Twitter laadt...

KLUUN
Doorweekt gelukkig

30 June 2012 - 09:30

Er was eens, lang geleden in een land hier heel dicht bij, geen internet en ook geen Facebook, geen Twitter en geen mail. De mensen leefden gelukkig. We werden nog wel eens Europees kampioen, er zou nooit meer crisis komen en als je eens twee minuten later op een afspraak dreigde te komen, dan hoefde je niet nerveus te gaan sms’en dat je er heus aankwam, want sms bestond nog niet. De gsm trouwens ook niet. (NB: Iedereen kwam in die tijd op tijd, anders liep je het risico dat de ander hem al weer gepeerd was en daar had je zelf last van).
Stadionconcerten bestonden al wel, in voetbalstadions waar slechts een paar honderd eretribunetypes een dak boven hun hoofd hadden. De rest van het stadion was overgeleverd aan de elementen.
Ik heb er wat meegemaakt, van die elementen. Stortbuien, wolkbreuken, slagregens, hagelstenen, sneeuwstormen: al wat naar beneden kan vallen, heb ik op mijn kop gehad in de Kuip, het Olympisch Stadion, de Meer en in het oergezellige Gemeentelijk Sportpark in Tilburg.
Hoewel de eenentwintigste eeuw al even op gang is, bestaat regen nog steeds. Edoch, met buienradars, Weatherpro’s en overdekte tribunes hebben we de elementen aardig onder controle. Natregenen is zó twintigste eeuw.
Vorige week was ik in Manchester, voor een concert van Bruce Springsteen. Ik was samen met enkele andere hard-core fans, en dan wil je in de pit staan. De pit, dat is het voorste gedeelte van het veld, waar met een concert zo’n duizend man in plaats mogen nemen. Of vijfhonderd, dat weet niemand.
Om in die pit te geraken moet je ‘s ochtends, of ’s middags, dat weet niemand, een polsbandje halen. Om dat ding te verkrijgen word je dan weer geacht om weer uren daarvoor een volgnummer op je hand te laten zetten. Hoe verder onder de duizend, hoe groter de kans dat je ’s middags daadwerkelijk een van die papieren sieraden weet bemachtigen. Om nu te voorkomen dat je in de uren tussen volgnummer polsbandje lekker in je hotel gaat zitten, zijn er ook nog de zogenaamde row calls, waarbij alle duizend nummers worden opgelezen en jij ‘present’ moet roepen. Vrijdagochtend en –middag heb ik me ouderwets vrijwillig zes uur lang laten natregenen. Ik was blijer met mijn pit-bandje dan met de NS Publieksprijs in 2006. ‘s Avonds stond ik op drie meter afstand van mijn Held (62). Ik (48) voelde me 18. Doorweekt gelukkig.

doorsturen reageren
De Panenka van Pirlo

26 June 2012 - 14:14

Carlo Parola speelde bij Juventus, van 1939 tot 1954. Hij was verdediger, maar meer nog was Marco Parola uitvinder. In 1940 stond er een foto in de Italiaanse kranten van een man die, gadegeslagen door tienduizenden mannen met opengesperde monden, liggend in de lucht, een bruin monster een optater van jewelste gaf, zijn tegenstanders gedegradeerd tot omstanders. Marco Parola, “Mr. Rovesciata” ofwel Mr.. Bicycle-kick, Inderdaad, niet Klaus Fischer of Marco van Basten was de uitvinder van de omhaal, maar Marco Parola, die op 22 maart 2000 op 78 jarige leeftijd overleed.
Law Adam werd geboren op 1908 in Probolinggo in Nederlands-Indië. Hij speelde elf wedstrijden voor het Nederlands elftal. Law Adam scoorde daarin, zes keer, o.a. (beste Arjen, Robin en Klaas Jan) de beide doelpunten in de 0-2 overwinning op Duitsland in 1932 in Düsseldorf.
Maar meer nog dan deze daad van vaderlandsliefde was Law Adam uitvinder van de moeder aller schijnbewegingen, een beweging die niet het patent van wijlen Wiel Coever, Tcheu la ling, of Piet Keizer was, nee, de schaarbeweging werd uitgevonden door Law Adam. Hij overleed in 1941 op 32-jarige leeftijd aan een hartstilstand, tijdens een vriendschappelijke voetbalwedstrijd in Indonesië.
“Ik wist dat als ik zou missen, onze communistische regering zou denken dat het een politiek gebaar was. Dan zou ik misschien eindigen in de uranium-mijnen,” zei Antonin Panenka ooit in een interview. Hij was niet alleen bekend vanwege een snor waarvan je blijft eten, neen, Antonin Panenka is de uitvinder van de Panenka Panenka eindigde niet in de uranium-mijnen.
Antonin Panenka werd geboren in 1948 in Praag, Tsjecho-Slowakije. Hij leeft nog en zal altijd blijven leven, daar zullen Zinedine Zidane in 2006, FrancescoTotti in 2000, Andrea Pirlo in 2012 en nog vele toekomstige helden voor zorgen. De omhaal van Van Basten was mooier dan die van de uitvinder, Carlo Parola. De schaar van Piet Keizer was mooier, waarschijnlijk, dan die van Law Adam.
De Panenka van Panenka was meteen de overtreffende trap van zijn eigen uitvinding. Panenka is als Aspirine, Brinta, Maggi, Lego en Luxaflex. Een handelsmerk.
Al toen hij de aanloop naam wist Andrea Pirlo dat hij in de schaduw zou komen te staan van Antonin Panenka, de man die nog tergender langzaam schoot dan zijn schaduw.

