Twitter laadt...

KLUUN
Zweven is leven

25 August 2012 - 10:08

Voor wie de Randstad om principiele, filosofische of religieuze redenen liever mijdt: de Parade is de grootste openluchtkroeg van Nederland. De hele grootstedelijke meute loopt elkaar als een kudde schapen achterna als de Parade ‘s zomers weer in de stad komt, om zich er vol te gooien met rosé. Correctie: Rotterdammers, Hagenezen en Utrechters pakken nog wel eens een voorstellinkje, de Parade in Amsterdam, staat erom bekend dat het gemiddeld aantal voorstellingen per bezoeker zelfs onder Halbe Zijlstra-niveau ligt. Ik heb er zelf regelmatig opgetreden en meestal was ik blij dat mijn ouders en mijn buren er waren. Zo leek het nog iets. Amsterdammers vragen of het volume van de voorstellingen wat zachter kan, het stoort zo als Ellen ten Damme er bij het bestellen steeds doorheen zingt.
Het summum van de Parade in het Martin Luther King Park (een park aan de rand van de stad, waarvan niemand met zekerheid weet te stellen of het de rest van het jaar wel bestaat) is de zweefmolen. Bij de zweefmolen werken sinds jaar en dag twee mannen. De ene is met zijn blonde krullen een kruising tussen de Gordon van 1985 (half schaap, half mens) en Doc uit Back to the future. Hij heeft een lijf dat je normaal alleen ziet op de Olympische Spelen bij het Grieks-Romeins worstelen. De andere heeft stekeltjeshaar en de blik van Vinnie Jones (de acteur en ex-voetballer, hij bracht ooit een video uit met zijn smerigste overtredingen; hoe meer pijn de tegenstander had, hoe meer Vinnie’s gezicht opklaarde)
De twee mannen werken ze zich de hele zomer het zweet tussen de billen door om de paar seconden de zweefmolenstoeltjes een enorme zwiep te geven. Het gillen der inzittenden is tot op de Dam te horen. De mannen maken op verzoek ook foto’s. Niks iPhone, gewoon een ouderwetse Polaroid. Ik heb er nu acht. Op de eerste, van acht jaar geleden, staat ik met mijn oudste dochter, toen zes jaar oud. Op de Polaroid van deze week zie je een vader en zijn drie kinderen, allen met gezichten die pure kinderpret uitstralen. Ze hebben een ereplek in mijn huis.
Zweven is leven staat op het bord bij de zweefmolen. Een ritje kost 1,50 euro. We zouden in Nederland miljoenen kunnen besparen door alle therapeuten en maatschappelijk werkers te vervangen door zweefmolenzwiepers.

