
House, oorspronkelijk begonnen in de clubs in Detroit en Chicago (jawel, ‘house’ komt van The Warehouse in Chicago, een van de clubs waar het allemaal begon in de early eighties) explodeert op het moment in Amerika, ruim twintig jaar nadat Europa overstag ging. DJ Sander Kleinenberg reist maandelijks een of twee keer af naar de VS om te draaien in clubs in Las Vegas, LA, New York en Miami, maar ook in een All You Can Drink Casino bij Lake Tahoe. Vier optredens in vijf dagen. Kluun volgde hem, als field research voor zijn nieuwe roman HOUSE. Tuurlijk, Kluun
Schiphol, donderdag 23 feb, 10.50u
Sander Kleinenberg – hoge gele Yves Saint Laurent-sneakers, leren jack en een paarse muts die ik van zijn flyers herken – loopt zonder instapkaart op de dame af die moet voorkomen dat het gepeupel bij de business class-balie probeert in te checken. Ze vraagt vriendelijk waar we heen gaan. ‘To the moon,’ antwoordt hij flirtlachend. We mogen door. Ik heb, gezien de temperatuurverschillen en eventuele dresscodes in de clubs dik twintig kilo aan jassen, dassen, pakken, shirts, schoenen en sneakers bij. Kleinenberg heeft alleen handbagage, inclusief zijn muziek, voor zes dagen. Op alle zes vluchten en tussenvluchten zal hij deze week dus op De man Met De Hutkoffer moeten wachten bij de bagageband.
Sander Kleinenberg deed vorig jaar meer dan 150 optredens in 28 verschillende landen. Ik heb mezelf opdracht gegeven deze week alleen van zijn zijde te wijken als hij gaat pissen, poepen, rukken of tukken. Dat doe ik in het kader van de field research. Miami, Toronto, Lake Tahoe en LA, en dat terwijl ik deze week ook gewoon lekker naar Ruffelte, Derkzijl, Schaanerbeek, Boerderloon en andere oorden waar schrijvers in de plaatselijke bieb hun gigs hebben, had gekund. In Amerika kent geen hond mij. Van Love Life, de Engelse versie van Komt een vrouw bij de dokter zijn in de VS coast to coast 1.768 exemplaren verkocht, schoon aan de haak.
Op Schiphol lopen we drie Nederlandse producers tegen het lijf. Ze bedenken en produceren alles voor Dash Berlin, een Nederlandse progressive trance act uit de stal van Armin van Buuren. Ik had nog nooit van de gasten gehoord. Stiekem google ik ze op mijn iPhone. Dash Berlin hoort net als David Guetta, Aviicii, Swedish House Mafia en Deadmau5 tot de tien meest populaire dj-acts ter wereld in de dj-Top100 van DJ Magazine. Red hot, overal ter wereld, behalve in Nederland. ‘Waar gaan jullie heen?’ vraagt Sander. ‘LA. Dash doet er Palladium morgen.’ ‘Ah. Ben ik maandag, in Playhouse.’ ‘Op Monday Night Social? Cool. Is een goeie avond.’
Dit is een scene van mannen, dertigers, begin veertigers, met mutsen, sneakers en t-shirts, die business class vliegen en inchecken en pakken zoals George Clooney dat doet in Up in the Air. ‘Dit is mijn natuurlijke habitat,’ zegt Kleinenberg als we in London voor de tweede keer in twee uur tijd onze schoenen uit en riem afdoen voor de security check. Afgelopen jaar landde hij in Moskou, Puerto Rico, Ibiza, Singapore, Kuala Lumpur, Beirut, Lahore, Budapest, Seoul, Shanghai, Buenos Aires, in zowat ieder oord waar de elektriciteit is doorgedrongen.
