/ Het luchthavengevoel van Kluun

8 October 2007 - 9:23

Hoewel ik de kindertijd ruimschoots ben ontgroeid, bezit ik nog altijd de gave om onbekommerd voorpret te kunnen hebben. Telde ik vroeger de dagen af tot Sinterklaas, tegenwoordig doe ik dat met hetzelfde jeugdig enthousiasme voor een weekendje Rome met Naat, voor de eindfeesten in op Ibiza met de mannen of voor de kwartfinale van de Champions League in Barcelona. En om daar te komen, moeten we vliegen.

Hoe vaak ik ook voor zaken en andere ellende in alle vroegte op Schiphol ben geweest voor reizen naar Frankfurt, Birmingham of Bratislava, voor mij blijft de luchthaven geassocieerd met een kinderlijke voorpret. Ik koester mijn voorpret. Ook nog steeds met de Sint: hoewel ik sinds een paar jaar weet dat hij niet echt bestaat, zodra de goeie man in Amsterdam aankomt en ik met mijn dochters langs de gracht sta te zwaaien, prent ik me vast in dat ik niet moet vergeten dit jaar een i-Phone op mijn verlanglijst te zetten.

Terug naar Schiphol. Zelfs die paar uur die een mens verplicht voor zijn vlucht op de luchthaven dient door te brengen, kunnen (voor zover het kinderloze vluchten betreft – ‘pap, zijn we er al?’ ‘schat, we zitten nog niet eens in het vliegtuig’) mijn pret niet bederven. Ik ben gek op gedwongen nutteloze tijd. Tijd waarin ik amper iets kan doen, zonder dat ik er zelf iets aan kan doen, is gevonden tijd.

Voel ik me als schrijver toch een beetje calvinistisch schuldig als ik bij goed weer een terrasje bij het Blauwe Theehuis in het Vondelpark pak, in plaats van dat ik hard ga zitten schrijven aan die column waarvan de deadline al een dag of wat voorbij is, op luchthavens kan het niet anders: tijd verdoen is hier een vorm van overleven. (Eigenlijk gebruik ik Trivium stiekem ook zo: ik ben nog steeds ruim twee uur voor mijn vlucht op Schiphol, om vervolgens na de scan lekker een uur of anderhalf een beetje te lanterfanten bij de bookshops en de Sushi-bar.)

Er is maar een moment waarop ik Schiphol meer associeer met vakantie dan voor vertrek. Bij terugkomst. Mijn aangeboren vermogen tot voorpret treedt weer in werking, zodra we na afloop van de vakantie weer voet zetten op Schiphol. Als ik over de pier richting douane loop, langs de gates met vluchten naar Miami, Barcelona en Rome en al die reizigers zie die hun reis nog te goed hebben, krijg ik al weer zin. Uit kinderlijk enthousiasme zou ik Sinterklaas ter plekke willen bellen om een ticket voor het eerstvolgende vliegtuig naar een plaats naar keuze te vragen. Mag hij die nieuwe i-Phone houden.

PS: Nu ik u toch aan de lijn heb, nog een ding: mijn vluchten vertrekken altijd van –op z’n best - D14, maar meestal van B37, H43 of een andere gate halverwege mijn eindbestemming. Verdenkt u Schiphol er ook van dat gates als B1, C2, e.d. alleen pro forma bestaan, om ons een beetje te stangen?  ------------------------------------ Deze column stond eerder in Trivium Magazine.