doorsturen reageren
Wij zijn een bootje

22 August 2012 - 09:45

De PVV en de SP geloven dat Nederland een eiland is.
Mark Rutte weet dat dit niet zo is, maar hij kijkt wel link uit om het tegen te spreken, laat staan dat hij zegt waar het op staat: Nederland is (in tegenstelling tot Groot Brittannië) niet eens een eiland, maar een klein bootje, dat dobbert op de wereldzeeën.
In tijden van economische stormen kan je op zo’n bootje niet veel meer doen dan een beetje hozen, zuinig zijn op het proviand, de moed er in houden, hopen dat de storm gaat liggen en vooral niet de verkeerde kant op roeien.
En laat dat nou net zijn wat we wel aan het doen zijn. We roeien met zijn allen vrolijk de open zee op.
Geert Wilders heeft in zijn tweets gewoon de woorden moslim en islam vervangen door euro en Brussel. Emile Roemer is iets subtieler, hij is niet tegen de euro, maar Europa, daar deugt natuurlijk niks van.
Het enige dat Mark Rutte en Jan Kees de Jager kunnen bedenken is om in Brussel bij ieder onderwerp nee of ho te roepen, want daarmee beperk je de schade thuis nog iets.
Nederland anno 2012 is een land van politieke angsthazen zonder visie, zonder lef, zonder charisma, van politici die dansen naar de pijpen van de peilingen.
Niet zo lang geleden mochten we als klein landje nog met de grote jongens meepraten, nu worden we niet meer serieus worden genomen. Merkel heeft het telefoonnummer van Mark al gedeleet uit haar mobieltje. Iedere ondernemer die internationaal zaken doet, iedereen die regelmatig in het buitenland is voor werk of plezier, zakenmensen, ambtenaren, artiesten, ingenieurs, studenten, dj’s, sporters: steeds vaker is er de vraag: ‘waar zijn jullie in Nederland mee bezig?’
De partij die onomwonden kiest voor Europa, de partij die de verkiezingen ingaat met een eenduidige pro-Europa-campagne, ondersteund door koele McKinsey- en KPMG-cijfers en feiten over de economische voordelen van Europa en de euro voor ons land; die partij is spekkoper.
De VVD durft niet, CDA en PvdA kunnen niet, PVV en SP willen niet.
Als D66 wél het lef heeft de hele verkiezingscampagne te richten op één speerpunt: voor Europa en tegen eilandvorming, liggen er vijftien zetels klaar.
Omdat links of rechts, iedereen met gevoel voor de realiteit van de 21e eeuw, weet dat hier de verkiezingen om gaan.
Nederland is geen eiland. Nederland is een bootje.

doorsturen reageren
Voor Ellen, Epke en alle anderen

11 August 2012 - 09:43

Voor Ellen, Epke en alle anderen

Enkele jaren geleden was er een signeersessie in de Amsterdamse Bijenkorf. In de rij stond een blonde vrouw. Toen ze aan de beurt was, schudde ik haar de hand (ik heb nogal last van opvoeding, daar waar het mis is gegaan, treft mijn ouders geen blaam) keek de dame aan en schrok. Ik sluit niet uit dat ik bloosde.
‘Eh…’, stamelde ik, ’zeg niet dat jíj mij een handtekening gaat vragen…’
Ze lachte verlegen. ‘Jawel, want ik heb enorm genoten van je boek.’
We besloten eerlijk over te steken: ik signeerde haar exemplaar van Komt een vrouw bij de dokter, en zij gaf mij een handtekening.
’s Avonds vertelde ik trots dat ik Ellen van Langen, gouden medaillewinnares op de 800 meter bij de Olympische Spelen van Barcelona in 1992, had ontmoet.
‘En hier heb ik haar handtekening.’ Ik was koning die avond.
De namen van onze grote voetballers, wielrenners en schaatsers gaan de geschiedenis in. Het zijn sporten waar in ons land het grote geld mee te verdienen is, omdat we er massaal warm voor lopen en de media er alles van uitzenden, liefst nog elke training.
Maar zouden de namen Fanny Blankers Koen, Anton Geesink, Ada Kok, Wim Ruska, Eric Swinkels, Stephan van den Berg, Ria Stalman, Piet Raijmakers, Ellen van Langen, Bart Brentjens, Maarten van der Weijden, Mark Huizinga, Anky van Grunsven, Pieter van de Hoogenband, Leontien van Moorsel, Nicolien Sauerbreij, Marianne Vos, Ranomi Kromowidjojo, Dorian van Rijsselberge en (zelfs) Epke Zonderland ooit opgeslagen in ons collectieve geheugen zonder Olympische Spelen? Zouden hun prestaties of hun tak van sport, waar ze jarenlang voor trainden, zonder een seconde aandacht van de media, zonder reëel uitzicht op grote verdiensten, grote sponsorcontracten zijn herinnerd?
Hans van Zetten, commentator bij de gouden oefening van Epke Zonderland, hoort een lintje van de koningin te krijgen voor zijn instant-klassiekers ‘De minuut die het leven van Epke Zonderland gaat veranderen’ en ‘Jongetjes en meisjes van Nederland, het kán dus.’
Motiverender woorden zijn in de laatste jaren niet door een politicus gesproken.
Dankzij Epke, Ranomi, Dorian en Marianne en alle andere medaillewinnaars zijn de Olympische Spelen van Londen 2012 geslaagd voor Nederland.
En geldt dat ook voor alle andere landen.
Anders dan bij een WK voetbal, Formule1, World Series, Superbowl en Champions League gaan de Olympische Spelen niet over het overtreffen, vernederen, bespotten en kleineren van de tegenstanders.
Ze gaan over het beste halen uit jezelf.

doorsturen reageren
Hoe laat ben je hoer?