David Guetta mag dan de eerste plek van Tiesto en Armin van Buuren hebben overgenomen, met Afrojack en Dash Berlin staan er in 2011 gewoon nog snoeihard vier Nederlanders in de top 10 van meest populaire dj’s ter wereld. Fedde le Grand, Laidback Luke, Ferry Corsten en Sander van Doorn horen bij de top 20, Hardwell, de piepjonge stadgenoot van Tiesto, staat dit jaar op #24, en dan hebben we nog Joris Voorn, Don Diablo, Chuckie, Ryan Marciano & Sunnery James, Nicky Romero en – met zijn 40 jaar een ouwe rot – Sander Kleinenberg, die big in de US zijn. Naast baggeren, tulpen en voetballers is house ons triple AAA exportprodukt op de wereldmarkt en ook in de house bevindt die wereld zich steeds meer buiten Europa. De budgetten in Amerika zijn het drievoudige van die in Nederland. Nu house in de VS in de vaart der volkeren aan het doorstoten is en de massa heeft bereikt, trekt de clubs en de festivals in de VS Europa leeg. Dance Valley, Mysteryland en Extrema merken het al: het boeken van headliners is nog moeilijker dan het vinden van een directie voor Ajax.
Hoe komt het dat Sander Kleinenberg in Nederland nooit zo groot is geweest dan in de rest van de wereld? ‘Ik kwam er niet tussen, toen ik begon, halverwege jaren negentig. Amsterdam was van Marcelo, Jean en Dimitri, Remy owned the room in Den Haag en Michel de Hey ruled Rotterdam. Fuck it, dacht ik, ik ga wel naar Engeland en ga daar aan mijn carrière bouwen. Tegenwoordig draait hij enkele keren per jaar in Nederland op de zomerfestivals, af en toe in de provincie en zo eens per jaar in Paradiso, dat dan vaak niet uitverkocht is. Zijn gigs van deze week in Miami, Toronto en LA zijn dat wel. De bulk van zijn jaaromzet, waar hij twee werknemers van betaalt en een aantal internationale boekers en agenten, haalt hij uit de VS.
R&b, hiphop en rock domineerden tot voor kort de mainstream radiostations in de Verenigde Staten, maar die tijden zijn voorbij. Als mainstream Amerika ergens voor gaat, gaat het ook genadeloos. Op radiostations, in restaurants, bars, winkels is dance. Uiteraard vooral de commerciëlere varianten, de kermishouse van Swedish House Mafia, de van-dik-hout-zaagt-men-house van Avicii en de hitfactory van David Guetta Inc, maar in de clubs gaat het, net als in Europa, los op techno, tribal, trance, house en hier en daar zelfs wat minimal. Op de billboards van Las Vegas, waar ooit de namen van the Rat Pack, Neil Diamond en Siegfried und Roy prijkten, staan nu de koppen van David Guetta, Deadmau5 en Afrojack. Kleinenberg: ‘In Vegas zijn zondagbrunches met dj’s waar mensen staan te knallen met hun bestek in de hand en hun mond vol kippenpoot.’
Miami, donderdag 23 februari, 21u
Het is vijfentwintig graden in de avond in Miami. Het terras van het gigantische zwembad van het Fontaineblue Hotel is gevuld met honderden types die vanavond niet voor Sander Kleinenberg komen: buikige vijftigers in smoking, en avondjurkjes maatje waterbuffel op hakken met a free ride to The Institute of Funny Walks. Aan de rand van het zwembad blaast, toetert en strijkt een combo met instrumenten waar je op toetert en blaast en strijkt. De zanger zingt– ik verzin het niet – New York New York.
Wij worden opgevangen door James, een vlotte twintiger, oorspronkelijk uit Londen. Op zijn zeventiende werd hij flyeraar op het strand voor Pacha Ibiza en promoveerde along the way tot creatief opperhoofd. In die hoedanigheid programmeerde hij op zondag de sucesvolle Vagabundos avond van Luciano, deed hij de meerjarendeal deal met David Guetta’s clubavond Fuck Me I’m Famous en haalde hij Swedish House Mafia binnen. Hij is nu twee weken de baas bij LIV Miami, een club die door Reuters als de nr. 2 club van de wereld van nu wordt gezien (op 1: Boom Boom Room in New York) en volgens velen symbool staat de toekomst van het nachtleven: in een groot hotel, draaiend op bottle service (hele flessen die per tafel worden geserveerd) en elke week een top 100 dj.
