De nieuwe nederigheid
29 May 2012 - 07:09
Barcelona ligt in Spanje, al denken ze er daar zelf heel anders over. Ik was voor het laatst in de stad in 2008, toen Komt een vrouw bij de dokter er uitkwam. Mijn Spaanse uitgever was vol goede moed. Het boek kwam uit in het Spaans en Catalaans, in twee dagen tijd werd ik van interview naar interview gereden, de eerste dag in Madrid, de dag erna in Barcelona. De eerste oplage betrof dertigduizend exemplaren, meer dan in Engeland en Duitsland. Dapper voorwaarts.
Waar mijn Spaanse uitgever niet mee had gerekend, was de kredietcrisis. Ray Kluun lag in grote stapels uitgestald en weken later lagen die stapels er nog. Van Una mujer va al médico en Una dona va al metge werden krap vijfduizend exemplaren verkocht, met als schrale troost dat er in heel Spanje amper meer een boek over de toonbank ging. De hele boekhandel lag op zijn gat, in één zomer.
Sinds 2008 is het hard gegaan in Spanje. Banken staan op omvallen, een kwart van de bevolking zit zonder werk en dan wordt de Champions League finale ook nog eens doodleuk zonder Real en zonder Barcelona gespeeld. Niets blijft ze bespaard, die Spanjaarden.
‘Op weg naar Barcelona. Vanochtend geen krant gelezen. Zit Spanje eigenlijk nog in de Euro?’ twitterde ik vorig weekend. Het kan hard gaan deze dagen, daar in Zuid Europa.
Ik sprak er een vriend van me, die zeven jaar in de stad woont en er een bedrijf heeft. Wat hij in het dagelijks leven merkte van de crisis. ‘Veel vrienden zijn hun baan kwijt geraakt, sommigen zijn weer bij hun ouders gaan inwonen.’ En verder, zijn mensen anders, vroeg ik hem. ‘Zeker. Er is meer chagrijn. Een tijd geleden ging het in de kroeg over Messi en Barcelona, nu gaat het over de economie. De stad is somberder geworden.’
Ik merkte ook iets anders. Bedienend personeel op terrassen en in restaurants deed meer hun best dan enkele jaren terug. Een tip van tien procent werd breed grijnzend in ontvangst genomen. Een taxichauffeur die we een naar boven afgerond bedrag gaven, raakte niet uitgegraciast over zijn fooi.
De Nederlandse horeca blinkt traditioneel niet uit in servicegerichtheid. ‘Mijn collega komt zo bij u meneer’ – we kijken er niet meer van op. In Spanje loopt het bloed door de straten. De herwaardering voor een klant die euro’s uitgeeft, is een niet vervelend neveneffect.
Een crisis stemt nederig.
He works for us
23 May 2012 - 09:35
Eigenlijk is dit een volstrekt nutteloos stuk. Zij die het Licht al lang geleden gezien, zullen bij iedere regel instemmend knikken en niets nieuws vernemen; zij die dom en onwetend zijn, zullen meewarig hun domme hoofden schudden. Of, waarschijnlijker, nu al zijn afgehaakt.
Het komt mij persoonlijk voor als schier onmogelijk, maar er schijnen dus mensen te zijn die niet weten dat Bruce Springsteen & The E Street Band de beste live act aller tijden is. Daar hoef je geen fan van de man en zijn band voor te zijn – onder mijn beste vrienden zitten dat soort types – het is een objectieve vaststelling. Net zoals je geen liefhebber van Johan Sebastian Bach hoeft te zijn om te erkennen dat er nimmer mooiere muziek op deze aardkloot is gemaakt, dat je geen heteroseksuele man hoeft te zijn om vast te stellen dat Scarlett Johansson lippen, ogen en borsten heeft die rechtstreeks door onze Lieve Heer aan de stoffelijke wereld zijn geschonken en dat je een broertje dood aan wiskunde kunt hebben en het desondanks weinig in kunt brengen tegen de stelling dat a² + b² = c².² + b² = c².
Ik stapte laat in. Mijn ontmaagding was pas op mijn eenentwintigste, in de Rotterdamse Kuip, op 12 mei 1985, met de Born in the USA Tour. In de loop der decennia heb ik de band gezien in Parijs, München, Amsterdam, Rotterdam, Barcelona, Antwerpen en Landgraaf (en dan ben ik nog maar een halfbakken fan, de echte fan volgt de band door heel Europa zodra ze hier voet aan wal zetten). Ik heb vrienden, buren, neven, collega’s, vriendinnen, verloofdes, echtgenotes en minnaressen meegenomen naar de concerten, om ook hen het Licht te gunnen. Met sommigen van hen die het niet zagen, ben ik nog on speaking terms, maar het wordt nooit meer zoals het geweest is.
