De nacht is vol verlangen, verlangen naar alles wat overdag niet kan, niet mag, niet lukt of niet hoort. Dansen. Doorhalen. Innemen. Ouwehoeren. Bulderen. Versieren. Van een dag kun je hopen dat hij eindelijk voorbij is, van een nacht zelden.
We hebben genoten van de gesprekken met de smaakmakers van de Amsterdamse nacht. We spraken met barmannen, clubeigenaren, travestieten, stamgasten, portiers en danseressen.
We doken overdag de archieven in en lieten ons ’s nachts in de bips knijpen in een darkroom. We zongen, we ouwehoerden, we vielen van onze krukken, we raakten ontroerd, we waren onder de indruk en ja – we dronken ook een glaasje mee.
En toen begon het serieuze werk.
Bij het opstellen van deze Top 100 lieten we ons leiden door de volgende criteria: spraakmakendheid, eigenzinnigheid danwel authenticiteit, levensduur, aantal bezoekers door de jaren heen en de populariteit van een tent. Daartoe openden we een jaar voor dit boek verscheen een Facebookpagina, waar honderden mensen hun verhalen en voorkeuren hebben gemeld. Er werd fanatiek gestemd, geplugd en gepleit…
Het Amsterdamse nachtleven gaat mensen aan het hart.
Niet verwonderlijk. Al sinds de zeventiende eeuw zwalken kroeglopers, stappers en clubgangers ’s nachts over de Amsterdamse grachten, op zoek naar de losbandigheid die bij een echte stad hoort.
We vroegen een kroegeigenaar of hij, na al die jaren, de oppervlakkigheid en de dronkemanspraat aan de andere kant van de bar niet kotsbeu was. Hij antwoordde: ‘Overdag spelen mensen een rol, ’s nachts zijn ze pas zichzelf.’
Dit boek is een ode aan de Amsterdamse nacht.
Hans van der Beek
Kluun