Wat is het grootste verschil met Ibiza, vraag ik James. ‘In de clubs op Ibiza is de dj het uitgangspunt, hier is de dj slechts een onderdeel, een instrument. Dennis Ferrer werd vorige week in een club hier in Miami na twintig minuten uit de booth gehaald door de manager omdat hij niet commercieel genoeg draaide naar de zin van de promoter. Aan de andere kant is alles hier veel beter geregeld. Miami, Las Vegas en LA zijn geoliede entertainmentmachines, alles is erop gericht om met zijn allen veel geld te verdienen, de service is perfect, er wordt niet gerommeld, het publiek weet waar het aan toe is hier als ze een VIP-tafel boeken…’ (In Ibiza, en vooral in Pacha, heeft de prijs van een VIP-tafel veel weg van een Rad van Onfortuin: afhankelijk van hoe clubwise degene is die de tafel boekt, komt de groep in de nok van de club terecht en waant ze zich in een studentenflat. Tot ze de afgegeven creditcard moet bekopen met een rekening waarvoor diezelfde studentenflat had kunnen worden gekocht, inclusief de campus waarop hij staat.)
Liv is er trots op dat Sender Kleinenburk in da house is. Er worden Kleinenberg-poppetjes, Kleinenberg-zonnebrillen en fluorescerende haarbandjes aan het publiek uitgedeeld. ‘Allright LIV Miami, it is time to wake up…’ roept Kleinenberg en dropt de People club mix van Leisuregroove. All the lonely people, where do they all come from… Het is donderdagnacht tegen tweeen en in Liv Miami komt de confetti uit het dak.
vrijdag 24 februari, 21u, Toronto
In Maison Mercer in Toronto komt er geld uit het plafond. Nepgeld, maar het zet de toon. Toronto is het nieuwe wilde westen, de snelst groeiende stad, economisch gezien, van Noord Amerika en dat is voelbaar. Er wonen ruim zes miljoen mensen, multicultural, booming, en enjoyable. Hier lijkt Europa op een demente, kwijlende opa die zich vaagt herinnert wat er vroeger is gebeurd, maar geen idee heeft hoe hij is beland in het verzorgingstehuis, laat staan wat er om hem heen allemaal gebeurt. Sander draait er regelmatig.
01.59u
In de dj-booth worden de glazen uit ieders hand getrokken en de flessen wodka leeg gegoten. Ik krijg nog een cola en dat is het. Eerlijk gezegd komt het me niet slecht uit. Dat gevlieg, gehotel en getemperatuurverschil begint me al na twee dagen aardig op te breken. Ik wil naar mijn mandje.
02.01u
‘Oh, are you with Sender?’ vraagt de barkeepster me, met bijbehorende dj-booth-knipoog. ‘Keep it down,’ zegt ze. Ik knik werktuiglijk en neem het glas aan. Met een natte wodka te lijmen. Sander wordt op de foto gezet met een blonde Torontiaanse.
03.02u. ‘Ik wil eigenlijk zo snel mogelijk naar bed,’ zegt Sander tegen me. Hij bergt zijn headphone en de usb stick waarop al zijn muziek van die avond staat op. ‘Ik dacht dat je het nooit zou zeggen,’ zucht ik opgelucht. Ik ben gesloopt.
11.24u. Ik word wakker van de telefoon in mijn kamer. Sander is al een paar uur op, zegt hij. ‘Beetje zitten werken.’ Ik uit mijn respect, voel me alsof ze met een stoomwals over me heen hebben gereden. Of we nog even wat gaan shoppen in Toronto, voor onze dochters.
‘Sander?’
‘Ja?’
‘Ben jij wel eens moe?’
Zaterdag 25 16.10 Denver Airport
In de business lounge van het vliegveld ontmoeten we Shaun en Bratt, een dj-koppel dat zichzelf Manufactured Superstars noemt. Ze zijn aan het rocken in de States. ‘This year the money we get for a gig tripled.’ Voor een optreden in Las Vegas krijgen ze nu 50.000 euro, maar voor het geld hoeven de mannen het niet te doen. Ze zijn de oprichters en eigenaren van Beatport, ’s werelds grootse site voor dance tracks. Drie miljoen hits per dag. Manufactured Superstars zijn nu twee weken achtereen on the road, ook zij met alleen handbagage. Op het vliegveld van Reno worden we opgehaald door iemand van de club waar Sander en de Superstars moeten draaien. We moeten een half uur wachten tot de hutkoffer van het sukkeltje van de band afrolt.
