Twitter laadt...

KLUUN
D’n Heiligen Valentinus

14 February 2012 - 10:13

Vandaag is het Valentijnsdag. Daarom vandaag een lesje geschiedenis: Who the fuck was die Valentijn eigenlijk? Daarvoor moeten we ver terug, naar de tijd dat Ajax nog wel eens met twee vingers in de neus kampioen werd, naar de tijd waarin mensen zich onbekommerd volstouwden met eten, want Sonja Bakker en Dr. Frank waren lekker toch nog niet geboren. Men at in die tijd liggend, aan lange tafels, waarop druiventrossen, everzwijnen en naakte vrouwen uitgestald lagen, klaar om geconsumeerd te worden. Nee, we hebben het hier niet over de jaren waarin Yab Yum nog geopend was, maar over de hoogtijdagen van de Oude Romeinen. De derde eeuw na Christus om precies te zijn. Zelf was ik daar niet bij, maar ik heb het Connie Palmen gevraagd en die verzekerde me dat het klopt.
Nu u moet weten dat de Oude Romeinen er geen enkele moeite mee hadden om onder het eten boeren en winden te laten, met volle mond te praten en zich, indien de behoefte zich aandiende, tijdens het kluiven aan een vette lamsbout ook nog even oraal te laten bevredigen door een van de beschikbare dames in de zaal. Of, zoals Obelix al zei tegen Asterix: rare jongens, die Romeinen.
Dat blijkt eens te meer omdat diezelfde Romeinen er dan wel weer moeite mee hadden als iedereen zomaar lukraak met elkander in het huwelijk trad. Alleen Christenen mochten met elkander trouwen, en dan alleen nog als ze daarvoor eerst een Spartaanse cursus van veertig dagen bij Arie Boomsma hadden gevolgd.
Maar dan had men buiten onze goede vriend Valentinus gerekend, ha! Valentinus was een Romeinse priester en een toffe, ruimdenkende gast. Op een goede dag kreeg hij een jong verliefd stel tegenover zich. De jongen was een heidense soldaat, die in God noch gebod geloofde en zijn geliefde was een deugdelijk Christenmeisje zoals je ze tegenwoordig alleen nog maar op de EO jongerendag ziet. Stapelmesjogge waren ze op elkaar, dat zag onze Valentinus met zijn geoefend oog zo, daar hoefde geen Yvonne Jaspers aan te pas te komen. Tegen alle Romeinse wetten in trouwde Valentinus het stel. U kent de uitdrukking: als er een schaap over de dam is? Welnu, die heeft niets te maken met dit verhaal.
Maar toch: vanaf dat moment werd priester Valentinus overspoeld met aanvragen om te trouwen: Christenen met Joden, leernichten met Chinezen, moslims met geiten: je kon het zo gek niet bedenken of priester Valentinus verbond hen in de echtelijke trouw. Dat kon natuurlijk niet goed blijven gaan. Keizer Claudius hoorde via Peter R. de Vries van deze heidense praktijken en liet een verborgen camera in de trouwkapel van priester Valentinus plaatsen. Zo zag hij, samen met zeven miljoen andere Romeinen, hoe Valentinus het ene na het andere stel trouwde. Maar zo zijn we niet getrouwd, dacht Keizer Claudius, laat ik die Valentinus maar eens een kopje kleiner maken. Nu namen ze dat in die tijd nogal letterlijk en zo liep Valentinus even later rond zonder hoofd en hij was nog dood ook. Ja, zo gingen die dingen vroeger.
Laat die lieve Valentinus nu vlak voor zijn hoofd eraf werd gehakt nog een briefje in de handen drukken van de bevallige dochter van de gevangenisbewaarder en dan mag u raden wat daar opstond: Van je Valentijn. Om een lang verhaal kort te maken: deze onthoofding vond plaats op 14 februari.
In 496 werd Valentinus heilig verklaard door Paus Gelatius d’n 1e en vanaf dat moment vieren we op 14 februari Valentijn.

doorsturen reageren
Vrijdagmiddag

10 February 2012 - 14:13

Het vrijdagmiddaggevoel is natuurlijk een collectief gepreoccupeerd fenomeen (zo, even een paar van dat soort woorden erin gooien in het begin van een column en het kaf is direct van het koren gescheiden), een uitvloeisel van het calvinistische waanbeeld dat je eerst iets MOET doen voor je je vrij MAG voelen.
Ooit, toen het onzalige idee in me had postgevat (dank pa en ma) dat een mens nou eenmaal een vak moest leren en ik dientengevolge twintig kostbare jaren in schoolbanken als een mak schaap zitten verdoen, toen was de vrijdagmiddag niet minder dan de zin van het leven. Thank God it’s Friday.
Daarna kreeg ik dan eindelijk de banen waarvoor ik al die jaren op kleuter-, basis- en middelbare scholen en nog een duistere HBO-opleiding had had moeten zitten. Ik werd businessclass loonslaaf. De lamlendigheid slaat al weer om mijn hart door er alleen maar over te praten. De euforie van het vrijdagmiddaggevoel overtrof menig orgasme (behalve dan die met Josine).
De laatste tien jaar ben ik schrijver. Ik kan werken en ophouden wanneer ik maar wil.
Ik hoef niet op maandagochtend te gaan zitten, niet op vrijdag op te houden, kan hele weekenden doorschrijven na een weekend zo tegen woensdagmiddag pas eens overweeg om mijn laptop aan te zetten.
En toch blijft het bestaan, dat vrijdagmiddaggevoel. Gelegitimeerd naar het einde van een week schrijverij werken. Spotify opvoeren tot standje burengerucht. Biertje erbij. Nog eentje. Sms’en met Mars, Engin, JW, Rene, Raoul, Sas, Nic, Mir waar en hoe laat zo meteen.
Het vrijdagmiddaggevoel blijkt onafhankelijk van werk. Beter dan The Easybeats het in 1966 verwoordden, kan het niet.

