Kluun las dit korte verhaal vanochtend voor bij Giel op 3FM. Iedere woensdag, kwart voor acht. Hier terug te luisteren.
———————————————–
‘Wat eten krokodillen het liefst?’
Maarten keek in de spiegel. Hij had zich drie dagen niet meer geschoren en niet gedoucht. Hij was niet meer buiten geweest, had niets meer gegeten en niemand meer gesproken.
.
Het was vrijdagochtend, half tien. De aangebroken fles witte Martini die nog over was van die avond met Hanna, afgelopen zondag, had hij net leeggedronken.
.
Het begon met die kaarten die Giel op 3 FM verlootte. The Editors in De Heineken Music Hall. Hij wist helemaal niks van Editors, behalve dat Hanna er helemaal gek van was. Met bonzend hart had hij ge-sms’t waarom hij recht had op die kaarten. ‘Omdat ik verliefd stiekem verliefd ben op Hanna, mijn collega, en omdat Hanna verliefd is op Editors.’ Een half uur na de uitzending werd hij gebeld. Hij had de kaarten.
.
De dag erna had hij in de lerarenkamer tussen neus en lippen door laten vallen dat hij bij toeval twee kaarten voor Editors had. Of er iemand zin had om mee te gaan. Voor het eerst had Hanna tegen hem gepraat.
.
‘Ik ben helemaal gek op Editors!!!’ had ze geschreeuwd.
Die week had-ie ieder liedje van die kutband uit zijn hoofd geleerd. Wat een Typhusherrie.
.
Bij het concert had hij de teksten meegebruld alsof hij ze al jaren kende. Na afloop had Hanna hem op zijn wang gezoend.
‘Dank je, ik vond het ge-wel-dig,’ kirde ze.
Of ze zin had om samen een drankje te drinken bij hem thuis, hij had nog een fles Martini staan. Dat dronk ze toch, had hij gezien op het laatste personeelsfeestje in de aula?
.
Ze had hem onderzoekend aangekeken. ‘Een glaasje dan. Verder niks, Maarten,’ had ze lachend gezegd. ‘We zijn collega’s en jij had mijn vader kunnen zijn.’
.
Terwijl zij aan haar Martini nipte, had hij van de zenuwen een halve fles Stolichnaya naar binnen gegoten. Toen hij had bekend dat hij verliefd was op haar, had ze gelachen.
‘Dan is het nu hoog tijd om te gaan, Maartentje…’
Hij had haar bij haar arm gepakt. Hij had haar op de bank gedrukt. Hij had haar bij haar haren gepakt. Hij had niet gezien hoe ze in blinde paniek met haar hand de fles Stoli van de tafel had gegrist. En toen spatte er iets hards op zijn achterhoofd uit elkaar.
.
Vaag herinnerde hij zich Hanna’s laatste woorden, toen ze huilend de trap af rende. ‘Ouwe viezerik!’
.
Twee minuten had het gesprek geduurd, de dag erna. De directeur van de school had het verhaal gehoord. Hanna zou geen aangifte doen, als hij zijn baan zou opgeven. Nu. Direct.
.
Hij had niet eens afscheid mogen nemen van de kinderen in zijn klas. Op weg naar de uitgang was hij voor haar klaslokaal stil blijven staan. De kinderen wezen hun juf op meester Maarten, die daar met zijn neus tegen het raam gedrukt stond. Ze was in paniek geraakt en had de beveiliging gebeld. Even later lag hij op zijn rug op het schoolplein en stonden er achter ieder raam van het schoolgebouw kinderen te lachen en te wijzen naar meester Maarten, daar op het schoolplein. Ook de kinderen uit zijn eigen klas lachten hem uit.
.
De dagen erna had het idee langzaam postgevat. Vannacht had hij amper geslapen.
De halve fles Martini van daarnet gaf hem moed. Hij keek nog een keer in de spiegel, trok zijn jas aan, zette een pet en een zonnebril op, en deed de voordeur achter zich dicht.
.
Hij ging te voet. Vanaf zijn huis was het drie kwartier lopen naar Artis. Er was geen haast. De kinderen zouden er pas tegen elven zijn, wist hij. Hij had het jaarlijkse schoolreisje zelf georganiseerd: de bus naar Artis, de educatieve spelformulieren, de speurtocht, de lunch, alles had hij geregeld, de afgelopen weken.
.
Om half elf kocht hij een kaartje bij de kassa van de dierentuin. Op het terras naast de flamingo’s bestelde hij een koffie en een gevulde koek en wachtte toen rustig af tot groep 4a van juffrouw Hanna, zijn Hanna godverdomme, en groep 4b, zijn groep 4b godverdomme, met hun nieuwe meester, schreeuwend en zingend Artis in bezit kwamen nemen.
.
Hij volgde de groep op een meter of vijftig. Al zou niemand hem hebben herkend met zijn pet en bril.
Hij wist precies welke route de kinderen zouden nemen. Via de pinguïns (‘In welke werelddelen komen pinguïns voor?’) de zebra’s (‘Waarom hebben zebra’s strepen?’) en de giraffen (‘Waarom heeft een giraffe zo’n lange nek?’) voerde de speurtocht naar de krokodillen.
.
De kinderen verzamelden zich rond de hekken voor de krokodillenvijver en keken op hun formulier. Hij wist welke vraag er stond. ‘Wat eten krokodillen het liefst?’
.
‘Dat kunnen jullie zo meteen zelf zien, kinderen, de krokodillen worden om twaalf uur gevoerd, staat hier op het bordje,’ riep juffrouw Hanna boven het kindergejoel uit.
Hij grinnikte zachtjes.
.
Langzaam schuifelde hij tussen de kinderen naar voor. Net toen juf Hanna geïrriteerd vroeg of die lange meneer de kinderen misschien de kans wilde geven om naar de krokodillen te kijken, zette hij, om een minuut voor twaalf, zijn pet en bril af.
.
‘He, kijk, dat is meester Maarten!’ riepen de kinderen verbaasd.
‘Dag kinderen,’ zei Meester Maarten, terwijl hij over het hek stapte, ‘goed opletten nu, het is voedertijd,’ en sprong toen met een duik het water in.
.
Hij had goed getimed. De krokodillen hadden honger.
Zijn linkerarm ging er als eerste af. Hij zag zijn bloed het water rood kleuren. Boven zijn eigen schreeuw van pijn, hoorde hij het gegil van de kinderen.
.
Juist toen de enorme bek van de tweede krokodil zich vlak boven zijn hoofd opende, zag hij vanuit een ooghoek juffrouw Hanna flauwvallen.

THE END
En omdat het mijn taak is zorg te dragen voor de zingeving in deze show, geef ik hier de Zin van de Week, en die komt deze keer uit MunichThe Editors: van de favoriete band van juffrouw Hanna,
People are fragile things you should know by now. Be careful what you put them through…