Kluun las onderstaand verhaal vanochtend voor bij Giel op 3FM. Hij is hier terug te luisteren.
———————————————————————————-
Lang, heel lang geleden, of, nu ja, het was eigenlijk vorige week vrijdag, leefde er een meisje in Breda. Ze heette Assepoester. Maar Kluun, welk meisje heet er tegenwoordig nu Assepoester, maar gelooft u me, er gebeuren wel gekkere dingen in Breda. Afijn. Assepoester, doorgaans een opgeruimd en goedgemutst ding, zat in zak en as. Het carnaval stond voor de deur, kroegen hingen slingers op, winkels verfraaiden hun etalages met sjerpetines, kledingverhuurbedrijven maakten tropendagen – de hele stad kleurde langzaam zo blauw als een boerenkiel. Maar Assepoester was blut. Platzak. Ze kon niet eens meer pinnen nie. Nee, Assepoester kon carnaval 2009 gevoeglijk op haar bevallige buikje schrijven.
Terwijl de eerste bierkranen hun koninklijk vocht al rijkelijk lieten vloeien en in de huizen om haar heen meisjes zich aan het schminken waren en zich in hun schoonste pakskes hesen, klaar om als verpleegster, dansmarieke of ijskoningin in het feestgedruis op de Grote Markt te storten, lag Assepoester huilend in haar bedje. Ze trok een pak Dorito’s open, zette de tv aan en ging van pure ellende dan maar naar Top of Flop liggen kijken. Maar… wat gebeurde daar? Plots ging de deur open en wie stond daar? De goede fee. De Echte! Niet een of andere grappenmaker met een carnavalsmuts, maar de enige echte lieve goede fee zoals die wel vaker in sprookjes op het juiste moment binnen komt vallen.
‘Kindje,’ sprak de fee, ‘waarom ben je niet in de stad, bij de andere mensen, om het leven te vieren?’ ‘Ik heb dit jaar geen geld voor carnaval, goede fee, ‘ snikte Assepoester. ‘Geen geld?’ vroeg de fee, ‘wat zullen we nou krijgen! Wouter Bos helpt de ene naar de andere noodlijdende bank aan een paar miljard, en jij zou geen geld hebben voor het feest van het jaar? Hier, pak an’ riep de fee, en in een stafomdraai was de joggingbroek van Assepoester omgetoverd tot een baljurk om van te smullen en was haar zak Dorito’s veranderd in een tasje vol bankbiljetten waar je een heel jaar van zou kunnen carnavallen. Assepoester wist niet wat ze zag.
‘Een ding, ‘ sprak de fee plechtig. ‘Je moet wel weer thuis zijn voor de klok twaalf uur slaat.’ ‘Maar goede fee, riep Assepoester uit, de kroegen sluiten pas na tweeen in Breda!’ ‘Twaalf uur thuis,’ zei de fee. ‘O ja?’ ‘Ja!’ “Je bent mijn moeder niet, bitste Assepoester.’ ‘Nee, maar ik kan knap chagrijnig worden als de figuren in de sprookjes waar ik mag komen opdraven niet doen wat ik zeg.’ ‘Boeieh, lachte Assepoester, ‘ ‘wat doe je als ik toch gewoon om twaalf uur door ga met feesten?’ ‘Dan verander ik je kut in een broodje bapao.’ Daar had Assepoester niet van terug.
Die avond trof Assepoester in de Bommel een mooie breedgeschouderde prins. Geen echte, maar dat doet er niet toe met carnaval. Assepoester lustte wel pap van deze Prins, dat zag de halve Bommel. Het jonge stel stond te bekken dat de stukken er van afvlogen. Assepoester had ondertussen al lang gezien dat het bijna half twaalf was en was intussen zo geil als geklaarde boter. Ze pakte haar verse Prins bij zijn hand en leidde hem met rasse schreden de Bommel uit. Ho, wacht even, zei de Prins, toen ze op de Grote Markt de kraam passeerden waar Vietnamese Loempias en bapao’s werden verkocht. ‘Ik heb vandaag nog helemaal niks gegeten, wil jij wat?’ ‘Ja, neuken,’ dacht Assepoester, maar dat soort dingen zeggen nette meisjes niet en bovendien was het al Kwart voor twaalf, zag Assepoester op de torenklok van de Grote Kerk. Zuchtend stond ze te wachten tot haar verse Prins zijn bestelling opgaf. ‘Mag ik een lekker broodje bapao,’ vroeg de Prins aan de Vietnamese bootvluchteling achter de toonbank. ‘Dat vind ik nou het lekkerste dat er bestaat, bapao, zo ’s avonds als ik gezopen heb’, mompelde hij smakkend, met zijn mond vol vlees. Met zijn tong likte hij zijn kin af, waar de stralen vet naar beneden liepen. “Zeg, hoe laat moet jij eigenlijk thuis zijn, Assepoester?’ Geinteresseerd keek Assepoester toe hoe haar Prins zijn hele gezicht opnieuw in de lekkernij begroef.
‘O, om een uurtje of drie, vier…’ fluisterde Assepoester.