doorsturen reageren
Schroefdop

23 June 2012 - 09:10

Er zijn dingen in het leven waar je als heteroseksuele man niet graag over praat. De laatste taboes. Lichamelijke ongemakken die je liever voor jezelf houdt, waarvan je andere mannen niet eens durft te vragen of zij dat nou ook hebben.
Eigenlijk kampte ik er vanaf het begin van het EK mee, maar pas deze week durfde ik het voorzichtig openbaar te maken. Ik bracht het als een vraag, op Twitter. Binnen enkele seconden kreeg ik bijval massaal van mannelijke lotgenoten. Toegegeven, er waren er ook die me voor homo uitmaakten (maar ach, als dat bij een politieagent mag, wat zou ik dan zeuren: mijn laatste roman, Haantjes, speelde tegen de achtergrond van de Gay Games van 1998 en bovendien vind het ook wel een lekker woord, hoomoo, het bekt zo lekker, het doet me denken aan vroeger op de jongensrang in het Gemeentelijk Sportpark van Willem II in Tilburg, en maar zingen dat die en die van de tegenpartij – en de scheids ook trouwens – homofiel was, dat klonk helemaal als een enge ziekte, homofiel, in Tilburg had je die gelukkig niet), maar ik had iets losgemaakt. Heel heteroseksueel Nederland leek uit de kast te komen. De koelkast, om precies te zijn.
Ik – en met mij dus hele volksstammen mannen – had een blessure opgelopen waar je als man niet mee te koop loopt. Ik had met het opendraaien van de schroefdop van het Heineken 25 cl-flesje een snee op mijn wijsvinger opgelopen en in de muis van dezelfde hand een wond. Eerst een blaar, maar een paar flesjes later een bloedende, open wond.
Dit waren geen schroefdoppen, als je op zo’n avond een beetje doordronk (en wat moest je op dit EK anders, starnakel dronken worden en je waarnemingsvermogen zo snel mogelijk reduceren was de enige remedie), deze groenwitte doppen met dat vrolijke oranje randje waren martelwerktuigen. Objecten die volgens de richtlijnen van de Geneefse Conventie van 1949 ten strengste verboden zijn.
En dan vraag je je toch af: als Heineken al geen schroefdop kan maken die soepel opengedraaid kan worden, hoe kunnen we dan van Robin van Persie verwachten dat hij doet waarvoor hij staat opgesteld: die ballen er soepeltjes inleggen.
Ondertussen zijn we een week na de uitschakeling. De wonden van het EK zijn aan langzaam het helen. Een bierflesje openmaken lukt nog niet, maar een fles Prosecco opentrekken gaat al redelijk pijnvrij.
Ik kijk uit naar Wimbledon.

