Kluun las onderstaande column vanochtend voor bij Giel op 3FM. Iedere woensdag, kwart voor acht.
——————————————————————————————–
In de week waarin handelaren over de hele wereld wanhopig proberen al hun aandelen te dumpen, wil ik het hebben over iets wat nog moeilijker is. Een partner dumpen.
.
Ik kom erop door mijn kapster, die me vorige week in vertrouwen vertelde hoe haar vriendje haar had gedumpt en daarvoor een buitengewoon delicaat tijdstip had gekozen: op oudejaarsavond, om half twaalf zei hij dat het wel een mooi moment vond om haar alvast van zijn goede voornemens op de hoogte te brengen.
.
‘We moesten in het nieuwe jaar maar eens ieder onze weg gaan,’ vertelde de bruut mijn arme kapster, die juist een halve oliebol met poedersuiker in haar mond had geduwd.
.
Tien minuten later zat mijn kapster alleen thuis met betraande ogen, een halve fles champagne en een schaal met tien oliebollen en appelbeignets voor zichzelf en was haar ex-vriend onderweg naar Café Het Dorstig Hert en naar zijn volgende vriendin.
.
Ik zat het verhaal aan te horen en ik moet bekennen dat ik stiekem toch wel respect had voor mijn kapsters ex-vriend. In mijn leven heb ik een stuk of wat relaties gehad en ik was een watje als het om dumpen ging. Ik heb dumpvrees. Ik kan het gewoon niet uitmaken met vrouwen. Tegen de tijd dat ik mezelf erop betrap dat ik het eigenlijk helemaal niet erg zou vinden als ze die dag onder lijn 51 zou lopen, of dromen krijg waarin een kettingzaag figureert, zie ik de bui al weer hangen. Dat wordt weer janken, schreeuwen, schelden, slaan, stompen, krabben, bijten, glas water in mijn gezicht, dreigen met zelfmoord – ach, u weet hoe gevoelig vrouwen zijn.
.
Meestal besloot ik tot de tactiek die door veel mannen gevolgd wordt: ik begon me gewoon een tijd lang als de grootste klootzak binnen onze landsgrenzen te gedragen tot zij er een eind aan zou maken. Vergeefs. Als man moet je ook alles zelf doen, dacht ik.
.
Ook de softe benadering heb ik gepoogd. Zeggen dat het niet aan haar maar aan mij lag. Zeggen dat we toch vrienden konden blijven. Zeggen dat ik zoveel bindingsangst heb dat ik zelfs geen schoenen met veters durf te dragen – het maakte ze alleen maar woedender.
.
In de loop der vrouwen heb ik alles uitgeprobeerd. Een week niks van me laten horen, onaangekondigd in een ander studentenhuis gaan wonen, het midden onder een toneelstuk vertellen zodat ze geen scene zou durven maken, ik heb het uitgemaakt per telefoon, per mail, per sms, het slechte nieuws door een goeie vriend laten brengen, in ruil voor Champions League-kaartjes. En wat denk je? Kwaad. Iedere keer weer.
.
Bij het horen van de dump van de ex van mijn kapster moest ik denken aan een vriend van me, laten we hem Cees noemen (hij heet eigenlijk René, maar om redenen van privacy noem ik hem maar even Cees. Met een C.)
.
Cees was de koning van de belediging. Zo herinner ik me, en plein public, de vraag van Cees aan zijn toenmalige vriendin of ze wel eens overwogen had om Jan Smeets te bellen om haar achterwerk als alternatief festivalterrein voor Pinkpop aan te bieden en, bij een volgende vriendin, het statement dat hij altijd van achteren pakte omdat ze zo’n chagrijnige kop had.
.
Ook de klassieker aller dumpmethodes kwam van Cees. Een meisje dat maar bleef volhouden op haar eerste date nooit aan seks te doen, ging toch overstag toen Cees haar voor de daad beloofde de avond erna meteen mee naar haar ouders te gaan om zich voor te stellen als haar nieuwe vriend.
.
De avond erna, drie kwartier na het tijdstip waarop Cees beloofd had acte de presence te geven bij haar ouders, hing zijn aanstaande ex huilend aan de telefoon.
.
‘En je – snik – had beloofd dat je er zou zijn vanahahaha…vond.’
Het antwoord van Cees: ‘Zo zie je maar, hè’.
Cees heeft nooit meer last van haar gehad.