8 August 2012 - 09:32

Dat mensen niet precies doen wat je van ze verlangt is nog tot daar aan toe, maar apparaten horen te gehoorzamen aan de mens, anders wordt het een zootje op de wereld. En in je liefdesleven. Technische en huishoudelijke apparaten, auto’s, computers en machinegeweren: als man van de wereld hoor je ze onder controle te hebben, anders sta je voor lul. Wat moet een vrouw wel niet van je denken als je een huishoudelijke apparaat al niet kunt bedienen? In de jaren tachtig-serie Mannen & Techniek kwam in aflevering 12 De man en zijn videorecorder aan bod. Daarin werd uiteengezet dat het succesvol programmeren van videorecorders erotiserend werkt op vrouwen. Wetenschappelijk bewezen, getest op vrouwen. Het programmeren van een videorecorder voor de jaren ‘80-man bleek de equivalent voor het zadelen van een paard, erop klimmen zonder er aan de andere kant weer af te kukelen, weg galopperen en terugkomen met een geschoten kip, konijn, coyotte of Indiaan. Kon je vroeger in het Wilde Westen de vrouwen bij wegdragen.
Ik kon het aardig moet ik zeggen. Niet dat met dat paard, maar het programmeren van de video.
Het succesvol programmeren van de hedendaagse dvr-recorder kost me meer moeite. Ik ben er nog steeds niet uit of dat aan mijn afnemend begrip van moderne apparaten ligt, of dat het ding gewoon minder volgzaam is dan de ouderwetsche videorecorder. Je zou verwachten dat een dvr-recorder begrijpt dat als je als man normaal gesproken alleen sportprogramma’s, concerten en porno opneemt, en dan ineens door een slip of the finger plots Kunst en Kitch op Nederland 2 in plaats van Ajax-Real Madrid op Nederland 3 blijkt te hebben opgenomen, dat ik dat niet serieus meende. Enig lerend vermogen zou je van zo’n ding toch mogen verwachten.
De iPhone leert wel, maar zit daarbij op het hellend vlak van bemoeizucht. Het programmeren van een iPhone kost geen moeite, want er valt niks te programmeren. So far so good. Maar dan. De totaal misplaatste zogenaamde hulpvaardigheid van de iPhone begint me de strot uit te hangen. Ik waardeer het als hij me corrigeert als ik het woord ‘morgen’ met mijn worstvingers foutief intik als ‘mirgen’. ‘Mirgen’ bestaat bij mijn weten niet in de meest gangbare talen en dus is het nuttig dat mijn iPhone dan vermoedt dat ik ‘morgen’ bedoel. Als ik ‘bingerne’ schrijf, kan ik er alleen maar respect voor opbrengen dat hij snapt dat ik ‘vingeren’ bedoel. Maar verder haat ik eigen initiatief van een apparaat dat mijn lijfeigene is en zich daarnaar behoort te gedragen. Zullen we nou krijgen.
Vooral in het Engels speelt de iPhone zijn eigen wedstrijd. What the fuck is het voordeel van het consequent aangeboden THE, in kapitalen, als ik ‘the’ intik? Wat is het idee dat hij elke keer als ik het Engelse woord a (dat is, voor Aktueel-lezers die nooit naar school zijn geweest, hetzelfde als het nederlandse woord een) er à van maakt? Nou?
Op de meest ongewenste momenten corrigeert het kutding me dan weer niet. Een iPhone kan toch ook op zijn vingers natellen dat ik, als ik per ongeluk ‘Hoe laat ben je hoer?’ intik, natuurlijk niet wil weten hoe laat ze bepaalde seksuele handelingen gaat uitvoeren, maar gewoon simpelweg hoe laat ze hier is. Wat we daarna doen is onze eigen zaak. En mijn iPhone moet me langzamerhand toch goed genoeg kennen dat ik, hooguit in het vuur van het spel en dan nog met wederzijdse toestemming, nooit iemand hoer zal noemen, zelfs prostituees niet? Stuitend. Alleen omdat mijn tikvinger op de naast de i gelegen o belandde. Daar was niks freudiaans aan, ik typ gewoon niet vingervast, maar je krijgt er vervelende discussie van.
Het stemt hoopvol dat hij, in tegenstelling tot de oude Nokia’s, Samsungs, Motorola’s en Siemens, wel doet wat ik wil als er seks in het spel is. Neuken is niet meer, zoals voorheen, ‘meulen’, ‘lul’ is niet meer ‘juk’ en ‘kut’ wordt niet meer als ‘juv’ aangeboden.
De iPhone leert het wel.