doorsturen reageren
Een leuk Grieks eilandje

16 June 2012 - 09:23

Wat ik dit jaar voor Vaderdag wilde hebben, vroegen mijn kinderen. Ik had wel een idee. ‘Een leuk klein Grieks eilandje zou ik wel tof vinden.‘ Mijn oudste dochter vroeg of het persé Kreta of Rhodos moest zijn, of dat ik ook tevreden was met iets als Santorini of Zakynthos (zo slecht is dat onderwijs nog niet), maar de jongste twee raakten in een staat van paniek. ‘Maar dat kunnen we helemaal niet betalen, papa!’ Wat dat betreft hebben mijn dochters nu al meer realiteitszin dan menig politicus.
Waarschijnlijk zou het uiteindelijk best te doen zou zijn geweest als ze hun zakgeld van een paar weken bij elkaar hadden gelegd en bovendien was het nog bijna een week, de dagwaarde van zo’n Grieks eiland zakt vast nog wel tegen de verkiezingen daar, maar je wilt je kinderen niet op kosten jagen. Het gaat om het gebaar.
Eerlijk gezegd hoop ik dat ze niet geslaagd zijn. Ik ben dat hele Griekenland een beetje beu. In de jaren tachtig was ik er niet weg te slaan. Geen eiland met een blauwwit geverfd huis en een paar meter strand of ik ben er wel geweest. Ik herinner me uit die tijd dat reisleiders lachend wezen op die stalen sprieten die je overal op onafgebouwde daken om je heen zag. Waren ervoor bedoeld om aan te tonen dat het huis nog niet af was, dat scheelde in belasting. Wij lachen in de bus. Die dekselse Grieken toch.
Vorige week werd de hoogste belastinginspecteur van Griekenland geïnterviewd door de Duitse krant Die Welt. ‘De Griekse problemen zouden opgelost zijn als we slechts de helft van de belasting binnen zouden krijgen die nu wordt ontdoken’, aldus Nikos Lekkas (zo’n naam verzin je niet). Hij schatte het bedrag waar de Griekse fiscus jaarlijks naar kan fluiten op 40 tot 45 miljard euro. Dat is bijna 15 procent van de totale economie.
Onlangs zag ik vlakbij Schiphol een reclamebillboard van onze eigen Belastingdienst. De afsluitende slogan was ‘Zo doen we dat in Nederland.’ Goeie zin vond ik dat. Niemand betaalt graag belasting en ook mijn fiscalist krijgt met kerst altijd een goeie fles van me als hij me weer geld heeft bespaard, maar onze belastingmentaliteit is toch nog steeds wat gezonder dan die van sommige Zuid-Europese landen. Tot ik deze week las dat ook de Nederlandse schatkost jaarlijks 30 miljard euro misloopt door belastingontduiking. Ook bijna 10 procent.
Nog een paar jaar, dan is Ameland misschien wel te doen als vaderdagkadootje.

doorsturen reageren
Dan wordt wij zij

9 June 2012 - 09:29

Zesenveertig procent van de Nederlanders rekent erop dat het Nederlands Elftal volgende maand het EK wint. De analytici van The Guardian, France Football, Bild, El Mundo Deportivo en de Europese bookmakers zijn iets pessimistischer. Mocht Spanje Europees kampioen worden, krijgt u voor iedere 4 euro 11 uitbetaald. Duitsland levert als winnaar 3 euro voor elke ingelegde euro op. Geen vetpot. Nederland is een outsider. Mochten we het worden, dan bent u spekkoper. Bij William Hill Bookmakers in Londen levert een investering van een luizige 2 euro inleg u 13 euro rendement op. Een veiliger belegging dan in Spaanse staatsobligaties. Weten die Engelsen veel.
We zijn er voor het achtste jaar op rij niet in geslaagd om een finaleplaats van het Eurovisie songfestival te bereiken. Dat ligt niet aan ons, de kijkers die op het winnende lied van het nationaal songfestival hebben gekozen, maar aan dat vals zingende kind. En dat ding op d’r kop sloeg natuurlijk als een tooi op een varken. Zeiden we meteen.
Robert Gesink moet dit jaar in de Tour eens een keer op zijn fiets blijven zitten en eindelijk een podiumplek halen, en zoniet, dan wordt het nooit wat met ‘m, net zoals Erik Breukink en Michael Boogerd eigenlijk nooit hebben waargemaakt wat ze ons verplicht waren. En die Arantxa Rus moet binnen nu en een jaar of twee, drie toch wel een Grand Slammetje winnen, anders serveren we haar af, net zoals het dat zusje van Krajicek, en Martin Verkerk ons na die ene finaleplek gewoon keihard in de stront heeft laten zakken.
Yuri van Gelder is natuurlijk een ontzettende klootzak om ons talent zo te verkwanselen en Epke Zonderland mag dan wel een reïncarnatie zijn van Sietze en Hielke van de Kameleon, mannen die een pakje coke voor kabouterpost zouden aanzien, maar als hij over drie maanden, met zijn talent, niet met goud terugkomt uit Londen, dan houdt het natuurlijk op. We kunnen niet eeuwig blijven wachten.
Met het voorafgaande valt allemaal nog te leven, het betreft hier individuele wielrenners, zangeressen, turners, tennissers die hebben gefaald, maar Oranje, dat zijn wijzelf.
In het onwaarschijnlijke geval dat onze jongens over een maand geen Europees Kampioen zijn, dan ligt dat niet aan ons, dan zijn Wesley Sneijder, Robin van Persie en Arjan Robben over het paard getilde jochies met teveel geld en tattoo’s.
En dan is Ibrahim Afellay weer een Marokkaan.
Nederlanders lijden aan plaatsvervangende zelfoverschatting. Tot we verliezen. Dan wordt wij zij.