Monday morning feels so bad,
Ev’rybody seems to nag me
Coming tuesday I feel better
Even my old man looks good
Wednesday just don’t go
Thursday goes too slow
I’ve got Friday on my mind

Een fijne vrijdagmiddag.

(column voor )

doorsturen reageren
Doeschka Meijsing

31 January 2012 - 14:54

Op 18 december 2008, vlak nadat ze de AKO Literatuurprijs had gewonnen met haar roman ‘Over de liefde’, trad ze op bij Nightwriters, in het Comedytheater aan de Nes.

De zaal zat vol met twintigers en dertigers, van wie de meesten nog nooit van Doeschka hadden gehoord, laat staan iets van haar gelezen. Het gros van de bezoekers kwam voor the usual suspects op Nightwriters-avonden; Ronald Giphart, Susan Smit, Christophe Vekeman, Kluun en voor de after party met dj’s Bart Thimbles en Jeroen van Inkel.

Doeschka was nerveus. Of het publiek haar wel zou pikken. Of ze wel de goede outfit had aangetrokken. Of het echt wel slim was om iets voor te lezen uit haar roman, wie zat daar nou op te wachten. Zou ze niet beter twee in plaats van de geplande vier pagina’s moeten voorlezen? Was dit wel het juiste fragment, dachten we, echt?

Ze kwam, zag en overwon. Doeschka’s verlegen vraag aan het publiek, na drie bladzijdes vol met de heerlijkste verwensingen en hilarisch gemopper uit ‘Over de liefde’, of ze ‘nog even verder moest gaan’ werd met een massaal Jaaaahh! uit de zaal beantwoord.

Doeschka Meijsing stal de harten van het Nightwriterspubliek, van nul op honderd in twee minuten. Haar vraag aan het publiek werd voor ons, de organisatie van Nightwriters, een symbool van bescheidenheid en Doeschka Meijsing het levende bewijs dat kwaliteit op een podium altijd overwint, bij ieder publiek.

Helaas leeft Doeschka sinds vandaag niet meer. Ze blijft voor ons altijd dat symbool van bescheidenheid en het bewijs dat kwaliteit altijd overwint.

Rust zacht, Doeschka.

doorsturen reageren
Ode aan de uitvinder van het bankvoetbal

25 January 2012 - 10:23

Een ode aan de uitvinder van het bankvoetbal

Voetbal: je kon me er vroeger voor wakker maken. Op Basisschool de Hasselt in Tilburg besteedde ik tussen de middag (belachelijke term trouwens, als er al een ‘tussen de middag’ zou bestaan zou het zo ergens tussen drie en vier uur in de middag moeten zijn, maar een ‘tussen de middag’ voor het tijdstip waar deze term betrekking op heeft slaat als kut op Dirk) (belachelijke uitdrukking trouwens, ik ken Dirk en die heeft me desgevraagd verzekerd dat hij nog nooit met of door een kut is geslagen. Dat laatste klopt niet overigens, want ik heb Sandra hem wel eens een beuk zien verkopen, daar lusten de honden geen brood van) (belachelijke uitdrukking trouwens, ik ken geen hond die wél graag brood lust. Honden lusten van die stinkende stukken gedroogd varkens- of rundervlees waar je hele huis naar meurt, maar geen brood) een minuut of tien aan het naar binnen werken van drie boterhammen met pindakaas en daarna was het voetballen geblazen tot ik de benen onder mijn kont uit moest rennen voor de middaglessen op Basisschool de Hasselt in Tilburg.
In de eerste klassen van het Theresialyceum in Tilburg voetbalde ik me iedere pauze in het zweet. En het dan gek vinden dat de meisjes geen sjoege gaven. Al hielpen die puisten en het pondje bril er ook niet aan.
Iedere vrijdagmiddag (en dan zijn we waar we wezen moesten met deze column, zo zie je maar: het komt altijd weer goed) zaten de populaire jongens in de rookkelder van het Theresialyceum in Tilburg en speelde ik met de andere kanslozen bankvoetbal in de gymzaal, urenlang, tot kwart voor zeven.
Vrijdagavond om zeven uur had ik dansles, bij dansschool Michielsen in de Nieuwlandstraat. Met klotsende oksels en het zweet tussen de billen sprong ik op de fiets om als een gek richting dansschool Michielsen in de Nieuwlandstraat te karren. Het douchen schoot er bij in en Axe bestond nog niet, althans niet in Tilburg.
Bij iedere dans kostte het me de grootste moeite een danspartner te vinden. Ik heb nooit stijldansen geleerd en ben daar de uitvinder van het bankvoetbal nog immer dankbaar voor.