doorsturen reageren
Marmotje

7 August 2012 - 16:40

Marmotje noemde ze zichzelf. Marian was haar echte naam, maar zo noemde niemand haar. Ik ontmoette haar op wintersport. Niet dat dat belangrijk is voor dit verhaal, maar door te schrijven dat ik Marian/marmotje op wintersport ontmoette weet Marion dat ik haar bedoel als ik het over Marian heb. Ze kwam uit Veldhoven. Nou ja, eigenlijk uit Helmond, maar ook ex-en hebben recht op privacy, al denken websites als www.myexgirlfriendisaslut.com daar anders over. Niet dat ik dat soort websites zelf bekijk, maar ik heb er wel eens wat video’s op geplaatst. Waar waren we? O ja, bij Marian, Marion, Marmotje dus. Hoe iemand een dergelijke bijnaam verwerft, vraag je niet aan een dame, en bovendien, als iemand met het fijne karakter van Marian het fijn vindt dat je haar marmotje noemt, maak je daar geen breekpunt van, en al helemaal niet als je op wintersport bent in een oord waar tachtig procent van de gasten uit mannen bestaat en het grootste deel van de overige twintig procent aan een van die mannen gekoppeld is.
Waar waren we? O ja, dat Marian goed een marmotje kon nadoen. Een vrouw die je in het eerste uur van je ontmoeting- we hadden nog niet eens seks gehad – al zulke intieme intieme details vertelt, dat beloofde wat. Marmot kon dus goed marmotjes nadoen. Toch had het, moet ik eerlijkheidshalve zeggen, niet direct een erotiserende werking op me. Ik had niks met marmotten, ik geef ruiterlijk toe dat ik er in die tijd gewoon niet geil van werd. Sterker, ik had het tot dan toe nimmer met een marmot (levend noch dood) (ook niet opgezet) gedaan, het zelfs niet als een gemis ervaren als vrouwen de fijne kneepjes van de edele kunst van het imiteren van marmotten niet beheersten. Niet dat ik niet viel op vrouwen marmotten konden imiteren; ik kende ze eenvoudigweg niet en wat een mens niet kent, dat mist-ie niet, zeiden de Romeinen vroeger al, en die konden het weten, de smeerlappen. Marmotten zijn geil. Mocht ik ooit, met terugwerkende kracht en bij toeval te horen krijgen dat een van mijn ex-en dit kunstje ook machtig is geweest, maar het moedwillig heeft verzwegen, dan zal ik daar mee moeten leven.
Maar goed. Ze kon dus een marmot nadoen, of had ik dat al gezegd? Zoniet, dan nu: Marion/Marian kon goed, heel goed zelfs een marmot nadoen, beweerde ze, en wie was ik om daaraan te twijfelen, over dat soort dingen lieg je niet. En dan word je toch nieuwsgierig. ‘Kom eens met je oor,’ fluisterde ze hees. Het volume van de marmot reikt blijkbaar niet ver. Ik legde mijn oor tegen haar mond te luister. Wat had ik te verliezen? En verdomd! Een marmot, loepzuiver! Uit het niets! Niet dat ik wist hoe een marmot precies klonk, maar vaak is het zo dat je dingen niet eerder meegemaakt hoeft te hebben om te weten dat het waar is.
Marmot en ik hebben het twee jaar met elkaar volgehouden. In de schaarse momenten dat ik niet met mijn oor bij haar mond lag om een marmot tot me te nemen, hadden we seks of aten we wat. Soms, als ik bij de slager een marmot zie, mis ik haar nog.
Ik heb het, plichtsgetrouw als ik ben, geprobeerd, God weet hoelang ik hier nu al achter mijn laptopje zit, maar op een toetsenbord zitten geen letters die het geluid van een marmot vertegenwoordigen. Kgkgkgkgkgkgkg komt in de buurt. En dat dan binnensmonds. En anders moet u Marian een keer aanspreken, als u haar treft. Ze zal ondertussen zo rond de vijftig zijn, maar sommige dingen verleer je niet.

