Het verslag in de Volkskrant over de Donorweek kopt dat ‘Kluun wel wil strippen voor meer donoren’. Dit behoeft een correctie.
Tijdens het uur dat Barry Atsma en ik donoren werfden, twitterde ik de volgende tekst:
‘@barryatsma gaat strippen als er meer dan 120 orgaandonoren zijn geworven. En ik houd mijn kleren aan als er meer dan 150 zijn. #donorweek.’
Dat is een belangrijk verschil. De belofte dat Barry gaat strippen bij voldoende donoren, zou sommige mensen die hem in de film van KEVBDD ontkleed hebben gezien, wellicht kunnen motiveren donor te worden.
Maar het vermeende dreigement dat ik (46) hetzelfde zou doen, weerhoudt weldenkende mensen er juist van donor te worden en dat is niet het idee van de Donorweek.
Om half vijf ‘s ochtends lig je óf in je bed óf je bent zo lam als een konijn. Geen tussenweg, het is een van de twee. Half vijf ‘s ochtends is een tijdstip waarop het van overheidswege in het kader van de volksgezondheid verboden zou moeten zijn om wakker én nuchter te zijn, behalve als je aan kunt tonen dat je gaat vissen of een krantenwijk hebt. Of bakker bent. Had je maar een vak moeten leren.
Deze zomer mocht ik het ongenoegen smaken ‘s ochtends om half vijf zowel wakker als nuchter te zijn. De uren daarvoor hadden we vergeefs in bewegingsloze guestlist-rijen gestaan voor discotheek Amnesia en discotheek Pacha op Ibiza. Completo, stond er op een bord. Nu (ik weet dat u me gaat haten wat ik nu ga schrijven and I couldn’t care less) laat ik me zelden hinderen door mededelingen dat iets uitverkocht, volzet, full of alleen voor genodigden is. Even een sms-je, belletje of mailtje en het komt altijd weer goed. Als BN-er heb je, net als een ambtenaar, ook recht op secundaire arbeidsvoorwaarden.
Afgelopen zomer, op een maandagavond eind juli op Ibiza, mocht het ineens allemaal niet baten. Of ik nu Gordon, Chris Zeegers, Saskia Noort, Harry Belafonte of Kluun heette, ik kwam er niet in. En mijn vrouw en enkele getrouwen, waaronder een vriendin van ons, die in de vriendenclub toch als Mrs. Guestlist herself bekend staat, ook niet. We konden hoog en laag springen, lullen tot we een ons wogen, we bleven staan waar we stonden: buiten, in de rij der kanslozen die stonden te wachten op wat er binnen allemaal voor lekkers aan de gang was, een 9 op de Schaal van En Pierre, wat hebben ze niet?
Om half vijf, na anderhalf uur wanhopig oogcontact zoeken met de brede meneren met oortjes maar nog geen vijf meter te zijn gevorderd in een rij van het type dat ik alleen kende van foto’s van in de voormalige Sovjet Unie, gaven we het op. Gedeelde smart is halve smart, dacht ik en aangezien zo’n rij toch een band schept, opperde ik het idee om enkele Engelse en Spaanse dames om ons heen, die net als wij na anderhalf uur ook zuchtend afdropen, dan maar uit te nodigen voor een alternatief feestje bij ons zwembad (ze waren er al op gekleed, constateerde ik). Kreeg ik mijn vrouw niet warm voor.
Ik ben in mijn stapcarriere van ondertussen dertig jaar (eind dit jaar vier ik mijn jubileum,er gaan geruchten dat ik geridderd word) vaak geweigerd aan de deur, maar nu kwam ik niet eens in de buurt van die deur.
I’m a loser, baby, schoot Beck me door mijn hoofd. Ik voelde me die puber die voor het zoveelste achtereenvolgende weekend bij bar dancing Het Paaltje (alleen toegang boven de 18) geweigerd werd en zich gedwongen zag dan toch maar weer de zuipkeet op te zoeken. Zo raak je vanzelf aan de drank als je vijftien bent.
Nu ben ik veertig (goed, goed, veertig-plus dan), maar raakte die avond niet aan de drank. Om tien over half vijf zaten we in de auto. Wakker en nuchter. Voor het eerst in mijn leven hoopte ik op een alcoholcontrole, waarvan er hier op de gekste tijdstippen van de dag eentje wordt georganiseerd.
Bij de enige controle die we tegen kwamen, mochten we gewoon doorrijden. Zonder dat we op de lijst stonden.
Mokkend lag ik een kwartier later in mijn bed. Nuchter. Klaarwakker. Ik besloot ter plekke op te houden over het uitgaansleven op Ibiza te schrijven.
Voor je het weet gaat u er ook heen volgend jaar en is die rij nog langer.