Springsteen is rock ‘n’ roll zoals rock ‘n’ roll bedoeld is. Op een concert van Bruce plus Band kun je de klok gelijk zetten. Drie uur schoon aan de haak. Dat is langer dan de carrière van een gemiddelde winnaar van The Voice of Holland. Rolling Stone noemde zijn optreden in Madison Square Garden tijdens de Wrecking Ball tour van vorige maand ‘epic’, New York Times betitelde het als ‘explosive.’ The Boss (61) crowdsurfde, klom op de reling van het balkon en gaf plankgas, drie uur lang.
Als u dit leest ben ik al in Brucalona geweest. U kunt nog naar Landgraaf, maar van mij mag u ook thuis blijven. Als het The Boss Himself al die jaren niet is gelukt om u te bekeren, wat vermag ik dan? Ook de onwetenden, de onnozelen (afvalligen bestaan niet in deze kerk) komen vast wel in de hemel, maar dan nog. Zij die zich bij leven nooit aan een concert van Bruce Springsteen en the heart-stopping, pants-dropping, house-rocking, earth-quaking, booty-shaking, Viagra-taking, love-making – E Street band hebben gelaafd, zullen nooit kunnen bevatten wat Bono bedoelde in zijn speech in the Rock ‘n’ Hall of Fame: ‘They call him the Boss. well that’s a bunch of crap. He’s not the boss. He works FOR us.’
.
Een 31-jarig kind
19 May 2012 - 09:33
Toen ik vijf jaar was dacht ik dat ik ooit in het Nederlands Elftal zou komen. Toen ik tien jaar was dacht ik dat ik ooit met een gitaar in mijn handen en een microfoon voor mijn neus in een voetbalstadion zou staan. Toen ik twintig jaar was dacht ik dat ik ooit een Nederlandse multinational zou leiden.
Het duurt altijd even in het leven om te herkennen waar je talenten liggen en te erkennen waar je talenten niet liggen.
Maar wat goed is komt snel. Er zijn mannen die al rond hun dertigste een miljoenentent hebben opgebouwd. Bill Gates Microsoft, Mark Zuckerberg Facebook. Zonder uitzondering bedrijfstakken waar veertigers en vijftigers de ballen verstand van hadden.
Politiek is anders. Er zijn geen politici die al rond hun dertigste de ervaring, rust, kennis en persoonlijkheid hebben om het grote werk aan te kunnen.
Tofik Dibi is 31 en vindt dat hij klaar is om de politieke partij te leiden waar bij de laatste verkiezingen ongeveer 650.000 mensen op stemden. 650.000, dat is ongeveer net zo veel als de oplage van deze krant, waarvan het opperhoofd 49 jaar oud is. Bij Shell of Unilever zou Tofik Dibi (31) nu net op het punt staan om voorzichtig door te groeien van junior-productmanager naar productmanager.
Voor de vorige verkiezingen volgde ik voor NRC Femke Halsema een week lang. Ik heb nooit GroenLinks gestemd, maar was onder de indruk van de drive, integriteit, charisma, politieke radar en de dossierkennis van Femke Halsema (toen 43). Haar opvolgster, Jolande Sap (49), heeft minder media-uitstraling, maar ze heeft visie en ballen en een uitstekend gevoel voor politieke timing. Bij de PvdA zien ze groen en rood van jaloezie. Onder Jolande Sap heeft GroenLinks laten zien een grote mensen-partij te zijn. Ze willen en durven het spel met de grote jongens mee te spelen. GroenLinks heeft daarbij aan geloofwaardigheid gewonnen bij kiezers uit alle windrichtingen.
Alleen in de politiek kan het voorkomen dat iemand van de statuur en met het cv van Tofik Dibi een week lang de media beheerst als hij zelf vindt dat hij klaar is voor het leiderschap van een partij.
Tofik Dibi doet dat niet voor GroenLinks, Tofik Dibi doet dat voor Tofik Dibi. Hij steekt Jolande Sap een mes in de rug, juist op het moment dat GroenLinks voor het eerst in jaren weer mee dreigt te gaan tellen in het spel om de knikkers.
Het is de megalomanie van een 31-jarig kind.
De Dode Zeehond
12 May 2012 - 08:29
Schrijver zijn is leuker dan de plantsoenendienst. Vorige week mocht ik op uitnodiging van een reisorganisatie naar Jordanië. Dat ‘ik’ moet u niet letterlijk nemen, ‘we’ is meer op zijn plaats. Het was een groepsreis. Mijn agente had de reisorganisatie voorzichtig laten weten dat ik niet voor niets schrijver ben geworden: ik gedij beter in gezelschap van een toetsenbord en beeldscherm dan in een groep. Was geen probleem. Als ik er lustig op los zou twitteren en af en toe een fotootje zou posten, vonden ze alles best.
