/ Buitenspiegels

Beste Willem,

 

Ik ben een man die zich laat leiden door vrij primaire drijfveren. Ik heb een diepgewortelde voorkeur voor groot en niet te subtiel. Liefst zwart met veel bling bling. Robert Vuijsje en ik kunnen het uitstekend met elkaar vinden. Laat de mensen maar kijken.

Het verschil met Vuijsje is dat hij een voorkeur voor Caribisch heeft en ik voor dikke Amerikanen.

In mijn leven heb ik er drie gehad. Tussendoor heb ik me ook wel eens laten verleiden tot de aanschaf van een praktische auto. Zo reed ik ooit een donkerblauwe Audi A4. Vul daar maar eens een column mee.

Mijn eerste Amerikaan bezat ik in mijn studententijd, een blauwe Chevrolet Nova uit 1977. Zeven meter auto schoon aan de haak. In de stad reed hij één op drie, maar op de snelweg viel het eigenlijk best mee, ik ben er een keer mee naar Antwerpen en terug gereden zonder te tanken, helemaal vanuit Breda. Een Chevrolet Nova is niet de meest verstandige aanschaf voor een student. Op een keer was de accu, een ding zo groot als een verhuisdoos, naar z’n mallemoer. Die hebben ze dus niet op voorraad bij de Kwikfit. Amerikanen hadden in die tijd al elektrische ramen en bij elk knopje waar je op drukte ging er ergens in de auto wel iets open, dicht of draaien. Op een industrieterrein in Breda zat een garage voor Amerikanen waar ze wel een nieuwe voor me konden bemachtigen. Na drie weken kreeg ik hem terug, met een rekening van 489 gulden.

‘Jezus, wat een geld,’  zei ik, ‘heb je hem moeten importeren of zo?’ vroeg ik.

‘Ja,’ zei hij. Was ik wel mooi de enige student op de HEAO met een accu uit Detroit, nog voor de house er vandaan kwam.

De tweede Amerikaan was een zwarte Chevrolet Blazer, een auto zoals een kind die tekent. Nieuw gekocht, drie jaar in gereden en in die tijd het Guinness Book of Records gehaald met de hoogste afschrijving ooit op een personenauto.

Nu rijd ik alweer zeven jaar in een Cadillac Escalade. Plastic notenhouten dashboard, stoelen die net zover omlaag kunnen als die bij mijn tandarts en een achterbak die zo groot is dat er een zwembad in zou kunnen. Of er dat ook inzit weet ik niet, want ik ben nog nooit zo ver geweest. Van de buitenkant is hij zwart met veel chroom, als de spiegels er tenminste niet weer eens af zijn gereden. Toch gauw twee keer per jaar kom ik bij mijn dealer, USA Import Cars in Osdorp (sorry Willem, moest even. Toch gauw verdiend, die tweehonderd euro) voor een beurt en een paar nieuwe buitenspiegels te laten monteren. Ook die moeten ze telkens weer importeren. Er is weinig veranderd in dertig jaar: alles aan die spiegels is elektrisch en dus kost een nieuwe 1.200 euro exclusief BTW. Ik geef per jaar meer uit aan spiegels dan aan vakanties.

Maar, Willem, ik begin de laatste jaren een soort post-midlife crisis te ontwikkelen. Ik ben de leeftijd voorbij waarbij mannen ineens weer een petje gaan dragen of een vriendin nemen die ze jonger doet lijken, zoals jij.

Voor het eerst sinds mijn achttiende vraag ik me af waar ik eigenlijk een auto voor nodig heb.

Ik rij amper vijfduizend kilometer per jaar, het ding staat daar maar te staan langs de weg, meestal met afgebroken buitenspiegels, en het kost me al met al per jaar zo’n vijftienduizend euro, heeft mijn accountant becijferd. Goed, daarvan is ongeveer de helft de periodieke aanschaf van nieuwe spiegels, maar toch. Al zou ik elke twee weken met de taxi vanaf Amsterdam naar mijn moeder in het verzorgingstehuis in Tilburg gaan, dan ben ik nog goedkoper uit.

Mijn accountant is voor. Ik heb hem verteld dat ik er nog even over wil denken. Het is nogal wat, het is toch een deel van je mannelijkheid. Ik was altijd van groen rechts. Ik wilde er gewoon eentje hebben, al was het alleen maar om naar te kijken.

Bovendien wil ik de economische consequenties goed in kaart hebben voor ik een ondoordacht besluit neem.

Willem, voor ik een besluit neem, eerst een vraag aan jou: heb jij wel eens een columnist ontslagen omdat je hem in een GreenWheels door de stad zag rijden?

 

 

Wees gegroet,

 

 

Kluun

 

Naar boven