doorsturen reageren
In a picture perfect world

8 June 2012 - 18:01

Het komt zelden voor. Entertainment waarbij alles, maar dan ook alles klopt, ontroerend geniaal is. Gisterenavond was zo’n moment, op de Duitse televisie, bij de finale van Germany’s Next Topmodel. Ik had het zelf niet eens gezien, Joost van Bellen twitterde er vandaag over.

De keuze van de band, juist die band, met die zangeres. Met die single. Met die tekst. …In a picture perfect world… a new religion…
Het idee van de opkomst van de finalisten.
Idee, show, regie, timing, uitvoering, alles, alles: het begin van de finale van Germany’s Next Topmodel was van een niveau dat ik alleen ooit zag in de pauze van de Superbowl of openingsceremonie van de Olympische Spelen.
Zie de band rocken, zie de modellen stralen, hoor het publiek.
Het contrast.
Het respect.
Germany’s Next Topmodel was spiritueel entertainment: Whoever you are, whatever you do, whatever you look: just do it and try to be the best. . you did your best…

Het tv-moment van 2012 was gisteren.

 

doorsturen reageren
De Tien Geboden van het voetbal kijken voor vrouwen

5 June 2012 - 20:40

1. Gij zult niet meedoen aan een voetbalpoel op kantoor, crèche of sportschool, zulks ter voorkoming dat u schreeuwt om een penalty voor die Portugees.

2. Gij zult niet blijven herhalen dat u het toch zo gezellig vindt om met zijn allen voetbal te kijken. Voetbal is er niet voor de gezelligheid, daar is Ik hou van Holland voor uitgevonden en dat begint in september weer.

3. Gij zult niet roepen dat het maar een spelletje is of varianten daarop als ‘Kom op zeg, er zijn wel ergere dingen in het leven’ en gij zult al helemaal geen voorbeelden geven van zogenaamd ergere dingen.

4. Gij zult de buurvrouw die even langs komt wippen niet binnenlaten, die couscous-schotel van de kookcursus niet op wedstrijddagen uitproberen en u er van weerhouden in de uren voor de wedstrijdaanvang uw nieuwe mobiele telefoon te programmeren.

5. Gij zult ons vrijwaren van klussen van welke aard dan ook, en nee, ook tijdens de rust kunnen we niet even dat babybedje in elkaar zetten.

6. Gij zult niet opmerken dat er gisteren ook al voetbal was, ‘en morgen toch zeker niet weer, hè?’, noch vragen tot wanneer dat EK eigenlijk duurt en zeker niet de hoop uitspreken dat Oranje vanavond wordt uitgeschakeld, zodat ‘we tenminste weer door kunnen met ons leven.’

