Kinderdip
Ooit schreef ik een boek met de, al zeg ik het zelf, toepasselijke titel ‘Help, ik heb mijn vrouw zwanger gemaakt!’ Daarin noemde ik zwangere vrouwen de meest vreemde wezens van ons en de ons omringende melkwegstels waren.
Daar sta ik nog altijd achter, na drie zwangerschappen. De meeste nutteloze wezens, weet ik intussen, zijn kinderen.
Een zijstap. Ik heb een Amerikaan, een Cadillac Escalade. Voor hen die dit type niet kennen: Tony Soprano had er eentje, een witte, hij reed ermee van de ene waste-management-klus naar de andere. Gerard Joling en Gordon hadden er ook allebei eentje, maar die vonden hem te opzichtig. Correct. Escalade komt van escaleren en dat is precies wat er met deze auto aan de hand is. De Cadillac Escalade mag officieel dan tot de familie der personenwagens worden gerekend, eigenlijk valt hij binnen de categorie vervoermiddelen waar, alvorens ze zich op de openbare weg mogen begeven, uit verkeersveiligheidsoogpunt een motoragent met zwaailicht voor en -achter moet rijden om de andere weggebruikers te waarschuwen dat er gevaar op de loer ligt. Hoe dan ook. Vaak wordt mij gevraagd of die Escalade van mij niet heel onpraktisch is. Ik kan dit beamen: een Cadillac Escalade is abslouut onpraktisch. Ik kan amper de ring A10 rond zonder te hoeven steken en als ik een parkeerplek in het luxereservaat wil moet ik de dag ervoor een rood-wit lint spannen om drie parkeerhavens naast elkaar te reserveren. Maar mijn Escalade is op de Schaal van Onpraktisch met twee vingers in de neus rechts ingehaald door mijn kinderen. Díe zijn pas onpraktisch.
Ik heb ze nu nu toch al wel even (de oudste geloof ik al wel een jaar of tien, vijftien) en het probleem is dat ik era an vast zit. Ik heb geen idee waar ik de bonnen heb gelaten. Ergens in een doos vermoedelijk, voor de verzekering, met het idee dat je dan altijd kunt bewijzen dat je ze echt hebt gehad als er eens een keer wordt ingebroken. Maar waarschijnlijk zijn ze toch al ver voorbij de inruildatum en weggooien is ook weer zoiets. Je gaat je er onbewust toch aan hechten, zo gaan die dingen. Volgens mij mag je ze trouwens, al zou je willen, niet eens bij het normale huisvuil zetten, maar moet je daar weer iemand voor bellen. Zal je zien dat zo’n ophaaldienst dan, net als de chemokar, op zaterdagochtend komt, als je nog lekker ligt te slapen. Ik denk dat ik ze maar bewaar. Of eentje, dat kan ook. Voor het geval dat.
Ik heb mijn vrouw voorgesteld om ze voorlopig in het schuurtje te zetten, bij de kerstballen. Ik bedoel: ze staan toch alleen maar in de weg en hoe vaak heb je ze nou helemaal nodig, als je gewoon een werkster hebt? En als je ze een keer ergens voor wilt gebruiken, om brood te halen of de tafel te dekken, doen ze het weer niet en heb je geen idee hoe je ze weer aan de praat krijgt.
Want dat is ook zoiets: je hebt nooit het gevoel dat er eentje af is, zo van ‘niks meer an doen, klaar.’ Het blijven een soort halffabrikaten. Je vraagt je af waar je vrouw, toen ze zwanger was, al die negen maanden mee is bezig geweest.
Soms verlang ik naar een kindersabbatical. Niet lang hoor, gewoon, een klein jaar of zo. Bij vlagen is de nood zo hoog dat ik ze om het even bij wie zou achterlaten, zolang ze maar in leven blijven. Gewoon op de stoep bij de buurvrouw zetten, met een briefje erbij hoe en wanneer ze gevoederd moeten worden. Zo’n mens kan het vast niet over haar hart verkrijgen om ze buiten te laten staan, zeg ik dan tegen mijn vrouw. Die vindt het cru.
Mijn vrouw zegt dat ik niet moet zeuren en dat ik gewoon in een kinderdip zit.


