/ Cadillac

Column JFK-juni

————–

Beste Willem,

Je weet dat ik in een Cadillac Escalade rijd.  Althans, dat had je kunnen weten, als je deze column af en toe eens zou lezen in plaats van te bedenken welke interessante foto van Singapore, New York, LA of een andere stad waar je fiscaal aftrekbaar heen bent gereisd, je nu weer eens zult posten op Facebook.

Veel mensen snappen niet dat ik in deze tijden nog een SUV durf te rijden. Jij natuurlijk wel, als opperhoofd van een blad dat barst van de advertenties van protserige merken. Ik rijd al twaalf jaar SUV. Of liever: ik heb al twaalf jaar een SUV. Meestal staat-ie gewoon voor de deur, ik ben van Groen Rechts: ik hou ervan om een grote auto te hebben om er naar te kijken als ik naar buiten kijk. Heb ik ook met mijn blauwe pak. Ik draag nooit blauwe pakken, maar ik wil wel graag een blauw pak in de kast hebben hangen, omdat ik het prettig vind om mijn kast op te doen en te denken, ‘Ha, mijn blauwe pak! Zal ik dat vandaag eens aantrekken?’ Om dan gewoon weer een zwart pak of jeans aan te doen.

De Escalade is eenzelfde model is als Geer en Goor destijds reden, maar die vonden hem wat te opzichtig. Tony Soprano had er ook eentje, hij vervoerde er ledematen in.

Bij mij in de buurt, in het gedeelte van de Pijp dat tegen de Diamantbuurt aan ligt, wordt mijn auto op waarde geschat. Het stikt er van de Mocro’s en die houden van blinkend chroom en meer meer meer. In het cultureel correcte luxereservaat Oud Zuid, waar mijn kinderen op school zitten, is hij niet populair. Hij wekt agressie op. Mensen kijken boos naar ons, als we langsrijden. Waarom, vraag je je dan af? Goed, een Escalade is wat fors uitgevallen, drinkt meer dan anderen, maar als dat steekhoudende argumenten zouden zijn om een hekel aan iemand te hebben, dan zou de helft van alle moeders op de school van mijn dochters ook als stront worden behandeld, en dat gebeurt ook niet. Althans niet op het schoolplein. Hoe het er thuis aan toe gaat weet je natuurlijk nooit, maar dat hoef ik jou niet te vertellen, Willem.

Mensen zijn uiterst voorzichtig met oversteken, als ze ons zien. Ik zou denken: wat goed dat die auto zo’n brullend geluid maakt, je hoort hem van verre aankomen, dus de kans dat je er per ongeluk door wordt aangereden is klein.

Ik schep er genoegen in om keurig te stoppen voor al wat beweegt, vooral als er geen reden toe is.

Deze week, Willem, zag ik een oudere man staan, wachtend tot hij de Stadionweg kon oversteken. Hij droeg twee grote boodschaptassen van Marqt. Tijdens het oversteken keek hij me aan alsof ik in mijn eentje verantwoordelijk ben voor het broeikaseffect, het conflict in de Krim en de schuldencrisis., Terwijl hij donders goed weet dat alleen het eerste probleem daadwerkelijk en in zijn geheel op mijn conto kan worden geschreven.

Nadat de man was overgestoken en me aan bleef loeren, heb ik het raampje open gedaan en heb hem hard uitgelachen en hem toegeschreeuwd dat ik weet waar zijn huis woont en dat ik wel eens een jongen bij mij in de buurt zal langsturen.

Zal hem leren, met zijn vooroordelen tegen proletenbakken.

 

Naar boven