7. Gij zult niet vragen waar Ruud van Nistelrooy toch blijft, niet zeggen dat u Robin van Persie zo’n lekkertje vindt, niet zuchtend zeggen dat u Ruud Gullit vroeger, toen hij nog niet vadsig was, zo geil vond en niet elke avond miepen dat u het zo zielig voor Hans Kraaij jr. vindt dat hij steeds zo wordt afgezeken door die andere drie mannen.

8. Gij zult geen versnaperingen serveren die voor knaagdieren bestemd zijn, geen peen- of wortelsoort ‘omdat die zo leuk oranje zijn’ en bovenal niets dat rijmt op ofu, met name geen tofu. Voetbal = bruin fruit, dat eerst tot 180 graden is verwarmd.

9. Bier.

10. Gij zult geen grensrechters corrigeren of met ons in discussie gaan, noch zult gij het EK benutten om uw kennis van de buitenspelregel op te vijzelen.

(dit is een gereviseerde versie van een column voor Telegraaf Vrouw in 2008. Staat ook in KLUNEN)

doorsturen reageren
Koprollen

2 June 2012 - 09:45

‘Ken ik jou niet ergens van?’
De vrouw is begin veertig, ze is met haar man en hond. Haar man kijkt de andere kant op. De hond is van het type waarover je in kranten leest dat ze weleens doorgefokt worden. ‘Komt u wel eens in Haarlem?’
‘Vorige zomer een keer, op een terras.’
Ze schudt haar hoofd.
‘Dan geef ik het op,’ zeg ik glimlachend en wens de vrouw, haar man en haar hond smakelijk eten, voor zo meteen. ‘De Tom Kha Kung hier is een aanrader.’
We zijn in Bloemendaal, bij strandtent Woodstock. Mijn drie dochters zijn net weggerend, naar zee. Hun borden pasta en frites zijn half leeg, ik ben in een milde bui.
‘Ik weet het. Mijn man fluistert het me net in. Jij bent…’
‘Conny Palmen?’
‘Nee, jij bent Kluun.’
‘Nee toch? Dat hoor ik vaker,’ probeer ik, maar de vrouw lijkt op haar hond. Beet is beet. ‘Je boek is best goed, maar jou vond ik stom. En toen ben ik een keer met een vriendin van me naar Nightwriters komen kijken, in Panama.’
Ik neem een slok van mijn toetje. ‘En, beviel het?’
‘Je was niet zo erg als ik had gedacht.’
‘Oef.’
‘Maar ik ben een hondenmens en hondenmensen oordelen nou eenmaal snel.’
‘Dat wist ik niet. Is dat niet vermoeiend?’ Mijn kinderen staan in de verte, hun voeten in zee. Ze maken om de beurt foto’s van elkaar, in de ondergaande zon.
‘Behoorlijk. Vanmiddag nog, vroeg een vrouw me of ik mijn hond wilde weghouden.’
Ik kijk naar de kop van de hond. ‘Misschien was ze een beetje bang?’
Ze haalt haar schouders op. ‘Hij doet niks. Kijk, en dan vind ik zo’n mens dus meteen stom, ik kan het niet helpen.’
‘Zijn daar geen cursussen voor?’
‘Voor angst voor honden?’
‘Nee, om de behoefte om te oordelen te leren onderdrukken.’
Een triomfantelijke blik. ‘Ik ben zelf gedragstherapeut.’
‘O. Nou, gelukkig maar. Dat scheelt u een hoop geld.’
Mijn opmerking blijft hangen in het universum tussen ons in. Ik neem het rietje van mijn Moijito in mijn mond en vraag me af of ik al permissie heb om mijn aandacht weer op mijn kinderen te richten, maar ze laat niet los. Zonder haar blik af te wenden richt ze zich tot haar man.
‘Hans!’ ‘Ja?’ ‘Maak eens een foto.’
Mijn kinderen zijn intussen aan het koprollen. De zon is ondergegaan.

