/ Recensie Borstkankervereniging Nederland

30 January 2004 - 9:31

“Komt een vrouw bij de dokter

/ Het Lucas-Ziekenhuis, zaterdag 17 januari 2004, 02.02 uur

19 January 2004 - 9:25

Het is de scherpzinnige lezers onder u niet ontgaan dat Komt Een Vrouw Bij De Dokter autobiografische elementen herbergt. Zo is deel III...

/ Het Lucas-Ziekenhuis, zaterdag 17 januari 2004, 02.02 uur

17 January 2004 - 4:14

Het is de scherpzinnige lezers onder u niet ontgaan dat Komt Een Vrouw Bij De Dokter autobiografische elementen herbergt. Zo is deel III van het boek, inclusief het bezoek aan ‘Nora’, vrijwel tot op de letter waar gebeurd. En  vind ik het Lucas-ziekenhuis ook in werkelijkheid een kankerziekenhuis. Dokter Scheltema, Wolters, Rodenbach en Bakker bestaan echt, zij het met andere namen. Carmen = 100% Juut, Luna = 100% Eva en Stijn lijkt in bepaalde opzichten irritant veel op de Kluun van een paar jaar geleden. Net als Stijn ben ik niet altijd monogaam geweest - zo, is me dat even een verrassing - en had niet alleen Stijn een verhouding met zijn Roos, ook ik, Kluun, had een verhouding tijdens de ziekte van mijn vrouw.

De vrouw met wie ik een verhouding had heet Nathalie, in de volksmond Naat. Naat is sinds vanochtend, 02.02 uur moeder van mijn tweede dochter. 

Ik ga u daar iets over vertellen.

De bevalling begon met weeën, om twee uur in de nacht. Ze waren redelijk goed te hachelen. Naat zat op haar haptonomische skippybal, ik zat achter haar en kneep in haar dijen, bij iedere uitademing van Naat de mantra ‘Open van onderen, Open van onderen’ in haar oor fluisterend. Dat zou de ontsluiting bespoedigen, had de haptonoom ons verteld. Aan het steeds regelmatiger patroon van de weeën te merken, leek dat te kloppen.

Alles ging volgens plan. Tussen de weeën door dagdroomde ik dat ik over een paar uur een nieuw mensje in mijn armen zou hebben, in dezelfde slaapkamer waar bijna drie jaar geleden een ander mooi mens met een gelukzalige glimlach de dood tegemoet was getreden. Symboliek om bij weg te zwijmelen. Het definitieve bewijs dat God toch bestond. 

Toen de fase was aangebroken waarin je als man niet meer kunt doen dan als een lul de behanger staan duwen in de onderrug van je van kermende vrouw, belde ik de verloskundige en verordonneerde ik haar om NU!!!!!! te komen. 

‘O, ik zie het al, jullie zijn goed bezig!’, zei ze opgewekt, toen ze binnenkwam. Ze stopte twee vingers in Naat en vertelde doodgemoedereerd dat de ontsluiting intussen tot ruim één centimeter was gevorderd. ‘Bijna anderhalf,’ voegde ze er geruststellend aan toe. Naat begon te huilen.

Ik wist me vaag te herinneren dat een ontsluiting gemiddeld met zo’n centimeter per uur gaat. Het was zeven uur ’s avonds. Een snelle rekensom leerde me dat Naats ontsluitingstempo enigszins beneden het gemiddelde lag. We waren al zo’n slordige zeventien uur bezig. Dat beloofde niet veel goeds voor de resterende benodigde negen centimeter. De verloskundige vertrok met de boodschap dat ze om een uur of elf weer eens zou komen kijken. Ze was nog niet de deur uit of de rondetijden van de weeën werden nog scherper. De weeën zelf ook. Naat kotste van de pijn.

‘Schat, wil je echt persé thuis bevallen?’ vroeg ik zo rustig mogelijk. ‘We kunnen nog steeds naar het VU en dan kan je een ruggenprik krijgen.’

Naat antwoordde iets wat het midden hield tussen ‘AAAAAAHHHH’ en ‘JAAAAAHHH’. 

Ik belde de verloskundige.

Die belde het VU.

Het VU zat vol.

‘Er is wél plaats in het Lucas…’ opperde ze voorzichtig. We hadden in het begin van Naats zwangerschap direct gezegd dat wat er ook zou gebeuren,  het Lucas voor ons een no-go area was. Om redenen die ik u in Komt Een Vrouw Bij De Dokter heb uiteengezet.

‘O,’ zei ik. Ik dacht een seconde na, keek naar Naat, die kreunend van pijn over het bed hing en zei dat we bereid waren overal heen te gaan waar ze mijn vriendin een ruggenprik konden geven.

‘Goed, dan draag ik jullie nu over aan het Lucas-ziekenhuis,’ zei de verloslundige plechtig. De rillingen liepen over mijn rug.

