/ Festivals

Beste Willem,

Ben jij een festivaltype? Heb je ooit in de modder liggen rollen om vervolgens te beseffen dat het festival nog twee dagen duurde? Heb je ooit bierdouches verstrekt en ontvangen? Gecrowdsurfd, gestagedived, weggeregend, doorgesnoven, lamgezopen, strakgeslikt, heesgeschreeuwd en tot het besef gekomen dat orale seks op festivals alleen aan te raden is op de eerste dag?

Ik wel, Willem. Ik ben een doorgezomerde festivalganger. Ik was erbij in 1983, toen Henny Vrienten een appel tegen zijn kanis kreeg gegooid op Pinkpop in Geleen. Ik was erbij in 1992, toen Eddie Vedder van de camera afsprong op Pinkpop in Geleen. Ik was op Burning Man, Glastonbury, Torhout, Werchter, Paaspop, Bospop, Pukkelpop, Duinpop, Zeepop, Landpop, Bergpop, Dalpop en alle andere poppen die ooit gehouden zijn tussen Ameland en Ardennen.

Een jaar of tien geleden begonnen mensen ineens u tegen me te zeggen op festivals. De eerste keer sloeg ik het joch in kwestie natuurlijk meteen op z’n muil, maar op een bepaald moment werd de u-zeggerij structureel, er viel niet meer tegenop te slaan.

Op DGTL, een technofestival op het NDSM-terrein in Amsterdam Noord, was het mijn beurt was om drank te halen. Ik wurmde me door de meute en voelde ik de ogen op me gericht. Ik werd bekeken met een blik die in het midden hield tussen vertedering en verbazing. Willem, er kwam geen eind aan de tocht naar de bar. Een jong stelletje sprak me onderweg aan. ‘Wat leuk dat u dit soort dingen nog steeds doet,’ zei het meisje enthousiast. ‘Mag ik met u op de foto?’ Haar vriend vertelde me dat hij respect voor me had en vurig hoopte dat hij ook nog steeds zo actief zou zijn als hij zo oud was als ik.

De laatste tien jaar ben ik van strategie veranderd. Ik ga als artiest. We hebben met Nightwriters opgetreden op Mysteryland. We hebben opgetreden in de Magneetbar en Titty Twister op Lowlands, met Joost Zwagerman, Ronald Giphart, Tommy Wieringa, Saskia Noort, Herman Brusselmans en Herman Koch, maar het mocht allemaal niet baten: waar bands en dj’s in tenten om ons heen voor duizend, tienduizend, twintigduizend man stonden te spelen, trokken wij negenendertig man, inclusief onze crew, familie, kennissen en gelegenheidsvriendinnen.

Maar het kon ons, literair gezegd, aan onze reet roesten. We zaten er niet in voor het geld, we stonden er niet om het gepeupel te verheffen met onze literaire geschriften, we waren er voor de artist- and backstagebandjes. Niet dat zo’n artistbandje je jonger maakt of zelfs maar doet lijken, maar een uur optreden is een alibi voor een heel weekend fuiven. Jongelui die me vroegen of ik wel wist dat de Stones en de Beatles dat weekend niet zouden optreden, vertelde ik dat ik zojuist had opgetreden en nog héél even bleef hangen voor ik weer huiswaarts ging. Om vervolgens als laatste op maandagochtend in de file vanuit Biddinghuizen richting bewoonde wereld aan te sluiten.

Dit jaar trad ik voor het eerst in jaren op geen enkel zomerfestival op. Via via kreeg ik toch voor de zondag een artistbandje.  Enkele andere veertigplusvrienden, allen met keurig betaalde bezoekersbandjes, waren al twee dagen bezig. Na zonsondergang namen ze me mee naar de Hacienda, want daar gebeurde het allemaal. Ik heb me zelden zo ongelukkig gevoeld. Mijn vrienden zijn net zo oud als ik, maar hebben het voordeel van een onbekend hoofd. Ik werd bekeken alsof ik de laatste mammoet op aarde was. Ik zag twintigers naar me wijzen, hun vrienden halen om te komen kijken naar Kluun, een decorstuk uit de collectie antiek & curiosa. Het lukte me niet om me eroverheen te zetten. Het artistbandje voelde als een gejatte fiets.

 

PS: festivalorganisatoren: in februari komt mijn langverwachte roman DJ uit en in juni komen Ronald Giphart en ik met Het Eeuwige Gezeik – een feelgood boek in barre voetbaltijden. We zijn te boeken via Miranda Bruinzeel van Bureau Bruinzeel voor vijftig muntjes en een artistbandje.

 

Naar boven