Kluun las vanochtend een combinatie van onderstaande column en van die ene van vorige week (Niet voor watjes (m/v) voor bij Giel op 3FM. Hier terug te luisteren.
———————————————————————
De Olympische Spelen zijn voorbij. De Chinezen hebben meteen na de sluitingsceremonie de muur weer opgebouwd en het land weer op slot gedaan. Af en toe gaat er een poort open om een partij door nijvere kinderhandjes in elkaar gezette Nike schoenen door te laten op weg naar de prijsbewuste westerse consument en dan drinken we een glas, we doen een plas en alles blijft zoals het was in China.
Maar wat kan ons het bommen, onze Olympische jongens, of vooral meisjes zijn veilig huiswaarts gekeerd met een doos vol medailles. Dat watermanagementbeleid van onze kroonprins begint zijn vruchten af te werpen. Elke sport waar ook maar een glas water aan te pas kwam, was een kolfje naar onze hand. Roeien, zeilen, binnen zwemmen, buiten zwemmen, waterpolo, je kon het zo gek niet bedenken of onze kloeke Oranjesporters stonden op dat podium. En mocht Nederland de komende jaren onder water lopen en we voortaan zwemmend naar school gaan, waterfietsend naar kantoor en roeiend naar de crèche, dan winnen we in 2012 in Londen alles met sporters die tegen die tijd half mens, half vis zijn. Een hoge zeespiegel staat garant voor de medaillespiegel.
Maar ook de medailles aan land waren niet te versmaden, al begreep ik soms geen ene fuck van wat ze aan het doen waren. ‘En ja, Koka! Of is het een Yugo? Nee, hij geeft een Waza Ari! Wat zeg ik: Ippon! Deborah Gravenstijn gaat naar de finale door Ippon!’
Of neem die hockeydames, dat was een drie weken lang durende Holland-promo. Als van Fatima de Bolero, Ellen Hoog en Wieke Dijkstra in beeld verschijnen, dan heb je geen handelsdelegaties meer nodig. Die kekke pakjes, die heerlijke bezwete hoofden, die blonde manen: dit zijn de moderne Frau Antjes en ze kunnen, in tegenstelling tot voetballers, nog uit hun woorden komen ook.
Komen we bij de smet op onze medaillewinnaars: dat paard van onze gouden medaillewinnares Anky van Grunsven, die Salinero. Die is verdacht. Dat is nu een glanzende zwarte hengst met spierbundels als staalkabels en benen als heipalen; maar het kan niet anders dan dat die de komende weken alsnog op verboden middelen wordt betrapt. Ik ken hem nog van vroeger, van de tv, die Salinero en toen liep hij met zo’n eierdopje op zijn hoofd te zaniken van ‘het is niet eerlijk want zij zijn groot en ik is klein’ en dan zou dat zeikkuiken van toen nu ineens tot een hengst zijn uitgegroeid die goud wint op de spelen? Erica Terpstra op een houtvlot!
.gif)
.jpg)
voor… na…
En dan de grootste prestatie van de Olympisch Spelen, onze eigen Lance Armstrong: Maarten van der Weijden. Dit zei zijn moeder gisteren in de Volkskrant. ‘hij belde op en zei, mam, weet je nog toen ze zeiden, je hebt kanker. Toen dachten we, dit kan niet waar zijn. Dit voelt precies hetzelfde, maar toen was het een nachtmerrie, nu is het een droom.’
Zin van de week:
Ooit, na zijn eerste Tour de France zege, zat Lance Armstrong bij David Letterman en vertelde daar zijn verhaal. Teelbalkanker overwonnen en daarna de Tour gewonnen. Letterman keek na afloop in de camera en sprak geemotioneerd de woorden die zo op Maarten van der Weijden hadden kunnen slaan.
‘Never give up. Don’t you dare to give up. Look at this man. Never ever give up.’