doorsturen reageren
Twabbatical

3 January 2012 - 13:02

Ik ontdekte Twitter zo’n drie jaar geleden omdat er een of andere mafketel onder de naam Kluun van alles over kinderen aan het roepen was. Ik zal niet in details treden, maar het was behoorlijk pornografisch. Nu was het gelukkig maar kinderporno, maar toch. Voor je het weet gaan je kinderen later bij een psycholoog gekke tekeningen maken.
Hoe dan ook en desalniettemin: voor ik goed en wel snapte wat dat hele Twitter nou was, had iemand mijn naam al gejat. Als je A.F.Th. van der Heijden heet (driekwart van de Aktueel lezers heeft geen idee over wie ik het nu heb), schrijf je daar meteen een roman over waar geen eind aan lijkt te komen, maar ik wilde gewoon mijn naam terug.
Op hoge poten trok ik ten strijde. In gestrekte draf op het Twitter Service Center af. U dacht dat het moeilijk was om bij de telefonische klantenservice van UPC, T-Mobile of hun branchegenoten iets gedaan te krijgen? Bij Twitter Inc. anno was 2009 gewoon nada, nobody, niemand te vinden die antwoord kon, wilde en mocht geven op kwesties die verder gingen dan #durftevragen. Het was eenvoudiger om met twee Marokkaanse vrienden binnen te komen in de RoXY in haar hoogtijdagen dan met een vraag over Twitter in het Twitter Service center. Pas na weken van mailen, bellen, twitteren en soebatten kreeg ik de naam Kluun terug.
Had ik het maar nooit gedaan. Nog geen uur nadat ik mijn eigen naam had herkregen, had ik een account aangemaakt en mijn eerste tweet verzonden. Nu ben ik 7565 tweets aan 53.457 volgers verder. Zelf volg ik 54 mensen. In de gewone wereld heet zoiets narcisme, in de social media-wereld staat het quotient van het aantal volgers dat je hebt, gedeeld door het aantal mensen dat jij zelf volgt, voor je status. Als dat getal kleiner is dan 1, dan heb je een klein twitterpikkie (of in het geval van Facebook: een kleine facebookfallus), is dat getal groter dan 1, dan heb je een twittertampeloeris om @ tegen te zeggen. Met 53.457 followers en 54 following is mijn quotient 989,94444444444 schoon aan de haak. Waarvan akte.
Dagelijks hou ik bij hoeveel nieuwe volgers ik heb. Ik vraag me af wanneer de eerste Postbus51-spotjes komen om ons, in het kader van de volksgezondheid, voor Twitter-verslaving te behoeden. Dat je op een website en brochures in de wachtkamers van huisartsen kunt lezen dat je in de gevarenzone zit als je meer dan vijf dagen per week twittert, en dat je een probleemtwitteraar bent, als je in totaal meer dan dertig tweets per week stuurt. Of dat je een twitterholic bent als je vrouw en je vrienden je op je twittergedrag aan gaan spreken, vaak niet meer weet of wilt weten hoeveel je getwitterd hebt de dag ervoor of als je steeds vaker stiekem twittert, vanonder de tafel.
Ik ben bang dat het voor mij al te laat is. Ik betrapte mezelf er vorige week op dat ik me op straat aan iemand als @Kluun voorstelde. Als ik citeer uit een film of tv-programma dat ik de avond ervoor heb gezien, begin ik met RT te zeggen, om maar duidelijk te maken wie de eer van de uitspraak toekomt. Ik merk dat ik, als ik thuis iets tegen mijn oudste dochter zeg, mijn zin begin met ‘@Eva’ en mijn vrouw me ooit vertelde me dat ik haar in mijn slaap mompelend @lekkerding had genoemd. Ik merk dat ik midden in zinnen stop met praten omdat ik vermoed dat ik over de 140 tekens ben. En ik laat mijn grappig bedoelde one liners de laatste tijd voorafgaan door ‘hashtag’ en spreekdanallewoordenachterelkaaruitzonderpauzetenemen.
Mijn beste vriend dreigt om me naar een afkickkliniek te sturen als ik niet onmiddelijk een twabbatical neem. RT: ‘om je tegen mezelf te beschermen, @kluun.’
Ik dank @God voor mijn @bestevriend. #amen.

(deze column stond in het decembernummer van Aktueel, een blad vol schieten, tieten en helicopters)

doorsturen reageren
Archief
Zoeken

 
website statistieken
free counter