Een half uur later reed ik met mijn Chevy volgeladen met kleren, kleertjes, een kotsemmer en een puffende Naat over de A10 richting Lucas Ziekenhuis. De film van al die keren dat ik hier in 1999 en 2000 met Juut reed, op weg naar weer een nutteloze chemo in het meest deprimerende ziekenhuis van ons en de ons bekende melkwegstelsels, draaide zich af voor mijn ogen. Naat legde haar hand op mijn been en keek me aan. ‘Gaat het?’ vroeg ze. Alsof ík degene was die weeën had. Ik knikte en miste, net als drie jaar geleden bijna iedere keer, ook nu weer op Freudiaanse wijze de afslag Geuzenveld voor het Lucas-ziekenhuis. 

Bij de deur van Spoedeisende Hulp stond een verpleegster met een rolstoel op ons te wachten. Dat viel niet tegen. Ik nam mezelf voor er het beste van te maken. Verloskunde is per slot van rekening geen oncologie.

'Hoe lang duurt het voor mijn vriendin die ruggenprik krijgt?’ vroeg ik, terwijl we met Naat door de gangen van een verlaten Lucas-Ziekenhuis reden.

‘Ik eh… ben bang dat dat niet lukt,’ fluisterde de verpleegster. Ze klonk nerveus en durfde me niet aan te kijken. ‘De anesthesist is niet meer in huis.’

Tien minuten later zaten we in een kraamkamer van het Lucas. Tegels op de vloer. Wit gekalkte muren. Een ziekenhuisbed. Geen schilderijtjes. Geen fluffy kussentjes. Géén ruggenprik. Welkom in het Lucas, part II.

Als icing on the cake kreeg Naat iets wat onze zwangerschapshaptonoom een week geleden nog had beschreven als een weeënstorm. ‘Als je dat krijgt, heb je gewoon vette pech. Daar is niet tegen op te puffen. Dan word je gillend gek.’ 

Deze info bleek correct. De ene wee from hell stond van ongeduld te trappelen om bezit van mijn vriendin te nemen terwijl de andere nog met haar bezig was. Ik veegde snel een traan weg toen Naat dubbelgeklapt over de wasbak hing. Ze kon nog wel een pijnverlagende Petadine-injectie krijgen, zei de verpleegster. Die hielp zo op het blote oog geen fuck. Mijn vriendin stond, lag, hing of zat te gillen bij elke in elkaar overgaande wee. En het ging maar door. Een uur. Twee uur. Drie uur lang. Als ik ooit nog een vent iets over het zwakke geslacht hoor blaten, zoek ik de grootste pop die Eva in haar collectie heeft en breng die hoogstpersoonlijk anaal bij hem in.

Een dokter, die zich voorstelde als Petra, kwam nog maar eens checken of er al wat vordering in Naats ontsluiting zat. Ik gokte op drie centimeter. Petra trok een verbaasd gezicht. ‘U heeft ineens tien centimeter!’ zei ze enthousiast. Waar een weeënstorm al niet goed voor is.Petra’s enthousiasme zakte snel toen ze de hartslag van de baby zag. Ze belde iemand, met gedempte stem. Twee minuten later stonden er twee extra doktoren rond Naats bed.

Naat werd gemaand harder te persen. Er werd een pomp naar binnen gewurmd. De hartslag van ons kindje bleef hangen, ook tussen de weeën in. 68. 80. 73. 56. Iedere keer dat ik op die monitor keek, gaf het kloteding hooguit tachtig beats per minute aan. Ik zag twee doktoren naar elkaar kijken. ‘Dat is de Petadine…’ hoorde ik de een tegen de ander zeggen. Naat hoorde niks. Petra trok aan de pomp alsof ze aan het touwtrekken was. ‘Kom op, persen!’ riep ze. ‘NU! harder!’

Het lukte. Ik zag zwarte haren. Een hoofdje. Een navelstreng om een nekje. En toen een lijfje.

Het lijfje zag paars.

Het lijfje huilde niet.

Drie doktoren spoedden zich de kraamkamer uit, met ons paarse kind. Naat en ik durfden elkaar niet te feliciteren.

Plotseling hoorde ik iets huilen in de kamer naast ons. Wij keken verwachtingsvol naar de deur. Petra kwam binnen met ons huilende kind. Het was inmiddels lichtpaars. ‘Het komt goed,’ zei Petra. Ik zag zweetplekken onder haar oksels. Ik lachte en huilde tegelijk. Ik was van mijn Lucas-trauma verlost.

In de nacht van 17 januari 2004, om twee minuten over twee, schonk Naat mij een tweede dochter, en Eva een zusje. In het Lucas-ziekenhuis.

Boven, ver boven ons, keek een engel mee. Ze zag ons huilen van geluk en pinkte met ons een traan weg.

Mijn, onze tweede dochter heet Roos.

De engel glimlachte.

/ Kluun goes namedropping: Albert Einstein

8 January 2004 - 9:00

‘De intuitieve geest is een godsgeschenk, en het rationele verstand een trouwe dienaar. We hebben een maatschappij die de dienaar vereert en het...