doorsturen reageren
Levensverhaal

4 August 2012 - 09:36

Mijn onvoorstelbaar erudiete uitgever Joost Nijsen gaf onlangs een interview waarin een journalist hem vroeg hoe het komt dat zoveel mensen een boek willen schrijven en dan ook denken dat mensen het massaal gaan aanschaffen. Nijsen antwoordde dat het meestal mensen betrof die ‘het belang van gebeurtenissen in hun eigen leven verwarren met het belang voor de wereld. Mensen schrijven om leed te verwerken en denken dat het drama ook voor andere mensen interessant is.’
Dat klopt. Er gaat er geen week voorbij of iemand twittert, facebookt, mailt of – dat zijn de ergste – begint tegen me te praten bij de bakker of in de kroeg. Ik vind praten doorgaans wel gezellig, maar ik herken de blik van mensen die iets van me willen en herken de vraag al voor hij gesteld is. Of eigenlijk geen vraag, maar een wijze raad, die er op neer komt dat ik als de wiedeweerga alles waar ik mee bezig ben uit mijn handen moet laten vallen en deze buitenkans moet grijpen: hun levensverhaal schrijven.
Taxichauffeurs, barmannen, marktkooplui, drugsdealers, portiers, mensen die een ziekte hebben gehad, mensen die mensen kennen die een ziekte hebben gehad, mensen die in het buitenland hebben gewerkt of vastgezeten: ze doen je an offer a writer can’t refuse. Laatst kwam een man naar een lezing van me. Hij had een plastic zak vol aantekeningenbriefjes en knipsels bij zich en probeerde me die te overhandigen – ‘ja, je zal het wel even allemaal moeten uitzoeken en sorteren, er zit vast ook veel bij waar je niks mee kunt, maar dat moet je zelf maar even zien.’
Of deze. ‘Kluun, als je eens wist wat ik allemaal heb meegemaakt… maar ik heb er geen tijd voor en ik kan niet schrijven. Maar mijn verhaal moet op papier, mensen zullen van hun stoel vallen. Nou zat ik te denken: als jij dat nou eens opschrijft, (ja, niet schrijft, maar opschrijft. Liever nog zou men het dicteren, terwijl ik bij mijn weten geen typiste op mijn visitekaartje heb staan) want jouw schrijfstijl bevalt me wel. En dan delen we de opbrengst.’
‘Zo!’
‘Ja. Wat denk je daarvan. Ik breng mijn verhaal in, jij mag het schrijven.’
‘Hm. Tja. En het is écht de moeite waard, dat levensverhaal van jou, om een heel boek aan te wijden, denk je?’
‘Jongen, ik zou er wel drie boeken mee kunnen vullen.’
‘Mooi. Moet je doen. En dan ga ik verder met de verhalen die ik nog wil opschrijven.’

doorsturen reageren
Archief
Zoeken

 
website statistieken
free counter