De cocktail van groep & gids deed de puber in mij herleven: ik confisqueerde direct de plek achter in de bus. Onze gidsen, Marja en Ahmed, vertelden wat we zoal zagen. Marja en Ahmed waren zeer ter zake kundig, denk ik. Je weet het niet. Als ik gids zou zijn, zou ik in ieder geval de nodige fictie erin gooien en kijken hoever mijn geloofwaardigheid zou reiken.
‘De Dode Zee is, zoals u weet, het laagste punt ter wereld. Toch zijn in deze woestijn fossielen van (what’s in a name) dode zeehonden gevonden. In een poging om te overleven, ontwikkelden de zeehonden een spijsverteringssysteem dat zout afscheidde, maar water vasthield, zodat ze, bij gebrek aan zoet water, het water van de Dode Zee konden drinken. Hierdoor werd de Dode Zee almaar zouter en droogde hij langzaam uit: het waterpeil zakte jaarlijks een halve meter. Om uitsterving te voorkomen, paste de zeehonden zich aan de omgeving aan. Ze kregen langere poten, klauwen, een spitse snuit, verplaatsten zich van zee naar land en evolueerden tot het dier dat wij als de lynx kennen. Aan niets is meer te merken dat de woestijnlynx afstamt van de Dode Zeehond, behalve dat hij een voorkeur heeft voor vis. Heeft iemand van u vis bij zich? Gelukkig. Al heeft hij het nog nooit gegeten, de lynx herkent instinctief de geur van vis, en gaat dan tot de aanval over. Mocht u ooit oog in oog komen met een lynx die denkt dat u een vis bent, bent u in acuut levensgevaar, vooral als de lynx ontdekt dat u helemaal niet naar vis smaakt. Dat maakt hem bloedlink (lynx is een verbastering van link). Ga in dat geval direct op uw rug liggen en spuug zo lang als u kunt omhoog de lucht in. De lynx denkt dan dat u een walvis bent, een dier dat hij nimmer heeft gezien, maar waar hij (genetisch bepaald) angst voor heeft en zal, als u geluk heeft, de aftocht blazen.’
kraken, ja gezellig
5 May 2012 - 08:58
Er cirkelde een helikopter boven mijn straat. Als je in Amsterdam woont, kan dat drie dingen betekenen: 1. Er is iemand omgelegd die werkzaam is in een branche waarin het usance is om alleen de eerste letter van de achternaam in de krant te lezen. 2. Er is een huldiging van Ajax. 3. Er is iets oldskool aan de hand: een ontruiming van een kraakpand.
Vroeger was er elke week wel ergens in Amsterdam een ontruiming te bezichtigen en dat was altijd reuze gezellig. Barricades, stenen, huisraad op straat, krakers met koddige bivakmutsen, knokploegen, geinige liedjes en leuzen – in het Amsterdam van de jaren tachtig hoefde je je geen seconde te vervelen.
De kraakpanden anno 2012 zijn oases van rust. Net als vroeger zijn ze nog altijd verwaarloosd, bekladderd en vernield, maar een tevreden kraker is geen druktemaker. Spannend is het al lang niet meer, het heeft eerder iets schattigs, die posters met teksten over de revolutie die eraan zit te komen (Waar? Waartegen? Met wie? Tegen wie?)
Vorige week was het ineens wel weer eens menens. Wild west in de Ferdinand Bol. De ME was uitgerukt in jaren tachtig formatie: zestien pantservoertuigen, een peloton stoere mannen met witte helmen en gevlochten schilden en, zoals gezegd, een heuse helikopter. O ja, en drie krakers. Dan ben je dus snel uitgekeken, als toeschouwer.
Niet getreurd: op weg van het luxereservaat Oud Zuid naar de Jordaan kon ik mijn geluk niet op: op de Lauriergracht was gewoon nóg een ontruiming gaande, joehoe! Ik waande me toerist in eigen stad. Hier was de ME met twaalf busjes, wederom een peloton en een – en dan weet je dat het leuk wordt – echte brandspuit vertegenwoordigd. De tegenpartij met zes (6) krakers. Toen ik arriveerde hadden ze hun pand al verlaten en zich verschanst op een rubber bootje in de gracht. Geen goede schuilplaats, de ME-er met de brandspuit spoot er lusitg op los, het leek een spelshow van SBS6. Het hoogtepunt van de show was het meisje (waarom moeten krakers altijd lelijk zijn? Mag je anders niet meekraken?) dat, inmiddels drijfnat gespoten, was getooid met een vintage wenkbrauwpiering en een kapsel dat ik voor het laasts heb gezien bij Siouxie and The Banshees in 1983. Per megafoon riep ze de ME toe dat ze zich moesten schamen en dat hun moeders vast heel trots op hen zouden zijn.
‘Nee, die van jou!’ riep iemand. Het massaal toegestroomde publiek (SBS zou haar vingers aflikken bij deze kijkcijfers) op de wal, barstte vanaf de wal in een collectief lachsalvo uit.
Topamusement, die krakerij.