doorsturen reageren
De muis is de nieuwe Marokkaan

1 June 2012 - 10:41

Een beetje stadbewoner heeft last van muizen. Hoort bij de folklore van een stad, vooral als die stad voor het grootste deel bestaat uit woningen van een jaartje of tig honderd oud, zoals mijn stad. Kan er ook aan liggen – daar wil ik af wezen -dat de Amsterdammer zijn etenszooi niet opruimt of opeet. Iets dat een Rotterdammer niet zal overkomen. Die hebben de oorlog meegemaakt.
Maar we hebben het hier niet over Rotterdammers, maar over muizen.
Mijn eerste muis trof ik aan de Vondelstraat, een woning die ik in 1992 betrok. Voor de toeristen onder u: aan de achterzijde keken we uit op de tuin van het Marriott-hotel en aan de voorzijde op het prachtig negentiende-eeuws pand van de overburen. Ons appartementencomplex uit (voor de historici onder u) 1911 was spuuglelijk, het soort gebouw waar je met één blik weet: de architect moet wel een heel slecht mens zijn geweest. Maar de zinloze lelijkheid van ons complex was niet mijn probleem, ik hoefde er niet naar te kijken. Over mijn uitzicht hoorde je me niet klagen.
Terug naar de muizen. Ook zij trokken zich geen reet aan van de looks van ons pand, met hele legers tegelijk trokken ze het object Vondelstraat 11a binnen. Massaal. Alsof zij de geallieerden en ons pand het strand van Duinkerken was.
Kortom, ze kwamen, en ze bleven komen.
Nou ben ik van mezelf geen held (ik was nooit die boot uitgekomen daar bij Duinkerken, over mijn lijk), maar bang van wespen, spinnen, marmotten en ander ongedierte ben ik niet.
Toch schrik ik me de vinketering als ik een keuken binnenkom en in plaats van een vredig stilleven aan pannen en borden vol etensresten, plots een grijs monster zie rennen. Je rekent er niet op. Wat dat betreft hadden die badgasten in Duinkerken het makkelijker: die wisten gewoon dat er een zootje Duitsers met automatische schietgeweren op dat strand lagen te wachten om hen de zee terug in te knallen. Als je je daar een beetje op voorbereidt, kan het alleen maar meevallen. De mens lijdt vaak het meeste aan het lijden dat hij vreest. Bovendien was die film met Tom Hanks nog niet uit, dus wisten die Amerikanen en Engelsen veel dat het zo’n gedoe geeft, een afgereten been of een kogelgat in je hoofd.
Duitsers zijn geen lieverdjes, dat moge bekend zijn, maar muizen zijn ook geen feest. Niet uit te roeien. En al helemaal niet met de technische hulpmiddelen die de stadbewoner ter beschikking staan: een paar doosjes muizengif, een valletje hier en daar en van die stickervellen, waarop muizen blijven plakken met hun pootjes, om vervolgens olijk spartelend met stickervel en al door de wc te worden gespoeld. Daar win je de oorlog niet mee.
Ondertussen ben ik vier huizen verder en waar ik nu woon (om privacyreden wijd ik verder niet uit over de geografische ligging ervan) is het muizenprobleem weer in volle omvang terug. Alsof ze een generatie hebben overgeslagen en nu wraak aan het nemen zijn voor 1992.
De brutaliteit van de muis van tegenwoordig is tenenkrommend. Onlangs, vraag me niet precies wanneer, ik had een paar dagen ervoor lasagne gegeten, de substantie had zich stevig vastgeklonken aan de pan, ovenschaal en borden – keek me recht in mijn porum op een wijze waarop je in Amsterdam alleen wordt aangekeken door taxichauffeurs die je net van je fiets hebben gereden. De ‘Wat Nou?’-blik. Terwijl hij zat te eten van míjn lasagne. De hond.
Ineens kreeg ik een waas voor mijn ogen en deed iets dat ik nooit eerder heb gedaan, met uitzondering van een wesp die mijn kinderen belaagde. Ik heb hem doodgeslagen. Met een pan met lasagneresten. Koekje van eigen deeg.
Schuldig voel ik me niet, mijn tegenstander had het er zelf naar gemaakt met zijn uitdagende bek. Het respect van de hedendaagse muis is ver te zoeken. Ook bij de muizen heeft de verhuftering toegeslagen. Terwijl je het toch samen moet doen, in zo’n grote stad. Muizen zijn de nieuwe Marokkanen. Of Polen. Let op mijn woorden: een meldpunt tegen overlast van muizen en muisachtigen is een kwestie van tijd. Gaat ons aller Geert zo een zeteltje of tien mee binnenharken.

doorsturen reageren
Archief
Zoeken

 
website statistieken
free counter