Zachte G
26 February 2012 - 16:11
Onderzoeken wijzen uit dat iets meer dan de helft van de vrouwen wel pap lust van dirty talk in bed. Onduidelijk blijft of de overige vrouwen helemaal niet meer met hun man praten of als het om bedverhaaltjes gaat, zich beperken tot het voorlezen van de kinderen (in dat geval valt het te prijzen dat het voorlezen beperkt blijft tot Nijntje en Otje).
Maar goed. Bijna de helft van de vrouwen blijkt dus niet gediend van verbale smerigheid in bed. Dat zet een mens toch aan het denken. Ik heb een pen en papier gepakt, ben eens aan het turven geslagen en wat blijkt: het is lulkoek. Die onderzoekers hebben zich een rad voor ogen laten draaien. (Of ik trek andere vrouwen aan, dat is statistisch ook een optie, maar laten we niet te moeilijk doen, daar is dit het blad niet naar).
We beginnen bij Dorien (de namen in deze column zijn op verzoek van de betrokkenen veranderd). Met Do had ik verkering in seizoen ‘80/’81. Ze was te niet meer te houden als ik haar in haar oor fluisterde wat ik allemaal van plan was met haar te doen, bijvoorbeeld als haar ouders zo meteen met de auto op visite naar oma gingen. De Toyota Corolla (ook namen van auto’s zijn gefingeerd, alsmede die van de in deze column voorkomende huisdieren, middelbare scholen, horloges en filmsterren) was de straat nog niet uit, of Do lag kreunend op haar David Cassidy-dekbed te gillen dat ‘ik haar harder, harder in haar geile natte k(nou ja, u vat ‘m wel, dunkt me). Zestien jaar.
Na Do kwam Marian de Boer, of Marian de Hoer, zoals ze werd genoemd. Nee, ik kan er ook niks aan doen. Wat rijmt is waar en een bijnaam moet je verdienen. Marian stond er om bekend op school dat ze een lijst bijhield welke jongens ze in de loop van het schooljaar had afgewerkt. Dat was nog een hele klus, want AIDS bestond in die tijd nog niet – of wij hadden er in Tilburg nog niet van gehoord – en mannen zijn nou eenmaal groepsdieren, dus het aantal slachtoffers liep behoorlijk in de papieren. Ook ik dacht van God zegene de greep en vervoegde me tijdens een uitgevallen les Wiskunde bij Marian in een hoek van het fietsenhok, waar ze kantoor hield. Marian kon tot op het absurde af geil worden zodra ze in het vuur van spel, nou ja, hoe zal ik het netjes zeggen, door jongens beticht werd van bepaalde seksuele voorkeuren. Dat soort nuttige informatie gaat onder schooljongens als een lopend vuurtje, dus kreeg het kind vrijwel dagelijks daar in het fietsenhok een bak ranzige taal over zich uitgestort dat het een aard had. Ze heeft er zover ik weet geen trauma’s aan overgehouden en is later keurig getrouwd met Barend van Beers. Marian en Barend wonen tegenwoordig in een kast van een huis, hebben drie lieve kinderen, niks mis mee. Heel soms spreek ik haar nog, als Barend op zakenreis is.
Ik zou nog bladzijden door kunnen gaan met bewijsvoering dat de bulk van de vrouwen, of althans mijn tegenspeelsters, wel degelijk van verbale viezigheid gediend is, mits goed getimed en nadien enigszins genuanceerd (‘je weet toch dat ik je respecteer, hè schatje, en dat ik je natuurlijk niet echt een [censuur] [censuur] vind’), maar ik maak even een sprongetje naar Sonja.
A Fish Called Wanda was net uit, u weet wel, waarin Jamie Lee Curtis op staande voet geil wordt van John Cleese, zodra die Russisch begint te praten. Ik was koud geëmigreerd naar Amsterdam. Sonja was een gezellige Amsterdamse, ze woonde in Purmerend, waar alle Amsterdammers wonen. Brabanders en andere provincialen wonen in Amsterdam. Sonja vond mijn zachte G zo schattig. Al in het eerste uur van onze kennismaking in La Bastille (dan weet je het wel) vroeg ze giechelend of ik nog een keer ‘schatje’ wilde zeggen. Ik haalde mijn schouders op. ‘Ja hoor, schatje.’ Een uur later lag ik in een meisjesappartement (poster van dat kussende stel in Parijs aan de muur, poes op de bank) in Purmerend. In mijn jeugdig enthousiasme kon ik het niet laten om tijdens de daad te zeggen dat ik op het punt stond zo meteen in haar geile k(u weet waar ik heen wil) te eh… ejaculeren. Sonja was me voor. Zonder enige waarschuwing, als de brandweer. Met gillende sirene, dwars door al het andere verkeer heen.
‘Er heeft nog nooit iemand mijn kutje geil met een zachte G genoemd,’ zuchtte ze na afloop. Ik woon ruim twintig jaar in Amsterdam en heb sindsdien nooit een poging gedaan te verbergen dat ik uit Brabant kom.
D’n Heiligen Valentinus
14 February 2012 - 10:13
Vandaag is het Valentijnsdag. Daarom vandaag een lesje geschiedenis: Who the fuck was die Valentijn eigenlijk? Daarvoor moeten we ver terug, naar de tijd dat Ajax nog wel eens met twee vingers in de neus kampioen werd, naar de tijd waarin mensen zich onbekommerd volstouwden met eten, want Sonja Bakker en Dr. Frank waren lekker toch nog niet geboren. Men at in die tijd liggend, aan lange tafels, waarop druiventrossen, everzwijnen en naakte vrouwen uitgestald lagen, klaar om geconsumeerd te worden. Nee, we hebben het hier niet over de jaren waarin Yab Yum nog geopend was, maar over de hoogtijdagen van de Oude Romeinen. De derde eeuw na Christus om precies te zijn. Zelf was ik daar niet bij, maar ik heb het Connie Palmen gevraagd en die verzekerde me dat het klopt.
