Door Esther Scholten////////////////////////// Hij strooit met energie. Kluun is niet gewend om fysiek te doseren . Als schrijver traint hij vooral zijn hoofd. Natuurlijk waardeert hij zijn lichaam wel, maar wanneer de teksten hem in de computer zuigen en zijn hersens overlopen van inspiratie vergeet hij het lijf. Dan verglijdt de ochtend zonder dat hij zijn rondje heeft hardgelopen en getuigen enkel de gymschoenen aan zijn voeten nog van goede wil. Nu is hij losgelaten op de tennisbaan. Zo oogt het. Hij rent, springt en draaft. Effectief is het niet, enthousiast des te meer. Zijn leraar van vandaag, John van Lottum, zegt dat hij ‘rustiger zou kunnen bewegen’. ,,Onervaren spelers zijn vaak bang om te weinig te doen.’’ Kluun spreekt spiergroepen aan die een doorsnee tennisprof ongemoeid laat. Ook zijn tong maakt overuren. In de wang, uit de mond, links, rechts. Het is een vorm van concentratie. Hij luistert goed naar Van Lottum. Maar stiekem lijkt zijn tong te waarschuwen dat het recalcitrante karakter van Kluun niet helemaal naar de achtergrond is gedrukt. Hij is een ‘overtuigd autodidact’. ,,Niet principieel, uit een soort luiheid.’’ Van opgelegde lessen houdt hij niet. Nooit heeft hij een cursus schrijven gevolgd, nimmer liet hij zijn creativiteit remmen door regels en normen. ,,Ooit schreef ik me in voor twintig tennislessen. Al snel geloofde ik het wel. Ik ben heel slecht in het aannemen van kennis. Daarom vind ik hardlopen zo leuk. Dat kun je zelf doen.’’ Het maakt zijn correctiegevoeligheid dit uurtje op baan 22 van het Amstelpark des te opvallender. De rally’s worden steeds langer. Van Lottum is zeer tevreden. Hij is voor zijn leerling makkelijker dan hij voor zichzelf altijd is geweest. Na een bal in het net concludeert de voormalige rebel van het Nederlandse tennis monter: ,,Er zit wel veel kracht achter.’’ Het eerste kwartier geeft Van Lottum vooral aanwijzingen. Wijs naar de plaats waar je de bal heen wilt slaan. En: Je lichaam rechtop houden. Of: Ga door de bal heen, houdt je pas niet in. Daarop volgen de complimenten. Zo ja, mooi! Wanneer Kluun overmoedig zijn meester probeert te lobben, vergeefs overigens, geniet Van Lottum. Hij voelt zich een geestverwant. Kluun schreef bestsellers; desondanks –of daarom?- neemt het literaire circuit hem nog steeds niet helemaal serieus. Recensenten blijven kritisch. Van Lottum: ,,Ik paste ook niet in het rijtje Eltingh, Haarhuis, Siemerink. Ik was degene die moeilijk deed, die zich met scheidsrechters bezighield. Ook bij mij was je heel erg voor of heel erg tegen.’’ Kluun was een fan van Van Lottum. Vanwege diens temperament en ook door zijn paspoort. Hij is eigenlijk geen echte tenniskijker, alleen als er Nederlanders spelen nestelt hij zich voor de televisie. ,,Ik ben heel chauvinistisch, dus ik keek naar John en de anderen. Maar ik vind tennis geen makkelijke sport om van te genieten. Je moet veel verstand van techniek hebben om te kunnen zien of iemand goed is.’’ Van Lottum beaamt dat. ,,Als je de momentums in een wedstrijd niet kunt lezen, dan kan een partij van drie of vier uur saai zijn.’’ Kluun: ,,Die puntentelling is ook zo gek: 15-30-40-game. Waar slaat dat op? Waar ik heel veel respect voor heb: een tennisser moet steeds opnieuw blijven winnen. Eerst de game, dan de set, dan de wedstrijd. Dat vraagt om een andere weerbaarheid dan bij het voetbal. Het vereist niet alleen een concentratie om geen fouten te maken, maar een mentale concentratie.’’ Van Lottum: ,,Klopt. Op het voetbalveld speel je vaak tegen de tijd. Bij een voorsprong moet een team het nog een kwartier volhouden. Binnen de tennislijnen zul je het altijd zelf moeten doen. Al sta je 6-0 5-0 voor, je hebt nog steeds niet gewonnen.’’ Kluun: ,,Voor die continue concentratie van topspelers heb ik bewondering.’’ Tennis kan hem dus wel raken. Op doorreis in Melbourne ging hij vijf jaar geleden kijken bij de Australian Open. Heel veel moeite kostte het hem om een entreebewijs te bemachtigen. De sfeer op het complex vond hij geweldig. ,,Daar ben ik gevoelig voor.’’ Kluun was samen met zijn dochtertje in Australië om het verlies van zijn vrouw te overdenken. Zij overleed aan kanker. Sport, in welke vorm dan ook, had geen enkel nut in de verwerking daarvan. ,,Het was eerder andersom. Ik was een hele fanatieke sporter. In de tijd dat mijn vrouw ziek was, speelde het Nederlands voetbalelftal het Europees kampioenschap in eigen land. Wij hadden kaartjes voor alle wedstrijden van Oranje en zagen van nabij het penaltydrama tegen Italië. Diep getreurd waren wij niet. We vonden het jammer ja, maar je gaat alles relativeren. Dat vind ik bijna jammer. Er is geen sport meer waar ik nog blind voor kan gaan als kijker.’’ De dood van zijn vrouw vormde de inspiratiebron voor zijn debuutroman in 2003. Van Lottum las het boek vorig jaar. Voor het eerst brachten letters hem in een ‘soort roes’. Dagelijks dacht hij aan het verhaal: aan de angst om iemand te verliezen en de onmacht om daarmee om te gaan. De eerste keer dat hij ervan moest huilen, weet hij nog. Het was bij de passage waarin Kluun beschrijft hoe hij naar boven loopt om zijn dochtertje op de commode te verschonen. Van Lottum was net zelf vader geworden. ,,Het gevoel dat je dat voor de rest van je leven alleen moet doen, vond ik zo verdrietig.’’ Niet lang nadat Van Lottum ‘Komt een vrouw bij de dokter’ uit had, liep hij de schrijver tegen het lijf. Dat was vorig jaar juli in de Amsterdam Arena op een massaal dansfeest. ,,Zestigduizend man en wij stonden naast elkaar.’’ Ze herkenden elkaar, praatten en wisselden telefoonnummers uit. Af en toe drinken ze samen wat en ze komen elkaar tegen bij de slager in Amsterdam-Zuid. Hun vriendschap trok Kluun op deze doordeweekse middag naar de tennisbaan. Hij leerde een belangrijke les. Lachend: ,,Dat tips krijgen toch wel leuk is.’’ Dan hijgend: ,,En nuttig.’’ Het oordeel van de leraar Voor het eerst sinds zijn afscheid van het profcircuit nam John van Lottum, in 1998 bij de laatste zestien op Wimbledon, weer een racket in de hand. Het was er nog niet van gekomen en de echte wil ontbrak ook. Tot nu. In één uur nam hij alle basisslagen met Kluun door. Hij wilde niet teveel tegelijk verbeteren. Dat was een bewuste keuze. ,,Tennis blijft een sport met eigen creativiteit. Hoe meer je nadenkt, of daartoe gedwongen wordt, hoe meer haperingen het spel zal vertonen.’’ Hij was blij met de bravoure van zijn leerling. ,,Ben je moe John?’’, kreeg Van Lottum meteen te horen toen hij tussendoor zijn veters strikte. Hij lachte en oordeelde ook goedgehumeurd over het spel van Kluun. Algemeen ,,Je kon zien dat Kluun vaker gesquasht heeft dan getennist. Bij squash speel je vanuit je achterste been. Na je slag stap je meteen terug om je te positioneren. Je houdt dus ook in voor je gaat slaan. Dat moet je op de tennisbaan juist niet doen. Je moet erdoorheen komen. Dat was mijn belangrijkste tip en na een kwartier speelde hij al drie niveau’s beter. Kluun sloeg zijn beste slagen als ik hem met korte ballen naar het net lokte, dan vergat hij in te houden omdat hij al in een vooruitgaande beweging zat. Voor oplopen had hij energie genoeg. Ik vond het opvallend hoe dynamisch hij bleef. Met zijn voetenwerk compenseerde hij zijn mindere techniek. Dat zie je wel vaker. Kluun moet dat alleen nog economisch leren gebruiken.’’ Forehand ,,Dit was de slag waar hij het meeste vertrouwen in had. Er zat de meeste vaart in en hij durfde er risico mee te nemen. Een shotmaker. Iedere speler heeft een natuurlijke voorkeur voor de forehand of de backhand, zelfs profspelers. Ook bij Kluun was het duidelijk.’’ Backhand ,,Zijn backhand slaat hij puur om zichzelf in de rally te houden. Negen van de tien sliced hij. Alle vaart haalde hij eruit. Dat mag, natuurlijk. Maar mensen denken vaak dat slice hetzelfde is als kappen. Dat is niet zo. Je snijdt de bal wel aan, maar je moet er doorheen snijden. Doe je dat niet, dan zal de bal vaak onderin het net belanden.’’ Volley ,,Hij was heel actief. Dat zag je vooral aan het net. Als een adhd’er bewoog hij daar, terwijl je de beste volley’s juist vanuit rust slaat. Dan kun je beter anticiperen. Maar hoe onzekerder je je voelt, hoe meer je beweegt.’’ Service en smash ,,Kluun heeft een hele mooie polsactie. À la Krajicek en Verkerk. Dat geeft een soort katapulteffect. Dat weet hij zelf niet, denk ik. Het is een natuurlijke beweging voor hem. De eerste vijf, zes services sloeg hij keurig op techniek. Rustig, goed erdoorheen en hij bleef hoog. Hier hoeft hij geen les voor te krijgen. Bij de smash zag je de rode duivels oren te voorschijn komen. Kluun wilde de bal zo hard mogelijk in de doeken laten verdwijnen. Dat doen mensen die niet zo vaak tennissen heel vaak. Alsof ze een soort frustratie van de laatste vijftien jaar in die ene bal gooien.’’