23.35 Lake Tahoe
Na een rit van een uur door de bergen komen we aan in Rose Mountain, Lake Tahoe. We hebben vandaag dertien uur doorgebrsacht in auto’s, businees lounges en vliegtuigen om Sander Kleinenberg een set te kunnen laten draaien. Het Mont Blue hotel&casino is the devils arse. Dit is Lloret met roulette. Meisjes van het type hoezozoujegeenminirokmogendragenalsjemaat50hebt?, jongens die zijn weggelopen uit Amerikaanse films over het high school life, van wie je alleen maar mag hopen dat ze voor de film is afgelopen niet de halve school hebben neergeknald met een op de hoek verkregen pistool. Dit is het afvoerputje van de entertainment-industry. Hier is comazuipen folklore. Plastic bekers met drank in de lift, drank in de lobby, drank in de speelzalen en drank in het zwembad, waar de dj’s vanavond op een pool party draaien. Sander doet het hoofdgerecht. Manufactured Superstars, gekleed in de NASA-astronauten-pakken die ze tijdens ieder optreden dragen, zijn het toetje. De mannen zijn schaamteloos plat, de meesters van de kermishouse. De volgegoten twintigers snappen hun set beter dan de sophisticated set van Kleinenberg
Zondag 27 februari, 21.10u Los Angeles
Ik sta in de aankomsthal van LAX bij de bagageband te wachten op mijn koffer, Sander komt terug van buiten, hij heeft de tijd gehad om twee sigaretten te roken. ‘We zijn vanavond uitgenodigd voor een Oscar Afterparty van het glossy Maximin de Hollywood Hills, zin?’
Ik heb zin.
We gaan er heen met Kobe, clubeigenaar, eventpromoter (hij boekte vanmiddag drie footballstadiums in LA en San Diego voor een dance festival met Deadmau5, Tiesto en David Guetta, de LA versie van een avondje Toppers) en bezitter van een huis waar ik mijn laptop onder zou verwedden als ik er onlangs op DVD niet Hank Moody heb zien rondlopen. Ik voel me er als schrijver direct thuis. Ik vraag wat de dresscode is vanavond. Kobe haalt zijn schouders op. ‘Hollywood slick.’ Sander en ik gaan voor jeans, sneakers en t-shirt.
We rijden van zijn huis de hoek om. (‘Hier woont Quentin Tarantino.’) en nog zesendertig hoeken en bochten en belanden bij het feest. Het huis is een kasteel. Iedereen, behalve Kobe en wij, is in pak. Kobe schudt handen, hij is de koning van de apenrots hier. Wij zijn zwaar underdressed, praten een gek taaltje, maar we horen bij Kobe, dus zijn belangrijk, zie ik aan de blikken. Op het feest loopt Jeremy Piven, hoofdrolspeler van Entourage. Ik act cool en geef geen sjoege. Om me heen en zie dat iemand Clay, Trent, Julian, Rip en Muriel uit Less Than Zero heeft gekloond. Het huis zit er vol van. Ik ga zitten met een wodka en in enkele minuten schrijven hele hoofdstukken van mijn nieuwe roman zich vanzelf.
Maandag 28 februari, 10u.
We zitten in een studio. Sander mixt een track af die hij samen met Jamie Cullum heeft gemaakt, ik schrijf de hoofdstukken van HOUSE uit die ik gisteren op de harde schijf in mijn hoofd heb opgeslagen. Ondanks de wodka-tsunami van vannacht rollen ze er als vanzelf uit. Ik ga mijn werkkamer op zolder verruilen voor LA. Veel effcienter.
Maandag 28 februari, 24u
Sander draait in Playhouse en is in topvorm. Hard, funky, raw. In de dj booth gaat het dak eraf. De drank vloeit rijkelijk, genotmiddelen zijn volop aanwezig, vrouwen bieden zich aan als loopse tee… Het is hoog tijd om deze reportage te stoppen. De afloop ziet u in 2013 in een theater in uw woonplaats en in de betere boekhandel. Uiteraard is alles fictie.