Nu u moet weten dat de Oude Romeinen er geen enkele moeite mee hadden om onder het eten boeren en winden te laten, met volle mond te praten en zich, indien de behoefte zich aandiende, tijdens het kluiven aan een vette lamsbout ook nog even oraal te laten bevredigen door een van de beschikbare dames in de zaal. Of, zoals Obelix al zei tegen Asterix: rare jongens, die Romeinen.
Dat blijkt eens te meer omdat diezelfde Romeinen er dan wel weer moeite mee hadden als iedereen zomaar lukraak met elkander in het huwelijk trad. Alleen Christenen mochten met elkander trouwen, en dan alleen nog als ze daarvoor eerst een Spartaanse cursus van veertig dagen bij Arie Boomsma hadden gevolgd.
Maar dan had men buiten onze goede vriend Valentinus gerekend, ha! Valentinus was een Romeinse priester en een toffe, ruimdenkende gast. Op een goede dag kreeg hij een jong verliefd stel tegenover zich. De jongen was een heidense soldaat, die in God noch gebod geloofde en zijn geliefde was een deugdelijk Christenmeisje zoals je ze tegenwoordig alleen nog maar op de EO jongerendag ziet. Stapelmesjogge waren ze op elkaar, dat zag onze Valentinus met zijn geoefend oog zo, daar hoefde geen Yvonne Jaspers aan te pas te komen. Tegen alle Romeinse wetten in trouwde Valentinus het stel. U kent de uitdrukking: als er een schaap over de dam is? Welnu, die heeft niets te maken met dit verhaal.
Maar toch: vanaf dat moment werd priester Valentinus overspoeld met aanvragen om te trouwen: Christenen met Joden, leernichten met Chinezen, moslims met geiten: je kon het zo gek niet bedenken of priester Valentinus verbond hen in de echtelijke trouw. Dat kon natuurlijk niet goed blijven gaan. Keizer Claudius hoorde via Peter R. de Vries van deze heidense praktijken en liet een verborgen camera in de trouwkapel van priester Valentinus plaatsen. Zo zag hij, samen met zeven miljoen andere Romeinen, hoe Valentinus het ene na het andere stel trouwde. Maar zo zijn we niet getrouwd, dacht Keizer Claudius, laat ik die Valentinus maar eens een kopje kleiner maken. Nu namen ze dat in die tijd nogal letterlijk en zo liep Valentinus even later rond zonder hoofd en hij was nog dood ook. Ja, zo gingen die dingen vroeger.
Laat die lieve Valentinus nu vlak voor zijn hoofd eraf werd gehakt nog een briefje in de handen drukken van de bevallige dochter van de gevangenisbewaarder en dan mag u raden wat daar opstond: Van je Valentijn. Om een lang verhaal kort te maken: deze onthoofding vond plaats op 14 februari.
In 496 werd Valentinus heilig verklaard door Paus Gelatius d’n 1e en vanaf dat moment vieren we op 14 februari Valentijn.
Vrijdagmiddag
10 February 2012 - 14:13
Het vrijdagmiddaggevoel is natuurlijk een collectief gepreoccupeerd fenomeen (zo, even een paar van dat soort woorden erin gooien in het begin van een column en het kaf is direct van het koren gescheiden), een uitvloeisel van het calvinistische waanbeeld dat je eerst iets MOET doen voor je je vrij MAG voelen.
Ooit, toen het onzalige idee in me had postgevat (dank pa en ma) dat een mens nou eenmaal een vak moest leren en ik dientengevolge twintig kostbare jaren in schoolbanken als een mak schaap zitten verdoen, toen was de vrijdagmiddag niet minder dan de zin van het leven. Thank God it’s Friday.
Daarna kreeg ik dan eindelijk de banen waarvoor ik al die jaren op kleuter-, basis- en middelbare scholen en nog een duistere HBO-opleiding had had moeten zitten. Ik werd businessclass loonslaaf. De lamlendigheid slaat al weer om mijn hart door er alleen maar over te praten. De euforie van het vrijdagmiddaggevoel overtrof menig orgasme (behalve dan die met Josine).
De laatste tien jaar ben ik schrijver. Ik kan werken en ophouden wanneer ik maar wil.
Ik hoef niet op maandagochtend te gaan zitten, niet op vrijdag op te houden, kan hele weekenden doorschrijven na een weekend zo tegen woensdagmiddag pas eens overweeg om mijn laptop aan te zetten.
En toch blijft het bestaan, dat vrijdagmiddaggevoel. Gelegitimeerd naar het einde van een week schrijverij werken. Spotify opvoeren tot standje burengerucht. Biertje erbij. Nog eentje. Sms’en met Mars, Engin, JW, Rene, Raoul, Sas, Nic, Mir waar en hoe laat zo meteen.
Het vrijdagmiddaggevoel blijkt onafhankelijk van werk. Beter dan The Easybeats het in 1966 verwoordden, kan het niet.
Monday morning feels so bad,
Ev’rybody seems to nag me
Coming tuesday I feel better
Even my old man looks good
Wednesday just don’t go
Thursday goes too slow
I’ve got Friday on my mind
Een fijne vrijdagmiddag.
(column voor )