedag en begaf me naar de uitgang. Om mijn voorsprong op de meute niet verliezen, had ik er goed de pas in. ‘Er rijden pendelpussen naar het festivalterrein,’ schrijft de organisatie heel servicegericht op de website. Pendelbussen. Alleen het woord is al zo Commodore 64, zo Atari, zo gitaarmuziek.

De pendelbus voor me zat zo vol dat, als er in plaats van mensen kippen of varkens in hadden gezeten, de Dierenbescherming ogenblikkelijk de alarmklok had geluid.

Ik besloot de snelste weg te kiezen naar het dichtstbijzijnde station.

Een illegale brommertaxi. Nu ben ik niet zo goed in afdingen, dus betaalde ik een bedrag waarvoor ik ook met het vliegtuig naar Ibiza had gekund, maar ik wilde nu eenmaal op tijd thuis zijn, voor mijn vrouw zou vermoeden dat ik vreemd was gegaan. Waar ze dat soort waanbeelden vandaan haalde, is mij ook een raadsel.

Soms zie je jezelf ineens als in een film. Dat je in een flits naar jezelf kijkt en denkt: wat een mafkees. Zo’n moment, zeg maar, waarop je jezelf ziet zoals de rest van de wereld je eigenlijk continu ziet.

Zat ik dan. In de veertig, doorweekt T-shirt, achterop de brommer bij een jongen die zich had voorgesteld als Hafid en blijkbaar dacht dat die borden met 50 een vanaf-snelheid waren.

Ik was binnen tien minuten op het station.

Mijn vrouw was verrast dat ik zo vroeg thuis was.

Ik heb haar niet verteld over Hafid.

 

Naar boven